Zaibatsu

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken

Een zaibatsu (財閥) is een groep conglomeraten[1] met verschillende specialisaties, exclusief in het bezit van één familie. De zaibatsu beheerde de Japanse kapitaal in zijn geheel tot en met het einde van de Tweede Wereldoorlog door het gebruik van eigen banken. Het heeft een enorme bijdrage geleverd in de industrialisatie en de economische groei van Japan tijdens de vooroorlogse periode. In 1946, onder de Amerikaanse bezetting, begon de ontmanteling van de zaibatsu.

Na de ontmanteling, volgde er een opkomst van keiretsu (系列). Het verschil met de vooroorlogse zaibatsu is namelijk het eigenaarschap van een conglomeraat. Dit is niet meer in handen van een familie, maar wordt geregeld door het principe van mutual shareholding, waardoor de verschillende bedrijven in een groep elkaars aandelen beheren via kruisparticipaties[2].

Voorgeschiedenis

Edo-periode

De oorsprong van de vier grootste vooroorlogse zaibatsu, vindt plaats tussen de 16de en 19de eeuw voor Sumitomo (住友), Mitsui (三井), Yasuda (安田) en Mitsubishi (三菱). Tijdens de Edo-periode verkregen zij, door hun vele inspraak en bijdrage, steun van de overheid. Zo werden bijvoorbeeld Yasuda en Mitsui officiële verantwoordelijken voor het omwisselen van de in rijst geïnde belastingen naar geld. Mitsubishi haalde dan weer zijn voordeel uit overheidscontracten inzake transport, voornamelijk van rijst, maar ook van troepen naar het einde van de Edo-periode. Sumitomo tenslotte, bezat 25% van de licenties die het Bakufu verstrekte voor koperwinning en werd hierdoor als leider op die markt beschouwd.

Meiji-restauratie

Na de Meiji-omwenteling gingen de verschillende zaibatsu zich ook concentreren in andere sectoren. Mitsui en Yasuda concentreerden hun aandacht vooral op het bank –en verzekeringswezen, zo was Mitsui bijvoorbeeld een van de sterkste spelers in de oprichting van de Daiichi Kokuritsu Bank[3](第一国立銀行, dai-ichi kokuritsu ginkō). Mitsubishi steunde dan weer verschillende overheidsprojecten zoals de aanleg van het spoorwegennetwerk en legde zich ook toe op het scheepsbouw. Sumitomo raakte in moeilijkheden toen de Meiji-regering haar subsidies introk, maar kwam er dankzij de inspanningen van Saihei Hirose[4](宰平 広瀬) weer bovenop en legde zich vanaf dat moment toe op transport en het uitbreiden van warenhuizen.

Eerste Wereldoorlog

Na de Eerste Wereldoorlog konden de zaibatsu-banken hun posities versterken door de Trust Act[5](信託法, Shintaku Hō) van 1922, die het aantal trust banken sterk reduceerde. De zaibatsu konden hierdoor verschillende bedrijven overnemen, die door de economische malaise sterk waren verzwakt. Na de Beurscrash van 1929 kregen de "oude" zaibatsu, vooral Mitsui, zware kritiek te verduren vanuit antikapitalistische hoek, wat leidde tot de Zaibatsu-hervormingen (財閥の転向, Zaibatsu No Tenkō) in 1931. De zaibatsu konden het protest bedaren door een deel van hun aandelen publiek te verkopen en mede ook door aan liefdadigheid te doen. Rond deze tijd maakten ook “nieuwe” zaibatsu zoals Nissan (日産) en Nitchitsu (日窒) hun opgang, en begon het leger aan invloed te winnen binnen de bedrijven, maar het bleef wel wantrouwig tegenover hun financiële macht.

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de jaren ’30 waren de zaibatsu zich vooral gaan toeleggen op de zware industrie, zoals scheepsbouw, vliegtuigbouw, mijnbouw etc. Vanaf 1937 werden deze sectoren zwaar belast door de oorlog en werden de zaibatsu gedwongen om kapitaal van buitenaf aan te trekken, om vervolgens het exclusieve familie-eigenaarschap op te geven. Ze hadden geen andere keuze dan zich om te vormen tot naamloze vennootschappen[6] en een groot deel van hun aandelen publiek te verkopen.

De ontbinding van de zaibatsu

Het beleid van de Geallieerden

Na de oorlog zag de SCAP[7], Douglas MacArthur de zaibatsu als de grootste economische steun van het Japanse leger en besloten van de zaibatsu-ontbinding een van hun prioriteiten te maken in een poging om het land te demilitariseren en te democratiseren. Het naoorlogse economische beleid kwam neer op:

‘‘Encouragement shall be given and favour shown to the development of organizations in labour, industry and agriculture, organized on a democratic basis. Policies shall be favoured which permit a wide distribution of income and of ownership of the means of production and trade.

Those forms of economic activity, organization and leadership shall be favoured that are deemed likely to strengthen the peaceful disposition of the Japanese People, and to make it difficult to command or direct economic activity in support of military ends.

To this end it shall be the policy of the Supreme Commander:

  • To prohibit the retention in or selection for places of importance in the economic field of individuals who do not direct future Japanese economic effort solely towards peaceful ends
  • To favour a program for the dissolution of the large industrial and banking combinations which have exercised control of a great part of Japan’s trade and industry.’’
United States President’s Directive, September 9, 1945

De economische hervormingen moesten als volgt uitgevoerd worden:

  • De ontbinding van zaibatsu en andere combinaties van bedrijven zoals kartels, holdings enz.
  • Het schrappen van maatregelen die private monopolies promoten.
  • De oprichting van een vrije markt.

De uitvoering

Inbeslagname van het bezit van zaibatsu, 1946
De eerste stap werd in 1946 gezet door het bevriezen van het kapitaal van 18 zaibatsu groepen. Vervolgens werden 83 bedrijven, waaronder Mitsui Honsha (三井 本社), Mitsubishi Honsha (三菱 本社) en Yasuda Hozensha (安田 保善社) gedwongen om hun aandelen over te dragen aan de HCLC[8], waarna 42 van deze bedrijven werden ontbonden. 56 bestuurders van 10 zaibatsu-families, o.a. van Mitsui, Sumitomo en Yasuda, werden gedwongen hun aandelen over te dragen aan de HCLC.

Vervolgens kregen ze door de Act for Termination of Family Control van 1948 het verbod opgelegd om nog langer in zaibatsu-gerelateerde ondernemingen te zetelen. De HCLC ging over tot de publieke verkoop van de in beslag genomen aandelen, waardoor het familiale eigenaarschap van de zaibatsu nu definitief verdween. De bestuurders werden hiervoor gecompenseerd met staatsbons[9], maar door de naoorlogse inflatie was hun waarde sterk gedaald.

Dit ontbindingsprogramma was vooral gericht tegen Mitsui & Co. (三井 物産, Mitsui Bussan) en Mitsubishi Corporation (三菱 商事 株式会社, Mitsubishi Shōji Kabushiki-gaisha). SCAP wou deze bedrijven als voorbeeld stellen omwille van hun sterke positie op de wereldmarkt die zou hebben bijgedragen aan de Japanse militaire uitbreiding, en ook omdat ze de maatregelen van de geallieerden probeerden te ontwijken. De bedrijven werden ontbonden in 200 kleinere ondernemingen en hun managers kregen het verbod om nieuwe ondernemingen op te richten, of om samen voor hetzelfde bedrijf te gaan werken. De zaibatsu-banken werden echter niet ontbonden.

In juli, twee jaar na het einde van Tweede Wereldoorlog, werd onder toezicht van de geallieerden de Act Concerning Prohibition of Private Monopoly and Maintenance of Fair Trade opgesteld, gebaseerd op het Amerikaanse systeem (voornamelijk de Sherman Act en de Clayton Act). Het doel hiervan was het promoten van de vrije markt, het stimuleren van ondernemersinitiatieven, en de ontwikkeling van de nationale economie in het belang van de consumenten te bevorderen. De voornaamste bepalingen van de nieuwe wet waren:

  • Verbod op privé-monopolisering.
  • Verbod op het onredelijk belemmeren van handel.
  • Verbod op oneerlijke concurrentiemethodes.
  • Toestemming was vereist voor overnames, fusies en grote internationale contracten.

Een belangrijke uitzondering hierop waren echter spoorwegmaatschappijen, elektriciteitsmaatschappijen en natuurlijke monopolies. Als controleorgaan werd de Fair Trade Commission(FTC) aangesteld, die onafhankelijk van de regering zijn gezag en controle kon uitoefenen.

Een belangrijke opmerking die hierbij gemaakt moet worden, is dat deze plotse ontbinding kansen creëerde voor nieuwe ondernemingen. Enkele voorbeelden van zulke bedrijven die nu grote spelers zijn op de internationale markt zijn Sony(ソニー 株式会社, Sonī Kabushiki-gaisha), Panasonic(パナソニック 株式会社, Panasonikku Kabushiki-gaisha) en Honda(本田 技研 工業 株式会社, Honda Giken Kōgyō Kabushiki-gaisha).

Versoepeling van de Anti-Monopoly Act

Het verbod voor de zaibatsu managers om nieuwe ondernemingen op te richten of om de naam van hun zaibatsu te begrijpen, werd al vanaf het begin verwaarloosd. Verschillende ex-managers stapten gewoon over naar andere ex-zaibatsu-bedrijven, of startten enkele jaren later een nieuw bedrijf onder de oude naam op.

Toen de Verenigde Staten vanaf 1948 hun beleid ten opzichte van Japan begonnen te veranderen om de economische heropbouw van het land te bespoedigen, konden er ook wijzigingen in de bovenstaande wet aangebracht worden:

  • 1949: Bedrijven kregen toestemming om aandelen in andere ondernemingen te kopen, zolang dit de concurrentie niet belemmerde. Het goedkeuringssysteem inzake fusies en internationale contracten werd versoepeld.
  • 1953: Onder invloed van de West-Duitse Bill Against Restraint of Competition, begon de industrie te lobbyen voor een verdere versoepeling van de antimonopoliewet, die het verschafte om in tijden van depressie bepaalde kartels toe te staan. Hierdoor werden veel van de preventieve maatregelen betreffende de restrictieve handelsactiviteiten uit de wet gehaald. De FTC trad ook minder streng op in gevallen van overtredingen.

Keiretsu

Keiretsu zijn de grote industriële conglomeraten die als de voortzetting worden beschouwd van de vooroorlogse zaibatsu, maar er is een duidelijk en belangrijk verschil. Waar de zaibatsu aanvankelijk exclusief eigendom waren van één familie, is het middelpunt van een keiretsu de bank, die tegelijkertijd aandeelhouder en kredietverlener is. De bedrijven in een keiretsu zijn onderling via horizontaal geïntegreerde allianties met elkaar verbonden, om vijandelijke overnames van buitenaf te vermijden. Deze structuur maakte het in het begin mogelijk om voor nieuwe investeringen onmiddellijk de noodzakelijke middelen vrij te maken.

Na het uiteenspatten van de zeepbeleconomie veranderden de banken niet van beleid en bleven ze investeren in de vaak onrendabele bedrijven. Het probleem was dat de leningen werden toegekend op basis van het geboden onderpand en niet op basis van het verwachte rendement. Als aandeelhouder van de keiretsu hadden ze vaak geen andere keuze dan de noodlijdende bedrijven te blijven steunen.

Overzicht van zaibatsu

Oude zaibatsu (The Big Four)

Nieuwe zaibatsu

Voetnoten

  1. Een conglomeraat is een groot bedrijf dat uit verschillende divisies bestaat die niet met elkaar in verband staan. Conglomeraten ontstonden uit het idee dat diversificatie van de activiteiten de stabiliteit van een bedrijf kan vergroten.
  2. Er is sprake van kruisparticipatie wanneer twee vennootschappen elk een deelneming in het kapitaal van een andere vennootschap bezitten.
  3. De eerste nationale bank van Japan.
  4. Directeur van de raad van bestuur van Sumitomo aan het begin van de Meijiperiode.
  5. Een wet ter regulering van trust banken die in 1922 aangenomen en in 1923 afgekondigd werd.
  6. Een onderneming met rechtspersoonlijkheid en aandeelhouders.
  7. Supreme Commander of the Allied Powers (SCAP) is een titel gegeven aan degene die toezicht hield over de bezetting van Japan door de geallieerden. Deze titel werd gedragen door generaal Douglas MacArthur en generaal Matthew Ridgway.
  8. Holding Company Liquidation Commission
  9. Obligatie uitgegeven door de Staat voor het grote publiek om de werkingskosten te financieren en de intrest van de Staatsschuld te betalen. De aan de mantel aangehechte coupons dienen om de interest op de vastgestelde vervaldagen te innen. Is eigenlijk een kasbon uitgegeven door de staat.

Bronnen

Boeken

  • Iyori, Hiroshi and Uesugi, Akinori. The Antimonopoly Laws of Japan. New York: Federal Legal Publications, 1983.
  • Matsushita, Mitsuo. International Trade and Competition Law in Japan. Oxford: Oxford University Press, 1993.
  • Morikawa, Hidemasa. Zaibatsu: The Rise and Fall of Family Enterprise Groups in Japan. Tokyo: University Of Tokyo Press, 1992.
  • Vande Walle, Willy en Coppens, Hans. Geschiedenis van het Moderne Japan. Cursus gedoceerd in het kader van het vak ‘Geschiedenis van het Moderne Japan’, Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Letteren, Departement Oosterse en Slavische Studies, Afdeling Japanologie, 2003.
  • Vanoverbeke, Dimitri en Adriaensens, Edward. Op zoek naar het nieuwe Japan: de Japanse politiek na 1945. Roeselare: Globe, 2004.

Internet

De inhoud van deze pagina is beschikbaar onder CC-BY-SA/GFDL.