Tokugawa Ieyasu

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Tokugawa Ieyasu (徳川家康 Tokugawa Ieyasu; 31 januari 1543 – 1 juni 1616) was de stichter van het Tokugawa Shogunaat oftewel Edo Bakufu van Japan. Hij staat bekend als een van de drie personen die het feodale Japan hebben verenigd (de andere twee zijn Oda Nobunaga en Toyotomi Hideyoshi).

Tokugawa Ieyasu

Inhoud

Opklimmen naar de macht

Kinderjaren

Tokugawa Ieyasu werd geboren op 31 Januari 1543 in de Mikawa provincie. Zijn echte naam was Matsudaira Takechiyo(松平竹千代), zoon van Matsudaira Hirotoda, landsheer van Mikawa, en Dai-no-kata, de dochter van een samuraimeester Mizuno Tadamasa. Zijn ouders hertrouwden en zo had Ieyasu 11 halfbroers en halfzussen.

Als kleine jongen stond hij vaak vlakbij het razende geweld, doordat een deel van de Matsudaira vazal wou zijn van de Oda clan en een ander deel vazal van de Imagawa clan. Er werden dus veel veldslagen tussen beide clans en aanhangers uitgevochten. Toen hij 9 was, werd hij als gijzelaar genomen door Imagawa Sessai en tot zijn 15 verbleef hij in Sumpu. Hij leefde er als gijzelaar goed omdat hij als mogelijk bondgenoot van de Imagawa clan kon aanzien worden.

Tacticus, Verdeel en Heers

Op z’n 15e, in het jaar 1556, kwam hij tot leeftijd en veranderde traditiegetrouw zijn naam naar Mastudaira Jirosaburo Motonobu. Een jaar later, trouwde hij met z’n eerste vrouw en veranderde z’n naam naar Matsudaira Kurando Motoyasu. Onder hoede van de Imagawa, die hem als bondgenoot beschouwden, kon hij weerkeren naar Mikawa als daimyo. Om zijn trouw te testen, lieten de Imagawa hem meevechten in aantal gevechten tegen de Oda clan.

Na de moord op Yoshimoto, een leider van een groot deel van het Imagawa leger, besloot Ieyasu bondgenoot te worden met de Oda clan. Dit moest natuurlijk in het geheim gebeuren aangezien zijn vrouw en kind gijzelaar gehouden werden in Sumpu. In 1561 brak hij openlijk het bondgenootschap met de Imagawa en naam het Kanōjō kasteel in. Daar ruilde hij zijn vrouw en kind voor de gevangen genomen kasteelheer. Daarna hield hij zich grotendeels bezig met de Matsudaira clan te hervormen en de vrede in Mikawa te herstellen. Hij versterkte zijn positie met zijn belangrijkste vazallen ( Honda Tadakatsu, Ishikawa Kazumasa, Koriki Kiyonaga, Sakai Tadatsugu en Sakaakibara Yasumasa) door hen land en kastelen te geven.

In 1567 veranderde hij zijn naam alweer, dit keer naar Ieyasu Tokugawa. Door deze naam te kiezen eiste hij afstamming van de Minamoto clan op.

Hij bleef een bondgenoot van Oda Nobunaga en Ieyasu’s soldaten van Mikawa maakten een deel uit van Nobunaga’s leger. Deze namen in 1568 Kyoto in. Tezelfdertijd vergrootte Ieyasu zijn eigen territorium door samen met Takeda Shingen het hele territorium van de Imagawa in te nemen. In 1570 nam Ieyasu de Totomi provincie in en Shingen de Suruga provincie, inclusief de Imagawa hoofdstad Sumpu. Daarna verbrak hij dit bondgenootschap.

In Oktober 1571, viel Takeda Shingen, nu bondgenoot met de Hōjō clan, de Totomi provincie in. Ieyasu vroeg Nobunaga ter hulp en hij stuurde 3000 manschappen. Ieyasu leed een grote nederlaag en vluchtte met vijf overgebleven mannen naar een nabijgelegen kasteel. Hij verzamelde echter snel een nieuw leger, zodat Shingen niet veel aan zijn overwinning had.

Een jaar later stierf Takeda Shingen tijdens een bezetting en hij werd door zijn minder bekwame zoon Takeda Katsuyori opgevolgd. In 1575 viel het Takeda leger het Nagashino kasteel in Mikawa aan. Ieyasu vroeg Nobunaga alweer om hulp. Nobunaga kwam persoonlijk met zijn leger, een kleine 30.000 manschappen. Op 28 Juni 1575 bij de Slag van Nagashino versloeg het Oda-Tokugawa leger, samen een militaire macht van 38000 manschappen, Takeda Katsuyori, hoewel hij het gevecht overleefde en zich terugtrok naar de Kai provincie. De volgende 7 jaar bleven Ieyasu en Katsuyori elkaar bevechten in een reeks kleine gevechten. Ieyasu’s troepen slaagden erin controle over de Suruga provincie te halen. Het einde van de oorlog met Takeda Katsuyori kwam er in 1582 toen de alliantie van Oda en Tokugawa de Kai provincie bezetten en Takeda Kastuyori, samen met zijn oudste zoon Takeda Nobukatsu werden verslagen bij de Slag van Temmokuzan. Zij pleegden seppuku.

In het najaar van 1582, terwijl Ieyasu nabij Ōsaka verbleef, vernam hij dat Nobunaga vermoord werd door Akechi Mitsuhide. Hij ondernam de gevaarlijke reis terug naar Mikawa, wetende dat Mitsuhide’s troepen hem zochten. Een week na zijn aankomst rukten zijn troepen uit om wraak te nemen op Mitsuhide. Tevergeefs, aangezien Toyotomi Hideyoshi Akechi Mitsuhide had verslaan en gedood in de Slag van Yamazaki.

Nobunaga’s dood betekende dat sommige provincies, bestuurd door Nobunaga’s vazallen, klaar waren voor verovering. Doordat de heerser over de Kai provincie een van Ieyasu’s helpers vermoorde viel Ieyasu kort daarop de Kai provincie aan en nam de controle over. Hōjō Ujimasa, heerser over de Hōjō clan, antwoordde door een groter leger naar Shinano en daarna naar de Kai provincie te sturen. Tot een bloedbad kwam het echter niet doordat het tussen Ieyasu en de Hōjō tot een overeenkomst kwam, waarin Ieyasu controle over Kai hield en de Hōjō controle over Kazusa kregen.

Tezelfdertijd vocht men in Japan een oorlog uit tussen Toyotomi Hideyoshi en Shibata Katsuie. Ieyasu weigerde een kamp te kiezen in het conflict, zo kon hij zich op eigen belang concentreren. Hideyoshi versloeg Katsuie in de Slag van Shizugatake, en werd zo de meest krachtige daimyo in Japan.

Ieyasu en Hideyoshi

Toyotomi Hideyoshi

In 1584, besloot Ieyasu de oudste zoon van Oda Nobunaga, Oda Nobuo te steunen tegen Hideyoshi. Dit was een gevaarlijke daad en kon zijn ondergang betekenen. Tokugawa’s troepen namen de Oda vesting van Owari in, Hideyoshi antwoordde daarop door een leger naar Owari te sturen. De Komaki campagne was de enige tijd waarin de grote eenmakers van Japan elkaar bevochten. Na maanden van vruchteloze gevechten, werd de oorlog beslecht door onderhandeling door Hideyoshi. Deze maakte eerst vrede met Oda Nobuo en daarna bood hij een wapenstilstand aan aan Ieyasu. Een deel van de overeenkomst bestond eruit dat Ieyasu’s tweede zoon, O Gi Maru, een geadopteerde zoon van Hideyoshi werd.

Aanvankelijk wantrouwde Hideyoshi Ieyasu, en het duurde 5 jaar vooraleer zij als bondgenoten zouden vechten. De Tokugawa deden dus niet mee met Hideyoshi’s succesvolle invasies van Shikoku en Kyūshū.

In 1590 viel Hideyoshi de laatste onafhankelijke daimyo in Japan, Hōjō Ujimasa aan. De Hōjō clan regeerde over de provincies van de Kantō regio in Noord-Oost Japan. Hideyoshi beval hen zich aan hem te onderwerpen, maar dat weigerden ze. Ieyasu’s leger ging samen met Hideyoshi’s enorme leger en na 6 maanden namen ze Odawara in. Gedurende de bezetting, bood Hideyoshi aan Ieyasu de 8 Kantō provincies aan in ruil voor de 5 provincies die Ieyasu toen controleerde. Hij nam de uitnodiging aan.

Ieyasu gaf dus zijn controle over zijn 5 provincies (Mikawa, Totomi, Suruga, Shinano en Kai) op en verhuisde soldaten en vazallen naar de Kantō regio. Hijzelf trok in het kasteeldorpje Edo in de Kantō provincie in. Dit was zeer riskant, aangezien hij moest vertrouwen op de samurai die trouw waren aan Hōjō. Zijn plan slaagde echter briljant. Hij hervormde de Kantō provincies, controleerde en bedaarde de Hōjō samurai, en verbeterde de onderliggende economie van de regio. Omdat Kantō ietwat afgesloten was van de rest van het land, was het voor Ieyasu niet moeilijk een zekere autonomie te behouden van Hideyoshi. Binnen enkele jaren was Tokugawa Ieyasu de 2e machtigste daimyo in Japan.

In 1593 werd Hideyoshi vader van een erfgenaam Toyotomi Hideyori. In het jaar 1598 riep hij een vergadering bijeen waarin de 5 tairō zouden gekozen worden die na de dood van Hideyoshi als regenten voor Hideyori zouden optreden. Dit was nodig omdat hij zijn eigen gezondheid drastisch zag verminderen. De vijf die gekozen werden waren Maeda Toshiie, Mōri Terumoto, Ukita Hideie, Uesugi Kagekatsu en Tokugawa Ieyasu. Hij was de machtigste van de 5.

Hideyoshi stierf uiteindelijk na een slepende ziekte op 18 augustus 1598. Zijn zoon Hideyori volgde hem op, maar omdat hij te jong was om te regeren beruste de echte macht bij de regenten, de 5 tairō dus. De volgende twee jaar maakte Tokugawa bondgenoten van verschillende daimyo, zeker diegene die Hideyoshi niet moesten hebben. Met de dood van een regent, zag Ieyasu zijn kans en leidde zijn leger naar Fushimi. Hij nam de residentie van Hideyori, het kasteel van Ōsaka, in. De 3 andere regenten waren woest en er werden plannen gesmeed voor oorlog.

De sleutelfiguur van Ieyasu’s tegenhang was een zekere Ishida Mitsunari, een machtige daimyo. Nadat Ieyasu’s generaals te weten kwamen dat Ishida plannen smeedde om Ieyasu te doden, vluchtte Ishida. Hij kreeg bescherming van Ieyasu zelf doordat deze zijn generaals verbood Ishida aan te vallen. Blijkbaar wou Ieyasu liever dat Ishida het vijandelijke leger leidde in plaats van 1 van de 3 andere regenten. Bijna alle daimyo van Japan waren nu gesplitst in 2 fronten, Oost tegen West. Oost stond achter Ieyasu terwijl het Westen achter Ishida stond. Ieyasu had de Date clan, de Mogami clan, de Sataki clan en de Maeda clan achter zich, terwijl Ishida de 3 regenten achter zich had, alsmede veel daimyo van het oostelijk deel van Honshū. De grote slag kwam er nadat enkele van Ishida’s bondgenoten de kant van Tokugawa hadden gekozen. In september 1600, nam De slag van Sekigahara plaats, deze veldslag was de grootste en belangrijkste slag in de hele Japanse geschiedenis, die beslecht werd in het voordeel van Ieyasu Tokugawa. De meeste leiders van het Westen werden gevanggenomen en vermoord. Ieyasu was nu de heerser over heel Japan. Onmiddellijk na de veldslag herverdeelde Ieyasu het land onder zijn vazallen die hem hadden gediend, verleende hij gratie aan enkele daimyo van het Westen en maakte hij van Toyotomi Hideyori een gewoon burger. De vazallen die aan zijn kant stonden voor de Slag werden fudai daimyo genoemd, zij die zijn kant kozen na de Slag, werden tozama daimyo genoemd.

Eenmaking

Shogun

Ieyasu Tokugawa werd dan in 1603, toen hij 60 was, door Keizer Go-Yozei als shogun benoemd. Gedurende de jaren gebruikte hij zijn positie om het Tokugawa shogunaat en ook het Edo Bakufu, dat nog 250 jaar over Japan zou heersen, te creëren en te verstevigen. Hij trad echter 2 jaar later, in 1605 af en gaf de macht door aan zijn zoon Tokugawa Hidetada, hoewel hij na het aftreden nog steeds de macht over heel Japan had.

Ōgosho

Versterking van de eigen macht

Hij versterkte zijn eigen macht door onder andere:

  • Hij settelde zich dan in Sumpu, alwaar hij orders gaf om het Edo kasteel, gesponsord tegen wil en dank van de andere daimyo, te bouwen en vanwaar hij de bouw bleef controleren. Daarnaast controleerde hij de diplomatie met Nederland en Spanje, waarvan hij zich in 1609 distantieerde, hoewel hij de Nederlanders het alleenrecht gaf om met Japan handel te drijven.
  • Hij installeerde verder het Kuge Shohatto, een wet voor het hof en de keizer, waarin gold dat de keizer zich louter met ceremoniële zaken mocht bezighouden. Daarnaast benoemde vanaf dan af het Bakufu de keizerlijke administratie.
  • Naast het Kuge Shohatto, was er nog het Buke Shohatto, wetten voor de bushi, bestaande uit 21 artikelen, die het gezag van de shogun over de daimyo beschreven. Dit kon maar vanaf de derde shogun, Tokugawa Iemitsu, in werking treden.

Uitschakelen van de concurrentie

In tussentijd had hij, om de laatste hindernis uit de weg te ruimen, bevolen het kasteel van Ōsaka te bezetten, aangezien daar Toyotomi Hideyori leefde. Groepen aanhangers hadden zich bij hem geschaard en eisten dat Hideyori als enige erfgenaam op de macht van Japan, op de troon zou worden gezet. De bezetting, die meer dan een jaar duurde, werd geleid door shogun Hidetada. Op het einde van 1615, viel het kasteel ten prooi aan de Tokugawa, die iedereen doodden behalve Senhime, de vrouw van Hideyori, alsook kleinkind van Ieyasu. Met verdelging van de Toyotomi was de laatste hinderpaal voor de alleenheerschappij over Japan verdwenen.

De dood van Ieyasu

Een jaar na deze feiten, werd Ieyasu zwaar ziek en stierf te bedde op 73jarige leeftijd, waarna hij begraven werd in Nikkō Tōshō-gū