Tokugawa yoshimune (徳川 吉宗)
Uit GeschiedenisJapan
Tokugawa Yoshimune (徳川 吉宗) was de achtste shōgun van Japan.
Hij heerste van 1716 tot 1745. Hij was de zoon van Tokugawa Mitsusada (徳川光貞,en de achterkleinzoon van Ieyasu Tokugawa (徳川 家康).
Inhoud |
Yoshimune's jeugd (1684-1716)
Tokugawa Yoshimune is geboren op 27 november 1684 in Kii, een rijke streek, die toen geleid werd door zijn vader Tokugawa Mitsusada. In zijn kindertijd noemde hij Tokugawa Genroku. Op dat moment was zijn achterneef, Tokugawa Tsunayoshi (徳川 綱吉), de Shōgun. Hoewel Kii een zeer rijke streek was (meer dan 500,000 Koku[1]), had het vele schulden aan het shōgunaat.
In 1697, op dertienjarige leeftijd, veranderde hij zijn naam in Tokugawa Shinnosoku. Op 21-jarige leeftijd, in 1705, stierven zijn vader en zijn twee oudere broers. Hierdoor werd hij tot Daimyo van Kii benoemd door Tokugawa Ienobu, die op dat moment shōgun was. Hij begon onder de naam Tokugawa Yorikata het gebied te beheren. Kii had nog altijd een schuld aan het Bakufu, en had grote uitgaven moeten doen aan het herbouwen na grote branden, aan het entertainen van de Shōgun. wat alles nog erger maakte was dat in 1707 een tsunami grote schade aan de zuidkust van Kii had aangebracht. Hij deed alles om de situatie in Kii te stabiliseren maar rekende vooral op het leiderschap van Edo.
In 1712 stierf Shōgun Ienobu, en werd Tokugawa Ietsugu, zijn zoon, de nieuwe Shōgun. Vanaf dit moment besloot Yorikata dat hij niet op de conservatieve confucianisten kon rekenen zoals Arai Hakuseki in Edo en deed hij zelf zijn best om de toestanden in Kii te stabiliseren. Maar voor hij zijn plannen kon uitvoeren stierf shōgun Ietsuga in 1716. Omdat hij nog een kind was had hij geen erfgenamen, en de andere kinderen van Ienobu waren te jong om te heersen, en dus besliste het shōgunaat om een nieuwe shōgun uit een van de andere lijnen te kiezen.
Shōgun Tokugawa Yoshimune (1716-1745)
De ervaring die hij had opgedaan in Kii kwam goed van pas toen hij op 33-jarige leeftijd in Yedo begon te werken. Hier kwam hij dezelfde problemen tegen, hoewel op een grotere schaal. Yoshimune was opgegroeid op het gewone land en was dan ook een sterk persoon zowel fysiek als mentaal. Hij had een eigen visie op de economie, en was ervan overtuigd dat veranderingen nodig waren. Hij had weinig vertrouwen in de confucianistische geleerden, en één van zijn eerste beslissingen was dan ook om Muro Kyŭso als confucianistische adviseur aan te duiden. Muuro Kyŭso was bekend als een verstandige en praktische filosoof, en een sterke aanhanger van het shōgunaat.
Financiële problemen
Yoshimune's aandacht richtte zich snel naar de financiële toestand van het Bakufu. De toestand was aan het verslechteren, hoewel dat het pas een kritiek punt heeft gehaald in 1721. Maar hij zag dat de economie een verandering nodig had. In zijn plannen om kosten te besparen zat ook een reductie van de Hatamoto. Zij hadden een grote familie, en hij weigerde hun rank door te geven, en zeker in geval van adoptie. Een gelijkaardige regel werd toegepast op het maken van nieuwe Fudai vazallen. Hier liet hij nieuwkomers toe om hun rank meer voor één generatie te houden. Het aantal Gokenin werd ook verkleind.
Al deze beslissingen waren echter niet volledig op het financiële gericht, ook deels politiek. Yoshimune wou de hulp krijgen van geselecteerde mensen die hun loyaliteit haddan bewezen. Hij had zelf ook een paar van zijn belangrijkste mensen meegenomen uit Kii, maar hij gaf hun geen privileges. Hij had geen favorieten die hij verdedigde. Toen één van zijn bekwaamste mensen een een beslissing had gemaakt en aangekondigd zonder het Bakufu hiervan op de hoogte te brengen, werd hij voor de Raad geroepen, gestraf en verplicht om zich te verontschuldigen voor zijn fout. Yoshimune is niet tussenbeide gekomen. Tevens verbaasde hij zijn andere bestuurders door "klachtbussen" (meyasubako) te installeren.
Hij versterkte zijn persoonlijke autoriteit in verschillende manieren. Hij wilde tevens een systeem gelijkaardig aan dat van Ieyasu toen die aan de macht was. Dit werd gedeeltelijk doorgevoerd. Deze gebeurtenis, het terugkeren naar een succesvol systeem, zou later bekent staan als de Kyōhō reformatie, genoemd naar het Kyōhō tijdperk (1716 - 1736). Yoshimune had een afkeer van de confucianistische elementen in het bestuur van zijn voorgangers, en hij wenste terug te keren naar de principes waarop het Tokugawa Bakufu gebaseerd was.
Net zoals vele heersers voor hem besloot hij dat de algemene levensstandaard moest verlaagd worden. En ook hijzelf verminderde zijn uitgaven, en hij perkte dat van het bestuur in. In 1722 legde hij de financiële toestand van het Bakufu aan het Bakufu voor. Kort hierna gaf het Bakufu een order dat alle daimyo's 100 Koku per 10,000 Koku van hun inkomsten moesten afstaan[2]. Hiertegenover stond dat hun verblijf in Yedo maar half zo lang duurde, en zo hun uitgaven verminderden. Doordat het grootste deel van hun inkomsten kwam van de taksen die geheft werden op landbouwland, werd het aanmaken van nieuw landbouwland aangemoedigd. Niet alleen Yoshimune maar ook de daimyo's moedigde dit aan, zij waren geïntereesserd in de opbrengsten.
Één van de opmerkelijke kenmerken van het bestuur van Yoshimune was dat hij open stond voor klachten. Één van de ergste beledigingen vroeger was "het direct verzoek" voor rechtvaardigheid aan de Shōgun, dit werd bestraft met de dood. Yoshimune was niet bang hiervoor. Op nieuwjaar in 1718, toen hij tergukwam van de gebeden in de tempel van zijn familie, werd hij aangesproken door een dorpeling die een petitie bij zich had. Deze man werd direct opgepakt en ging naar de rechter worden gebracht, maar dit werd gestopt door Yoshimune en hij beval hen in de toekomst deze personen niet meer te arresteren maar er voor te zorgen dat hun petities werden onderzocht door de plaatselijke autoriteiten. Dit zijn maar weinigzeggende gebeurtenissen, maar ze zijn een bewijs van de grote verandering, onder leiding van Yoshimune, in de houding van het Bakufu tegenover de sociale problemen.
Economische bevelen[3]
In 1721 beval Yoshimune alle bestuurders om de uitgaven van alle departementen te verminderen. Één jaar later, terwijl hij het volledige financiële beleid aan het herbekijken was, legde hij de peositie van het bestuur aan de Daimyo's en Hatomoto uit. Hij vroeg hen tevens om hun levensstandaard te verlagen. In 1724 legde het Bakufu regels op in verband met private uitgaven. Deze regels werden bijna jaarlijks herhaald voor de volgende 20 jaar. Deze regels werden echter niet gehoorzaamd, De Samurai konden geen luxe veroorloven en de dorpsmensen en boeren gingen hun beetje luxe dat ze hadden na al die tijd niet zomaar opgeven. De Economische Bevelen werden elk jaar herhaald tot en met 1743, maar nog altijd zonder effect. Yoshimune heeft zeer veel gedaan om de nationale economie terug goed te krijgen[4], maar telkens kwamen er weer nieuwe problemen die niet konden opgelost worden via een nieuwe wet of regel. De vereisten voor een stabiele economie waren een gezonde koers, een evenwicht tussen inkomen en uitgaven en een voldoende voedselvoorraad. Maar dit is zeer moeilijk in een land dat last heeft van tyhpoons, dat afgesneden is van import en dat is verdeeld in verschillende gebieden waarover het centrale bestuur maar een gedeeltelijke controle heeft.
Yoshimune's interesses
Hoewel hij zelf geen geleerde was, was hij een man met veel interesses. Hij was een fan van veldsporten, en hij genoot ervan zijn militairen op grote en vermoeiende manoeuvres te sturen in de gebieden van Kantō of op de hellingen van de Fuji berg. Maar hij interesseerde zich ook in het buitenland. En in 1720 verzwakte hij de verbanning van bepaalde boeken uit China die zijn voorgangers hadden opgelegd uit schrik voor het Christendom. In deze aankondiging stond dat boeken die geen Christelijke leer bevatten mochten geïmporteerd worden en in omloop worden gebracht.
Yoshimune wou een nieuwe en betrouwbare jaartelling, want het was volgens het Chinese gebruik dat een leider zijn functies op correcte tijdstippen uitvoert. Hiervoor vroeg hij de hulp van Nakane Jouemon Genkei, een silversmid uit kyoto wie goed advies kon geven in verband met een nieuwe jaartelling maken. Maar Genkei kon de nieuwe kalender niet afmaken door een tekort aan informatie, en hij zei tegen Yoshimune dat hij Chinese vertalingen van Westerse boeken nodig had. Hierdoor schafte Yoshimune de verbanning van Westerse boeken af.
Zijn interrese in de wetenschap was groot en het stuurde zijn aandacht richting buitenland. Hij deelde samen met Arai Hakuseki de gedachte dat Japan in contact moest treden met de wereld. In 1719 heeft hij tevens een student astronomie uitgenodigd, en samen met hem en een mekanieker van Kii een grote wereldbol gemaakt. Hij heeft later ook een telescoop geïmporteerd vanuit Nederland om de hemel te observeren. In 1744 heeft hij een observatorium laten bouwen in Yedo. Door het gebruik van deze apparaten werden er fouten ontdekt in de kalender, en moest die verandert worden. De kalendar was pas voltooid na Yoshimune's dood, en werd in 1754 gebruikt wat een nieuw tijdperk inluidde, het Hōreki tijdperk (=dierbare kalender)
Alternatief voedsel
Yoshimune zocht ook naar een oplossing voor de problemen die een slechte oogst met zich meebracht. Hij zag dat er een alternatief of extra soort voeding moest voorzien zijn. De consumptie van vlees was zeer klein aangezien dit verboden was door het Buddhisme. Verse vis was een luxeproduct wat zeer weinigen zich konden veroorloven. Er moest een voedzame groente worden verbouwd.Dit werd gevonden in de "Sweet potato" (=zoete aardappel), wat voorgesteld was door een confusionistische onderwijzer genaamd Aoki Konyō in 1734. De "sweet potato" was van zuiderse oorsprong en kwam naar Japan via de Luchu eilanden.
Yoshimune en de vazallen
Yoshimune was niet tevreden met het hervormen van het Bakufu zelf. Hij wou de andere domeinen ook nog hervormen, maar hier kwam hij op een onverwachte tegenstand. één van de drie Go-Sanke, onder het bevel van Tokugawa Muneharu, was tegen zijn visie van bestuur. In 1732 beschuldigde hij Munehara van dienstwijgering, maar dit had geen enkel effect. Daarom nam hij strengere maatregels en beval Munehara in zijn domein te blijven. In 1733 beschuldigde hij ook Munaneo, zijn opvolger als heerser van Kii, van een slecht bestuur, dat voor een slechte financiële toestand zorgde. Deze acties lijken oorsprong te hebben in de angst van de bekwaamheid van zijn oudste zoon, en zijn vermoedelijk opvolger, Ieshige. Omdat hij de opvloging in zijn eigen familie wilde houden creëerde hij twee nieuwe Tokugawa huizen. Zijn tweede zoon, Munetaka, werd het hoofd van Tayasu (genoemd achter één van de kasteelpoorten van Yedo). Zijn vierde zoon, Munetada, werd hoord van Hitotsubashi. Beiden verbleven binnen het domein van het kasteel.
Deze twee nieuwe huizen, en een derde dat later ook zou gesticht worden[5], Shimizu genaamd, moesten de opvolging binnenin de Tokugawa familie verzekeren.
Het einde van de achtste Shōgun
Yoshimune ging op pensioen in 1745 na een carriere van 30 jaar als Shōgun en nam de titel Ōshogo. Hij verbleef nog in het kasteel als voogd voor zijn zoon Ieshige tot en met 1752, toen hij stierf op 68-jarige leeftijd.
Voetnoten
- ↑ Koku: 1 Koku is ongeveer 150 kg rijst of 287,3 liter.
- ↑ Ook Agemai genoemd: bracht 1,750,000 Koku op.
- ↑ Economishe bevelen: Deze worden gedetailleerd weergegeven in de officiële collectie van Bakufu bevelen, "O Furegaki".
- ↑ 1718: Nieuwe koers onder bevel van Yoshimune: op basis van Shōtoku voor goud en zilver.
- ↑ Go-Sankyō: de drie nobele huizen.
Bronnen
Literaire naslagwerken
Sansom, George. A history of Japan 1615 - 1867, Dawson, Engeland : litho, 1978.
Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan: van samurai tot soft power, Leuven: Acco 2007.
Elektronische bronnen
http://en.wikipedia.org/wiki/Tokugawa_Yoshimune


