Theeceremonie (茶道 of 茶の湯)
Uit GeschiedenisJapan
In de Muromachi-periode (1333-1573 A.C.) is er een culturele vernieuwing die gepaard gaat met democratisering en regionalisering. De minder respectabele klassen worden de voornaamste voortbrengers van de cultuur. In dit artikel zal de nadruk liggen op de theeceremonie (Chadō 茶道 of Cha no yu 茶の湯).
Inhoud |
Geschiedenis
Thee vóór Rikyū
Chinese monniken
In China was thee drinken al populair tijdens de Tang Dynasty [1]. Rond die tijd bevond Japan zich in de Heian-periode[2]. Ocha (thee) en Cha no yu (theeceremonie) is door de eeuwen heen geworteld in de harten en gebruiken van de Japanners en heeft een grote invloed gehad op de Japanse cultuur. Het werd omstreeks de 9e eeuw N.C. geïntroduceerd in de Japanse cultuur door de Boeddhistische monnik Eichū. Na zijn studie in China, waar thee al vele jaren populair was, keerde hij terug naar Japan. Samen met Saichō en Kūkai heeft hij voor de doorbraak gezorgd van thee in Japan. In het begin dronk men thee vooral om medische redenen[3], maar door de jaren heen ontwikkelde het theedrinken zich tot een ontspannende bezigheid.
Zen en Cha no yu
Myōe, een goede vriend van Eisai, promootte het drinken van poederthee niet alleen om medische doeleinden zoals zijn voorgangers[4]. Maar hij vond dat het ook bijdroeg tot de ascetische levenswijze van Zen training. Zo werden thee en Zen voor het eerst in de geschiedenis met elkaar in verband gebracht en dit is tot op de dag van vandaag zo gebleven.
Dōgen
Rond de 12e eeuw werd vooral Matcha populair. Deze groene thee is van dezelfde plant afkomstig als zwarte thee (Kōcha 紅茶). Door Dōgen[5], die de geleidelijke verlichting van Sōtō Zen School uit China overbracht, werd thee geïntegreerd in de dagelijkse gewoontes van deze religieuze opleiding.
Tōcha
Tōcha was een spelletje dat bestond uit het drinken van verschillende soorten thee en daarna moest men raden welke thee van Toganoo[6] was. De deelnemers kregen prijzen naargelang het aantal keer men goed geraden had. Deze Tōcha bijeenkomsten werden gehouden in "kissa no tei". Een soort kamer op de 2e verdieping. In het begin waren de deelnemers enkel van adel, maar beetje bij beetje werden deze theebijeenkomsten bekend bij het gewone volk.
Higashiyama-jidai
Aan het einde van de Muromachi periode begon de Japanse kunst en cultuur onherroepelijk te bloeien. Deze belangrijke periode in de Japanse geschiedenis kreeg de naam Higashiyama-jidai. De bloei was vooral geconcentreerd bij de Ginkakuji, het Zilveren Paviljoen in Kyōto : de shōgun Yoshimasa gebruikte de Dojinsai kamer (een kamer in het Tōgudō gebouw bij de Ginkakuji) voor theebijeenkomsten.
Thee werd toen alsmaar populairder bij het volk, omdat het de sociale contacten bevorderde. Alhoewel sommigen meer geïnteresseerd waren in de dure Chinese benodigdheden dan in de sociale contacten. De benodigdheden waren een bron van rijkdom en daar kon uitgebreid mee gepronkt worden.
Murata Shukō
Daar bracht Murata Shukō[7] uiteindelijk verandering in door thee los te koppelen van het tentoonstellen van waardevolle voorwerpen. Het drinken van thee kreeg een andere dimensie, hieruit groeide later het Wabi-ideaal (Wabi-cha).
Shukō koppelde thee aan spiritualiteit en bracht het tot bij het gewone volk. De eigenlijke Chadō begon dus bij Shukō.
Sakai
Sakai was gekend voor zijn interessante ideeën en nieuwe importgoederen en was zo een belangrijke stad in de ontwikkeling van thee in Nara en Kyōto. 3 bekende theemeesters waren burgers van Sakai : Takeno Jōō[8], Imai Sōkyū[9] en Sen no Rikyū[10].
Chadō werd op gang gebracht door Sōkyu, verder ontwikkeld door Jōō en voltooid door Rikyū. Vooral Jōō hield zich bezig met de ontwikkeling van het Wabi-ideaal, dat eerder geïntroduceerd werd door Shukō.
Thee tijdens Rikyū
Tegen de 16e eeuw waren alle mensen van thee drinken gaan houden. Sen no Rikyū vond dit het perfecte ogenblik om de theeceremonie in te wijden in de Japanse cultuur. Tot op de dag van vandaag wordt thee in traditionele theeceremonies nog altijd op dezelfde manier klaargemaakt als Sen no Rikyū het toen heeft aangeleerd.
Sen no Rikyū
Rikyū werd geboren in Sakai in de Osaka prefectuur in 1522. Zijn oorspronkelijke naam was Yoshiro. Rikyū had al van jongs af aan interesse in thee. Zijn eerste leraar was Kitamuki Dochin. Hij kreeg toen van de priester Dairin Soto van de Nanshuji tempel in Sakai de naam Sōeki. Op zijn 19e werd hij leerling onder Takeno Jōō, die vaak geassocieerd wordt met de ontwikkeling van het Wabi-ideaal. Rikyū onderging ook Zen training in de Daitokuji tempel. Dit is een tempel in noord-west Kyōto, die al sinds eeuwen een speciale relatie had met thee.
Rikyū verraste regelmatig zijn leraar met originele methodes. Deze methodes om de benodigdheden te gebruiken hebben hem geen windeieren gelegd bij het ontwikkelen van zijn artistiek oog. Zo werkte Rikyū zich op tot een voorbeeld in het beoefenen van Cha no yu. Hij combineerde de alledaagse aspecten van het leven met de hoogste spirituele waarden en filosofische leer.
Rond zijn 55e kwam Rikyū steeds vaker in contact met de Shogun Oda Nobunaga[11] Hij werd zelfs gevraagd een theepaviljoen te bouwen naast het recent opgetrokken Azuchi kasteel, wat getuigde van Nobunaga's macht. Rikyū diende Nobunaga niet lang. In 1582 werd deze laatste namelijk vermoord. Onder de opvolger van Oda Nobunaga, Toyotomi Hideyoshi, kreeg Rikyū de titel Theemeester. Hideyoshi is de man die Japan voor het eerst in de geschiedenis één maakte. In 1585 hield Hideyoshi een theebijeenkomst in het Imperial Palace, waar Rikyū van de Keizer Ogimachi de Boeddhistische titel Koji kreeg.
Rond deze tijd werd Japan opengesteld aan allerlei invloeden. Zo kwam ook het Christendom Japan binnen. Verschillende missionarissen van o.a. Portugal gingen naar Sakai en Kyōto, waar ze bevriend werden met Rikyū en andere theeleraars. Zo kwam Cha no yu in contact met het Christendom. Enkele studenten van Rikyū werden vrome Christenen : Furutu Oribe, Takayama Ukon en Gamo Ujisato. Rikyū's buitengewoon gevoel voor schoonheid en kunst, heeft een grote invloed gehad op de wereld van ceramiek, architectuur, design, en alles wat kan te maken hebben met thee.
Ondanks allerlei onzekerheden over de werkelijke doodsoorzaak, weten we wel dat er spanningen waren tussen Rikyū en Hideyoshi. De meeste bronnen zeggen dat Hideyoshi Rikyū bevolen heeft tot het plegen van een rituele zelfmoord. Rikyū was 71 toen hij stierf. Na het groeten van zijn familie en zijn leerlingen, schreef hij zijn laatste gedichten. Bij het besef van het verlies van een groot man, had Hideyoshi berouw over wat hij Rikyū opgedragen had.
"I raise the sword,
This sword of mine,
Long in my possession
The time is come at last.
Skyward I throw it up!"
(vertaling : Suzuki Daisetsu)
Sen no Rikyū (千利休)
Sen no Rikyū werd geboren in 1522 in Sakai in de Osaka prefectuur, en stierf in 1591. Sen no Rikyū heeft verschillende namen zoals Sen Rikyū, Sen Sōeki of Hōsensai (zijn theenaam)(zie boven). Rikyū wordt beschouwd als een historisch figuur die veel invloed gehad heeft op de theeceremonie. Hij is ook de grondlegger van 3 belangrijke Japanse theeceremonie scholen (Sansenke 三千家): Urasenke, Omotesenke en Mushanokōjisenke.
Wabi-cha
Wabi-cha (わび茶、侘茶、侘び茶)een bepaalde stijl van theeceremonie, die geassocieerd wordt met Sen no Rikyū and Takeno Jōō. Deze stijl benadrukt het eenvoudige. De term wabi-cha werd voor het eerst gebruikt in de Edo (het latere Tōkyō) periode, daarvoor was het bekend onder de naam wabi-suki (侘数寄).
In de laatste jaren van de Muromachi periode, werd theeceremonie alom bekend. Men gebruikte toen vooral dure waren van Chinese oorsprong (karamono). Wabi-cha evolueerde toen langzaamaan naar een eigen stijl : veeleer eenvoudig en plaatselijk. Rikyū versierde zijn benodigdheden eigenhandig en maakte sommige waren zelf. Simpele dingen en sobere versieringen genoten zijn voorkeur, dat was ook te zien aan zijn theepaviljoen. Het was soms amper 2 tatami groot en gebouwd uit natuurlijke elementen met een minimum aan decoratie.
Sansenke 三千家
Er zijn 3 belangrijke Japanse scholen die gespecialiseerd zijn in de Japanse traditionele theeceremonie volgens Sen no Rikyū. Deze scholen zijn nauwelijks gekend buiten Japan. De hoofden van deze scholen zijn beter bekend als iemoto (家元). De drie scholen zijn Omotesenke, Urasenke en Mushanokōjisenke. Oorspronkelijk werden ze alledrie opgericht door Rikyū, maar na de 3e generatie zijn ze gesplitst. Daardoor zijn er kleine verschillen ontstaan in de ceremonies van de verschillende scholen. Dit zijn slechts kleine verschillen.
Omotesenke 表千家
Omotesenke betekent letterlijk : "voor het Sen huis" en is een van de belangrijkste scholen in Japan waar men zich kan inwijden in de theeceremonie.
| Generatie | Persoonlijke naam | Theenaam | ||
| 1ste | Rikyū Sōeki (1522-91) | 利休宗易 | Hōsensai | 抛筌斎 |
| 2de | Shōan Sōjun (1546-1614) | 少庵宗淳 | ||
| 3de | Genpaku Sōtan (1578-1658) | 元伯宗旦 | Totsutotsusai | 咄々斎 |
| 4de | Kō Sōsa | 江岑 宗左 | Hōgensai | 逢源斎 |
| 5de | Ryōkyū Sōsa | 良休 宗佐 | Zuiryūsai | 随流斎 |
| 6de | Gennō Sōsa | 原叟 宗左 | 覚々斎 | |
| 7de | Tenzen Sōsa | 天然 宗左 | Joshinsai | 如心斎 |
| 8ste | Ken'ō Sōsa | 件翁 宗左 | 啐啄斎 | |
| 9de | Kōshoku Sōsa | 曠叔 宗左 | Ryōryōsai | 了々斎 |
| 10de | Shōō Sōsa | 祥翁 宗左 | Gyūkūsai | 吸江斎 |
| 11ste | Suiō Sōsa | 瑞翁 宗左 | Rokurokusai | 碌々斎 |
| 12de | Keiō Sōsa | 敬翁 宗左 | Seisai | 惺斎 |
| 13de | Mujin Sōsa | 無盡 宗左 | Sokuchūsai | 即中斎 |
| 14de | Sōsa | 宗守 | Jimyōsai | 而妙斎 |
Urasenke 裏千家
Urasenke betekent letterlijk : "achterkant van het Sen huis". Het hoofd van deze schoolgroep is Zabosai Genmoku Soshitsu, 16e generatie van grote theemeesters.
| Generatie | Persoonlijke naam | Theenaam | ||
| 1ste | Rikyū Sōeki (1522-91) | 利休宗易 | Hōsensai | 抛筌斎 |
| 2de | Shōan Sōjun (1546-1614) | 少庵宗淳 | ||
| 3de | Genpaku Sōtan (1578-1658) | 元伯宗旦 | Totsutotsusai | 咄々斎 |
| 4de | Sensō Sōshitsu | 仙叟 宗室 | Hororisai | 朧月斎 |
| 5de | Jōsō Sōshitsu | 常叟 宗室 | Fukyūsai | 不休斎 |
| 6de | Taisō Sōshitsu | 泰叟 宗室 | Rikkansai | 六閑斎 |
| 7de | Chikusō Sōshitsu | 竺叟 宗室 | Saisaisai | 最々斎 |
| 8ste | Ittō Sōshitsu | 一燈 宗室 | Yūgensai | 又玄斎 |
| 9de | Sekiō Sōshitsu | 石翁 宗室 | Fukensai | 不見斎 |
| 10de | Hakusō Sōshitsu | 柏叟 宗室 | Nintokusai | 認得斎 |
| 11ste | Seichū Sōshitsu | 精中 宗室 | Gengensai | 玄々斎 |
| 12de | Jikishō Sōshitsu | 直叟 宗室 | Yumyōsai | 又玅斎 |
| 13de | Tetchū Sōshitsu | 鉄中 宗室 | Ennōsai | 圓能斎 |
| 14de | Sekisō Sōshitsu | 直叟 宗室 | Tantansai (AKA: Mugensai) | 淡々斎 (無限斎) |
| 15de | Hōsō Sōshitsu XV (Sen Genshitsu) | 汎叟 宗室 | Hōunsai | 鵬雲斎 |
| 16de | Sen (Genmoku) Sōshitsu XVI | 玄黙 宗室 | Zabōsai | 坐忘斎 |
Mushanokōjisenke 武者小路千家
Mushanokōjisenke, ook bekend onder de naam Kankyū-an, is de minst populaire school van de drie. Deze school is gelinkt met Rikyū's achterachterkleinzoon Ichiō Sōshu (一翁宗守), die de traditie van zijn vader Sōtan nieuw leven heeft ingeblazen.
| Generatie | Persoonlijke naam | Theenaam | ||
| 1ste | Rikyū Sōeki (1522-91) | 利休宗易 | Hōsensai | 抛筌斎 |
| 2de | Shōan Sōjun (1546-1614) | 少庵宗淳 | ||
| 3de | Genpaku Sōtan (1578-1658) | 元伯宗旦 | Totsutotsusai | 咄々斎 |
| 4de | Ichiō Sōshu | 一翁宗守 | Jikyūsai | 似休斎 |
| 5de | Bunshūku Sōshu | 文叔宗守 | Kyoyusai | 許由斎 |
| 6de | Shinpaku Sōshu | 真伯宗守 | Jōjōsai | 静々斎 |
| 7de | Kenshū Sōshu | 堅叟宗守 | Jikisai | 直斎 |
| 8ste | Kyūō Sōshu | 休翁宗守 | Ittotsusai | 一啜斎 |
| 9de | Kimiō Sōshu | 仁翁宗守 | Kokosai | 好々斎 |
| 10de | Zendō Sōshu | 全道宗守 | Ishinsai | 以心斎 |
| 11ste | Isshō Sōshu | 一叟宗守 | Isshisai | 一指斎 |
| 12de | Tokumatsu Sōshu | 聴松宗守 | Yokōsai | 愈好斎 |
| 13de | Tokuō Sōshu | 徳翁宗守 | Urinsai | 有隣斎 |
| 14de | Sen Sōshu | 宗守 | Futetsusai | 不徹斎 |
Cha no yu (茶の湯)
Theetuin & theepaviljoen
Voor het binnengaan van de tuin, heb je een soort (in)gangetje (genkan 玄関), waar de gast zich van zijn schoeisel ontdoet. Daarna gaat men verder tot een soort kleedkamer (yoritsuki よりつき), waar men wisselt van kleren. De gast krijgt een sobere kimono (着物), witte tabi (Japanse teenkousen 足袋) en slippers. Na alles daar achtergelaten te hebben wat men tijdens de ceremonie niet nodig heeft, vervolgen ze hun weg naar de wachtkamer (machiai 待合). Terwijl ze wachten op een teken van de gastheer dat alle voorbereidingen klaar zijn, loven de gasten uitgebreid de omgeving. Om daarna door de tuin hun weg verder te zetten richting het paviljoen.
In de theetuin vind je steeds groene planten en schijnbaar achteloos achtergelaten stenen die de weg naar het theepaviljoen vormen. Het is een kleine tuin beïnvloed door Zen-esthetiek, met nadruk op soberheid, rust en nederigheid. Dit zijn ook 3 belangrijke elementen in de theeceremonie zelf.
Het theepaviljoen is een soort tuinhuisje met een lage toegang (nijiriguchi 躙口 ) van ongeveer een halve meter hoog. Deze lage toegang verplicht de gast te knielen en te buigen alvorens binnen te gaan. Dit is een teken van nederigheid. Vroeger was het vooral een manier om de samurai te verplichten zich te ontdoen van hun zwaarden. De oppervlakte binnenin het paviljoen is ongeveer 4,5 tatami, wat ongeveer overeenkomt met 3x3 m. Het is heel sober van stijl en dient te herinneren aan het eenvoudige leven op het platteland. Mede daardoor hebben de Japanners het wabi-ideaal ontwikkeld, de voorliefde voor eenvoudige en natuurlijke dingen.
Buiten het theepaviljoen heb je een speciaal waterbekken (tsukubai 蹲) om het lichaam te reinigen : de handen wassen en de mond spoelen.
Tokonoma
Het tokonoma (床の間) is een smalle alkoof in een wa-shitsu (和室) (Japanse kamer met tatami) of cha-shitsu (zie onder) dat voor het eerst voorkwam bij een theeceremonie rond de 14-16e eeuw (Muromachi periode). Toen werd het gebruikt om Chinese kalligrafieschilderingen op te hangen, bloemen (ikebana 生け花) of wierook en kaarsen te plaatsen. Tijdens Rikyū werd kalligrafie het belangrijkste onderdeel van de decoratie van het tokonoma. De kalligrafie, geïnspireerd door Zen en geproduceerd door Zenmonniken, gaf de theeceremonie een filosofische en religieuze achtergrond.
Het tokonoma is de enigste plaats in heel het paviljoen dat voorzien is van decoratie. Mede hierdoor is het ten strengste verboden het te betreden.
Volgens het boek Kissa Orai, een boek gewijd aan het decoreren van een tokonoma, werd het tokonoma gedecoreerd om de theeceremonie een speciale, persoonlijke touch te geven. Het kan de gastheer zijn smaak, sociale status, en zelfs zijn politieke voorkeur uitdrukken.
Van tegenwoordig wordt het tokonoma gedecoreerd met bloemen en een kakemono (afhankelijk van allerlei elementen zoals seizoen, voorkeur van de gastheer,...). Een kakemono (掛け物) is letterlijk vertaald een ophangend ding. Deze wordt zorgvuldig uitgekozen door de gastheer, naargelang het thema van de ceremonie. Een kakemono bevat een Boeddhistisch scriptuur, gemaakt door een kenner. Dit heet bokuseki (墨蹟), inktsporen.
De gast neemt alle elementen van het theepaviljoen in zich op, om na de ceremonie alles zorgvuldig te becommentariëren. De gastheer zal daar dan ook heel graag gebruik van maken om de kennis van de aanwezige gasten op de proef stellen. Ondertussen hebben de gastheer en de gasten elkaar al begroet en kennisgemaakt. Na heel deze inleiding, kan de eigenlijke ceremonie beginnen.
Ceremonie
De theeceremonie wordt in een ruimte gehouden die speciaal opgericht werd voor de ceremonie. Dit heet een cha-shitsu (茶室). Binnenin krijgt iedereen een plaats toegewezen, waar men geknield op de tatami (畳) gaat zitten voor de eerstkomende uren. Volgens de etiquette hoort het zo dat de belangrijkste gast met zijn rug naar het tokonoma gekeerd zit. Dit is enkel een teken van bescheidenheid. De gastheer wil niet pronken met de decoratie van het tokonoma, waardoor het noodzakelijk is dat die gast met zijn rug naar het tokonoma zit.
De gasten krijgen soms iets te eten en drinken daarbij Japanse wijn, genaamd sake. Voor ze uiteindelijk thee drinken, eten ze nog een kleine zoetigheid omdat de thee meestal nogal bitter is. Terwijl de gasten hiermee bezig zijn, treft de gastheer de laatste voorbereidingen. Hij maken eerst alle benodigdheden (zie onder) proper, waarna hij groen poeder in de theekom doet. Vervolgens voegt hij water toe en mengt dit met een theeborsteltje (zie onder). De gebaren en handelingen van de gastheer worden heel bedachtzaam en rustig uitgevoerd. De meeste gastheren zijn hiervoor naar een speciale school geweest om ze aan te leren volgens de leer van Rikyū. Wanneer iedereen gedaan heeft met drinken, wordt alles gereinigd en weggezet door de gastheer. Deze laatste zal dan even de kennis testen van de aanwezige gasten. Wanneer dit alles beëindigd is, mogen de gasten naar huis terugkeren.
Een theeceremonie kan 1 tot 5u duren, dit hangt af van de gastheer en de gasten zelf.
Benodigdheden
Voor een theeceremonie heb je verschillende zorgvuldig uitgekozen benodigdheden nodig :
- Theekommetjes (chawan 茶碗)
- Tijdens een theeceremonie drinkt men thee uit een theekom en niet uit een theekopje. Sommige van deze kommetjes zijn al 400 jaar oud.
- Theeschepje (chashaku 茶杓)
- Dit is een soort lepeltje, gemaakt uit bamboe. Er zijn grote en kleine schepjes. De kleine worden gebruikt om thee in de theekommetjes te doen, de grote om thee in het theekistje (zie onder) te scheppen.
- Theeborsteltje (chasen 茶筅)
- Een klein borsteltje uit bamboe dat van uiterlijk trekt op een gewone borstel. Men gebruikt het om de thee te mengen.
- Theekistje (natsume of cha-ire 棗、茶入れ)
- Dit kistje is een speciaal houdertje om thee in te bewaren. Je hebt 2 soorten : natsume en cha-ire. Natsume zijn lage houten kistjes met een plat dekseltje en een ronde bodem. Cha-ire zijn hoog en dun. Er is ook een verschil in gebruik, dit hangt af van het soort thee. Cha-ire wordt gebruikt voor Koicha en heeft meestal een ivoren dekseltje. Het wordt bewaard in een zijden zakje (shifuku).
- Servet (fukusa 袱紗)
- Een vierkanten zijden doek, die gebruikt wordt om het theeschepje en het kistje schoon te maken.
- Pollepel (hishaku 柄杓)
- Deze wordt gebruikt om water te scheppen.
- Thee (matcha 抹茶)
- De theekeuze varieert van theeceremonie. Het kan groene of oranje thee zijn.
- Waterreservoir (mizusashi 水差し)
- Voor het beginnen van de ceremonie wordt dit in de kamer gebracht. Het kan gemaakt zijn uit porcelein, metaal, bamboe of hout en is vaak ook mooi versierd.
Eigenlijke kwaliteiten van een theeceremonie
- het terugtrekken uit de dagelijkse drukte
- het ondergaan van de rust die voortkomt uit de plechtige rituelen
- het gevoel tijd te overschrijden door deel te nemen aan een eeuwenoude traditie
- een gedwongen concentratie
- het opnemen van harmonische esthetica van het hele gebeuren
- een bijna religieuze benadering van subtiele zintuiglijke indrukken
- uiterste soberheid gedreven tot hoogste vervulling
Soorten thee in Japan
- Gyokuro, Sencha, Bancha
Algemene Japanse groene thee, gemaakt van gedroogde theeblaadjes (drie kwaliteitsniveaus in dalende orde).
- Houjicha
Japanse groene thee, gemaakt van geroosterde theeblaadjes (kleur van thee : bruin).
- Macha
Soort bittere groene thee, gemaakt van poeder van theeblaadjes. Wordt gebruikt tijdens de theeceremonie.
- Chinese thee
Oolong thee, Jasmijn thee, etc.
- Kōcha
Engelse thee.
Varia
"Tea is not a game and not an art; one taste of tea refreshes and purifies and gives enlightenment to the universal law." Murata Shuko 12e eeuw
"De theeweg is niets anders dan water koken, thee zetten en drinken. Dat is alles wat men dient te weten" Rikyū 16e eeuw
Voetnoten
- ↑ 618 - 907 nC
- ↑ 794 - 1185 nC
- ↑ Het boek Kissa Yojoki (The medical Benefits of Tea Drinking) werd door Eisai in Japan ingevoerd na zijn studie in China.
- ↑ Eichu, Saiko, Kukai, Eisai
- ↑ Dōgen Zenji (道元禅師)(13e E nC) was een Japanse Zen-Boeddhist leraar, geboren in Kyōto. Hij is de grondlegger van de Sōtō-Zen school in Japan.
- ↑ Toganoo ligt op ongeveer 50 minuten van Kyōto-station, in het bergachtige Takao. De tempel Kozanji (高山寺) werd daar 'ontdekt' door de monnik Myōe.
- ↑ 1423 - 1502 nC
- ↑ 1502 - 1555 nC
- ↑ 1520 - 1593 nC
- ↑ 1522 - 1591 nC
- ↑ 1534 – 1582 nC, een van de invloedrijkste daimyō’s gedurende de Sengoku periode.
Externe links
De officiële site van de Urasenke school
Een theeceremonie-school (Omotesenke traditie)
Bronnen
Cursussen
Karel Hellemans, Inleiding tot de Japanse cultuur, Leuven, Katholieke Universiteit Leuven, 1995
Willy Vande Walle, Hans Coppens, Geschiedenis van het moderne Japan, Leuven, Katholieke Universiteit Leuven, 2003
Boeken
Jean-François Defrere, Japan, Brussel, Artis-Historia, 1995
Herbert Plutschow, Discovering Rikyū and the beginnings of the Japanese tea ceremony, Trowbridge, The Cromwell Press, 2003
Edited by Paul Varley and Kumakura Isao, Tea in Japan, Essays on the History of Chanoyu, Honolulu, University of Hawai'i press, 1989
Soshitsu Sen, Chadō, The Japanese way of tea, New York/Tōkyō/Kyōto, Weatherhill/Tankosha, 1979
Internet
Engelstalig Wikipedia artikel in verband met Chadō
Japans Wikipedia artikel in verband met Chadō
Engelstalig Wikipedia artikel in verband met Sen no Rikyū
Japans Wikipedia artikel in verband met Sen no Rikyū
Engelstalig Wikipedia artikel in verband met Sansenke : Omotesenke
Engelstalig Wikipedia artikel in verband met Sansenke : Urasenke
Engelstalig Wikipedia artikel in verband met Mushanokōjisenke









