Aritomo Yamagata (山縣 有朋)

Uit GeschiedenisJapan

Yamagata Aritomo

Yamagata Aritomo[1] 山縣有朋 leefde van 1838 tot 1922, en was afkomstig uit Chōshū 長州藩. Hij was commandant in de Bōshin-oorlog 戊辰戦争, commandant van de Konoehei 近衛兵 (keizerlijke garde), commandant in de Eerste Sino-Japanse Oorlog, vice-minister, minister van het leger, hoofd van de Japanse Militaire Staf, raadslid, Minister van Binnenlandse Zaken, generaal, en twee keer premier van Japan. Ook had hij de titels van hertog en prins.

Inhoud

Jeugd

Yamagata Aritomo groeide op in Chōshū[2] als zoon van een samurai van lagere rang. Hij ging naar Yoshida Shōin's[3] Shōka sonjuku 松下村塾(“school onder de dennen”).

Militaire carrière

Bōshin-oorlog 1868-1869

De Bōshin-oorlog was een gewapend conflict tussen de aanhangers van het bakufu[4] 幕府 enerzijds, en de aanhangers van de keizer anderzijds. Yamagata was commandant in het keizerlijke leger. Deze oorlog betekende de val van het Tokugawa-shogunaat en was het begin van de Meiji-restauratie.

Satsuma-rebellie 1877

Als luitenant-generaal en Oorlogsminister commandeerde hij regeringstroepen tijdens het bestrijden van de samurai die in opstand kwamen tijdens de Satsuma-rebellie 西南戦争.

Militaire modernisering

Buitenlandse modellen voor het Japanse leger

In 1869 werd de modernisering van het leger op dreef gebracht door Ōmura Masujirō[5] 大村益二郎. Hij heeft ondermeer het verbod op het dragen van zwaarden en de dienstplicht ingevoerd. Hij heeft ook de kleine samurai-milities in de leendomeinen afgeschaft. Hiervoor werd hij vermoord, want velen waren niet opgezet met zijn ideeën. Uiteindelijk slaagde Yamagata er wel in om Ōmura's ideeën te realiseren.

In het kader van de modernisering van het leger ging Yamagata in 1869 voor zes maanden naar het buitenland, samen met Saigō Tsugumichi[6] 西郷従道 onmiddellijk na de val van het Tokugawa bakufu, om er kennis op te doen van buitenlandse militaire modellen. Toen hij naar Japan terugkeerde werd hij aangesteld als assistent vice-minister van Militaire Affaires in 1870.

Voor de zeemacht maakte Japan gebruik van het Engelse model, voor de landmacht werd eerst het Franse model gebruikt. In de jaren 1880 schakelde men voor de landmacht over naar het Duitse model. Dit gebeurde voor het grootste deel onder het leiderschap van Katsura Tarō[7] 桂太郎, die bijna acht jaar in Duitsland had gewoond. Na de dood van Saigō Takamori[8] nam de invloed van Chōshū op het leger sterk toe, terwijl bij de zeemacht Satsuma nog de meeste controle had.

Dienstplicht

Yamagata werd in 1873 Minister van Oorlog en voerde de dienstplicht 徴兵令(Chōhei Rei) in. Hij had al ervaring met het commanderen van samurai van verschillende rang en was van mening dat ook boeren goede en nuttige strijdkrachten zouden zijn. “Alle burgers soldaat” 国民皆兵 (kokumin kaihei) dus. Hij zag de dienstplicht ook als een vorm van opvoeding die goede burgers voortbrengt.

Toen de dienstplicht voor het eerst werd ingevoerd, liet die vrijstelling toe voor : degenen die meer dan 270 yen belastingen konden betalen, eerstgeboren zonen, gezinshoofden, overheidsambtenaren en studenten. Iedereen die hieraan niet voldeed, man en 20 jaar was, moest verplicht deze dienst vervullen. Dit zorgde er uiteindelijk voor dat vooral arme en ongeschoolde mensen hun dienstplicht moesten vervullen, meestal waren dit dus boerenzonen. Natuurlijk kwamen er hier rellen van en probeerde men op allerlei manieren te ontkomen aan deze dienstplicht.

Keizerlijk Edict aan Soldaten en Matrozen

De keizer werd geassocieerd met vrede en was gescheiden van het leger, maar in de jaren 1880 kwam daar verandering in. Zijn rol in het leger werd belangrijker gemaakt en het keizerlijke leger en de marine werden bezit van de keizer. Hij had op militair vlak een machtiger positie gekregen, maar toch moest hij die macht delegeren naar militaire professionals. Deze professionals vormden samen de Militaire Staf, waar Yamagata Aritomo hoofd van was.

In 1882 schreef de keizer het Keizerlijk Edict aan Soldaten en Matrozen 軍人勅諭 (Gunjin Chokuyu). In dit edict stonden de ethische codes voor het militair personeel. Dit edict moesten ze gehoorzamen en van buiten leren. Dit keizerlijke edict werd op 4 januari van 1882 in het keizerlijke paleis persoonlijk door de keizer gepresenteerd aan Yamagata. Deze daad moest de goede relatie tussen de keizer en het leger symboliseren. Dit edict stelde dat het militair personeel volledig trouw aan de keizer moest zijn. Het verbood het personeel ook om zich bezig te houden met politiek of om zich te laten beïnvloeden door meningen uit de kranten. Dit stond in dit edict omdat Yamagata een heel negatief beeld had van de democratie in het algemeen.

Politie

Yamagata Aritomo vond de politie een heel belangrijk element van de Japanse staat. Zo werd in 1881 de Kempeitai (憲兵隊) opgericht, de gendarmerie[9] van het keizerlijke leger die tot 1945 bestond.Boven de gewoonlijke militaire plichten, kon deze gendarmerie boeken censureren die verkrijgbaar waren in het leger.

Yamagata’s aandacht werd in de jaren 1880 ook gevestigd op het Duitse politieke en wettelijke model. Hij liet een Duitse adviseur komen, waarna hij de nadruk legde op training van gendarmeres. Er werden zo instellingen opgericht in iedere prefectuur. Yamagata heeft dan het politiesysteem uitgebreid van het centrum van Japan tot het platteland. De politieposten groeiden van 3.068 agenten in 1885, naar 11.357 agenten vijf jaar later. De politie was groter geworden en meer verspreid over het land.

Yamagata heeft ook de macht van de politie op andere manieren versterkt. Zo moesten mensen die wilden vergaderen altijd een lijst van namen, reden van de vergadering en andere details verplicht geven aan de politie. In 1887 was een verordening van de vredeshandhaving van kracht, die iedereen die in de ogen van Yamagata politieke herrieschoppers waren, uit Tokio kon sturen. Yamagata, de Minister van Binnenlandse Zaken, verbood nu alle geheime gemeenschappen en groeperingen. Hij kon iedere vergadering stopzetten. Hij kon zelfs, door middel van de wetten betreffende de openbare orde, iedereen die de openbare rust zou kunnen verstoren, verbieden om zich ooit nog in een straal van 12 km rond het keizerlijke paleis te bevinden. Op 26 december 1887 werden zo 540 politici verbannen.

De Eerste Sino-Japanse Oorlog 1894-1895

In 1894 brak de Eerste Sino-Japanse oorlog uit, een conflict dat draaide om Korea. Yamagata was commandant tijdens deze oorlog en leidde samen met Ōyama Iwao[10] 大山巌 het Japanse leger dat Mantsjoerije en het schiereiland Shāndōng veroverde. Dit was een heel belangrijke verovering voor Japan : hierdoor waren ze dichter gekomen bij Peking, waardoor ze uiteindelijk China overwonnen. Yamagata was commandant tijdens deze oorlog, tot hij ziek werd en dus niet meer in staat was om een leger te commanderen. Toen hij weer hersteld was, was hij Oorlogsminister voor de rest van de oorlog.

De Russisch-Japanse Oorlog 1904-1905

Op het eind van de 19e eeuw was Rusland bezig haar macht aan het uitbreiden richting China en Korea. Omwille van de ijsvrije havens waren deze voor Rusland heel interessant. Voor Japan waren deze gebieden vooral interessant omwille van de grondstoffen.

Japan had een verdeelde houding tegenover de machtsuitbreiding van Rusland. Enkele politici wilden verzoenen met Rusland: Nichi-Ro teikei-ron 日露提携論. De politici die hier tegen waren, waaronder ook Yamagata Aritomo, vonden dat toegevingen ervoor zouden zorgen dat Rusland nog meer macht zou willen verwerven. Ze vreesden vooral voor Korea. Met de bedoeling geen conflict te creëren sloten Japan en Rusland op 9 juni 1896 het Yamagata-Lobanov akkoord (Yamagata-Robanofu Kyōtei 山縣・ロバノフ協定), genoemd naar de ondertekenaars Yamagata Aritomo en Russisch Buitenlands Minister Aleksei Lobanov-Rostovski Лобанов-Ростовский. Ondanks dit akkoord bezette Rusland uiteindelijk toch Mantsjoerije. Hierop zond Japan een protestnota naar Rusland in 1901 tegen de bezetting van Mantsjoerije.

In 1902 gaf Rusland de macht over Mantsjoerije terug aan China. Hoewel Rusland deze toegave had gedaan, bleef het toch nog haar macht uitbreiden. Uiteindelijk resulteerde dit in de Russisch-Japanse oorlog.

Politiek carrière

Yamagata stichtte de Militaire Staf en was er ook hoofd van. In 1885 voegde hij bij zijn titel van hoofd van de Militaire Staf nog een titel: Minister van Binnenlandse Zaken. Het was het moment waarop er vele institutionele veranderingen plaatsvonden binnen de Japanse overheid en politici uit voornamelijk Chōshū en Satsuma vele cruciale posities gingen innemen.

Yamagata, afkomstig uit Chōshū, kreeg dus de post van Minister van Binnenlandse Zaken 内務大臣 (naimudaijin) toegewezen. Binnen deze post hield hij zich vooral bezig met instellingen in verband met het lokale bestuur en een politiesysteem op nationaal vlak. De oorzaak hiervan ligt in het feit dat de macht van de Beweging voor Vrijheid en Burgerrechten sterk aan het toenemen was en het volk op het platteland belastingen weigerde te betalen omwille van de Matsukata deflatie.

Instellingen die deze ontevredenheid konden tegenhouden waren volgens Yamagata dus nodig. De manier waarop Yamagata het lokale bestuur gestructureerd had, had heel wat weg van zijn militaire aanpak : controle, orde en eenheid waren waar hij naar streefde.

Eerste Yamagata-kabinet 1889-1891

In 1888 reisde Yamagata door Europa om andere systemen van lokaal bestuur te bestuderen, om dan op 24 december 1889 zijn eigen kabinet voor de eerste keer te vormen. Hij was toen de derde premier van Japan. Hij was toen ook Minister van Binnenlandse Zaken 内務大臣(naimudaijin). Het einde van het kabinet was op 6 mei 1891.

Tweede Yamagata-kabinet 1898-1900

In 1896 vertegenwoordigde hij Japan bij de kroning van Tsaar Nicholas II te St. Petersburg, dan werd hij gepromoveerd tot veldmaarschalk en ging op 8 november 1898 het tweede kabinet van Yamagata Aritomo van start. Bij dit kabinet, in tegenstelling tot Yamagata's eerste kabinet, was er een duidelijk geminderd transcendentalisme[11]. De politieke partij Kensei-tō 憲政党 sloot zich aan bij Yamagata.

Tijdens deze regering werd een belastinghervorming doorgevoerd. In 1899 werd er ook voor gezorgd dat politici moeilijker, maar eerlijker tot ambtenaar werden benoemd. Yamagata zorgde er voor dat iedere Minister van Oorlog wel degelijk een militair zou zijn, bijgevolg kreeg het leger meer macht in de regering. Men kon op elk moment de regering doen vallen door de minister te laten aftreden. Dit en ook de politiewet Chain Keisatzu Hō 治安警察法 die werd ingevoerd, versterkten de positie van Chōshū in de regering. Tijdens dit kabinet kwam er een tweede industriegolf op dreef en werd de Russisch-Japanse Oorlog uitgevochten.

Op 19 oktober 1900 eindigde dit tweede Yamagata-kabinet. Hij werd opgevolgd door Itō Hirobumi met zijn Associatie van Politieke Vrienden voor een Constitutionele Regering Rikken seiyū-kai 立憲政友会.

Genrō

Yamagata Aritomo werd lid van de Genrō 元老 in 1889. Dit was een groepje politici die belangrijk waren tijdens de Meiji-restauratie. Hun taak bestond erin om de keizer raad te geven, het binnen- en buitenlands beleid te bepalen en de Eerste Minister aan te stellen. Deze beïnvloedden ook de manier waarop de regering moest omgaan met het parlement. Zo kondigde Yamagata aan dat de regering boven de politieke partijen in het parlement moest staan en dat het parlement voor wetgeving en de nodige financiering moest zorgen.

Yamagata Aritomo's hobby's

Murinan tuin

Murinan tuin

Yamagata was een liefhebber van Japanse tuinen. Hij heeft er zelf een ontworpen. Zo heeft hij de Murinan tuin in Kyōto ontworpen. Deze tuin hoorde bij Yamagata’s villa Murinan, die nabij de Nanzenji 南禅寺 zen tempel werd gebouwd.

Poëzie

Yamagata Aritomo zou ook poëzie geschreven hebben. Zijn gedichten zouden meestal gebaseerd zijn op zijn eigen carrière.

Voetnoten

  1. In Japan komt meestal eerst de familienaam, daarna de voornaam
  2. Chōshū bevindt zich in het Honshū-eiland van Japan, en heet nu eigenlijk Nagato 長門.
  3. Deze leraar en samurai leefde van 1830 tot 1859.
  4. Dit is de Japanse term voor het shogunaat.
  5. Deze man was ook belangrijk voor de militaire modernisering. Hij leefde van 1824-1869.
  6. Saigō Tsugumichi was een politicus en marineleider.
  7. Katsura Tarō was generaal, politicus en drie keer premier. Hij leefde van 1848 tot 1913.
  8. Deze man is beter gekend als "de laatste samurai", en was tevens ook de broer van Saigō Tsugumichi . Hij leefde van 1828-1877.
  9. De Kempeitai is een gendarmerie omdat het een politiemacht is naar Frans model.
  10. Deze veldmaarschalk leefde van 1842 tot 1916.
  11. Dit wil zeggen dat dit kabinet zich meer verantwoordde voor haar beslissingen tegenover de volksvertegenwoordigers.

Bronnen

  • Dupuy, Trevor N., Curt Johnson en David L. Bongard. The Harper Encyclopedia of Military Biography. New York: HarperCollins Publishers, 1992.
  • Jansen, Marius B. The Making of Modern Japan. Cambridge: The Belknap Press of Harvard University Press, 2000.
  • McDonald, J. Kenneth. “Review: Yamagata Aritomo in the Rise of Modern Japan -Annals of the American Academy of Political and Social Science: The Nation's Health: Some Issues, nr.399 (1972):187-188.
  • Vande Walle, Willy. Een Geschiedenis van Japan: Van Samurai tot Soft Power. Leuven: Uitgeverij Acco, 2007.