Wapens gebruikt door Japan tijdens WOII

Uit GeschiedenisJapan

Eenvoudige beschijving van de wapens waarmee de Japanse troepen ten strijde trokken tijdens WOII, gaande van de meest voorkomende (ex.: Type 38 geweer) tot de meer unieke varianten (ex.: Ballonnen met explosieven).

Inhoud

Algemeen

Japan gebruikte tijdens de oorlog een gevarieerd arsenaal aan wapentuig, gaande van standaardmodellen tot eerder unieke creaties. In bepaalde gevallen ging het om buitenlandse modellen die lichtjes aangepast werden aan de noden van het Japanse leger, of om Japanse modellen die in het buitenland gefabriceerd werden. Kwaliteit vormde, eerder voor wapens dan voor voertuigen, een groot probleem, zeker tegen het einde, toen men om de kosten te drukken vaak her en der inferieure materialen ging gebruiken.

Infanterie

Hoe machtig tanks, slagschepen en vliegtuigen ook zijn, de ruggegraat van ieder leger blijft de soldaat. Zij moeten dus goed uitgerust zijn om deze rol te kunnen uitoefenen.

Pistolen

Het pistool wordt voornamelijk gebruikt als hulpwapen, bijvoorbeeld in situaties waar een geweer niet de beste keus is. Japan maakte tijdens de oorlog drie types pistolen: Type 26, Type 14 en Type 94. Deze drie verschillen zeer fel van elkaar, zowel uiterlijk als op gebied van hun werking. Het Type 26 was bijvoorbeeld een revolver, terwijl zowel Type 14 en Type 94 nogal op de Luger, het pistool dat door het Duitse leger gebruikt werd, leken. Helaas bracht de noodzakelijke massaproductie in oorlogstijden een kwaliteitsverlies met zich mee, wat ernstige gevolgen had. Zo werden bij het Type 26, de loop en cilinder niet goed afgesteld, wat bij het schieten tot ongelukken kon leiden. Het Type 94 had dan weer te kampen met de neiging om per ongeluk af te gaan.

Geweren

Het geweer is het wapen dat een soldaat het vaakst gebruikt. In tegenstelling tot de Japanse pistolen waren de geweren van het Keizerlijk Leger veel uniformer in ontwerp. Veruit het bekendste geweer is het Type 38, a.k.a. de Arisaka. Dit wapen werd nadien, vanwege de zwakke munitie, vervangen door het krachtigere Type 99. Het Type 38 kent een aantal varianten, zoals sluipschuttergeweren (Type 97 en een aangepaste Type 99) en demonteerbare of opvouwbare versies voor para’s (de zogenaamde TERA geweren). Een interessante variant is het Type I geweer. Dit werd namelijk gefabriceerd en geleverd door toenmalig bondgenoot Italië. Natuurlijk gebeurde dit enkel tijdens de eerste jaren van de oorlog, voor Italië van kant wisselde.

Automatische wapens

Het automatische wapen kent twee voorname onderklassen: machinepistolen en machinegeweren. Beide types werken volgens hetzelfde systeem: minder nauwkeurig, veel verkwisting maar zeer effectief tegen groepen. Onder de categorie van machinepistolen valt het Japanse Type 100, gemaakt door Nambu Arms Industry, die ook het Type 14 pistool ontwikkeld hadden. Het Type 100 was gebaseerd op de MP18, dat door de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog gebruikt werd. Onder de machinegeweren vielen dan weer een hele reeks aan wapens, onder meer het Type 11, het Type 96 en het Type 99. Deze drie zijn nog vrij licht en kunnen dus door één persoon gedragen en gebruikt worden. Dit was echter niet mogelijk met het Type 3, het Type 92 en het Type 1. Deze waren veel zwaarder en één exemplaar werd vaak door een hele groep soldaten begeleid. Alle Japanse machinegeweren uit dit tijdperk hadden te kampen met ontwerpfouten die ervoor zorgden dat ze soms blokkeerden.

Explosieven en explosieve wapens

Onder deze algemene term vallen een aantal soorten wapens, onder meer granaten, granaatwerpers, raketwerpers en mortieren.

Granaten en granaatwerpers maken gebruik van hun explosieve lading en een tijdsmechanisme om zware schade aan te richten. Granaten zoals het Type 10 en het Type 91 konden zowel met de hand als door een granaatwerper afgevuurd worden. Het Type 97 echter, kon alleen gegooid worden. Doordat de gebruikswijze van een Type 97 gevaarlijk en zelfs dodelijk is, werd het later vervangen door het Type 99. Daarnaast was er nog een zeer speciale variant: het Type 4, oftewel de Keramiekgranaat. Dit was in feite een pot, gemaakt uit terracotta of porselein, met daarin een explosieve lading en een primitief ontstekingssysteem. Deze geïmproviseerde granaten werden uitgedeeld aan het volk, om te gebruiken in geval van een Amerikaanse invasie.

Mortieren lanceren een explosief projectiel in een hoge boog en zijn dus ideaal om over muren of vanuit lager gelegen posities te vuren. Ze hebben een korter bereik dan zware artillerie en kunnen dus op plaatsen vuren die te dichtbij liggen voor het zwaardere geschut.

Raketwerpers behoren tot de categorie van terugslagloze wapens, dit wil zeggen dat, in tegenstelling tot alle hierboven vernoemde wapens, de soldaat die een raket afvuurt, de tegengestelde kracht die ontwikkeld wordt bij het vuren niet hoeft op te vangen. In de praktijk komt dit neer op een loop die aan beide uiteinden open is.

Overige

Japan maakte in het begin van de oorlog ook gebruik van vlammenwerpers, maar omdat ze nogal relatief snel in de verdediging geduwd werden, kregen ze nadien niet erg veel kansen meer om deze te gebruiken.

Shin Guntō

Het zwaard dat door officieren gedragen werd. De rang van de persoon werd aangeduid door de gekleurde kwast aan het uiteinde van het heft. Deze zwaarden werden vanaf 1934 gefabrceerd ter vervanging van de Kai Guntō, die nogal westers aandeed. De Shin Guntō, die de typische vorm van een katana had, was dus ook een antwoord op het stijgende nationalisme uit die tijd.

Zware wapens

Wanneer zelfs het zware geschut van de infanterie nog te licht is, schakelt men over op deze wapens, die nog hardere klappen kunnen uitdelen.

Rest volgt nog.