Vroeg-christelijke betrekkingen in Japan

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Franciscus Xaverius (1506-1552)

In 1543 zette de eerste westerling voet aan wal op Japanse bodem. Samen met de handelaren volgden al vlug ook de missionarissen. In 1549 zette de Jezuït Franciscus Xaverius voet aan land te Kyūshū. In zijn spoor volgden vele priesters (bateren バテレン・伴天連) en broeders (iruman イルマン・伊留満).(2) Volgens de officiële geschiedschrijving lieten zij Japan voor de eerste keer kennis maken met het Christelijk geloof. Doch zijn er vooraanstaande personene die het anders stellen, zoals journalist Peter Crome(1), M.L. Young, E.A. Gordon alsook de Eerwaarde Ken Joseph(16), John England(9) en Saeki Ikeda(9), een voormalige professor van de Universiteit van Kyoto.


Inhoud

De Nestorianen

Het Nestoriaanse Christendom (Keikyō 景教) ontstond in Perzië uit de Christelijke Kerk. Deze geloofsgemeenschap, die ook wel de Assyrische Kerk van het oosten genoemd wordt, maakten een onderscheid tussen Jezus als menselijke en als goddelijke figuur. Zij geloofden in Jezus als een gewone man, die beheest werd door een goddelijke geest. Daarom zou Maria dan ook geen moeder van een god zijn, maar de moeder van een mens. Nestorius, de stichter van dit geloof werd in het jaar 431 wegens ketterij uit Constatinopel verjaagd en in de kerkelijke ban gedaan. Maar zijn leer, die in het Nabije Oosten tot heden sporen nagelaten, werd eeuwenlang door missionarissen en kooplieden via steden langs de zijderoute van Mesopotanië en Perzië, naar het Verre Oosten verspreid. Zo zou ook de Hata-stam, een nomadevolk van Koerdistan met invloeden uit de omgeving van de Kaspische Zee, naar China getrokken zijn waar ze onder andere in Siamfu een bloeiend Nestoriaans centrum gesticht hebben.(1)


Volgens Ken Joseph zou de Christelijke leer zelfs via deze zijderoute van China naar Japan verspreid zijn geweest. Een in het Klassiek Chinees opgesteld evangelie van Mattheüs uit de 9de eeuw, dat in de Kōryūji tempel (広隆寺) te Kyoto (京都) bewaard wordt zou hiervan getuigen. Een tempel, waarvan sommige historici vermoeden dat hij zou opgetrokken zijn op de fundamenten van een kerk. Deze kerk zou in het jaar 603 geconstrueerd geweest zijn. Zo zou een grondig onderzoek nog steeds verloren overblijfselen kunnen ontsluieren.(6) In het boek "Jujika no kuni -- Nihon" (Japan: The Nation of the Cross) wijzen Ken Joseph en zijn vader nog meer voormalige Christelijke sites in Japan aan.(8)


In 603 zouden Nestorianen in Kadona te Kyoto een nieuwe kerkgemeenschap gesticht hebben, alsook een onderkomen voor leprapatiënten. In Sakoshi werd een weeshuis en een armenziekenhuis gesticht.(1) Een studie van de historische bronnen doet vermoeden dat het eerste Japanse weeshuis gesticht werd onder de leiding stond van een Nestoriaan, Raca.(8)


Een kerkgemeenschap te Kyoto

het paleis van de kroonprins (taishitono 太子殿) in de kōryūji.


Ook Parsen, Manicheeërs en Joden hebben hun leer in het Verre Oosten verspreid. Ook Joden zouden onder de vorm van de Chada-sekte in Japan gearriveerd zijn. Kort voordat de Hata-clan in Japan arriveerde, was het Boeddhisme er reeds geïntroduceerd. Deze religie richtte zich voornamelijk op de hogere klassen van de Japanse maatschappij. En aldus trachtte van Japan een Chinees-Indiaans cultureel wingewest te maken. Terwijl de Nestorianen uit het Midden Oosten zich meer op het gewone volk hadden gericht, en zo bijdroegen tot de Japanse beschaving, lang voor de introductie van Romaanse Katholicisme 400 jaar geleden.(1)


Kūkai (空海), de stichter van het Shingon-boeddhisme, ook wel Kōbō Daishi (弘法大師) genoemd) zou tijdens zijn reizen, contact gehad hebben met de Nestoriaanse Christenen op het Chinees vasteland. Deze contacten zouden ondermeer gebeurd zijn via de Christelijke kerk van Beijing. In 806 stichtte Kūkai de Nishi Honganji (西本願寺), een Boeddhistische tempel. Volgens onderzoeker M.L. Young is een van de meest heilige voorwerpen van de Nishi Honganji (西本願寺), "De verhandeling van de heer van het universum over liefdadigheid”. Het is een kritiek op de bergrede en andere hoofdstukken van Mattheüs. (6) Ook treft men christelijke elementen aan in het door Kobo Daishi gestichte Shingon-Boeddhisme (真言仏教), en in de latere Jōdo-sekte (浄土宗), ook wel de sekte van het reine land genoemd. Beide sekten geloven bijvoorbeeld in een verlossing door middel van het geloof, in plaats van het bereiken van het nirvana door middel van ascese en ontwikkeling van de eigen geestkracht. Op de kloosterberg Kōya-San (高野山) van Kōbō Daishi staat een kopie van een bekende gedenkzuil van Sianfu.(1) In de Chinese veslagen die verwezen naar Nestoriaanse missionarissen, werd het Christendom beschouwd als een "lichtende religie". Ook zouden er enkele beelden bestaan waar ooit Christelijke kruizen in gekerfd zijn geweest, maar die later gewist of gewijzigd werden door boeddhistische aanhangers.(6)


De Nestorianen en het Yamato-hof

Hata no Kawakatsu door Kikuchi Yōsai.


De Kōryūji is een boeddhistische tempel van de Shingon sekte (真言宗). Ze staat in de wijk Uzumasa (太秦), te Hachiokachō (蜂岡町), arrondissement van Ukyō (右京区), te Kyoto stad. Daarom noemt men de Kōryūji daarom ook wel eens Uzumasa-Dera of Hachioka-Dera (蜂岡寺).(4) Volgens sommige oude kronieken zou Hata no Kawakatsu (秦河勝) in het jaar 603, van Shōtoku Taishi een beeld van de Boeddha van de toekomst Miroku (Maitreya) ontvangen hebben. Om dit beeld te herbergen bouwde hij de tempel van Hachioka. De bouw van deze tempel werd in 622 voltooid. De Kōryūji wordt beschouwd als de oudste Boeddhistische tempel van Kyoto(3). De Kōryūji werd origineel gebouwd om de noden van de Hata familie te vervullen. De Hata familie was toen een machtige familie die leefde in Yamashiro regio buiten Kyoto.(3) Hier was de tempel ook gevestigd voordat hij verplaatst werd naar zijn huidige site rond het jaar 794. De originele Kōryūji werd echter vernietigd door een brand in 818, maar tijdens de Jōwa periode (838-848) werd ze heropgebouwd.(5)


Het beste bewijs om aan te tonen dat de Kōryūji ooit een kerk was is volgens Ken Joseph is het Chineese Da Qin klooster van Xian. De twee chinese karakters voor Da Qin, zegt hij, komen overeen met "Uzumasa" in het Japans. Uzumasa-dera is één van de namen gegeven aan de Kōryūji. Deze tempel zou ook een schrijn gewijd aan Koning David geherbergd hebben. Ook is er een heilige bron waarop een heilige 3-pikkel staat, wat volgens Ikeda de heilige drievuldigheid. De 3-pikkel is gebouwd in de stijl van een 3 hoekige tori, die vandaag nog steeds kan bezichtigd worden in tempeltuin.(8) In de dagen van de grote Prins-regent hadden de Nestoriaanse kerkelijke gronden te Uzumasa hun eigen "bron van Israël" die verbonden was aan een Davids tempel, en bij de bron staat een heilige driepoot die de heilige drievuldigheid symboliseert vanwaar een reine stroom vloeide. De 3-potige torī, die op de exacte plaats van de originele driepikkel staat zou hiervan getuigen.


torī (鳥居) bij het kaikonoyashiro schrijn (蚕の社)


Volgens het boek van Peter Crome herleiden sommige Japanse oriëntalisten de term Uzumasa tot het Aramees "Isho M’chikkah" oftewel ‘Jezus is de Messias’. De Japanse Nestorianen of de Hata-clan vonden een beschermheer in de eerste grote wetgever van Japan, Prins Shōtoku Taishi (聖徳太子) (572-621). Hoewel hijzelf een frevent boeddhist was, kondigde hij als prins-regent van de vrouwelijke keizer Suiko de godsdienstvrijheid af. Opmerkelijk is zijn bijnaam Umayado, dat in het Aramees vertaald kan worden als ‘de in een stal geborene’. De Nestorianen spraken en onderwezen namelijk de taal van Jezus, het Armeens, dat ook de officiële taal van het Perzische Sassanidenrijk was. Daarnaast maakten ze ook gebruik van het Hebreeuws als taal van de liturgie en de bijbel.(1) De Nestorianen van de tijd van Keizerin Suiko hadden veel invloed op de cultuur van Japan. Shōtoku Taishi wordt aanzien als de stichter van het sociale werk in Japan. Hij stichtte onder meer de Boeddhistische Shitennoji tempel (四天王寺) te Ōsaka. Deze tempel bestond ondermeer uit vier liefdadigheidsinstellingen, namelijk; de of een heiligdom van godsdienst, studie en muziek (Kyoden-in), of het ziekenhuis (Ryobyo-in), de apotheek (Seyaku-in) en het asiel voor hulpbehoevenden (Hiden-in). Dit werk zou gemodelleerd geweest zijn op de Nestoriaanse kerk van Uzumasa, een naam die afgeleid werd uit het Aramees "Ishoo no M'shikha", wat Jezus Christus betekent.(7)


Een Christelijke Keizerin

In de 8ste eeuw de tijd van de contacten met China. Brachten Kōbō Daishi (弘法大師) (774–835) , de patriarch van Shingon (真言) en zijn religieuze collega Saicho (最澄) (767-822), de patriarch van Tendai (天台), vanuit China het evangelie van Mattheüs mee naar Japan. Alhoewel de Nestoriaanse Christenen opgingen in het Taoisme (Dōkyō 道教) na Prins Shotoku's heengaan. Gaven Keizer Keizer Shōmu (聖武天皇). Shomu en Keizerin Komyo en hun omgeving een audientie aan een Nestoriaanse missionaris die in Japan arriveerde rond het jaar 736.


Mrs. Gordon identifieceert deze missionaris, met de revisie van Milis, als een Bacterische arts. De Keizer had een Lepra asiel gebouwd in de buitenwijken van Nara, en de Keizerin werkte daar als een vrijwillige verpleegster. Verschillende data zouden de waarheid van dit verhaal kunnen bewijzen en de site van de quarantaine post kunnen situeren.(7)


Volgens Peter Crome was deze Nestoriaanse missionaris echter niemand anders dan het hoofd van de Chinese Nestorianen, Alopen (阿罗本), zou op zijn beurt Japan bezocht hebben. Hij zou dat gedaan hebben op uitnodiging van Kōmyō,de vrouw van Keizer Shōmu (聖武天皇). Hij moest haar zoon van homoseksualiteit genezen. Dat zou gelukt zijn door hem het achtste hoofdstuk van Mattheüs voor te lezen. Kōmyō bekeerde zich hierdoor ook tot het christendom, maar kon haar geloof slechts heimelijk aan het boeddhistisch georiënteerde hof belijden.(1)


In de Keizerlijke Kronieken van Japan wordt verwezen naar een bezoek van een Nestoriaanse priester aan het keizerlijke hof in 737 na Christus. Veel andere historische bewijzen van dezelfde tijdsperiode laten de grote invloed van de Keikyō(景教) doorschijnen. De Keizerin Kōmyō zou een Christenen geweest zijn, en raakte bekend als een grote heilige die vele mirakels van genezing voorbracht. Haar achternicht trad in een Christelijk klooster en ervoer een visie van hemel die zij in het groot borduurwerk afbeelde. Dit kunstwerk is tentoongesteld in de heilige stad van Kyoto.(17)


De Hata stam

De Hata-clan, (Hatashi 秦氏) waren een invloedrijke familie in het oude Japan. Ze waren nakomelingen van continentale immigranten (Kikajin 帰化人). Volgens de familielegende, zijn de belangrijkste leden van deze clan onderdanen van Yuzuki no Kimi (弓月君), die arriveerde vanuit de Koreaanse staat Peakche (Kudara 百済) rond 400. Hij bracht met hem een groot aantal mensen mee, die bekend raakten als de Hatahito (秦人). De Hata worden volgens vroegere verslagen in verband gebracht met zijdecultuur, weven, smeedtechnieken, landontwikkeling, supervisie van nationale opslagplaatsen en diplomatieke diensten. Niettegenstaande de hata-clan over geheel Japan verspreid zijn geraakt, bevond hun hoofdnederzetting zich in het Kyoto bekken.(5)


De Hata's waren een Nestoriaanse stam die leefden onder Perzische dominantie in Khotan (nu oost-Turkmenistan) maar immigreerden via het Koreaanse eiland Cheju, van China en Korea naar Japan op zoek naar religieuze vrijheid.(7) "De Hata's waren een Nestoriaanse stam die... migreerden naar Japan via China en Korea op zoek naar religieuze vrijheid" schrijft Saeki Ikeda. "Alhoewel zij vervolgd werden door Boeddhisten in beide landen China en Korea, vanaf de tijd van hun aankomst werd hun bijna de volledige vrijheid verzekerd ."(8) Onder Prins regent Shōtoku en Keizerin Suiko in de zevende eeuw; waren de Hata's zeker blij met de wijze Prins regent, alhoewel hijzelf een Boeddhist was, verleende hij hen verschillende vrijheden in het kader van zijn fameuze zeventien-artiekelen grondwet.(4) Rond 544 n.C. strandden ze op Sakoshi (naast de huidige stad Jimeji in de Kyogo prefectuur, ten oosten van Hiroshima) zo'n 1500 jaar geleden zij zouden de eerste Christelijke kerk gesticht hebben lang voor St. Francis Xavier aankwam in 1549. Later zouden zij naar Uzumasa (nu Kyoto stad) verhuisd zijn waar zij verschillende andere kerken zouden hebben opgericht. Niettegenstaande zij werden vervolgd door Boeddhisten in China en Korea kregen zij de volledige vrijheid vanaf de dag van hun aankomst in het land tot het einde van de dagen van keizerin Suiko (推古天皇).(7) Gedurende meerdere eeuwen verbreidden zij hun geloof en wijdden zich aan de armenzorg, om vervolgens rond het jaar 1000 schijnbaar spoorloos uit het openbare leven te verdwijnen.(1)


De Kronieken

De Hata-clan (秦氏) zouden op het einde van de vroege geschiedenis samen met de Aya-clan (漢氏) een redelijk belangrijke rol hebben gespeeld. Volgens de Kojiki (古事), de Nihon-shoki (日本書紀) en de Shinsen-sōji-roku (新選姓氏録), was yuzuki no kimi een voorouder van de Hata-clan, een nakomeling van de unificator keizer van China (Ts'in Che-houang-ti) (Japans shin no shikōtei 秦始皇帝). Tijdens de regeerperiode van keizer Ōjin (応神天皇), zou hij vanuit het Koreaanse schiereiland met een groot gevolg aangekomen op het Japanse archipel. En hij zou het Yamato-hof (Yamato-shōtei) (大和朝廷) vertrouwd gemaakt hebben met de technieken van de zijdecultuur en het weven van de zijde. Vervolgens werden de Hata-clan verspreid over vele regio's en zouden ze voordelen verkregen hebben. In de tijd van de keizer Yūryaku (雄略天皇), stond de clan onder het bevel van "Hata no Sakenokime" (秦酒公). Vanaf dat moment, heeft de familie een grote ontwikkeling verwezelijkt. Men kan aannemen dat vanaf het begin van de 5de eeuw de Hata emigreerden vanuit de oude Chinese commanderijen in Korea, Rakurō (楽浪) en Taihō (帯方), dus waarschijnlijk zijn ze van een verre Chinese origine. Na vele generaties, hebben sommige van de Hatas aan het hof de positie van kuni no miyatsuko (伴造), de bevelhebber van vele groepen, bumin (部民) en de hatabe (秦部) bereikt.(4)


Gevestigd in het bekken van ōmi

De Hatas waren verspreid over verschillende regio's, maar de meest belangrijke tak van de Hata-clan was deze die van het bekken van het bekken van ōmi (近江), waarin later de stad Kyoto (京都) opgetrokken werd en de vlakten te noorden van de rivier Yodo (淀川). Dankzij grote dijkwerken konden zij zich installeren in deze regio en het hof voorzien van stoffen. Deze familie had dus invloed en belang door de capaciteiten van hun domeinen en leverde het hof een deel van het personeel voor de financiële administratei bij het de oprichting van het vroege Yamato-hof (大和朝廷), dat van de codes van graanschuren en opslagplaatsen. Tegen het tijdperk van keizer Tenmu (天武), zou de familietitel veranderd zijn van Miyatsuko (件告) in die van muraji (連) en imiki (忌寸). In het Tempyō (天平) tijdperk (729-749). Het verlaten van Heijō-kyo (平城京) en de keuze van een plaats voor de nieuwe hoofdstad zou voor de stevig gevestigde Hata's een kans hebben geleverd. De beschermers van de oudste boeddhistische tempel van de provincie, Kōryū-ji (広隆寺) en het heiligdom van Matsunō (松尾神社), dankzij een huwelijks alliantie met het huis van shikike (式家) van de Fujiwara-clan (藤原氏); het was met hun assistentie dat fujiwara no tanetsugu (藤原種継) het plan van een nieuwe hoofdstad op te richten in Nagaoka (長岡).(4)


De Hata en het Yamatohof

Niettegenstaande deze paaiende titels kan men niet zeggen dat de het de Hata-clan lukte om te penetreren in de groep van functionarissen van de centrale administratie van de Heian periode (平安時代). Het overgrote deel van hun stamlijnen behielden het statuut van lokale edelen, rijke boeren en actief in het regionale centrum. Andere, meestal na een naamsverandering, bereikten de rang van personeel in de technische, administratieve shukei-ryō(主計遼), publieke shuzei-ryō (主税遼), bureaus kura-ryō (内蔵遼) en voorraadhuizen van het hof. En in het spoor van recht myōbō-ryō(明法道) onder de naam van koremune (惟宗), in de wachtdienst konoe-fu (近衛府) en aan de poorten van emonfu (衛門府)/ efu (衛府). De Koremune installeerden zich in Kyūshū, meestal onder het gewone personeel van centrale staat, Dazaifu (大宰府), wat veel later in de Kamakura (鎌倉時代) periode de geboorte gaf aan aan de families die doordrangen tott de rang waaronder sommige daimyo (大名), De Shimazu (島津氏) de Satsuma (薩摩) en de (宗氏) de Tsushima (対馬). Gelijk de Hata, gelijk alle geklassificeerde families in de Shiginsen-Shōji-roku,zijn deze methodologische familielijsten samengesteld in de 9de eeuw, gelijk alle geïmmigreeerde families, desondanks de ambities die ze wel zouden kunnen hebben, de rijkdom die zij zouden kunnen bereiken, hebben vanaf de Heian periode, nooit een rang kunnen bereiken in de aristocratie van het hof.(4)


de familiezaken van de Hata's in de provincie van Yamashiro (山背国) bedroeg 1200 gezinnen, maar zelfs de meest succesvolle takken verschenen steeds in de groep van lokale edelen, hiervan probeerden sommigen te doordringen aan het hof. Zij hebben bijgedragen aan de oprichting van de grote boeddha, Daibutsu (大仏) van de Tōdai-ji (東大寺), door een van hun takken, nedergezet in de provincie van Buzen (豊前国) en geïteresseerd in de ontginning van de kopermijnen in het district Kiku-kun (企救郡), die het hof dus van koper zou voorzien hebben.(4) Hata no kawakatsu stichtte de tempel kōryuji in de vroege 7de eeuw, andere familie leden zouden het Fushimi Inari schrijn en andere shintō schrijnen in de regio van Kyoto hebben gesticht. Tegen het einde van de 8ste eeuw zouden de Hata finaciële steun hebben verleend voor de bouw van de nieuwe hoofdstad Heian-Kyo.(5)


Christelijke invloeden

Een artikel van de Tokyo Evening News van de Jaren vijftig vermeld een opmerkelijke wetenschappelijke bijeenkomst van het Japans-Israëlische Genootschap, waarbij prins Mikasa ingegaan was op een opmerkelijke these van de overleden Israëlische geleerde Dr. Sakon. De heilige spiegel van Ise, aldus Sakon, is niet alleen een van magische tekens voorzien symbool van de zonnegodin, Amaterasuōkami (天照御神), maar ook een artefact dat door archeologen in de cultuurgeschiedenis te plaatsen is. De tekens zijn leesbaar en vormen een inscriptie. De taal van deze inscriptie is -Hebreeuws. De tekst luidt; “ehyer asher ehyer”- ‘ik die ik ben’. Prins Mikasa staafde zijn bewering met nog andere bewijzen.(4) Professor Saeki vermeldt dat het Japanse boeddhisme de trouwceremonie van de Nestorianen net gelijk het feest van de heengegane zielen heeft overgenomen. "Yu Lan P'en".(13)


De vroeg-christelijke invloeden die door de Hata-Nestorianen verbreid waren, werden op stubtiele wijze door het Japanse denken geabsorbeerd. Wie erop let, vind deze sporen overal, In het dorp Shingo in de buurt van het Towada meer in het oosten van Japan geloven de mensen geloven niet dat Jesus op Golota is gestorven, maar in Herai-Dake, een gehucht in Shingo. De dorpsbewoners hadden pas in het begin van de jaren dertig van wetenschappers vernomen dat er in de twee geheimzinnige grafheuvels met christelijke kruizen erop van Christus en zijn vrienden lagen. Men gelooft dat in plaats van Jezus zijn broer Iskari gekruisigd was of dat Jezus schijndood was en vervolgens naar Afghanistan en Kasjmir gegaan was om daar de verstrooide stammen van Israël te verlossen. Daar, in Srinagar, bevind zich ook een graf van hem, waar hij onder de Hebreeuwse naam ‘Yus Asaf’ of 'Jezus van de samenkomenden’ rust. In Herai-Dake gelooft men dat Jezus op eenentwintigjarige leeftijd naar Japan was gekomen, tweeëntwintig jaar later weer naar het buitenland was gereisd, na enige tijd opnieuw teruggekeerd was en zich in Herai-Dake had gevestigd. Daar zou hij een Japanse met de naam Yumiko hebben getrouwd en drie dochters bij haar hebben gekregen. Op 106-jarige leeftijd was hij gestorven. In het dorp bevinden zich geen Christenen, maar de dorpsbewoners, kennen tradities die nergens anders in Japan gebruikelijk zijn en waarvan niemand meer weet waar ze vandaan komen: ze schilderen een davidster op hun voorhoofd om onheil af te wenden; 3 jaar na iemands dood zetten ze een kruis op zijn graf; ze zingen een danslied waarin buitenlandse woorden als “rabarber” voorkomen; ze bedrijven de irrigatie van de rijstgebieden bergopwaarts, wat een buitenlandse techniek moet zijn , en ten slotte gebruiken ze een hakmachine zoals die tegenwoordig nog in het Nabije Oosten wordt gebruikt.(1)


Het gehucht Herai-Dake bij het dorp Shingo laat ons zo in het klein de sporen van een vroegchristelijke missie zien. Door bronnenonderzoek ontdekte ik die sporen ook in het grotere verband vann de Japanse religieuze traditie. Daarmee bedoel ik niet in de laatste plaats het shintoïsme –tot grote afschuw van dogmatische tenno-aanhangers. Zo zijn de shinto-heiligdommen - niet wat betreft hun Polynesische bouwstijl, maar in hun constructie- gebouwd volgens het voorbeeld van het heiligdom van David uit het oude testamement. De torii-boog, de bronnen, het afgezonderde en niet te betreden allerheiligste, de met de Ark des Verbonds vergelijkbare, draagbare Mikoshi-schrijn (神輿) , de vorm van de grafheuvels, het Muzitori-feest van het heilige water en de Ushi-matsuri van het rundoffer – alles wijst op dezelfde oorsprong. Daarbij komt nog de goddelijke figuur (die overal te zien is) van Jizu, die de gestorven kinderen naar het hiernamaals begeleidt. De naam Jizu is afgeleid van Jezus (‘laat de kinderen tot mij komen!”).(1)


Zie ook

verwante pagina's


Bronnen

Boeken

(1) Crome, Peter. Der Tenno: Japan hinter dem Chrysanthemenvorhang. Verlag Kiepenheuer & Witsch, 1988. Blok, M.W. en Ee A.R., Hirohito: keizer tussen hemel en aarde.Utrecht /Antwerpen:L.J. Veen B.V.,1989

(2) Vande Walle, Willy, Geschiedenis van Japan tot 1868, cursus gedoceerd in het kader van het vak 'Geschiedenis van Japan tot 1868', Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Letteren, Departement Oosterse en Slavische studies, 2004-2005

(3) Vande Walle, Wilfried, Inleiding tot de Oost-Aziatische kunst, cursus gedoceerd in het kader van het vak `Inleiding tot de Oost-Aziatische kunst', Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Letteren, Departement Oosterse en Slavische studies, 2005-2006.

(4) Iwao, Seiichi, Teizō Iyanaga, Susumu Ishii, Shōichirō Yoshida, Michio Fujimura, Jun'ichiro Fujimura, Itsuji Yoshikawa, Terukazu Akiyama; Shōkichi Iyanaga, Hideichi Matsubara. Maison franco-japonaise de Tokyo: Dictionnaire historique du Japon. Paris : Maisonneuve et Larose, 2002

( 118. Hata(-uji) 秦(氏) p 913; 11. Rakuō-gun 楽浪郡 (chin.Lelang-jun) p.2228-2229; 297. Tomo no miyatsuko 件告 p.2697 ; 322 Ayabe 漢部 p.99; 627. Kōryū-ji 広隆寺 p.1634-1635; 350. Shikike 式家 p.2438. )

(5) Kodansha Japan: An Illustrated Encyclopedia, Kodansha Ltd, Japan, 1995

Websites

(6) <info@nestorian.org> “JAPAN CHRISTIANITY ARRIVED IN JAPAN CENTURIES BEFORE SAINT XAVIER, SCHOLARS SAY”.<http://www.nestorian.org/christianity_arrived_in_japan_.html>.(24-10-06)

(7) “SYRIAN NESTORIANISM IN JAPAN”.<http://www.keikyo.com/syrian_nestorianism.htm>.(24-10-06)

(8) “Religious sites, relics indicate Christ beat Buddha to Japan”.Religious sites, relics indicate Christ beat Buddha to Japan, Chapter 8:Christianity In Other Places In Asia.1-8-2001.<http://www.buddhismtoday.com/english/world/facts/108-japan.htm>.(24-10-06)

(9) “East of the Euphrates: Early Christianity in Asia by T.V. Philip”.<http://www.religion-online.org/showchapter.asp?title=1553&C=1365>.(24-10-06)

(10) “THE CHURCH IN JAPAN AND THE PHILIPPINES”.<http://www.bible-sabbath.com/wilkerson/chapter23.html>.(24-10-06)

(11)“Christianity in Ancient Iran: Aba & The Church in Persia”.<http://www.iranchamber.com/religions/articles/aba_church_persia.php>.(24-10-06)

(12) "Christian Responses to Buddhism in Pre-Medievil Time".(11-12-06)

(13) "Assyrian Christian Missions in China 635 - 1550 AD: By Esha Emmanuel Tamras".<www.edessa.com/history/monument.htm>.(11-12-06)

(14) "[1]".(11-12-06)

(15) "Mystery of the Ten Lost Tribes".<http://www.moshiach.com/features/tribes/japan3.php>.(15-12-06)

(16) "About Ken Joseph".<Joseph,Ken.<ken@kenjoseph.com>. <http://kenjoseph.com/cms/index.php?option=com_content&task=view&id=13&Itemid=43>.(18-12-06)

(17) "About The Keikyo".<Joseph,Ken.<http://www.keikyo.com/keikyo/keikyo.html>.(18-12-06)

(18) "Travel: Jezus in Japan".<http://metropolis.co.jp/tokyotravel/tokyojapantravel/3523/tokyojapantravelinc.htm>.(19-12-06)