Slag van Nagashino (長篠の戦い)
Uit GeschiedenisJapan
Inhoud |
Wat er voorafging
De mars op Okazaki
Het oorsponkelijke doelwit van Takeda Katsuyori was Okazaki, de hoofstad van de Mikawa-provincie. Oga Yashiro, een hooggeplaatste ambtenaar in de Tokugawa-administratie, had aangeboden om de poorten van Okazaki te openen voor het Takeda-leger. Tokugawa Ieyasu (徳川家康) was in Hamamatsu, zijn zoon Nobuyasu was op dat moment de kasteelheer. Okazaki (en misschien Mikawa) verliezen zou een dodelijke klap zijn voor de Tokugawa-clan.
Maar terwijl het leger onderweg was werd het plan ontdekt. Oga werd ter dood veroordeeld. Toen Katsusyori dit vernam had hij het kasteel van Nagashino bereikt, een fort met een garnizoen van vijfhonderd man onder de leiding van Okudaira Sadamasa[1].
Waarom Katsuyori zich niet terugtrok is onzeker. Mogelijk beschouwde hij Nagashino als een soort troostprijs, of was hij bang om aan gezichtsverlies te lijden.
De belegering
Het kasteel van nagashino is op een moeilijk inneembare plaats gebouwd: waar de Onogawa- en de Takigawa-rivier in Toyokawa-rivier in een Y-vorm samenkomen. Langs de zuid- en oostkant (voorbij de rivier) is het omringd door bergen. Takeda zette zijn hoofdkwartier neer ten noorden van het fort, waar het terrein wat platter was, om het communiceren met de Kai-provincie (zijn thuisbasis) te vergemakkelijken.
Op 16 juni 1575 begon de belegering. Takeda probeerde de noordelijke verdediging letterlijk te ondermijnen door tunnels te graven, maar dat mislukte. Ook aanvallen via vlotten op de rivier werden afgeslagen. Een stormloop haalde niets uit. Uiteindelijk besloot Takeda om de vijand uit te hongeren. Er werden pallisades gebouwd om de verdedigers binnen te houden, en dikke touwen over de rivier gespannen om alle mogelijke uitwegen te blokkeren.
Torii Suneemon
Torii Suneemon, een gewone vazal uit Mikawa, had zichzelf aangeboden om tussen de vijandelijke linies te glippen om te laten weten dat het fort het niet lang meer zou uithouden, ondanks het hoge moraal van het garnizoen. Torii geraakte weg door de touwen die in de rivier waren gespannen door te snijden met zijn mes. Hij stak een vuur aan op de Gambo-berg om het garnizoen te laten weten dat hij onderweg naar Okazaki was.
Ieyasu Tokugawa en Oda Nobunaga (織田信長) waren aan het vergaderen toen Torii aankwam. Diep onder de indruk van zijn boodschap beloofde Nobunaga de dag erna te vertrekken.
Torii keerde terug naar de Gambo-berg en stak weer een vuur aan als signaal. De Takeda hadden zich echter op zijn terugkomst voorbereid, en hij werd gevangen genomen. Katsuyori deed hem volgend voorstel: als hij aan het garnizoen vertelde dat er geen hulp ging komen en dat ze zich beter konden overgeven, werd zijn leven gespaard en mocht hij in diens treden bij de Takeda-clan. Torii stemde toe.
Katsuyori nam geen risico's en dwong hem zijn boodschap van de bezette Takeda-oever te roepen. Maar in tegenstelling met wat Takeda verwachte, schreeuwde Torii dat ze moesten volhouden en dat er hulp onderweg was. Hij werd ter plekke gedood.
Shitarabara
De boodschap van Torii Suneemon bevestigde dat er manschappen onderweg naar het kasteel waren. Er werd geschat dat de vijftienduizend vechters van de Takeda het zouden moeten opnemen tegen een verenigd Oda/Tokugawa-leger van achtendertigduizend man. Katsuyori zocht raad bij zijn officieren.
Zijn oudere officieren, zoals Baba Nobuharu, Naito Masatoyo, Oyamada Nobushige en Yamagata Masakage (allemaal leden van de Vierentwintig Generalen van Shingen[2]) vonden dat ze zich eervol terug moesten trekken. De jongeren vonden dit idee beschamend. Jammer genoeg luisterde Katsuyori niet naar het advies van zijn oudere generalen.
Toen het duidelijk werd dat Takeda wou vechten, poogde Baba Nobuharu Katsuyori te overtuigen dat hij beter het kasteel nu onder de voet kon lopen en van daaruit Nobunaga bevechten. Ook dit advies werd als laf en beschamend beschouwd.
Op 29 juni 1575 leidde Takeda Katsuyori een aanval op de palissade die Nobunaga had opgericht op de vlakte van Shitarabara.
De slag van Nagashino
Om tot aan linies van Nobunaga te raken moesten de Takeda-soldaten door twee beekjes, wat ze vertraagde. Daarbovenop had Nobunaga achter het tweede beekje een palissade opgericht, waarachter zijn drieduizend[3]ashigaru[4] met haakbussen stonden. Wanneer de vijanden uiteindelijk aan de palissade raakten waren ze genoeg vertraagd, zodat de samurai van Oda en Tokugawa ze op gelijke voet konden bestrijden. Deze strategie was voornamelijk om de aanval van de beruchte cavalerie van de Takeda-clan te verzwakken.
Aan de rechterkant viel Baba Nobuhara Sakuma Morisama aan, die hem naar de palissade probeerde te lokken. Dit lukte: Baba werd teruggedreven door de kogelregen, en door de samurai van Shibata Katsuie en Toyotomi Hideyoshi (豊臣秀吉) in de rug en flank aangevallen. Aan de linkerkant had Nobunaga een groep onder leiding van Okubo Tadayo buiten de palissade gelaten, ook als lokaas. Ze werden aangevallen door samurai geleid door Yamagata Masakage.
Toen gaf Takeda Katsuyori het bevel voor een laatste aanval waarbij hij al zijn manschappen gebruikte. Deze aanval werd ook afgeslagen, en Nobunaga stuurde zijn manschappen door de palissade zodat ze de samurai makkelijker konden bevechten. Uiteindelijk werd Takeda Katsuyori door Baba Nobuhara gedwongen zich terug te trekken. Deze laatste dekte Katsuyori's aftocht tot hij over de Kansagawa-rivier was. Toen werd Baba overweldigd en gedood.
Na de strijd
De Takeda-clan verloor tienduizend van hun vijftienduizend soldaten, wat neerkomt vijfenzestig procent. Het Oda/Tokugawa leger verloor daarentegen slechts zesduizend van de achtendertigduizend manschappen, of ongeveer vijftien procent. Dit verschil in slachtoffers laat duidelijk zien wie de beste manschappen en strategie had.
Zeven van de Vierentwintig Generalen stierven tijdens deze veldslag: Baba Nobuharu (gedood terwijl hij de aftocht van Katsuyori dekte), Hara Masatane, Sanada Nobutsuna (drong diep in de rangen van Oda, maar werd overweldigd), Yamagata Masakage, Saigusa Moritomo, Tsuchiya Masatsugu en Naito Masatoyo.
Gevolgen
Een van Nobunaga's meest indrukwekkende prestaties is de training en de discipline[5] die hij aan zijn ashigaru heeft gegeven. Dit gaf hem een voorsprong op alle andere veldheren. Deze laatsten zouden ashigaru niet vertrouwd hebben met zo'n belangrijke taak.
Deze veldslag betekent ook het begin van de 'moderne' oorlogvoering in Japan. Vuurwapens gaan langzaam meer traditionele wapens vervangen. Nobunaga was een van de eersten die erin slaagde deze nieuwe technologie zo doeltreffend in een gevecht te gebruiken.
Voetnoten
- ↑ De Okudaira-clan is oorspronkelijk uit Mikawa, maar werd gedwongen zich bij Takeda Shingen te voegen. De vrouw en jongere broer van Sadamasa werden als gijzelaars bijgehouden. Toen hij na Shingen's dood in 1573 naar Ieyasu terugkeerde, liet Takeda Katsuyori ze kruisigen. Sadamasa's aanwezigheid in Nagashino kan ook een reden zijn geweest voor Katsuyori's aanval.
- ↑ De meest trouwe generalen van Takeda Shingen, de vader van Takeda Katsuyori
- ↑ Japanse historici zijn het er over eens dat het slechts over een duizendtal ashigaru gaat. Dit cijfer is in de Edo-periode door een historicus uit de Tokugawa-clan veranderd.
- ↑ Het voetvolk. Oorspronkelijk werden ze als minderwaardig beschouwd in vergelijking met de samurai, maar vuurwapens en het voorbeeld van Nobunaga in dit gevecht brengen daar verandering in.
- ↑ Het gebruik van verschillende vuurlinies, bijvoorbeeld, is anders niet mogelijk.
Bronvermelding
Boeken
- Lamers, Jeroen. Japonius Tyrannus: The Japanese warlord Oda Nobunaga reconsidered, Leiden: Hotei Publishing, 2000
- Lidin, Olof. Tanegashima: The arrival of Europe in Japan, Copenhagen: NIAS Press, 2002
- Turnbull, Steven. Battles of the Samurai, London: Arms and Armour Press, 1987
- Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan: Van samurai tot soft power, Leuven: Acco, 2007
Internetbronnen
- Battle of Nagashino (28/12/2008)
- Nagashino Battle Map (28/12/2008)

