Wetenschappelijke ontwikkelingen

Uit GeschiedenisJapan

Menswetenschappen

Na de Britse en Franse invloed begon er nu meer belangstelling te komen voor het Duitse Idealisme. Als verspreider van het Duitse gedachtengoed verdient vooral de Duitse hoogleraar Raphael Koeber (1848-1923) vermelding, die aan de Keizerlijke Universiteit van Tōkyō doceerde, en de Japanner Inoue Tetsujirō 井上鉄次郎. De meest oorspronkelijke filosoof was Nishida Kitarō 西田幾太郎(1870-1945), hoogleraar aan de Keizerlijke Universiteit van Kyōto, die in 1911 Zen no kenkyū ('Een studie over het goede') publiceerde, waarin hij een synthese van oosterse en westerse wijsheid probeerde te maken. Hij lag aan de basis van de zogenaamde Kyōto-school.

Geschiedschrijving en antropologie ontwikkelden zich vooral onder impuls van de Duitser Riess en de Amerikaan Edward S. Morse. Deze laatste was een zoöloog, die in Japan de antropologie introduceerde. In de geschiedschrijving werd de benadering van de traditionele kronieken vervangen door een positivistisch georiënteerde werkwijze. De eerste Japanners die zich verdienstelijk maakten, waren Shigeno Yasutsugu 重野安繹 en Kume Kunitake 久米邦武, die aan het Instituut voor Geschiedschrijving van de Universiteit van Tōkyō een nieuwe geschiedenis van Japan samenstelden: de monumentale Dai-Nihon hennen-shi 大日本編年史. Kume moest een schitterende carrière afbreken vanwege een artikel over shintō, waarin hij de shintō-rituelen als een folkloristisch en bijgelovig anachronisme bestempeld had. Hij mag beschouwd worden als de grondlegger van de historische kritiek, de bronnenstudie en de paleografie in Japan. De coryfee van de eerste wetenschappelijke geschiedschrijving over China was Naka Michiyo 那珂通世. Het werk van de Boissonade en Roesler vormden de basis voor hervormingen in de studie van de Rechten. Dankzij de grote inspanningen van Japan in dit domein, traden enkele Japanse juristen op de voorgrond: Tomii Masaaki 富井政章, Ume Kenjirō 梅謙次郎, beiden specialist in het Franse recht, en Hozumi Nobushige 穂積陳重, een kenner van het Britse recht. Zij maakten deel uit van de studiecommissie die het burgerlijk wetboek opstelde.

In de economische wetenschappen was aanvankelijk het Engelse liberalisme toonaangevend, maar halfweg de Meiji-periode werd deze benadering overvleugeld door Duitse protectionistische theorieën. Ook het marxisme deed zijn intrede in Japan als economische wetenschap.

Anesaki Masaharu 姉崎正治 verrichtte baanbrekend werk in de godsdienstwetenschappen door zijn studie over de eerste christenen in Japan. Bekendheid verwierf ook Inoue Enryō, een boeddhistisch filosoof, die zich ook met theologische vraagstukken bezighield maar het christendom veroordeelde omwille van "onwetenschappelijke" principes.

Positieve wetenschappen

Om een militair sterke en economisch welvarende staat uit te bouwen, was de vooruitgang van het positief-wetenschappelijke onderzoek een conditio sine qua non. Om het proces zo snel mogelijk te laten verlopen, deed men van meet af aan beroep op buitenlandse specialisten en instructeurs. Onderwijs en onderzoekscentra schoten als paddestoelen uit de grond. Zij vormden wetenschappers die internationale bekendheid verwierven.

De Duitsers Theodor Eduard Hoffman (1837-1894) en Erwin von Bälz (1849-1913) en de Nederlander Guido Verbeck (1830-1890) hebben een belangrijke rol gespeeld als onderwijzers van de jonge natie. De eerste Japanse wetenschapper van wereldformaat was de bacterioloog Kitazato Shibasaburō 北里柴三郎 (1852-1931), die bij de Duitser Robert Koch studeerde en samenwerkte met von Behring aan een tetanusvaccin. In 1894 ontdekte hij de bacil van de builenpest en in 1898 de bacil die dysenterie verspreidt. In 1914 stichtte hij het Kitazato Onderzoeksinstituut, dat de bakermat van de Japanse bacteriologie werd. Een van zijn leerlingen was Shiga Kiyoshi 志賀潔 (1870-1957), die studeerde bij de Duitse geleerde Paul Ehrlich en een belangrijke bijdrage leverde aan de ontdekking van de bacillen die melaatsheid en tyfus veroorzaken.

Aan de ontwikkeling van de natuurwetenschappen in Japan leverde de Duitse geoloog Edmund Naumann (1850-1927) een belangrijke bijdrage. Internationaal hoog geacht was de Japanse fysicus Tanakadate Aikitsu 田中舘愛橘 (1856-1952), die aardbevingen en aardmagnetisme onderzocht, en Nagaoka Hantarō 長岡半太郎 (1865-1950), een pionier van de toegepaste scheikunde en de fysica. Takamine Jōkichi 高峰譲吉 (1854-1922) was een bekend scheikundige, die de adrenaline ontdekte. Suzuki Umetarō 鈴木梅太郎 werd een wereldautoriteit op het gebied van proteïnen, chemische meststoffen en het onttrekken van vitamine B aan planten.

Als seismoloog genoot vooral Ōmori Fusakichi 大森房吉 (1868-1923) grote bekendheid. Hij ontwikkelde de zogenaamde Ōmori-seismograaf, formules om aardtrillingen te voorspellen en kaarten met seismische zones op te stellen. Als astronoom vermelden we Kimura Hisashi 木村栄(1870-1943). Hij verwierf wereldfaam door zijn onderzoek inzake de bewegingen van de aardas.