Ultra nationalisme in Japan tijdens de aanloop naar WOII

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken

Japans ultra-nationalisme (ook wel Shōwa nationalisme genoemd) wordt vaak het Japanse fascisme genoemd, en de gelijkenissen met zijn Europese tegenhangers zijn duidelijk. Imperialisme speelde een sleutelrol in het Japan van die tijd, militarisme was overal aanwezig en het belang van de keizer voor de Japanners was vaak min of meer vergelijkbaar met die van de fürher en il duce in Europa. Let wel op, enkel het belang, het symbolische gedeelte dus. Hun eigelijke rollen waren echter zeer verschillend.

fascisme of niet

De Shōwa-keizer, Hirohito

Zoals hierboven wordt gezegd, zijn er veel argumenten om te zeggen dat Japan tijdens de tweede wereldoorlog fascistisch was, des te meer omdat het een bondgenoot was van de andere twee fascistische staten, Duitsland en Italië. Er zijn echter ook verschillen aanwezig, zo was het niet het geval dat de grondwet werd aangepast of dat er sprake was van een grote dictator. Dit gebrek kan men echter wel invullen met de rol van de keizer, hoewel dit vaak niet echt klopt, aangezien de rol van een keizer volledig anders is dan die van een dictator zoals Hitler. Ook was er geen sprake van grote fascistische bewegingen, demonstaties, acties (zoals bv de Duitse Kristallnacht). Over de vraag of het nu wel of niet fascisme genoemd mag worden, zijn de meningen verdeeld. Zelfs in het hedendaagse Japan is dit nog altijd een nogal pijnlijk onderwerp. Bovendien is er geen echt vast model van fascisme, zelfs binnen het Westen waren er onderlinge verschillen aanwezig. Alles in acht genomen spreekt men meestal van ultra-nationalisme, of dit nu eerder uit beleefdheid komt of dat er een ware overtuiging aan de basis ligt, varieert tussen onderlinge historici.


Het imperialisme en militarisme

Het imperialisme in Japan gaat reeds lange tijd mee. Maar om het voor de oorlog relevante deel te begrijpen moeten we een stuk vroeger gaan kijken, minstens tot aan de verovering van Korea. Dit was hoofdzakelijk gedaan vanwege de grote crisis en het gebrek aan grondstoffen waar Japan (als eilandnatie) zwaar mee te kampen had. Later ziet men dit ook terugkomen in de verovering van Mantsjoerije. Deze laatste was ook veruit de belangrijkste i.v.m. de tweede wereldoorlog, vooral omdat het de deur opende voor de militarisering van Japan. Hier was het zo dat hoe verder de Japanse troepen in het Chinees grondgebied binnentrokken, hoe meer het leger bij het thuisfront aan populariteit won. Dit feit is niet te overzien, want hier zien we een fenomeen dat we niet terugvinden bij het Westers fascisme. In Japan won het ultra-nationalisme bijna zonder slag of stoot aan populariteit, en werd naargelang we dichterbij de oorlog komen steeds meer de norm van de Japanse maatschappij. Dus met andere woorden: er was hier sprake van een geleidelijke en langzame overgang binnen een maatschappij, dit in zwaar contrast tot hun Westerse bondgenoten, waar het een moeizaam en controversieel iets was.

Hier speelt de unieke aard van de Japanse maatschappij en cultuur voor een aanzienlijk deel in mee, de keizercultus[1] vierde hoogdagen en de heiligheid van de keizer was onbetwist, dus zijn populariteit lag zeer hoog. Ook het Shintoïsme kan niet over het hoofd gezien worden. Al vanaf de Meiji-periode werd het gebruikt om het land te verenigen.De godsdienst werd toen gecentraliseerd (er was toen zelf een speciaal ministerie voor). Als men het over deze vorm van shinto heeft, spreekt men van staatsshinto. Ook hierin werd de rol van de keizer opgehemeld en het speelde ook zeker een rol binnen de Japanse oorlogsinspanningen.

Een van de meest duidelijke uitingen van het Japanse imperialisme was de ”Grote Aziatische droom”. Dit idee hing reeds lange tijd in lucht en de basis hiervan was zeer simpel: een groot Oost-Aziatisch blok vormen. Zo zouden ze minstens op hetzelfde niveau staan als de grote Westerse landen, zoals Groot-Brittannië, en zouden ze zichzelf en hun cultuur trots kunnen beschermen. “Azië voor de Aziaten”, werd er toen gezegd. Het oorspronkelijke idee was dat deze unie gezamenlijk zou worden geleid, met als hoofdrolspelers Japan en China. Uiteindelijk bleek dit echter niets meer te zijn dan een droom. Dit betekende echter niet dat het principe vergeten werd, en tijdens de veroveringen van Korea en Mantsjoerije[2] was het zeker één van de ideeën die in het achterhoofd van de Japanners dwaalde. Het concept was echter wat aangepast, namelijk dat het leiderschap niet gedeeld zou worden, maar dat het Japan zou zijn die de rol van leider op zich zou nemen.

Door de combinatie van alle bovenvermelde factoren, kan men veilig zeggen dat er een zware verrechtsing en militarisering ontstond in de decennia voor de Tweede Wereldoorlog, op zowat alle vlakken van de samenleving: politiek, sociaal en zelfs educatief. Het onderwijssysteem werd geleidelijk aan aangepast, totdat het tijdens de oorlog zelf als belangrijkste doel de opleiding van loyale rekruten voor het leger had, of anders arbeiders voor de fabrieken, om zo de oorlogsinspanning te ondersteunen.

Ontstaan van een militaristische staat

Aan het begin hiervan ligt het het incident van 15 mei 1932 (五・一五事件 Go-ichigo jiken), waarbij een groep van jonge marineofficieren tezamen met extremistische leden van het fanatiek nationalistische genootschap Aikyojuku het huis van de toenmalige premier bestormden en hem vermoordden. Deze coup d’état was het begin van een door het volk toegejuichte militaire dictatuur. Politieke partijen hadden geen echte inspraak meer in de besluitvormingen en de economie begon te werken in functie van het leger en de Japanse militaire inspanningen.

Nadat het leger de touwtjes in handen had genomen, was het alleen maar logisch dat er binnen deze structuur meningsverschillen ontstonden, met als hoogtepunt het 26 februari incident (二・二六事件).

Mythen werden aangeleerd op school. Hier afgebeeld de goden Izanami en Izanagi.

Zoals eerder vermeld werd uiteindelijk ook het onderwijs aangepakt. De nadruk kwam te liggen op de grootsheid van Japan, door middel van verheerlijking van het verleden. Vele legenden werden als waarheden geleerd aan scholieren, zoals o.a. die van keizer Jinmu, de kleinzoon van de zonnegodin Amaterasu (天照), van wie alle keizers afstammen. Zo werd ook de keizercultus in stand gehouden en hun goddelijke status onderstreept. Wat geleerd werd op school waren ook absolute waarheden. Deze werden heel strikt nageleefd en wie ze in vraag stelde, werd gestraft. Zo zag een leerling van een lagere school rond mei 1943 een afbeelding van Jinmu die uit de hemelen nederdaalt. Toen hij zei dat zoiets toch niet waar kon zijn, werd hij naar het lerarenlokaal gebracht en in elkaar geslagen met een bokuto. Dit is slechts één van vele voorbeelden uit die periode. Het toont ons hoeveel vrijheid van meningsuiting er toen nog was overgebleven.

De speciale hogere politie

De speciale hogere politie (特別高等警察), ook wel Tokkō genoemd, was een speciale politiemacht, opgericht in 1911, met als doel ideologieën, partijen, groeperingen en dergelijke te controleren die een gevaar voor maatschappij zouden kunnen vormen. Daardoor stond ze later, onder de militaire regimes, bekend als de ‘gedachten-politie’. Een dergelijke organisatie is natuurlijk een gedroomde instrument voor een dictatuur, en al snel was het haar enige doel om het communisme in Japan uit te wieden. Vele ‘subversieve elementen’ werden opgepakt en veroordeeld tot gevangenisstraffen. Later waren de liberalen aan de beurt. Ze zorgden ervoor dat mensen met linkse ideeën geen hoge posities konden bereiken of vasthouden. Universiteiten waren dus een voor de hand liggend doelwit. Alweer was het regime er dus in geslaagd het onderwijs naar zijn ideologieën te vormen.

Vanaf 1935 werd de jurisdictie van Tokkō zelfs nog uitgebreid tot destructieve en subversieve activiteiten in het algemeen. Zo bewees het een gedroomd middel te zijn om het land verenigd onder één ideologie te houden.

Zulke beschrijvingen roepen bij vele westerlingen een associatie op met de Duitse geheime politie van die tijd, de beruchte Gestapo[3]. Dit is echter incorrect. Hoewel Tokkō op een aantal vlakken de arm en vuist van het regime was, gebeurde dit niet met de gruweldaden waarvoor de Gestapo later bekend werd. Hierin vinden we dus weer zowel gelijkenissen als verschillen tussen Japan en hun Europese bondgenoten.

Voetnoten

  1. De termen keizercultus of keizerverering worden gebruikt om de verering van de keizer aan te duiden.
  2. Mantsjoerije is een gebied ter grootte van ca. 800.000 km² in het noordoosten van China en het zuidoosten van Rusland, waar in het verleden de grootmachten Rusland, China en Japan om gestreden hebben.
  3. De Gestapo, een Duits lettergreepwoord, gevormd uit Geheime Staatspolizei, was de politieke of geheime politie in nazi-Duitsland.

Bronnen

-Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan: van samurai tot soft power, Leuven: Acco, 2009.

-Chushichi, Tsuzuki. The pursuit of power in modern Japan 1825-1995, Oxford university press, 2000

-Wikipedia