Tribunaal van Tokio

Uit GeschiedenisJapan

Binnenkant van het tribunaal

Het Tokio tribunaal (極東国際軍事裁判), officieel ‘The International Militar Tribunal of the Far East’ (IMTFE)genaamd, geldt als de Aziatische pendant van het Neurenbergproces[1]. Met dit proces wilden de Amerikanen de breuk met de vooroorlogse politiek bevestigen, en de nieuwe Japanse democratie steunen. Door spilfiguren, al dan niet schuldig, te straffen voor hun daden, werd het pad geëffend voor een nieuw (Amerikaans gezind) bestuur.

Is met de uitspraak in 1948 gerechtigheid geschied? De kritiek op dit proces loopt als rode draad doorheen dit artikel

Inhoud

Het proces

Historische schets

Door de verklaring van Potsdam[2] op 15 augustus 1945, werd een nieuw tijdperk van Japan ingeluid. De oorlog was in mineur geëindigd, en het land zat na jaren van militair geweld economisch totaal aan de grond. Toch aanvaardde het Japanse volk in alle waardigheid hun straf en de Amerikaanse bezetting. Nu de rust wedergekeerd was, kwamen de gruwelijke feiten boven water: Rape of Nanking (Nankin daigyakusatsu) 1937, Japanse concentratiekampen [1]en de bijhorende troostmeisjes, de Asian holocaust,… Om het pijnlijke verleden enigszins te vergeten moesten en zouden de schuldigen plaats ruimen voor het nieuwe democratische Japan, gevormd door de Amerikanen. ‘’Stern justice shall be meted out to all war criminal’’, en na de aanklacht in Neurenberg voelden de geallieerden zich gedwongen om ook een tribunaal tegen de Japanse oorlogsmisdadigers in te richten. Deze vond plaats in Tokyo (ichigaya (市谷) district), in het kyūrikuchō daikōdō gerechtsgebouw (旧陸軍省大議堂).

Resultaat van het Tokio Tribunaal

rechters van het Tokio tribunaal

Elf geallieerde rechters (één uit elk overwinnend land) zouden in alle eerlijkheid beslissen over wie aansprakelijk gesteld moest worden voor de militaire misstappen die Japan had gezet, daarvoor werden uit 250 verdachten 28 spilfiguren geselecteerd. Het proces nam 924 dagen in beslag en is baanbrekend omdat het een van de eerste keren is dat internationaal recht toegepast werd op individuen. Van de 28 kopstukken werden 25 personen schuldig bevonden (waarvan zeven ter dood veroordeeld), 16 verdachten werden veroordeeld tot levenslange opsluiting en de drie overgeblevene werden vrijgesproken.

Zuiveringen

Generaal MacArthur, Supreme Allied Commander for the Pacific theatre [2], zag erop toe hoe vele oorlogsmisdadigers tot een A, B of C class war criminal veroordeeld werden.

A class
Misdaden tegen de vrede
B class
Schuldig aan oorlogsmisdaden
C class
Misdaden tegen de menselijkheid

Deze klassering hield een verbanning uit het openbare leven in en achtervolgde zo’n 5700 mensen. Maar de Amerikaanse overheid besefte anderzijds ten volle dat ze moeilijkheden zouden krijgen als ze het volledige bestuur in eigen handen zouden nemen. Het taalprobleem, de abrupte overschakeling van het gezag,.. bracht de Amerikanen ertoe het beleid aan de Japanners over te laten. En dankzij deze zuiveringen was enkel plaats meer voor democratische, Amerikaans gezinde politici en de ambtenarij (die vrijwel ongeschonden uit de zuiveringen kwamen).

Kritiek op het proces

Enkele grote afwezigen op het proces

Keizer Hirohito

keizer Hirohito tijdens de oorlog

Een veelgehoorde kritiek die zowel door de gewone Japanner als door onderzoekers van het proces (o.a het British Institute of International and Comparative Law) uitgesproken werd luidde: “Hoe kan dit proces een eerlijk verloop gekend hebben als de hoofdverdachte, keizer Hirohito, niet op de beklaagdenbank zat?” Want het was toch een vaststaand feit dat de keizer nauw verbonden was met zijn generaals (die wél veroordeeld werden). De status van de keizer als “arahitogami” [3] speelde hier een belangrijke rol, het is immers ongeloofwaardig dat de keizer van geen enkele militaire (mis)stap op de hoogte was terwijl de generaals handelden “in naam van onze Goddelijke keizer”. Dit gegeven was ook de Japanse bevolking niet ontgaan. Het bewijs was immers zwart op wit te lezen op de oorlogsverklaring aan de Amerikanen waar ook het handtekening van de keizer op prijkte. De japanoloog Herbert P. Bix verwoordt deze stelling in niet mis te verstane bewoording:

‘’It details Hirohito’s militaristic upbringing and his ambition to be an activist Emperor, as he was told his grandfather, the great Meiji, had been. He became a skilled political operator, playing on his religious-military-political claims to deference, and insisting on his ‘supreme right of command’ in the undeclared war against China and then in the Second World War. The record here shows him at the heart of Japan’s native leadership’’ [4]


Herbert P. Bix is er dus van overtuigd dat Hirohito een spilfiguur was tijdens WOII. Daarbij haalt hij voorbeelden aan als Pearl Harbour en de oorlog in China in 1932. Desalniettemin werd keizer Hirohito niet aangeklaagd en kon hij verder regeren tot diens dood in 1989. Dit dankzij zijn ‘beschermheer’ generaal MacArthur. Deze verzette zich immers tegen de Amerikaanse wil om de keizer te laten boeten voor zijn daden. MacArthur schreef het volgende aan zijn bevelhebbers te Washington: ‘’We haven’t found an evidence of Hirohito’s culpability’’ Wat gegeven de realiteit erg opportunistisch klonk, maar wat was dan de echte drijfveer achter deze ‘beschermpolitiek’? Het antwoord zit grotendeels in de ervaring die de generaal onderhand had opgedaan omtrent het Japanse volk: hij besefte maar al te goed dat Japan in een chaos dreigde te vervallen indien de keizer (enkele jaren terug nog hun Goddelijke keizer) berecht en veroordeeld zou worden. Het zou met andere woorden een al te radicale schok zijn voor de Japanners, na al de vernederingen die ze al te verwerken hadden gekregen, zodat de democratisering in het gedrang zou komen. MacArthur opteerde dus duidelijk voor de handhaving van de keizer, maar diens macht werd via artikel 1 [5] van de nieuwe grondwet van 1947 vrijwel tot het niets teruggedrongen. Via dit artikel werd de keizer een louter symbolische waarde toegeschreven.

Ook prins Asaka (voluit 朝香宮鳩彦王 Asaka-no-miya Yasuhiko-ō), schoonzoon van keizer Meiji en dus ook lid van de Japanse keizerlijke familie, was bevelhebber over de Japanse troepen tijdens de finale aanval op Nankin. Ook hij was dus betrokken in het Nankin schandaal (南京大虐殺), maar werd er nooit officieel van beschuldigd.

Nobusuke Kishi (岸 信介)

Nobusuke Kishi

In een vergelijkbare situatie als de keizer verkeerde de, wellicht minder notoire, Kishi Nobusuke. Kishi droeg onmiskenbaar een zwaar oorlogsverleden met zich mee als voormalig minister van munitie. Aan de zijde van zijn goede vriend Tōjō Hideki bereidde hij mee de aanval op Pearl Harbour voor en stond hij aan het hoofd van de Japanse militarisering. Om die reden had hij zelfs op de lijst van de ergste oorlogsmisdadigers gestaan. Zelfs met een overduidelijke bewijslast werd hij op de dag van de executie van zeven veroordeelde oorlogsmisdadigers vrijgelaten wegens ‘een gebrek aan bewijs’. Met het gevolg dat Kishi in 1957 ongehinderd premier van Japan kon worden. Een familielid van Kishi, Yoshisuke Aikawa[3] (鮎川 義介), was de stichter en president van de zaibatsu [6] Nissan. Hij maakte zich schuldig aan misdaden in Mantsoerije, maar ook hij werd zonder veel uitleg vrijgesproken.

Yoshio Kodama (児玉誉士夫)

Deze ultranationalistische gangsterbaas, en tevens communistenhater, had zich tijdens WOII schuldig gemaakt aan grondstofsmokkel en spionage in China. Maar ook Kodama[4] liet men vrijuit gaan. De uitleg hiervoor was echter erg vanzelfsprekend. De Amerikanen lieten hem ongemoeid zodat het democratisch geworden Japan gevrijwaard zou blijven van al te grote communistische invloeden. Deze communistische invloeden werden via zijn uitgebreid netwerk aan kennissen repressief binnen de perken gehouden, het plannetje van de Amerikanen werd met andere woorden een succes. De nakende koude oorlog had dus ook invloed op het maken van politieke vriendjes en onrechtstreeks op het Tokio tribunaal.

Rechtspraak van de overwinnaar (victor’s justice)

De aanklacht tegen de kopstukken van het gevallen Japanse regime luidde als volgt: ‘‘beramen van een samenzwering om een agressieoorlog te voeren, het schenden van oorlogswetten en het plegen van misdrijven tegen de menselijkheid’’. Maar was het geen onrechtvaardigheid dat enkel Japan (als verliezer) zich moest verantwoorden voor hun daden? Dit vroegen wetenschappers die het proces achteraf bestudeerden en het gewone volk zich af. De Amerikanen (als overwinnaar) hadden zich immers ook schuldig gemaakt aan excessief oorlogsgeweld, denk daarbij aan de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima. Of de uitspraak van Lemay[5]: ‘’we bombarderen Japan terug naar het stenen tijdperk’’, waarbij daadwerkelijk 42 procent van de Japanse steden werden verwoest, en die ontelbare (onschuldige) slachtoffers had gemaakt. Verder achtten de Amerikanen het niet nodig dat de ‘United Nations War Crime Commission’ betrokken werd. Deze commissie zou toentertijd een belangrijke rol gespeeld kunnen hebben bij het onderzoeken van de misdaden, wat de openbare aanklager vaak niet nodig achtte. Amerika was na WOII immers zo machtig dat ze hun eigen visie over de berechting geruisloos konden doorvoeren. De term “partijdigheid” is hierbij de meest gehoorde kritiek, daarenboven werden alle rechters geleverd door de geallieerde mogendheden. Een van hen was zelfs een ex-gevangene, wat de objectiviteit allesbehalve ten goede kwam.

Duitsland en het Neurenberg proces

Ook op het Neurenberg-tribunaal (waar zich een gelijkaardig proces tegen de Duitse oorlogsmisdadigers afspeelde) was er kritiek. Een resem aan wetenschappers die het proces geanalyseerd hadden, vonden het immers onrechtvaardig dat enkel Duitsers aangeklaagd werden, terwijl het niet ondenkbaar was dat de geallieerden tijdens de oorlog ook de regels van het internationale oorlogsrecht hadden geschonden. Maar terwijl zich in Neurenberg een ‘echt’ proces afspeelde, ging het Tokio tribunaal gebukt onder het voorgenoemde ‘rechtspraak van de overwinnaar’. De Duitse oorlogsmisdadigers, die zich aan gruwelijkere feiten hadden schuldig gemaakt (denk alleen al aan de holocaust[6]), genoten een zeker ‘privilege’ om berecht te worden in volle neutraliteit en volgens een correcte rechtspraak. [7] Het Tokio tribunaal volgde nochtans het recht dat was geformuleerd in het door MacArthur uitgevaardigde “Charter of the International Military Tribunal for the Far East”, dat gebaseerd was op het Neurenbergse handvest[7]. Ironisch genoeg werden in dat charter de regels voor een eerlijk proces neergepend (die klaarblijkelijk hun effect hebben gemist).

Onenigheid over de uitspraak

De hypocrisie van dit proces was ook de geallieerde rechters niet ontgaan, enkele rechters lieten hun ongenoegen dan ook publiekelijk blijken. Hoe kan een proces een rechtvaardige uitspraak gekend hebben als de hoogste rechters twijfelden aan de correctheid van dit proces, dit vroeg Peter Wetzler, japanoloog aan de universiteit van Californië, zich meermaals af. De uitspraak was er dan ook een die gekenmerkt werd door ‘‘dissenting opinions’’ (afwijkende meningen). Zo vond India dat alle verdachten vrijgesproken moesten worden, en de Nederlanders (vertegenwoordigd door “Bert” Röling[8]) dat vijf van de zeven ter dood veroordeelden, vrijgesproken dienden te worden. Uiteindelijk kwam men tot een compromis en trok men een lijn onder dit proces. “De schuldigen hebben geboet voor hun daden,” luidde de justificatie die met een flinke korrel zout opgevat dient te worden.

Na de uitspraak spuide de voorgenoemde Röling nog heel wat kritiek over het verloop van het proces. Auteur Adam Roberts vatte na een interview met Röling de kritiek als volgt samen:

‘’…He is unhappy about the following matters: the tribunal procedures; the passive role on the judges so far as investigations of facts was concerned; the withholding of certain information, including about Japan’s wartime involvement with biological weaponry; the tribunal’s assumption that by the 1930’s aggressive war was a crime for which there was individual criminal liability; the view that Japan had been engaging in a simple case of aggression; the changing of civilian ministers and generals who did not in every case have direct responsibility for any criminal acts committed by Japan; and the way in which seven judges who prepared the majority verdict did no discuss their conclusions with the minority.’’ [8]


Het is een waslijst aan commentaren en bedenkingen van een rechter die het proces van op de eerste rij heeft gevolgd en kleur gegeven.

Higaisha ishiki, het oordeel van de Japanners

Zo enthousiast als ze de geallieerden hadden bestreden, zo nederig ondergingen de Japanners de bezetting en straf. Ook de uitspraak van dit ongeloofwaardige proces werd aanvaard en ondergaan. Toch wakkerde dit alles een gevoel aan bij de Japanners, het zogenaamde higaisha ishiki (被害者意識) [9]. Dit gevoel, dat ook na WOI de kop opstak na de kleinerende verdragen van Versailles[9] en Washington[10], leidde na WOII gelukkig niet tot een (ultra)nationalistische stroom die op zijn beurt een nieuwe militaristische stroom teweeg zou brengen. Japan zou zich voortaan (succesvol) richten op economische en sociale ontwikkelingen.

Samenvattend

Het recht van de sterkste [10]

De geallieerde overwinnaars zijn in hun overmoedige enthousiasme om een breuk aan te tonen met de vooroorlogse politiek, het grondbeginsel van het recht uit het oog verloren: iedereen is gelijk voor de wet. Met de uitspraak werd een signaal gegeven in de vorm van “dit nooit meer”, maar de manier waarop dit allemaal diende te gebeuren bracht heel wat vraagtekens met zich mee. Politieke belangen die op het spel stonden, rechtspraak van de overwinnaar, de openbare aanklager die zich niet volledig aan de regels van een eerlijk proces hield,…Er was zelfs zoveel kritiek op het proces dat het een belangrijke invloed heeft gehad op de latere ontwikkeling van de internationale rechtsnormen inzake oorlogsmisdrijven en de bestraffing daarvan. De onrechtvaardigheid van het Tokio Tribunaal droeg dus (onbewust) bij tot het creëren van een, qua jurisdictie eerlijk, internationaal strafhof.

Voetnoten

  1. Door de Japanners ingerichte interneringskampen die beter gekend zijn onder de denigrerende term “jappenkampen”
  2. Douglas MacArthur werd vanuit de VS gestuurd om het ontspoorde Japan terug op (democratische) rails te zetten. De nieuwe grondwet die hij invoerde maakte van Japan een pacifistische, democratische natie.
  3. De notie dat de keizer een afstammeling is van Amaterasu, en dus een levende Godheid is.
  4. Uit “Hirohito and the Making of Modern Japan, Herbert P. Brix
  5. De keizer is het symbool van de staat en van de eenheid van het volk; zijn positie ontleent hij aan de wil van het volk, bij wie de soevereine macht berust
  6. Economisch conglomeraat in het exclusief bezit van één familie. De vier grootste zaibatsu waren Sumitomo, Mitsui, Yasuda en Mitsubishi
  7. Conclusie van Ninette Giphart (specialist in internationaal recht), geformuleerd in haar boek International Criminal Courts.
  8. Uit “The Tokyo Trial and beyond: Reflections of a Peacemonger”, Adam Roberts.
  9. Het gevoel en de gedachte van het Japanse volk: “wij zijn de grote slachtoffers, we werden immers intern (slachtoffer van de strikte Japanse hiërarchie) en extern (het eerste een laatste gebruik van de atoombom) onderdrukt”
  10. Samenvattende term van de Amerikaanse historicus Richard Minear over het Tokio Tribunaal (tevens auteur van het boek ‘’Victor’s Justice: The Tokyo War Crimes Trial’’)

Bronvermelding

Boeken

  • Bossuyt, Marc, en Jan Wouters. Grondlijnen van internationaal recht, Antwerpen - Oxford Intersentia, 2005.
  • Giphart, Ninette. International criminal courts, Amsterdam: Uitgeverij Verloren, 2003.
  • Willy, Vande Walle. Van samurai tot soft power, Katholieke Universiteit Leuven(acco), 2007.
  • Adriaensens, Edward, en Dimitri Vanoverbeke. Op zoek naar het nieuwe Japan. Globe, 2004
  • 学研ニュ-コス中学歴史 (Gakken new course), Yazaki Etsuo(矢崎悦男), Tokio gakken (東京:学研), 03/03/2006.


Elektronische bronnen

  • Adam Roberts, The Tokyo Trial and beyond: Reflections of a Peacemonger, Blackwell Pub, Jan. 2005, Vol. 43, No. 3, pp. 738-740.

<http://links.jstor.org/sici?sici=0020-5893%28199407%2943%3A3%3C738%3ATTTABR%3E2.0.CO%3B2-2 > (JSTOR) (23/11/2007)

  • Herbert P. Bix, Hirohito and the Making of Modern Japan, Harper Perennial.

<http://links.jstor.org/sici?sici=0020-5850%28200110%2977%3A4%3C1000%3AHATMOM%3E2.0.CO%3B2-Z> (JSTOR) (23/11/2007)