Toyotomi Hideyoshi's Koreaanse campagne
Uit GeschiedenisJapan
Na het verenigen van Japan, wou Toyotomi Hideyoshi (豊臣秀吉 1537-1598) zijn grootste ambitie waarmaken: het veroveren van China. Hiervoor moest hij echter door Korea. Na het falen van diplomatieke gesprekken met het oog op vrije doortocht door Korea, lanceerde hij een militaire campagne om met geweld door Korea te trekken. De Japanse strijdmachten zijn echter nooit voorbij het Koreaanse schiereiland geraakt.
Inhoud |
Wat de oorlog voorafging
Diplomatieke betrekkingen
Toyotomi Hideyoshi droomde al jaren van de verovering van China. Hij maakte zijn intenties reeds in 1578 duidelijk aan Oda Nobunaga (織田信長), en in een brief aan zijn vrouw, in 1587.[1] In deze brief is ook te merken dat hij van plan was om Korea te onderwerpen, indien het zich niet aan zijn zijde schaarde.
In 1587 ondernam Hideyoshi een poging om de diplomatieke contacten met Korea terug op te nemen. Deze waren namelijk sterk verwaterd, grotendeels te wijten aan Japanse piraten. Hij stuurde een ambassadeur naar Korea met als doel (i) verdere bezoeken en (ii) het huidige Koreaanse hof zover te krijgen om hem te vervoegen in de oorlog tegen China. Het eerste bezoek draaide op niets uit, en zodoende liet Hideyoshi de ambassadeur onthoofden. Een tweede diplomatieke missie in 1588 had meer succes, en leidde tot het bezoek van Koreaanse ambassadeurs aan Japan. Zij werden ontvangen door Hideyoshi, alhoewel niet met gepaste vriendelijkheid. Bij hun terugkeer naar Korea gaf hij een brief gericht aan de Koreaanse koning met hun mee. Hierin maakte hij zijn intenties om China binnen te vallen duidelijk, en waarschuwde hij dat de relatie tussen Japan en Korea helemaal af zou hangen van hoe Korea zich gedroeg als hij naar China trok.
De Koreaanen gingen niet met Hideyoshi akkoord, en in september 1591 begon hij met zijn voorbereidingen voor de oorlog tegen Korea.
Militaire kracht van beide partijen
Korea was op het moment van deze oorlog allesbehalve in staat om Japan het hoofd te bieden, zijnde een staat die helemaal niet steunde op een zwaar leger en al helemaal geen recente oorlogservaring had. In tegenstelling tot Japan dat door jarenlange burgeroorlogen, eens verenigd onder Hideyoshi, een niet te stuiten militaire macht vormde.
Hideyoshi beschikte over ongeveer een half miljoen krijgers, gehard en ervaren door de lange burgeroorlogen die, alvorens hij Japan onder zijn vaandel had verzameld, dagelijks leven waren in Japan. Dankzij de contacten met de Portugezen beschikten zijn troepen ook over een aanzienlijk aantal musketten, een feit dat de militaire superioriteit tegenover Korea nog eens flink benadrukte. Het Koreaanse leger in die tijd was moeilijk een leger te noemen als men ze met de Japanse strijdmachten vergelijkt. Ze stonden onder leiding van officieren die voornamelijk door sociale status aan hun positie waren gekomen en nauwelijks goed militair inzicht hadden. Dit leidde tot een slecht opgeleid leger, met een uitrusting die te wensen overliet. Het overgrote deel van het voetvolk had helemaal geen harnas en hun wapens waren primitief en in slechte staat.
Zo goed als het Japanse leger was, zo slecht was de Japanse marine. Dit was de eerste keer dat een grote groep strijdmachten van de Japanse eilandengroep naar het vasteland moest, en ook gevechten op zee zou moeten leveren. De Japanse schepen waren uitgerust voor korte tochten tussen de verschillende eilanden van het land. Om dit tekort op te vangen wou Hideyoshi 2 oorlogsschepen lenen van de Portugezen. Deze waren daar echter niet zo mee opgezet en het is Hideyoshi uiteindelijk niet gelukt om deze schepen te bemachtigen. De Japanse marine bestond dus voornamelijk uit handelsschepen, omgebouwd om troepen te transporteren.
De Koreaanse marine stond in schril contrast met de snel bij elkaar gesprokkelde Japanse schepen. Korea beschikte over enkele Geobukseon[2] die een zeer belangrijke rol speelden in de gevechten tussen Japanse en Koreaanse marine. Waar Japan zich qua vuurwapens gespecialiseerd had in musketten, had Korea verder onderzoek gedaan naar kanonnen. De Koreaanse schepen waren uitgerust met elk ongeveer een veertigtal kanonnen, die kogels, vlammende pijlen of ijzeren pijlen konden afvuren. Aangezien de Japanse schepen helemaal niet over kannonen konden beschikken, kunnen we toch wel stellen dat dit een aanzienlijk voordeel voor de Koreanen was.
De eerste invasie (1592-1593)
Hideyoshi startte de voorbereiding voor de verovering van Korea in september 1591. Hij liet een basis bouwen in het noord-westen van Kyūshū (九州)[3] waar al het manvolk en de benodigdheden voor de oorlog samengetroept werden. Alles was tot in de puntjes voorbereid: het aantal manschappen, wapens, uitrusting, paarden, hoeveelheid eten. Alles was op voorhand bepaald en op papier gezet. Deze voorbereiding duurde ongeveer 7 tot 8 maanden.
Hideyoshi, die nochtans een geweldig oog voor detail had, maakte bij het opstellen van de divisies voor de invasie toch iets wat we een fout zouden kunnen noemen. De eerste en tweede divisie, die de voorhoede van de invasie voor zich zouden nemen, werden geleid door respectievelijk Konishi Yukinaga (小西行長) en Katō Kiyomasa (加藤清正). Beide mannen waren net zoals Hideyoshi zelf niet van adelijke afkomst, en hadden zich op eigen kracht in de rangen omhooggewerkt.
Konishi Yukinaga was een gedoopt christen met een grote haat voor boeddhisten, terwijl Katō Kiyomasa een devoot boeddhist was die de christenen haatte. Katō ging zelfs zover dat hij de mantra van de Nichiren (日蓮) secte, waartoe hij behoorde, op zijn blazoen droeg.[4]
De rivaliteit tussen de twee die voortkwam uit dit religieuze verschil, was een niet te onderschatten bepalend element in deze campagne.
Blitzkrieg tot Seoul
De omvang van de implicaties veroorzaakt door deze rivaliteit werd reeds snel duidelijk. Op de mistige ochtend van 24 mei 1592 zag Konishi de kans schoon om als enige met zijn divisie richting Korea af te zeilen. Er was immers grote eer te winnen door als eerste in het gevecht te treden. Tegen de tijd dat Konishi’s divisie aan land ging, zat die van Katō nog in volle zee en kwam pas 4 dagen later aan.
Vanaf hier begon een ware blitzkrieg van de eerste drie Japanse divisies. Na aan land te gaan, stootte Konishi’s divisie op verzet in Pusan (釜山). Dit verzet werd snel in de kiem gesmoord en Konishi koos een noordwaardse route. Zoals reeds gezegd landde Katō’s divisie een viertal dagen later pas in Pusan, dat toen al compleet verslagen was. Katō had echter niet de wens om zijn rivaal te volgen en koos zijn eigen route om alsnog veldslagen te kunnen winnen voor eigen eer. Hij koos een weg oostelijk van die van Konishi. De derde divisie die ook een belangrijke rol speelt in deze invasie, is die onder leiding van nog een christen, Kuroda Nagamasa (黒田長政). Hij landde een dag na Konishi en ook hij wou niet in de voetsporen van beide andere divisieleiders treden en nam nog een andere route, noordwestelijk van de twee anderen.
Zo waren er 3 divisies die zich via elk een andere route, een weg door Korea, naar Seoul vochtten. Konishi's en Katō's pad kruiste in Mungyeong (聞慶). Samen trokken zij voorbij de Choryang bergpas, een plaats met voor de Koreanen grote mogelijkheden voor een hinderlaag. Dankzij de onbekwaamheid van de Koreaanse militaire leiders echter, konden zij zonder problemen voorbij deze pas trekken. De Koreaanse defensie onder leiding van Shin Rip (申砬) had zich teruggetrokken tot aan het kasteel van Chungju (忠州). Shin Rip wou de veldslag op de grote velden voor Chungju uitvechten. Hij was er van overtuigd dat dit het gebruik van de vele cavalerietroepen die hij had, het best zou benutten. Dit brak hem echter zuur op, aangezien de Japanse strijdmachten met gebruik van musketten een leger op vlak terrein gemakkelijk aankonden. Het Koreaans leger werd uiteindelijk teruggedrongen tot in een rivier, alwaar zij compleet verslagen werden.
Eens voorbij Chungju gingen de divisies van Konishi en Katō weer uit elkaar, elk van plan om als eerste in Seoul (漢陽)[5] te komen. Uiteindelijk kwam Katō slechts een paar uur na Konishi aan. Ze moesten echter vaststellen dat Seoul reeds verlaten was. Er was na afloop van de veldslag in Chungju een boodschapper verstuurd, en de Koreaanse koning was met zijn hele hofhouding en resterende troepen naar Pyeongyang (平壤) afgereisd. Dit in de hoop daar een laatste defensielijn te leggen tegen de Japanse troepen. Hadden de twee divisieleiders beslist om samen te werken, waren ze hoogst waarschijnlijk op tijd in Seoul aangekomen om de stad met hofhouding en al alsnog in te nemen.
Verdere doortocht naar Pyeongyang
In Seoul genoten de Japanse troepen van een welverdiende rust na een geweldig machtsvertoon. Na de eerste landing op Pusan hadden zij namelijk in een luttele 19 dagen tijd ongeveer de helft van het Koreaanse schiereiland ingenomen. Terwijl de eerste twee divisies uitrustten, kwamen ook de andere divisies een voor een aan in Seoul.
Toen de eerste divisie daarna verder noordwaards trok op weg naar Pyeongyang[6], stootten zij bij de Imjin rivier (臨津江) echter op Koreaans verzet. De Koreanen hadden zich zo opgesteld dat de Japanners onmogelijk de Imjin rivier over konden steken. Het enige mogelijke oversteekpunt werd namelijk belaagd door boogschutters.
Een paar dagen na Konishi kwam ook Katō aan de Imjin aan. Na een tiental dagen complete stilstand aan de rivier, besloten zij tot een schijnterugtrekking. Een kleine hoeveelheid Japanse troepen bleef achter aan de oevers van de Imjin, terwijl het grootste deel terugtrok richting een fort bij Paju (坡州). En toen maakten de Koreanen een zware fout. Hadden zij gewoon sterk blijven houden bij het bezetten van de oevers van Imjin, dan had deze veldslag beslist anders kunnen uitdraaien. Zij gingen echter over tot de aanval op de overgebleven Japanse troepen. Hierop keerde het grote deel van de Japanse strijdmacht terug en konden zij de Koreaanse troepen verslaan en doorbreken over de Imjin rivier.
Hierna waren de taken van de divisies verdeeld, volgens orders van Hideyoshi: Katō moest het noord-oostelijke deel van Korea voor zich nemen. Konishi moest doorstoten naar het noorden richting Pyeongyang, het laatste grote bolwerk van Koreaans verzet. De andere divisies werden verspreid over het land om enig verder verzet in de kiem te smoren.
De tocht naar Pyeongyang was vrij gemakkelijk aangezien er tussen Seoul en Pyeongyang zelf geen noemenswaardige Koreaanse legers meer lagen. Aangekomen in Pyeongyang zat Konishi met hetzelfde probleem als bij de Imjin rivier. Alleen kon hij er deze keer niet op rekenen dat de Koreanen dezelfde fout zouden herhalen. Konishi zag zich genoodzaakt om over te gaan tot diplomatieke pogingen. Deze draaiden echter op niets uit en Konishi was genoodzaakt aan de oevers van de rivier te wachten. Terzelfdertijd kwam de de derde divisie onder Kuroda aan bij Pyeongyang, en voegde zich bij de legers van Konishi.
De Koreanen zetten uiteindelijk een verrassingsaanval in op de Japanners. Deze was initieel eerder succesvol, maar de vrij recent aangekomen divisie van Kuroda slaagde erin de Koreaanse aanvallers terug te drijven tot de rivier. De Japanners konden zo perfect zien hoe de Koreanen de ondiepe gebieden in de rivier gebruikten om over te steken. Met deze kennis verzamelden Konishi en Kuroda hun troepen en trokken de volgende dag over de rivier naar Pyeongyang. De stad viel in minder dan een dag, en hiermee was er niets meer dat de Japanners scheidde van de grens met China.
Zeeslagen
De legers die tot nu toe door Korea waren getrokken, waren niet degene die de uiteindelijke invasie van China zouden uitvoeren. Die taak was weggelegd voor de ruwweg 52.000 reservisten die via boot naar Pyeongyang zouden gevoerd worden. Dit alles was echter buiten een bepaalde Koreaanse admiraal gerekend. Admiraal Yi Sun Sin (李舜臣) boorde door uitstekend tactisch denken en goed gebruik van de Koreaanse marine, Hideyoshi's dromen van het bezetten van China de grond in.
Het eerste echte zeegevecht vond plaats in Okpo, ongeveer ten tijde dat de derde divisie Japanse landmachten in Seoul aankwam. De Japanners beschikten daar over een veertigtal schepen. De Koreanen hadden 24 Panokseon[7], 15 kleine oorlogsschepen en 46 kleine open boten. De Japanners waren even onder de indruk van de vijand, die alhoewel ze op land zwaar verslagen werd, toch retallieerde op zee. Sommige van de Japanse schepen, waarvan de bemanning zich onledig liet met plunderen, sloegen op de vlucht. De Koreaanse vloot omsingelde hen, en maakte korte metten met de voltallige Japanse vloot daar aanwezig. Op dezelfde manier vernietigden de Koreanen de dag daarna 11 van de 13 Japanse schepen in de streek rond Jeokjinpo. Dit alles zonder zelf ook maar één schip te verliezen.
Een aantal weken na Okpo, wanneer de Japanse landmachten strijd voerden aan de Imjin rivier, vertrok Yi met een kleinere vloot, maar deze keer ook met Gebukseon, richting Sacheon (泗川). Er lag immers een eskader Japanse schepen voor anker in Sacheon. De Koreanen konden op deze manier niet veel beginnen tegen die vloot dus gebruikten zij de tactiek voorheen gebruikt door de Japanners aan de Imjin rivier. Ze trokken zich terug, in de hoop de Japanners mee te lokken. Deze tactiek slaagde wonderwel. De Japanners waren bloeddorstig, en hoopten een Gebukseon te bemachtigen. Dit lukte, maar was niet voldoende om Yi tot overgave of terugtrekking te dwingen. Hij retalieerde zwaar en vernietigde alle 12 aanwezige Japanse schepen. Admiraal Yi zelf werd tijdens dit gevecht gewond in de schouder door een Japanse musket. Hij overleefde echter, maar was Yi hier gestorven, zou de geschiedenis van Azië er nu waarschijnlijk een heel stuk anders uitzien.
De gevechten tot dan waren nog niet beslissend voor de Japanse invasie. Het waren zware verliezen, maar nog steeds overkomelijk indien de reservetroepen in Pyeongyang geraakten. Yi had echter Hideyoshi's plan doorzien en stationeerde zijn vloot, die ondertussen uitgegroeid was tot een 70-tal schepen, in Dangpo. Terzelfdertijd liet hij regelmatige patrouilles uitvoeren omdat hij overtuigd was dat er een grote Japanse vloot op weg was richting Korea. Deze vloot bestond uit 82 schepen: 36 grote schepen, 14 middelgrote en voorts kleinere boten. Zij stond onder leiding van Wakizaka Yasuharu (脇坂安治), Kato Yoshiaki (加藤嘉明) en Kuki Yoshitaka (九鬼嘉隆), allen door Hideyoshi teruggeroepen van het land om deze vloot te leiden. Maar wederom eiste het gebrek aan ervaring op zee, en de impulsiviteit van de samurai zijn tol. Yi's vloot was ondertussen teruggetrokken tot rond het eiland Hansan (閑山) waar het de Japanse vloot in een smalle zeestraat kon bevechten. Yi zond 6 Panokseon vooruit om de Japanse vloot naar hun toe te lokken. Wakizaka ging zeer snel, en alleen, tot de aanval over. Kort daarop volgden ook Kato en Kuki met hun respectieve schepen. Toen zette Yi zijn volledige vloot in, in crane wing formation, een formatie er speciaal op voorzien zoveel mogelijk schade toe te brengen aan de vijand en zelf zo weinig mogelijk schade op te lopen. Door deze formatie kwam de Japanse vloot in een halve cirkel van Koreaanse schepen terecht, waar ze zeer snel onder zwaar vuur kwam te staan. Van Wakizaki's vloot konden slechts 14 schepen ontsnappen. Hierop vluchtten de overgebleven Japanse schepen richting haven van Angol. Een paar dagen later kwam Yi daar aan en probeerde hij wederom met de tactiek van de schijnterugtrekking de Japanse schepen uit de haven te lokken. Toen dit faalde stuurde Yi zijn schepen uit in groepjes van twee die elk om beurt de Japanse schepen bombardeerden. Dit ergerde de Japanse bevelhebbers zo dat ze uiteindelijk toch overgingen tot een volledige aanval op Yi's vloot. Met het verwachte gevolg dat de Japanse vloot compleet uitgeroeid werd, op een paar schepen na, aangezien Yi vreesde dat de overblijvers hun frustratie zouden uitwerken op de lokale bevolking.
Het enige wat Yi nu nog restte was de Japanse basis op Pusan vernietigen. Toen hij hier aankwam stond hij echter tegenover een Japanse vloot van meer dan 400 schepen, die deze keer niet inging op zijn schijnterugtrekkingstactiek. Yi gaf Pusan op, en stelde zich tevreden met het blokkeren van de haven en de route voor extra manschappen naar Korea. Door deze gebeurtenissen bleek de invasie van China op dit moment onmogelijk geworden en als zodanig was dit een groot keerpunt in de oorlog op Korea.
De interventie van China
Vooreerst wou de Chinese overheid Korea helemaal niet te hulp schieten. Zij vond de snelle doortocht van Japan door Korea verdacht en vermoedde Koreaanse collaboratie. Uiteindelijk stuurde zij dan toch een kleine groep van 5000 manschappen naar Pyeongyang. Deze werden gemakkelijk verslagen door de Japanners die de poorten van de stad open hadden laten staan en zich verscholen in de gebouwen. Later stuurden de Chinezen een zeer groot bevrijdingsleger van ongeveer 100.000 man naar Pyeongyang. Konishi, die nog steeds Pyeongyang bezette, verdedigde de stad naar beste vermogen maar moest uiteindelijk toch de aftocht blazen. Na een laatste overwinning te Pyokje, begon de terugtrekking van de Japanse strijdmachten uit Korea, en startten diplomatieke gesprekken tussen Japan en China.
Diplomatieke betrekkingen met China (1594-1596)
Toen de Japanse troepen, met uitzondering van een klein garnizoen dat overbleef te Pusan, weggetrokken waren uit Korea begon een lang heen en weer gaan van ambassadeurs tussen Japan en China. Konishi was degene die voornamelijk voor Hideyoshi ambassadeur speelde.
Hideyoshi stelde aan het hof in China het volgende voor: een verdeling van Korea tussen China en Japan. Het noordelijke deel zou naar China gaan, terwijl Japan het zeggenschap zou krijgen over het zuidelijke deel. China was eerst van plan op dit aanbod in te gaan, tot het moment dat Hideyoshi een Chinese prinses eiste als concubine. Toen werd dit idee prompt van de tafel geveegd.
Midden 1596 kwam een diplomatieke missie uit Peking aan bij Hideyoshi. In een brief die zij overhandigden stond dat Hideyoshi de titel van "Koning van Japan" zou krijgen, op voorwaarde dat hij al zijn troepen uit Korea zou terugtrekken, en de forten door zijn troepen opgezet in Korea zou afbreken. Hideyoshi was ziedend en er waren geen verdere diplomatieke contacten meer tussen China en Japan.
In mei 1957 uiteindelijk, gaf Hideyoshi het bevel voor een nieuwe invasie op Korea. Iets waarvan niemand, behalve Hideyoshi zelf, het nut in zag. Als een eerste invasie mislukt was, zou een tweede invasie zeker falen. Desalnietemin waren er meer dan genoeg vrijwilligers om de slag te leiden.
De tweede invasie (1597-1598)
Moeizame overwinningen
De eer de tweede invasie te leiden viel te beurt aan Kobayakawa Hideaki (小早川秀秋), een jonge opkomende samurai die zijn post meer te danken had aan het feit dat hij Hideyoshi's neef was dan aan zijn verdiensten op het slagveld. Hij was immers nog maar 20 jaar. Hij werd vergezeld door zijn vader Kuroda Yoshitaka, die een oogje in het zeil hield. De vloot stond onder leiding van Konishi Yukinaga en het landleger zou aangevoerd worden door Katō Kiyomasa.
De Japanse marine had geleerd uit de fouten die ze in de eerste invasie gemaakt hadden. Alle Japanse schepen waren deze keer uitgerust met kanonnen. De Koreaanse marine was ook niet wat ze was ten tijde van de eerste invasie. Admiraal Yi was zijn post kwijtgeraakt door interne machtsspelletjes, en in zijn plaats was een compleet onbekwaam man gekomen. Dit leidde tot een onverwacht gemakkelijke landing in Korea, waarbij de Japanse vloot een 160-tal Koreaanse schepen zonder problemen tot zinken bracht.
Eens geland in Korea bleek het echter niet zo snel vooruit te gaan. China had immers al een leger naar het zuiden van Korea gestuurd. Dit leger had zich verschanst in een sterk fort gelegen te Namwon (南原). Na een belegering met torens gebouwd uit het groen van rijstplanten en versterkt rond ladders, slaagden de Japanners erin het fort in te nemen. Hierbij vielen 3726 slachtoffers aan Chinese kant.
De Japanse strijdmachten trokken verder door naar Seoul. Dit keer was hun tocht noordwaards echter veel moeizamer dan een paar jaar geleden. Tegen midden oktober 1597 zagen ze zich genoodzaakt om terug te trekken naar een reeks forten in het zuiden van Korea. Het grootste Japanse bolwerk was gelegen in het fort Ulsan (蔚山). Hier nam de grootste veldslag van de tweede Koreaanse invasie plaats.
Het fort had een uistekende defensieve ligging met één kant volledig gericht naar zee. Het Koreaanse leger, versterkt door een 40.000-tal Chinese soldaten kon dit bolwerk niet innemen door gewone doorsnee belegering. Zij stuurden een kleine groep uit om het fort aan te vallen. Dit faalde natuurlijk en zij moesten terugtrekken. Hierop openden de Japanners de poorten en zetten de achtervolging in op de Koreanen. Eens een eind van hun basis verwijderd, werden zij omsingeld door een leger van 80.000 man sterk. Na een zware veldslag konden zij ontsnappen, maar was hun aantal verminderd tot een schamele 5000. Hierna begon een zware belegering en blokkade van Ulsan. De Japanners hadden geen schijn van kans tegen de zware Chinees-Koreaanse overmacht. Er restte hun geen keus buiten wanhopig verdedigen en proberen te overleven. Het zag er zeer slecht uit voor de Japanse strijdmachten maar net toen het te laat leek kwam een zeer grote groep versterkingen die het vijandige leger in de rug aanviel. Deze veldslag draaide uiteindelijk uit op een overwinning voor het Japanse leger, maar de vele verliezen die hier geleden werden verzwakten Japans' positie in Korea aanzienlijk.
Rond deze tijd had de Japanse legerleiding de verovering van Korea reeds opgegeven. Hideyoshi gaf het bevel het grootste deel van het leger terug te trekken uit Korea. Slechts een paar divisies bleven over om de forten in de kuststreek te bemannen. De laatste veldslag in Hideyoshi's oorlog tegen Korea werd gevochten te Sacheon, waar door beide kanten een groot aantal soldaten werd ingezet. Na een lang aanhoudend gevecht verloor het Chinees-Koreaans leger met een slachtoffer-aantal van 30.000 man. Maar ook de Japanse strijdmachten hadden veel verloren en dit gekoppeld met de verliezen te Ulsan, zorgde ervoor dat de situatie voor hen in Korea zo goed als onhoudbaar werd.
De dood van Hideyoshi
Op 18 September 1598 beval Toyotomi Hideyoshi van op zijn sterfbed de terugtrekking van alle Japanse strijdmachten uit Korea. De overgebleven troepen begonnen na de slag van Sacheon onmiddellijk met de volledige terugtrekking.
Dit was echter buiten Admiraal Yi gerekend, die na de zware verliezen van de Koreaanse marine onder een andere admiraal terugkwam op de post van bevelhebber van de marine. Het was hem ten ore gekomen dat de Japanners zouden terugtrekken en hij besloot ze in een hinderlaag te lokken in Noryang (露梁). De Japanse vloot stootte In Noryang recht op die van Korea en verloor bijna de helft van haar schepen. Bij een laatste aanval op de Japanse vloot raakte Admiraal Yi zelf dodelijk gewond. Hij gaf bevel om zijn dood verborgen te houden voor zijn soldaten, zodat ze hun moraal niet zouden verliezen. Pas na de gevechten zou zijn dood vernomen worden. De Japanse vloot raakte uiteindelijk weg met ongeveer de helft van haar schepen, 250 van de origineel 500 vertrokken uit Korea. En hiermee kwam de oorlog op Korea definitief tot een einde.
Gevolgen van de oorlog
Elke oorlog heeft zijn gevolgen op de betrokken naties. Dit was zeker ook zo met de oorlog in Korea. Korea zelf had zwaar afgezien van de oorlog tussen twee grote naties op hun grondgebied. Het land lag in duigen, de bevolking was arm, bang en uitgehongerd. De paniek was algeheel verspreid, moord en diefstal waren schering en inslag. Dit alles terwijl de politici en hooggeplaatsten hun zakken vulden op de rug van de gewone man.
China kwam ook niet bepaald goed uit deze oorlog. Het Ming hof, dat al zware financiële problemen had voor de oorlog in Korea, zat nu met nog veel grotere geldproblemen. Ook de verdediging van het noorden van het land, was zwaar verminderd aangezien men daar het grootste deel van de troepen voor de verdediging van Korea had gehaald.
Japan zelf had natuurlijk een zware deuk in het ego gekregen. De oorlog op Korea was een mislukking, vooral te wijten aan de misvatting dat schepen varende platformen voor samurai waren. Het falen van de gevechten op zee was de doodslag voor de Japanse invasie. Politiek noch militair had deze invasie iets bijgebracht voor Japan. Buiten wat oorlogsbuit, en Koreaanse pottenbakkers die in Japan kwamen werken, had Japan niets gewonnen aan deze jarenlange strijd in het buitenland.
Voetnoten
- ↑ Hideyoshi, Toyotomi;Boscaro, Adriana. 101 Letters of Hideyoshi : the private correspondence of Toyotomi Hideyoshi , Sophia University Tokyo, 1975. pg 31
- ↑ Letterlijk "schildpadschip". Deze schepen waren uitgerust met een schild dat het dek bedekte, dit om enteringen tegen te gaan. Sommige modellen waren verder uitgerust met speren die tussen de platen van het schild uitgestoken konden worden voor extra verweer.
- ↑ Het meest zuidelijke eiland van Japan
- ↑ Namu myōhō renge kyō (南無妙法蓮華經) Glorie aan de Heilige Lotus
- ↑ Seoul noemde toen Hangyang
- ↑ Pyeongyang is de hoofdstad van het huidige Noord-Korea
- ↑ De Panokseon is een oorlogsschip dat over verschillende dekken beschikt en voortgedreven word door zeilen en riemen. Ook is dit het schip waarop de Gebukseon is gebaseerd.
Bronvermelding
Boeken
- Vande Walle, Willy. Een Geschiedenis van Japan: Van samurai tot softpower, Acco Leuven, 2007
- Turnbull, Stephen. The Samurai, A Military History, Japan Library, 1996
- Hideyoshi, Toyotomi;Boscaro, Adriana. 101 Letters of Hideyoshi : the private correspondence of Toyotomi Hideyoshi , Sophia University Tokyo, 1975
- Berry, Mary Elizabeth. Hideyoshi, Harvard University Press London, 1982
Websites
- Japanese invasions of Korea (1592–1598) (06/12/2008)

