Stijl van de samoerai

Uit GeschiedenisJapan


Inhoud

1. De stijl van de samoerai

1.1. Betekenis van het woord

Samoerai betekent letterlijk "hij die dient". Samoerai komt van het werkwoord 'samurau' of 'saburau' wat dienen betekent. Aanhangers van de machtige grondbezitters noemden zichzelf samoerai. De orginele betekenis van samoerai heeft geen militaire betekenis, maar de definitie verandert doorheen de Japanse geschiedenis. De betekenis ('hij die dient')verwijst rechtstreeks naar de eervolle militaire dienst van de elite aan een heer.

Een ander woord dat in verband staat met de samoerai is 'bushi' ook wel gekend als 'bushi-dō' wat 'the way of the warrior' wil zeggen. 'Bushi' verwijst niet naar de meester -en dienaarrelatie maar wordt meer beschouwd als een algemene term voor een vechtende man of krijger. 'Bushi-dō' is het meest geschikt om de typische geest van de samoerai aan te duiden.

2. Geschiedenis van de samoerai

2.1. Het onstaan van de samoerai

Oost -en Noord-Japan waren het centrum van militaire activiteiten. Het was in de Kantō-vlakte dat de samoerai hun begin hadden. In de Nihongi, samengesteld tijdens de 1ste decennia van de 8ste eeuw, werd de term 'bugei' of 'martial arts' gevonden. Er bestond dus geen twijfel dat er militaire specialisatie bestond in het leger van die periode.De samoerai waren de ridders van het middeleeuwse Japan. In heel wat opzichten lijkt de samoerai op de westerse ridders, maar bepaalde Europese idealen kende hij niet of nauwelijks. Hij vocht niet voor een religieus ideaal en ook niet voor de hoofse cultus van de vrouw. Bescherming van de zwakken kende hij niet. Hun prijs was de triomf die hun zwaarden voor hen gewonnen hadden. De samoerai klasse werd tot leven geroepen door het evoluerende feodale stelsel. Vele kleine landeigenaars merkten dat het hof wel strenge wetten uitvaardigde tegen de bandieten maar in feite toch bitter weinig deden. Daarom leidden ze zelf familieleden op of recruteerden ze ridders die ze door een band van persoonlijke trouw aan zich trachtten te binden. Zo onstond hun type krijger, dat in de volgende eeuwen een grote invloed zou krijgen.

2.2. Taira-en de Minamotoclan

De Fujiwara delegeerden vaak hun macht aan 2 militaire families: de Tairaclan en de Minamotoclan. Deze 2 namen staken uit boven alle nieuwe clans in het oosten. Taira was 1st gebruikt bij Takami, kleinzoon van Keizer Kammu, wie de stichter van Kyōto was. Zijn zoon werd een provinciale gouverneur en zijn 6 kleinzonen kregen posities van macht en respect. De naam Taira werd populair voor kishin, huwelijk of verbond. Door de tijd heen werd de Linamotoclan de rivaal van de Tairaclan. Minamoto was ook van koninklijke afkomst. Ze werden gedwongen om mee oostwaarts te trekken omdat er een groot aantal prinsen werden geboren. Dat zette druk op het hof en hun budget. De 1ste Minamoto was Tsunemoto, zoon van één van deze prinsen en kleinzoon van Keizer Seiwa. De Taira- en de Minamotoclan raakten verwikkeld in een onderlinge machtsstrijd. Dit mondde uit tot een langdurige burgeroorlog, waarbij al de landheren en hun vazallen verplicht werden partij te kiezen. Na meermaals kerende kansen werd de oorlog uiteindelijk toch beslecht in het voordeel van de Minamotoclan. Typerend voor de Japanners is dat het ultieme criterium voor roem, is de wijze waarop de krijger zijn plicht vervulde. Het gedrag van deze helden bepaalde mee de normen die werden opgenomen in de code van de samoerai.

3. Samoeraikleding

3.1. Samoerai pantserkleding

De artiesten van het oude Japan hebben ons tekeningen achtergelaten van vroegere samoeraikrijgers. Zo krijgen we een beeld van hoe de samoerai eruitzag in die tijd. Er zijn ook delen van hun pantser gevonden. Deze geven een beeld van het militaire leven.

3.1.1. Lamellar pantser

Tijdens de 7de eeuw en 8ste eeuw werd het lamellar pantser gedragen als een grote jas. Deze jas is geovolueerd naar het pantser die de Japanners dragen.Dit was het 1ste echte samoerai pantser en werd 'yoroi' genoemd. Het principe achter de constructie van het 'yoroi' is heel simpel

  • Verschillende stukken metaal of leer werden strak aan elkaar gebonden om een flexibel, sterke plaat te maken.
  • De reep die gevormd was als schubben was ongeveer 30,5 cm lang, varierend in lengte afhankelijk van welk deel van het pantser het zou vormen.
  • De reep was van leer en voorzichtig gelakt om het waterdicht te maken.
  • Een reeks van deze repen werden dan samengebonden met een zijde of leren riem. Deze koorden werden felgekleurd en het patroon dat ze erop maakten zorgde voor het decoratieve effect op het pantser.
  • Het hele pantser was op die manier gemaakt zodat het op een doos lijkt.
  • 3 zijden van de doos (voorkant, achterkant en linkerkant) werden gemaakt als 1.
  • De rechterzijde werd als 1ste aangetrokken en vastgemaakt aan elke schouderriem door behulp van riemen of koorden. Om te voorkomen dat ze loskwamen of naar boven rezen, zodat de armen onbeveiligd werden, werden ze vastgemaakt aan de achterkant, aan een grote ornamentele boog, een 'agemaki'
  • De agemaki die meestal rood was, hing aan een ring aan de bovenkant van de rug en had de vorm van een kruis.

3.1.2. Blauwe draad geveterde pantser

Het is één van de oudste pantsers die nog bestaan. Het pantser is gerestoreerd in zijn oorspronkelijke staat.

  • Zoals alle effen oppervlakten op het pantser, was het bedekt met een laken van ontkleurd leer, meestal versierd met een aantrekkelijk ontwerp.
  • Wat lijkt op een borstplaat is eigenlijk de 'Tsurubashiri'. Aan de voorkant van de Tsurubashiri hangen 2 aanhangsels gemaakt om de ondersteunende koorden van het pantser te beschermen.
  • Over de rechterbrost hangt de 'Sendan no ita'. Het lijkt net op een kleine schouderplaat.
  • Over de linkerborst hangt 'Kyubi no ita'. Een strakke ijzeren plaat bekleed met leer.
  • In deze periode droeg de samoerai een gepantserde mouw, enkel over de linkeram. Dit liet de rechterarm vrij om de boog te kunnen trekken.

De gepantserde mouw was enkel een stuk stof versterkt met ijzeren platen langs de buitenkant en vastgemaakt onder de tegenoverliggende oksel.Onder het pantser droeg de samoerai een gepantserde robe. Deze was versierd met borduurwerk en pom-poms.

  • De grote hangende broek werd in de scheenbeschermers gestoken. De volle mouwen kwamen samen bij de pols waar ze aan elkaar gebonden werden door koorden.
  • De scheenbeschermers bestonden uit ijzeren platen die samengevouwen werden en rond het been werden vastgemaakt.
  • Laarzen van berenhuid en lederen boogschutterhandschoenen maakten de krijger zijn uitrusting compleet van tenen tot nek.
  • De kom van de helm bestond uit een reeks ijzeren platen die aan elkaar gemaakt werden door grote kegelvormige klinknagels. De bovenkant van de klinknagels bleven uitsteken op het oppervlakte van de helm. Helemaal bovenaan op de helm was een groot gat, de tehen.

De meest waarschijnlijke functie hiervan was om de vlecht die de krijgers hadden erdoor te laten komen, zodat het haar zou werken als een kussen. Later kwam er een binnenvoering in de helm en was de tehen niet meer nodig.

  • Het grote kromme nekstuk van de helm, een shikoro, was gemaakt van kozane, net zoals de rest van het pantser
  • De uiteinden van de shikoro zijn naar boven en naar buiten gebogen zodat ze het gezicht beschermen.
  • Deze projecties waren met leer bedekt.
  • Het laatste stukje decoratie was een boog vastgemaakt aan de achterkant van de helm

Door de kleine verschillen in de pantsers kunnen we de rangen onderscheiden.

4. Vrije tijd kleding

4.1. Kimono

In zijn dagdagelijkse leven is de basiskleding van de samoerai, de kimono. Bij de mannen stond die uit 2 lagen: de binnenlaag en de buitenlaag. Zwaardere kimono's werden in de winter gedragen, terwijl men lichtere kimono's in de zomer droeg. Normaal gezien is de kimono van een samoerai gemaakt van zijde dat superieur is aan katoen en hennep. Men gebruikt zijde niet alleen omdat het fijn aanvoelt en het indruk maakt maar ook omdat het koel is tijdens de Japanse zomers. De kwaliteit van de kimono hangt grotendeels af van zijn persoonlijke post en inkomen. Dit was enkel na de Edo-periode. De vrouwen in de samoeraifamilies droegen kimono's met lager en kleuren afhankelijk van de post en macht van hun man. De kinderen van de samoerai werden flamboyant gekleed. Een meer beheersde verschijning was het resultaat van de coming-of-age ceremonie. Oudere samoerai gebruikte meer tinten van grijs of bruin want ze hielden zekening met hun leeftijd.

Onder de kimono's droeg men een leeuwenvel. Er waren 2 variaties:

  • Deze werden gedragen op een manier zodat het net op een luier leek.
  • Bij de andere hing er een lang stuk stof voor de voorkant van het lichaam.

De bovenkant van het leeuwenvel werd vastgemaakt met behulp van een lus die rond de nek hing. Het andere einde ging rond de onderbuik en werd vastgemaakt met koorden rond de voorkant van het middel. Samoerai hadden de keuze om kousen te dragen. Deze hadden een ruimte zodat de grote teen van de andere tenen was gescheiden. Deze kousen waren helemaal wit.

Het schoeisel bestond meestal uit sandalen en houten klompen. Sandalen werden gemaakt van verschillende soorten materiaal, zoals stro, hennep of katoenen draad. Klompen werden geassocieerd met de lagere klasse, toch droegen samoerai ze soms.

Tijdens regenachtige dagen droegen samoerai regenjassen gemaakt van stro en ze hadden ook paraplu's.

4.2. Hitari

De hitari was populair tussen de 12de en 17de eeuw. Het was een pak dat uit 2 stukken bestond. Dit pak droegen de meeste samoerai in films over de Edo-periode. Op de hitari stond meestal het embleem van hun familie of clan. De decoratieve bogen maakten meestal ook deel uit van de hitari, meestal gedragen op de borst. Men droeg de hitari soms maar half, hierbij hing het bovenste stuk rond het midden. Dit werd gedaan bij worstelwedstrijden of zwaardvechten of boogschutten.

4.3. Kamishimo

Tijdens de Edo-periode moest de hitari plaats maken voor de Kamishimo. De kamishimo bestond uit een pak met 2 delen dat gedragen werd onder de kimono. Dit is de meest bekende samoeraijurk. Het bovenste stuk werd kataginu genoemd en was een jas of vest zonder mouwen en met overdreven schouders. Als alternatief werd de haori gedragen. Een lange jas gebruikt tijdens het reizen of slecht weer. Het lagere stuk was de hakama. Het was een wijde broek. Een beetje zoals de oude hitari. De kamishimo werd normaal gezien gemaakt van dezelfde stof en reflecteerde de status van de drager. De kamishimo werd meestal buiten huis gedragen of wanneer men bezoek kreeg.

5. Uiterlijk

5.1. Haar

De samoerai's haar was een belangrijk onderdeel van zijn uiterlijk. De traditionele haarstijl was de hoge haardot. Bijna iedereen droeg haardotten. Er waren verschillende haardotten.

  • Chasen-gami: Er werd een lint gedraaid rond de lengte van de haardot. Er kwam dan een lokje haar vrij aan het uiteinde van de dot dat leek op een lont. De haardot werd dan of naar achteren of naar voren gedragen. Hangend over het midden van het hoofd.
  • Mitsu-ori: Deze stijl was populair in de latere 16de eeuw. Het haar was geolied en gevormd in een platte staart en dan gevouwen over het hoofd. Daarna werd het weer terug gevouwen en dan op zijn plaats strak vastgemaakt.

Deze stijl waar men de voorkant van het hoofd scheert was uitgevonden om het dragen van een helm comfortabeler te maken.

6 Wapens

6.1 Zwaard, boog en dolk

Als wapens had de samoerai een zwaard, een dolk en een boog. Tegen de 11de eeuw werd het zwaard een superieur wapen. Het zwaard werd vastgemaakt aan een riem met de snijdende kant naar beneden. Bij de standaard kimono zit de samoerai zijn zwaard meestal door een riem(obi), gedragen rond het midden en vooraan vastgemaakt. Bij officiële omstandigheden zou het zwaard geslingerd worden door koorden die aan de obi hingen. Het korte zwaard of dolk werd dan door de obi gedragen. Het zwaard werd altijd aan de linkerkant gedragen.(makkelijk om het zwaard te trekken) Binnenshuis droeg de samoerai zijn zwaard niet, maar hij hield altijd wel één of andere vorm van bewapening op zich.

Vastgemaakt aan de schede was een houten schijf die de extra draad van de boog hield. De boog was het belangrijkste wapen en het teken van de samoerai. Een uniek onderdeel aan de Japanse boog was dat de handgreep niet centraal zit maar op 1/3 van beneden naar boven. Dit was zodat de boog gemakkelijker gelost kon worden van het zadel van een galopperend paard. Verschillende pijlpunten werden ontworpen voor verschillende doelen. De open 'V' pijlpunten, leek op een schaar, werden waarschijnlijk gemaakt om de koorden van een pantser los te snijden. Er was ook een pijlpunt met een grote geperforeerde houten knop die floot als die door de lucht vloog. Dit werd gebruikt om te seinen of de vijand te intimideren. De pijlen werden gedragen aan de rechterkant van het lichaam.

bronvermelding

  • Turnbull, Stephen."The samurai: a militairy history", United Kingdom: Osprey publishing Ltd,1977
  • Turnbull, Stephen."Samurai warriors", United Kingdom: BlandfordPress, 1987
  • Samoeraiclothing,"samurai-archives". http//:www.samurai-archives.com/clothing.html