Tokaido (東海道)
Uit GeschiedenisJapan
De Tōkaidō (東海道) was een belangrijke handelsroute in Japan tijdens de Edo periode. Ze verbond Edo met Kyōtō via de Oostelijke kusten.
Inhoud |
De Edo periode (1603-1867 )
De Tōkaidō route verbond de hoofdstad Edo (Nu Tōkyo) met de oude keizerlijke hoofdstad Kyōtō langst de oostelijke kusten van het eiland Honshū en kreeg de bijnaam ‘Oostelijke Zee Route’ of ‘Grote Kustweg’. De Tōkaidō was 500 km lang en de meeste reizigers deden deze tocht te voet. Ze was erg druk en werd gebruikt door zowel edelen, samurai, monniken, handelaars als het gewone volk. Op de Tōkaidō lagen 53 tussenstations waar de reizigers alles konden vinden wat ze nodig hadden.
Buke Shohatto
De buke shohatto kan vertaald worden als "wetten voor de militaire families" en werd voor het eerst opgesteld door de tweede Shōgun Tokugawa Hidetada in 1615. Het was een code die de plichten van de daimyō's en het gezag dat de Shōgun over hen had duidelijk maakte. Elke nieuwe Shōgun bracht zijn eigen buke shohatte uit en die werd dan genoemd naar de jaarperiode waarin ze werd uitgevaardigd. De eerste code was de Genna-rei vanwege de Genna-periode van 1615 tot 1624 De code kreeg vaste regels toen de derde Shōgun Tokugawa Iemitsu zijn buke shohatto van 1635 opstelde. Er werden 21 artikels opgesteld waaronder de sankin kōtai-sei
Sankin kōtai
Sinds Tokugawa Ieyasu reisden de daimyō om de 2 à 3 jaar naar de hoofdstad Edo om daar hun trouw aan de Shōgun te bewijzen. Ze lieten vaak ook hun vrouw en kinderen in Edo wonen als een soort onderpand. Dit gebruik werd door Iemitsu verplicht gemaakt en werd Sankin kōtai genoemd. Vanaf nu moesten de daimyō elk jaar enkele maanden naar Edo gaan om de Shōgun te bezoeken. De vrouw en kinderen moesten permanent in Edo verblijven. De daimyō kregen nu te maken met een enorm finacieel verlies, wat de bedoeling was geweest van het Bakufu. Ze moesten zich in een groot gevolg met veel pracht en praal naar Edo verplaatsen, want dat werd verwacht van hun stand. Ook het onderhouden van de residenties in de hoofdstad slorpte veel van hun kapitaal op.
De daimyō hadden geen financiele middelen op overschot om een opstand tegen het Bakufu te financieren.
Dit alles had ook voordelen. Elke Daimyō was op de hoogte van de nieuwe wetten en besluiten en de streken waar de ze doortrokken, voornamelijk de officiele wegen, kenden een enorme economische bloei.
De reis van een daimyō
Zoals hierboven reeds vermeld verplaatsen de daimyō zich met een groot gevolg en veel pracht en praal. Er zou ooit een prins met 20.000 manschappen de hele reis in een prachtige ceremonie hebben afgelegd.
Maanden op voorhand werden deze reizen gepland, controleposten moesten verwittigd worden en de voedselvoorraad nodig voor het hele gezelschap plunderden dikwijls het rantsoen van de hele regio. De komst van een daimyo werd ruim op voorhand aangekondigd zodat de weg vrijgemaakt werd van bulten en putten en geen enkele hindernis het gevolg kon storen. Als de daimyo aankwam moest al het verkeer van de weg en reizigers die zich nog op de weg bevonden moesten zich ter aarde werpen. Eenieder wie dit niet deed of niet goed genoeg, werd zonder berouw de keel overgesneden door de zwaardvechters die de daimyo escorteerden.
Go-kaidō
Deze officiele wegen waren van groot belang. Oorspronkelijk waren ze aangelegd om de militaire controle en economische expansie makkelijk te kunnen leiden vanuit Edo, maar al snel bleken ze een enorme stimulatie voor de handel te zijn. De belangrijkste wegen waren de go-kaidō, "de vijf hoofdwegen".
- de Tōkaidō, van Edo naar Kyōto
- de Nakasendō, van Edo naar Kusatsu
- de Nikkō-kaidō, van Edo naar Nikkō
- de Ōshū-kaidō, van Edo naar Shirakawa
- de Kōshū-kaidō, van Edo naar Shimosuwa
Langst deze wegen ontwikkelde zich vele herbergen, die men als tussenstations ging beschouwen, de zogenaamde shukuba. Alle wegen begonnen in Edo, bij Nihonbashi, en van daar uit werd om de 1 ri een mijlpaal gezet (1 ri is 3.93 km.) zodat reizigers de afstanden vlot konden bijhouden. Om de 2 à 3 ri werd een shukuba geplaatst, waar de reizigers en dieren konden uitrusten, en officiele koeriers mekaar konden aflossen. De uitbating van deze tussenstations kwam grotendeels op de kap van de lokale boeren terecht, die naast hun herberg ook hun vee en landbouwgronden moesten onderhouden.
Er werden ook officiele tolposten op strategische plaatsen zoals een brug of smalle bergpas opgericht. De reizigers konden er niet omheen. Dikwijls gebeurde het ook dat over grote rivieren geen brug gebouwd werd zodat de reizigers gebruik moesten maken van de officiele overzetdiensten. Dit was een middel om grote troepenverplaatsing te bemoeilijken en natuurlijk inkomsten te verwerven. De tolposten moesten de vuurwapentrafiek naar Edo (irideppō) en het vertrek uit Edo van de vrouwen en kinderen van de daimyō(de-onna) controleren
De wegen werden veel gebruikt, onder andere voor de sankin kōtai van de daimyō, het jaarlijkse bezoek van het Hollandse opperhoofd (Kapitan of Oranda shokan-cho) uit deshima aan de shogun, de koreaanse delegaties en de distributie van goederen of transporten van belastingen in natura.
De 53 Tussenstations
De Tokaido begon in Nihonbashi (日本橋) in Edo, de vroegere Musashi Provincie: nu Chūō-ku, Tokyo
- Shinagawa (品川) , Tokyo prefectuur
- Kawasaki (川崎) , Kanagawa Prefectuur: Zuidelijke oever van de Tama Rivier (多摩川 Tamagawa?) ook wel genaamd Rokugo Rivier (六郷川 Rokugōgawa?)
- Kanagawa (神奈川)
- Hodogaya (程ヶ谷,保土ヶ谷) vroegere Musashi Provincie
- Totsuka (戸塚) vroegere Sagami Provincie
- Fujisawa (藤沢)
- Hiratsuka (平塚) Westelijke oever van de Sagami Rivier (相模川 Sagamigawa?)
- Ōiso (大磯)
- Odawara (小田原)
- Hakone (箱根) vroegere Sagami Provincie, nu Kanagawa Prefectuur: Er was een controlepost aan de Hakone pass.
- Mishima (三島) Vroegere Izu Provincie, nu Shizuoka Prefectuur
- Numazu (沼津) vroegere Suruga Provincie
- Hara (原) nu een deel van Numazu
- Yoshiwara (吉原) nu een deel van Fuji-city: Oostelijke oever van de Fuji Rivier (富士川 Fujikawa?)
- Kanbara / Kambara (蒲原) Nu een exclave van Shimizu-ku
- Yui (由井,由比)
- Okitsu (興津) nu een deel van Shimizu-ku
- Ejiri (江尻) nu het centrum van Shimizu-ku, Shizuoka-city
- Fuchū / Sunpu / Sumpu (府中,駿府) nu het centrum van Shizuoka-city: Oostelijke oever van de Abe Rivier (安倍川 Abekawa?)
- Mariko / Maruko (鞠子,丸子) nu een deel van Suruga-ku, Shizuoka-city
- Okabe (岡部)
- Fujieda (藤枝)
- Shimada (島田) vroegere Suruga Provincie: Oostelijke oever van de Oi Rivier (大井川 Ōigawa?)
- Kanaya (金屋,金谷) vroegere Tōtōmi Provincie: nu een deel van Shimada: Westelijke oever van de Oi Rivier
- Nissaka (日坂) nu een deel van Kakegawa
- Kakegawa (掛川)
- Fukuroi (袋井)
- Mitsuke (見附) nu Iwata
- Hamamatsu (浜松): westelijke oever van de Tenryū Rivier (天竜川 Tenryūgawa?)
- Maisaka (舞阪) nu een deel van Hamamatsu
- Arai (荒井,新居): Hier was ook een controlepost zoals in Hakone
- Shirasuga / Shirasuka (白須賀) vroegere Tōtōmi Provincie, nu een deel van Kosai, Shizuoka Prefectuur
- Futakawa / Futagawa (二川) vroegere Mikawa Provincie, nu een deel van Toyohashi, Aichi Prefectuur
- Yoshida (吉田) nu Toyohashi
- Goyu (御油) nu een deel van Toyokawa
- Akasaka (赤坂) nu een deel van Otowa
- Fujikawa (藤川nu een deel van Okazaki
- Okazaki (岡崎)
- Chiryū / Chirifu (地鯉鮒,知立) vroegere Mikawa Provincie
- Narumi (鳴海) vroegere Owari Provincie nu een deel van Midori-ku, Nagoya
- Miya (宮) vroegere Owari Provincie, nu Atsuta-ku, Nagoya, Aichi Prefectuur: Een veerboot service verbond Miya en Kuwana op Ise Bay om 3 rivieren te vermijden: Kiso Rivier, Nagara Rivier, Ibi Rivier.
- Kuwana (桑名) vroegere Ise Provincie, nu Mie Prefectuur
- Yokkaichi (四日市)
- Ishiyakushi (石薬師) nu een deel van Suzuka-city
- Shōno (庄野) nu ook een deel van Suzuka-city
- Kameyama (亀山)
- Seki (関) nu een deel van Kameyama
- Sakanoshita (坂ノ下) vroegere Ise Provincie: een deel van Seki tot 2005, en ook opgenomen in Kameyama, Mie Prefectuur: zuidoost van de Suzuka Pass
- Tsuchiyama (土山) vroegere Ōmi Provincie, nu een deel van Kōka, Shiga Prefectuur: noordwest van de Suzuka Pass
- Minakuchi (水口) nu ook een deel van Kōka
- Ishibe (石部) nu een deel van Konan
- Kusatsu (草津)
- Ōtsu (大津) vroegere Ōmi Provincie, nu Shiga Prefectuur
Eindpunt in Kyoto (京都, soms 'Keishi', 京市) vroegere Yamashiro Provincie, nu Kyoto Prefectuur
Kunst
Vele kunstenaars gebruikten de Tōkaidō in hun werk, maar de beroemste was Utagawa Hiroshige Ando(1797-1858). Hij maakte vele houtsnijwerken over de 53 tussenstations van de Tōkaidō en dankt hier zijn roem aan.
Moderne Tōkaidō
Vandaag de dag is de tōkaidō de meest gebruikte transportweg in Japan. Ze verbindt nu Tōkyo (hoofdstad en grootste stad van Japan) met Nagoya (Japan’s 4de grootste stad) en Ōsaka (Japan’s 3e grootste stad) via Kyōtō. De Tōkyo-Nagoya-Kyōtō-Ōsaka route is gevolgd door de Tōkaidō main line (spoorweg), de Tomei en de meishin expressways, en ook de tōkaidō shinkansen. De Tōkyo Shinkansen (hogesnelheidstrein) is de bekendste en belangrijkste van deze routes en verbindt Tōkyo, Nagoya, Kyōtō en Ōsaka. In 1964 werd ze als eerste shinkansen lijn en s’werelds eerste hogesnelheidstrein geïntroduceerd. Ze haalde in 1964 al snelheden van 200km/h. Tegenwoordig kan ze al meer dan 300km/h bereiken.
Interessante links
http://www.uchiyama.nl/ngkunst.htm
Bronnen
- http://www3.vangoghmuseum.nl
- http://en.wikipedia.org
- http://www.japan-guide.com
- http://www.britannica.com
- http://www.hiroshige.org.uk
- Geschiedenis van Japan tot 1868; Prof. W. Vande Walle
- Inleiding tot de Japanse cultuur; Dr. K. Hellemans


