Yoshimitsu: de macht van de manipulatie

Uit GeschiedenisJapan

Hosokawa Yoriyuki hervormt de politieke structuur

De eerste twee shōgun van het Muromachi-Bakufu, Takauji (†1358) en Yoshiakira 義詮, shōgun van 1358 tot 1367, namen de bestaande instellingen, overgeërfd van de voorgaande periode, over, op het ambt van regent na. Hoewel Takauji kennelijk het aristocratische shōgunaat van Yoritomo voor ogen had, behield hij toch de instellingen van gemeenschappelijke besluitvorming die de Hōjō hadden gecreëerd, zoals bijvoorbeeld de Staatsraad.

Omdat de omstandigheden echter sinds de Hōjō sterk gewijzigd waren, dienden de organen van de regering opnieuw gedefinieerd te worden. Dat gebeurde tijdens het bewind van de derde shōgun, Yoshimitsu 義満 (leefde van 1358 tot 1408), die tijdens zijn minderjarigheid werd bijgestaan door Hosokawa Yoriyuki 細川頼之 (1329-1392), zijn secretaris (shitsuji 執事). Yoriyuki was de voornaamste architect van de nieuwe regeringsstructuur. De economische en militaire grondslagen van het Muromachi-bakufu waren te zwak om naar een autocratische regeringsvorm te kunnen terugkeren. De shugo-daimyō waren zo machtig geworden, dat zonder een belangrijke inbreng van hun kant in de politieke besluitvorming, regeren onmogelijk was.

Het ambt van assistent, dat Yoriyuki bekleedde, was oorspronkelijk geen regeringsambt, maar een privé-ambt in dienst van de pater familias van de Ashikaga-clan. Op deze post had men veel invloed, maar geen formele macht. Het eerste wat Yoriyuki deed was het ambt van assistent omvormen tot het hoogste publieke ambt onder de shōgun, met de nieuwe titel van vice-shōgun (管領kanrei, ook kanryō). De post werd steeds gevuld door een lid van één van de drie families, die in de zijlijn aan de Ashikaga verwant waren, namelijk de Hosokawa, de Shiba 斯波 en de Hatakeyama 畠山. Het ambt was dus geen monopolie van één familie, zoals het regentschap onder de Hōjō. Onder de shōgun en de vice-shōgun waren er vijf centrale instellingen:

  1. Het Administratief bureau (mandokoro 政所)
  2. Het Gerechtelijk bureau (monchūjo 問注所)
  3. Het bureau der Samurai (samurai-dokoro 侍所)
  4. De Staatsraad (hyōjōshū 評定衆)
  5. Het bureau der Coadjutoren (hikitsukeshū 引付衆)

De eerste drie instellingen waren de erfenis van Yoritomo's tijd, de andere twee waren creaties van de Hōjō. Het bureau der Coadjutoren was tijdens de Kamakura-periode (1249) ingesteld als een permanent comité dat de Staatsraad assisteerde. Zijn voornaamste taak bestond in het behandelen van geschillen in verband met land. Dat het bureau der Coadjutoren zeer nauw met de Staatsraad verweven was, blijkt onder meer uit het feit dat de coadjutoren ook in de Staatsraad zetelden. Door de oprichting van het bureau der Coadjutoren verloor het Gerechtelijk bureau veel van zijn bevoegdheid. Het behandelde alleen nog geschillen in verband met roerend goed. Onder het Muromachi-bakufu boette het nog meer van zijn macht in, zodat het nog nauwelijks meer was dan een griffie. Ook het Administratief bureau verloor veel van zijn macht en zijn bevoegdheid werd beperkt tot financiële zaken.

Het belangrijkste bureau was dat van de samurai. Het hoofd ervan, shoshi 所司 genaamd, was na de vice-shōgun de machtigste man in de regering. Bovendien cumuleerde hij ex officio, het ambt van politiecommissaris van de provincie Yamashiro 山城, waar de hoofdstad in lag. Het hoofd van het bureau der Samurai beschikte dus over een buitengewone strategische positie ten opzichte van het bakufu. Het ambt was dan ook aan een kleine keur van uitgelezen clans voorbehouden, en tegen het einde van de veertiende eeuw was het het monopolie van vier: de Yamana 山名, Akamatsu 赤松, Kyōgoku 京極 en Isshiki 一色.

Omdat de twee voornaamste ambten, dat van vice-shōgun (kanrei) en dat van hoofd van het bureau der Samurai (shoshi) het exclusieve recht waren van respectievelijk drie en vier families, karakteriseert men het Muromachi-bakufu als sankan-shishiki 三管四職. De bedoeling van dit roterend systeem van benoeming was de machtige shugo-daimyō zoveel mogelijk in de politieke besluitvorming aan bod te laten komen en bovendien een machtsevenwicht te creëren, waarover de shōgun presideerde.

De Zuidelijke Dynastie geeft zich over

Het was vooral Yoshimitsu die de vruchten van deze institutionele aanpassingen plukte, nadat Yoriyuki in 1379 tot ontslag gedwongen was geworden. Deze shōgun vormt het hoogtepunt van het Muromachi-bakufu. Zijn bewind was trouwens niet zonder koninklijke allures. Reeds in 1378 had hij in de wijk Muromachi van de hoofdstad een residentie met regeringsgebouwen laten optrekken in aristocratische (kugo 公御) bouwtrant, gekend als Hana no gosho 花の御所, ‘het Bloemenpaleis’.

Tussen 1385 en 1390 maakte hij uitgebreide reizen door de centrale en westelijke provinciën. Zijn voorgewende bedoeling was heiligdommen en tempels te bezoeken, maar in feite was het een inspectiereis om de plaatselijke machtsverhoudingen te bestuderen. In die jaren was de macht van de Zuidelijke Dynastie nog verder afgetakeld. Binnen het hof zelf waren er heel wat voorstanders van hereniging van de twee rivaliserende dynastieën en met de belofte dat hij terug zou keren naar het systeem van afwisselende troonsopvolging zoals dat voor de Kenmu-restauratie gebruikelijk was, wist Yoshimitsu in 1392 het Zuidelijk Hof ertoe over te halen zijn exclusieve aanspraken op te troon te laten varen (Nanboku-chō gattai 南北朝合体, Vereniging van Noordelijke en Zuidelijke Dynastieën). In feite hield de shōgun zijn belofte nooit en heeft de Noordelijke Dynastie sindsdien tot op de dag van heden ononderbroken de troon bezet.

Yoshimitsu's keizerlijke ambities

Aangezien het bakufu bestond bij de gratie van het machtsevenwicht, was het behoud van dit evenwicht het grondbeginsel van Yoshimitsu's politiek. Wanneer nu één van die shugo-daimyō zo groeide in macht dat hij het hele evenwicht bedreigde, dan moest hij kost wat kost gebroken worden. In 1391 provoceerde hij Yamana Ujikiyo 山名氏清, shugo-daimyō van elf provinciën in de San'in-regio, tot een opstand en vermoordde hem. Hetzelfde scenario herhaalde hij nog eens in 1399 tegen de Ōuchi 大内-familie, die heerste over zes provinciën in West-Japan. Deze datum mag als het toppunt van zijn macht beschouwd worden. Op dat ogenblik was hij, louter formeel gesproken, al geen shōgun meer. In 1394 immers had hij het ambt overgedragen aan zijn negenjarige zoon Yoshimochi 義持 (1386-1428). Zelf had hij de titel van dajōdaijin, kanselier, aangenomen, maar hij wou meer. Hij ambieerde de titel van ‘Teruggetrokken Keizer’ (daijō-tennō, 太上天皇). Daartoe liet hij zijn lievelingszoon adopteren door een keizerlijke prins om hem vervolgens op de troon te zetten. Net voor de realisatie van het plan overleed hij schielijk.

De hang naar een aristocratische en zelfs ‘regale’ levensstijl was een constante in Yoshimitsu's leven. We vermeldden reeds de bouw van zijn Bloemenpaleis. De inhuldiging ervan ging gepaard met grote feestelijkheden, met als climax de schenking door de keizer van speciale titels aan de gunstelingen van de shōgun. Hij kleedde zich als een hoveling, leefde als een hoveling en nam zelfs de verchineeste titel Kubō 公方 aan. In dit licht dient ook zijn ‘troonsafstand’ gezien te worden, omdat hij kennelijk de voorkeur gaf aan de hoogste civiele post, die van kanselier, boven de hoogste militaire. De enige bushi die voor hem ooit die post bekleed had was Taira no Kiyomori.

In 1408 nodigde hij de keizer en alle hooggeplaatste civiele ambtenaren (hovelingen) uit naar zijn monastieke residentie in het noordwesten van Kyōto, gekend als het Gouden Paviljoen (kinkaku 金閣). Tijdens het feest gedroeg hij zich als de gelijke van de keizer, terwijl zijn lievelingszoon op de plaats van de keizerlijke prinsen zat, dus op een niveau boven de hovelingen en de keizerlijke regent (kanpaku). Om zijn bloedarme schatkist te spijzen bevorderde hij ook actief de handel met Míng 明-China. In 1401 knoopte hij officiële betrekkingen aan met het keizerlijk hof van de Míng en naar aanleiding hiervan kreeg hij de titel van ‘koning van Japan’ van de Míng-keizer. Yoshimitsu was gretig hem te aanvaarden, ofschoon dit in het Chinees perspectief betekende dat de shōgun een vazal was van de Chinese keizer. In de praktijk had dat geen enkele betekenis. Het verhoogde alleen zijn prestige in het binnenland.

De politieke redenering achter dit streven naar keizerlijke status was dat het bakufu inherent zwak was zolang het gesteund was op het wankele machtsevenwicht tussen de verschillende shugo-daimyō. Behoud van het evenwicht vergde voortdurende waakzaamheid en politiek gemanoeuvreer. Alleen door het bakufu met het keizershuis te vereenzelvigen zou zijn macht een rotsvaste fundering krijgen. Yoshimitsu zag die identificatie zeer letterlijk want hij poogde noch min noch meer het shogunaat en het keizerschap te verenigen in één en dezelfde fysieke persoon. Zijn dood heeft dat echter verhinderd.


Hoofdstukken Syllabus tot 1868
tot 645| 645-784| Heian| Kamakura| Muromachi| Eenmaking | Edo