Yokohama Mainichi Shinbun

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken
Een foto van een krant door Yokohama Mainichi Shinbun.

Yokohama mainichi shinbun(横浜毎日新聞) is Japan haar eerste dagelijkse, in het Japans geschreven krant. In 1871 werd ze opgericht door Izeke Moritome, de gouverneur van de Kanagawa Prefectuur(神奈川県).

De krant is later geëvolueerd tot een politiek nieuws orgaan van de “Freedom and Peoples Rights Movement” (Jiyu Minken Undo; 自由民権運動).

In het jaar 1879 is de krant overgenomen door Numa Morikazu (沼間守一). Deze bracht de yokohama mainichi shinbun naar Tōkyō, waarna ook de naam een beetje veranderde. Vanaf dan staat ze bekend als de Tōkyō-Yokohama mainichi shinbun (東京 横浜毎日新聞). Met deze naam kreeg ze een reputatie: ze trok vooral de publieke aandacht door het drukken van verdachte overheidsdeals in Hokkaido.

Later is de naam van de krant nog een paar keer veranderd in 1886 naar Mainichi shinbun (毎日新聞), in 1906 naar Tōkyō Mainichi shinbun (東居毎日新聞) en in 1940 werd deze opgenomen bij de Teito nichinichi.

Izeke Moritome

Hij was de gouverneur van de Kanaga-prefectuur (神奈川県) in het begin van de Meiji-Periode. Bovendien is hij in 1871 begonnen met de eerste Japanstalige krant; "De Yokohama mainichi shinbun", wat letterlijk betekend "de dagelijkse krant van Yokohama".

Itagaki Taisuke (板垣 退助)

Voor het hoofdartikel zie Itagaki Taisuke

Itagaki Taisuke was een politieker in de Meiji-periode. Hij was de leider van de “Freedom and People’s Rights Movement” en de oprichter van de eerste Japanse Partij, de “Jiyuto”.

Hij werd geboren in een samoerai familie in Kochi (高知市) in 1827. Na zijn studies in Kochi en Edo werd hij dankzij de hulp van de Daimyo aangeduid als domein officier. In 1861 werd hij overgeplaatst naar de Edo Residentie van de Daimyo van Tosa, om zich daar bezig te houden met militaire zaken. Kort voor de Meiji-Periode (in 1868) ontmoete Itagaki Taisuke Saigō Takamori ( van het Sastuma Domein). Samen brachten ze het Tokugawa Shogunaat (1603-1867) ten val. In februari van 1867, vocht Itagaki tegen de troepen van het Shogunaat in de Boshin Civile Oorlog, en werd hierdoor een machtige leider.

In 1969 kwam hij bij het nieuwe bestuur van Tōkyō. Zo geraakte bij enkele belangrijke zaken betrokken, zoals de creatie van Prefecturen. Wanneer dit bestuur weigerde om een expeditie naar Korea te sturen in 1873, verlaten Itagaki en Saigo, de partij. Samen met enkele anderen (Gotō Shōjirō, Etō Shimpei, Soejima Taneomi) richtte hij daarna de Aikoku Koto in Tōkyō op. In januari van 1874, gaven ze toe aan de Tosa Memorial ( Minsen Giin Setsuritsu Kempakusho). Dit document markeerde het begin van de Freedom and People’s Righs Movement, een beweging voor het hele land voor de mensenrechten, overal op centrale plaatsen in de Japanse politiek terug te vinden. Gebaseerd op samoerai ideeën en het westerse liberalisme konden Itagaki en zijn medewerkers een aantal organisaties oprichten, onder meer Risshisha (een Zelf-Hulp Organisatie in 1874) en de Aikokusha, 愛国社 (in 1875).

Op de Ōsaka Conferentie in 1875, gaf het bestuur Itagaki de kans om Sangi (Counciller) te worden, maar na amper een klein jaar gaf hij dit al op voor de macht in de Dajokan.

In 1880 kreeg de Aikokusha een andere naam, namelijk de Kokkai Kisei Domei (国会期成同盟). In oktober 1881 vormde Itagaki samen met enkele anderen de eerste Japanse Politieke Partij, de Jiyuto (een Liberale Partij). Maar door een repressie in het bestuur en door een groeiende onenigheid binnen de partij viel deze langzaam uiteen. Toch werd ze herziend in 1890, ondertussen is ze ook van naam veranderd naar de Rikken Jiyuto.

In 1898 konden Shigenobu, 大隈 重信, en volgers van Itagaki de 2 partijen met succes verenigen, zo ontstond er 1 partij de Kenseito (een constitutionele Partij). Itagaki diende deze als “Home Minister”, maar na enkele maanden brak de coöperatie tussen de 2 partijen. Hierna trok Itagaki zich terug uit de politiek en bracht de rest van zijn leven door met schrijven.

Numa Morikazu (沼間守一)

Numa Morikazu.

Numa Morikazu werd geboren in Edo (江戸), op 2 december 1843. Hij was een goede student, en leerde in Yokohama Engels en later zette hij zijn studies verder in Nagasaki (長崎市), in westerse militaire wetenschap. In 1867 werd hij hohei-gashira nami(兵頭並, we zouden dit kunnen zien als een soort Luitenant van het leger) van een elite Denshūtai eenheid. In de Boshin Oorlog vocht hij mee met de Tokugawa-Clan.

Daarna heeft hij een tijdje in de gevangenis gezeten. Maar hier kwam hij snel uit door de hulp van Itagaki Taisuke, voor eerder bewezen diensten. Aangezien hij westerse militaire wetenschap gestudeerd had werd hij door de nieuwe Meiji gouvernement aangenomen als infanterie instructeur voor het Tosa Domein (土佐藩). In Tōkyō (東京) onderwees hij in die periode ook Engels. Onder zijn studenten zaten Takamine Hideo en Shiba Shiro, de zonen van Aizu (会津) samoerai die later vrij bekende academici werden.

In 1872 kwam Numa Morikazu bij het financiële ministerie binnen, en wat later werkte hij bij het Ministerie van Justitie. Samen met Itagaki Taisuke en Kono Togama richtte hij De Liberale Partij op (in 1873). Daarna werd hij weggestuurd om de situatie in de Sakata, een stad in de Tohoku Regio, in de Yamagata Prefectuur, te bestuderen.

Wanneer het overheidsbeleid het Recht op Vrije Meningsuiting beperkt, gaat hij daar helemaal niet mee akkoord. Hij besluit in 1879 om Genrōin (元老院)te verlaten en al zijn energie in de "Freedom and People's Rights Movevent" te steken. Hierna nam hij de Yokohama Mainichi Shinbun over en reorganiseerde deze tot de Tōkyō-Yokohama Mainichi shinbun. Aan de hand van dit medium supporterde hij liberale ideeën. Hierdoor probeerde hij een stichting van een nationale vergadering te verkrijgen. Samen met Okuma Shigenobu (大隈 重信) ging hij in 1881 bij de Rikken Kaishinto. Tegelijkertijd, vanaf 1882, stond hij aan het hoofd van de Tōkyō Prefectural Assembly.

In 1890, op 17 Mei , overleed Numa Morikazu.

Freedom and People's Rights Movements (自由民権運動: Jiyu Minken Undo)

Jiyu Minken Undo

Een politieke beweging verspreid over het hele land, vanaf het begin van de Meiji-periode (1868-1912), bestaande uit Samoerai (Shizoku) en burgers (Heimin). Hun voornaamste doel was het reformeren van een nieuw Meiji Bestuur zoals de westerse democratische lijnen.

Achtergrond

We kunnen de opsplitsing van de Dajokan (grote staatsraad) van oktober 1873, door het Korea incident, zien als het begin van het bestaan van deze beweging. De verliezende partij in het Korea debat zorgde voor een leiderschap van de beweging van de vrijheden en de rechten van de mens.

Van het Korea-Debat kunnen we al wortels terugvinden vanaf de Meiji restauratie in 1868 (明治維新, Meiji ishin). In die periode werd het leiderschap van de krachten tegen de Tokugawa gedomineerd door een aantal jongere samoerai van het Choshu domein en het Satsuma domein. Onder hun waren bijvoorbeeld Yamagata Aritomo en Ito Hirobumi, twee chushi loyalisten, en Saigo Takamori en Okubo Toshimichi,twee grootheren van Satsuma. Ook zaten er enkele bij met minder invloed van het Saga domein en het Tosa domein, onder andere Ōkuma Shigenobu en Ēto Shimpei, van het Saga domein, en Itagaki Taisuke en Gotō Shōjirō, van het Tosa domein.

Iedereen van de Choshu-Satsuma regio, op de generaal Saigo Takamori na, was voor een non-expansie in Korea. Omdat ze dachten dat dit een negatieve invloed zou hebben op de nu al schaarse grondstoffen van dat land, die vrij belangrijk konden zijn voor internationale ontwikkeling. Maar aan de andere kant zei men dat een oorlog met Korea een nationaal prestige plus een restauratie van de eer van de vroegere samoerai klasse kon betekenen. Wanneer de Dajokan besloot voor het Choshu-Satsuma akkoord te gaan, verlieten Itagaki, Eto, Gotō en anderen van de Saga en Tosa Regio samen met Saigo het bestuur.

Vroege Organisatie

De verliezers van het Korea-Debat probeerde via verschillende technieken om hun verloren politieke macht terug te winnen. Eto Shimpei (1874) en Saigo Takamori (1877) stelden een gewapende opstand voor, maar beide werden neergeslagen door de bendes van de Sastuma en de Choshu generaals (Saga en Sastuma Rebellie).

Itagaki Taisuke en Gotō Shōjirō organiseerde lokale politieke partijen die de liberale ideologie, Power-Sharing voorstelde aan de Sastuma-Choshu leiders. Deze strategie werd ontwikkeld in een politieke beweging van nationale proporties, the Popular Rights Movement.

In het begin van haar (the popular Rights Movement) bestaan waren Itagaki’s creaties gebaseerd in Tosa en werden ze uitgevoerd door samoerai’s, zoals hijzelf. Een van die eerste organisaties opgericht door Itagaki en enkele andere samoerai’s had de naam Aikoku Koto (Publieke partij voor de Patriotten) op 12 januari 1874. Haar voornaamste filosofie was de doctrine van de natuurrechten en haar primaire politieke doel was het vormen van een populaire representatie in het bestuur. Op 17 januari ontstond de Tosa Memorial. Dit omvat het vastleggen van een nationale, representatieve bijeenkomst. Maar toch was deze partij nog voornamelijk een elite partij. Volgens Itagaki was een Populaire representatie een bestuur gekozen door een zeer exclusieve elite van samoerai, hooggeplaatste kooplui en landheren. Dit droeg bij dat vele scholieren een nieuw soort opriepen, de Joryu Minken of Shizoku Minken (Upper-class of Former-Samoerai Popular Roghts).

Itagaki had daarnaast nog andere elite organisaties, zoals de Risshisha (een groep om zichzelf te leren helpen). Deze werd opgericht in april 1874 in het Tosa domein. Gedurende de late 1870 vormden jongere samoerai van in de omgeving een ‘Rissisha-School’ en keerden ook naar andere prefecturen om daar ook zo’n organisaties, zoals in Tosa, op te richten.

Op 22 februari 1875 nodigde de Risshisha de leidende samoerai van politieke partijen uit naar een conventie in Osaka, met als doel een National Popular Rights Oranisation op te richten en hoe ze deze zouden kunnen besturen. Hieruit vloeide dan de Aikokusha uit voort (Society for Patriots). Ondanks haar ‘geboorte’ vonden Okubo Toshimichi en Ito Hirobumi dat Itagaki terug bij het bestuur moest gaan. Maar vanaf het moment dat Itagaki dit deed, stortte de Aikokusha (nu zonder leider) in. Dus al snel verliet Itagaki het bestuur op 27 oktober 1875. Toch bleef de Risshisha voortbestaan, ook wanneer Itagaki in het bestuur zat, en het werd meer en meer democratisch, zoals de Kataoka Kenkichi en de Ueki Emori. Ze begon ook meer relaties te vormen met andere Popular Rights Organisation in andere Prefecturen.

Groei van Lokale Populair Richts Societies

Eerst was er de Aikokusha, opgericht door Itagaki. Deze is dan ingestort. Toch begonnen ze in April 1878 om deze terug tot leven te wekken, en in een generale conventie in september 1878 en in maart 1879 werden er al 18 prefecturen gerepresenteerd door zo’n 21 regionale politieke partijen. In 1880 groeide dit alleen maar aan, tot er zo’n 150 lokale verenigingen bestonden. De grote baas over al deze verenigingen kunnen we benoemen als de “Establishment of a National Assembly” (Kokkai Kaisetsu). Dit is een soort van Parlement.

In de “League for Establishing a National Assembly” (Kokkai Kisei Domei) zaten zo’n 96 900 mensen van ongeveer 114 delegaties. Zij probeerden in maart 1880 deze organisatie te steunen. Op de 2e bijeenkomst in november 1880 waren er zo’n 130 000 mensen van 64 delegaties aanwezig, ook nog van andere Local Populair Rights Societies.

De opkomst van Partijen

In oktober 1881, besliste Okuma Shigenobu om uit het bestuur te stappen, omdat ze een Constitutioneel bestuur wouden oprichten. De dag nadat Okuma Shigenobu het bestuur verliet, werd bekend gemaakt dat er binnen 9 jaar een National Assembly zou worden gevormd. De Jiyuto, Japan haar eerste politieke partij, werd gevormd op 29 oktober 1881. De lokale politieke verenigingen waren hiervan de basis. Niet lang na de oprichting van de Jiyuto, vormden Okuma Shigenobu en enkele van zijn volgers de Rikken Kaishintō 立憲改進党, (een Constituional Reform Party, vooral Kaishinto genoemd).

Ondergang van de Populair Rights Movement

Tussen 1992 en 1884, een economische depressie door een bestuurspartij, kwamen er steeds vaker incidenten voor in de Fukushima, Gumma, Ibaraki, Saitama en andere Prefecturen. Ondanks het feit dat deze incidenten fel van elkaar verschilden (onder andere qua grootte, tactieken, …), waren ze toch allemaal ongeveer georganiseerd rond de Jiyuto leiders. Tegen de verschillende incidenten reageerde het Meiji-bestuur zeer agressief. Door die militaire en politie kracht tegen de rebellen werden er zo een honderdtal leiders gevangen genomen en enkelen zelfs geëlimineerd. Dit zorgde voor limieten op spraak en publicatie. Het grootste gevolg vond plaats op 29 oktober 1884, toen werd de Jiyuto ontbonden. Okuma Shigenobu volgde zo’n twee maanden later ook.

Onder leiding van Gotō Shōjirō werd er in 1880 geprobeerd om de ontbrekende elementen van de beweging bij elkaar te krijgen in de Daido Danketsu Movement (een beweging voor de gelijkdenkers). Maar ook deze poging was slechts van korte duur door de Peace Preservation Law van 1887 (Hoan Jorei). Deze wet forceerde de politieke oppositie tot een interne ballingschap.

De doodssteek voor de Popular Rights Movement kwam er in 1889 met de Constitution of the Empire of Japan in 1889.

Genrōin (元老院)

Kamer van de Ouderen vergelijkbaar met een Senaat.

Opgericht in 1875 als een deel van het Dajokan Systeem dat volgde uit de Conferentie van Osaka in 1875. De Genrōin verving de Sain ( de Kamer van Rechts) en was verantwoordelijk voor het nakijken van de wetten. Toch had ze geen macht om wetten te veranderen. Haar leden, theoretische gezien door de Keizer aangeduid, kwamen uit de hogere klassen van de bevolking: Upper-Class Bureaucraten, Hoger Geschoolden,…. De Sadaijin, 左大臣 (Minister van Links) en de Udaijin, 右大臣 (Minister van Rechts) waren er ook bij. In 1876 werd de Genrōin verplicht een constitutie op te maken. Deze constitutie, de Nihon Kokken An, werd in 1880 voltooid, maar deze werd door de bestuursleiders (Ito Hirobumi en Iwakura Tomomi) geweigerd omdat ze te liberaal waren. In 1890 ontbond de Genrōin door een formatie met "the Imperial Diet” (国会, kokkai).

Ondanks haar korte bestaan, stond de Genrōin toch bekend voor een vroege poging van het Meiji bestuur om de machten te scheiden.

Tōkyō-Yokohama mainichi shinbun (東京ー横浜毎日新聞)

In 1906 veranderde men de naam van Yokohama mainichi shinbun naar de Tōkyō-Yokohama Mainichi Shinbun.

Dit gebeurde door Numa Morikazu. Hij had de krant overgekocht aangezien hij aangesloten was bij de "Freedom and People's Rights Movements". Later gebruikte hij de krant dan om zijn liberale ideeën tot de bevolking te kunnen richten. Op deze manier probeerde hij dan ook nog een stichting van een nationale vergadering erdoor te krijgen.

Bronnen

Site

Wikipedia
Geschiedenissite
Google

Boeken

• Louis Frédéric, Le Japon (Parijs, 1996)
• Dr. Van de Walle W., Een geschiedenis van Japan: Van Samuraitot soft power (Leuven, 2007)
• Kim Il Sung , Réponses aux questions posées par le rédacteur en chef du journal Japonais Mainichi Shimbun. Le 19 avril 1991 (1991)

Cursussen

• Dr. Van de Walle, W., Geschiedenis van Japan na 1868 (Leuven, 2006)

De inhoud van deze pagina is beschikbaar onder CC-BY-SA/GFDL.