Shinsengumi
Uit GeschiedenisJapan
De Shinsengumi (新撰組) was een speciale politiemacht op het einde van het Tokugawa-Shogunaat.
Inhoud |
Inleiding
Etymologie
De naam "Shinsengumi" betekent zoveel als "de groep van de nieuwgekozenen". Shinsen betekent "zij die nieuw gekozen worden" en gumi betekent "groep, divisie, squad of team". Er is nog een synoniem voorhanden : Miburō. Deze naam werd gekozen omdat hun hoofdkwartier zich bevond in Mibu, het andere deel, rō, komt van het woord rōnin, samurai zonder meester.
Historische Achtergrond
Nadat Japan toegegeven had onder de Westerse druk om de deuren te openen voor het buitenland, groeide het negatieve sentiment tegen het Tokugawa-Shogunaat, het Bakufu, zeer snel. De bevolking wou terug de keizer op de troon zetten, en hem terug de macht van weleer geven, voor de komst van de shogun. Deze beweging noemt men de Sonnō-Jōi beweging : "Verdrijf de barbaren, trouw aan de keizer".
Vele samurai verlieten hun han en trokken naar Kyoto om zich daar bij één van de revolutionaire bewegingen te voegen. Zijn han verlaten was niet zo evident - eens je eruit wegtrok, kon je nooit meer terugkomen. Velen kwamen naar Kyoto, maar vonden enkel weinig georganiseerde bendes. Maar ze wouden wel allemaal hetzelfde : Op één of andere manier Japan verdedigen.
Ontstaan
In het district Tama, dicht bij Edo (Tokyo) was een kenjutsu-dōjō genaamd Shieikan, waar de "Tennen Rishin"-stijl (Tennen Rishin Ryū) werd beoefend. De leider van de dōjō was Kondō Isami, en onder zijn leerlingen bevonden zich Hijikata Toshizō, Okita Sōji en Inoue Genzaburō. Zij zouden later tot de belangrijkste leden van de Shinsengumi horen (zie verder).
Er waren ook veel bezoekers in de dōjō, zoals Yamanami Keisuke, Harada Sanosuke en Nagakura Shinpachi. Zij waren geen studenten, maar kwamen gewoon om een maaltijd te eten. Toen Kondō en Hijikata vernamen wat er in Kyoto gaande was, gingen ze naar Kyoto met alle bovengenoemden. Bij hun aankomst werden ze door toedoen van Matsudaira Katamori, de Daimyō van Aizu tot Beschermers van Kyoto benoemd. Nadat hun leider Kiyokawa Hachirō was vermoord, wilde Kondō het Bakufu blijven steunen, en richtte aldus de Shinsengumi op. Toen werd er ook gekozen voor Makoto (Oprechtheid, Eerlijkheid) als symbool op de vlag.
Regels
De regels van de Shinsengumi zijn (hoogstwaarschijnlijk) geschreven door Toshizō Hijikata. Ze bevat 5 artikelen :
- De Samurai-code (Bushidō) strikt volgen.
- Verboden vrijwillig uit de Shinsengumi stappen.
- Verboden op eigen houtje geld te verdienen, of jezelf te verrijken.
- Verboden mee te doen aan andermans illegale praktijken, of zelf iets onwettelijks te doen.
- Verboden eigen vete's uit te vechten onder de Shinsengumivlag.
De enige straf op een inbreuk op gelijk welk van deze 5 artikelen was [[seppuku]] (harakiri) : Rituele zelfmoord.
Er waren aanvullende regels, hier de prominentste :
- Als de leider van een unit (divisie, er waren er 10, zie verder) dodelijk gewond geraakt in een gevecht, is iedereen genoodzaakt tot de dood te vechten.
- Zelfs na een gevecht met zeer veel doden is het verboden de lijken van de gesneuvelden mee te nemen, tenzij het lichaam van de leider.
- Wanneer een lid van de Shinsengumi een gevecht aangaat, en hij kan de vijand niet doden, maar slechts verwonden, en de vijand heeft de kans om weg te vluchten, rest er het lid slechts één uitweg : seppuku.
Hiërarchie
Voor het Ikedaya incident
- Commandants : Serizawa Kamo, Kondō Isami, Niimi Nishigi.
- Vice Commandants : Hijikata Toshizō, Yamanami Keisuke.
Na het Ikedaya-incident
Commandant : Kondō Isami (近藤勇)
Vice Commandants : Hijikata Toshizō (土方歳三), Yamanami Keisuke (山南敬助)
Militair Adviseur : Kashitarō Itō
Er werden 10 divisies gevormd, met elk een kapitein aan het hoofd :
- 1. Okita Sōji (沖田総司)
- 2. Nagakura Shinpachi (永倉新八)
- 3. Saitō Hajime (斎藤一) (In zijn leven na de Shinsengumi, nam hij de naam Fujita Gorō (藤田五郎) aan)
- 4. Matsubara Chūji (松原忠司)
- 5. Takeda Kanryūsai (武田観柳斎)
- 6. Inoue Genzaburō (井上源三郎)
- 7. Tani Sanjūrō (谷三十郎)
- 8. Tōdō Heisuke (藤堂平助)
- 9. Suzuki Mikisaburō (鈴木三樹三郎)
- 10. Harada Sanosuke (原田左之助)
Ontwikkelingen
Interne Strubbelingen
Serizawa Kamo was bij het ontstaan van de Shinsengumi de belangrijkste man binnen de groep. Na het oprichten van de groep, samen met Kondō Isami en Niimi Nishigi, nam hij de touwtjes in handen. Een belangrijke levensles van die tijd was dat je overleeft als je sterk bent, maar ten onder zult gaan als je zwak bent. In het geval van Serizawa was dit zeker waar. Hij was bekend om zijn bezoeken aan bordelen, het nodeloos doden van mensen en zijn alcoholische escapades. Hij praatte zijn eigen acties steeds goed, hij was immers "de kapitein van de Shinsengumi". Dit is de oorsprong van de naam "Wolven van Mibu" (zie 1.1 Etymologie). Toen hij een prostitué uitnodigde in de vertrekken van de Shinsengumi was de maat voor Kondō en Hijikata vol, gezien de strenge eercode van de samurai.
Op een reis naar Kyoto brak er brand uit in de herberg waar ze overnachtten. Kondō nam de volledige verantwoordelijkheid op zich, en Niimi en Serazawa spraken hem er voortdurend over aan. De waarheid kwam later aan het licht, door onderzoek van Hijikata : Niimi en Serazawa vroegen, gezien hun status, een prijsverlaging, naast allerlei speciale luxueuze behandelingen. Toen niet werd voldaan aan hun vraag, vuurden ze het kanon dat de groep steeds bij had af in de herberg. Hijikata verzamelde genoeg bewijzen om Niimi seppuku te laten plegen. Na deze gebeurtenis werden de spanningen tussen de losbandige Serizawa en Kondō nog intenser. Uiteindelijk werd Serizawa vermoord op 18 september 1863 door een speciaal assasinatie team, wat bestond uit Inoue, Yamanami, Tōdō, Harada en Okita.
Na deze interne uitzuivering stroomden er vele leden toe, maar er vielen er ook af, gewoonlijk door het bevel seppuku te plegen. Ook werd het toegangsexamen verstrengd, en ook de rigide regels werden opgesteld (zie 2. Regels).
Taak van de Shinsengumi
De taak van de Shinsengumi bestond er voornamelijk in de straten van Kyoto te beveiligen, en de vrede te bewaren. Ze gingen ook na of de mensen die in Kyoto rondliepen er niet waren met slechte bedoelingen. Als ze niet onmiddellijk de juiste gegevens konden voorleggen, zoals de naam en de han, liepen ze het risico gedood te worden door de leden van de Shinsengumi. Vandaar het populaire gezegde "In de straten van Kyoto vloeide in die tijd elke dag bloed".
Het Ikedaya-incident
Het Ikedaya-incident (池田屋事件 - Ikedaya Jiken) is voor de Shinsengumi een belangrijk keerpunt. Het is een incident dat plaatsvond in Kyoto in juni 1864 (het 1ste jaar van Genji). De samurai van Chōshū wilden Kyoto in brand steken, gezien hun negatieve sentiment ten opzichte van het Bakufu. Ze wilden ook de Aizu-clan omverwerpen, de clan die de Shinsengumi hun legitimiteit verleende. De Shinsengumi wisten echter van de plannen van het anti-shogunaat en verijdelden dit plan voor de Ikedaya-herberg, waar elke tegenstand werd geëlimineerd. Het belang van dit incident is dat de Shinsengumi op dit moment echt erkend worden als een geduchte tegenstander voor het anti-Bakufu.
Einde van de Shinsengumi
De Shinsengumi bleef loyaal aan het Bakufu, en zoals de geschiedenis ons leert was deze laatste de verliezende partij in de strijd met de Meiji-regering. Toen het Bakufu in elkaar stortte, werd de Shinsengumi uit Kyoto gedreven. Kondō werd gevangen genomen en later onthoofd door de Meiji-regering. Meestal neemt men de dood van Toshizō Hijikata (11 Mei 1869) als formele einde van de Shinsengumi. Een aantal, waaronder Saitō en Shinpachi, overleefden het uiteenvallen van de groep en zetten hun leven voort. Saitō nam een andere naam aan (Gorō Fujita), en sloot zich aan bij de politie.
Okita Sōji, Nagakura Shinpachi en Saitō Hajime
De kapiteins (Kumichô 組長) van de eerste drie divisies van de Shinsengumi.
Okita Sōji 沖田総司
Okita Sōji (沖田総司) (1842/1844 - 1868)[1] was de kapitein van de eerste divisie van de Shinsengumi. Vele bronnen beschrijven hem als genie met het zwaard en één van de beste zwaardvechters in de Shinsengumi.
Pre-Shinsengumi
Okita Sōjirō Fujiwara no Harumasa was de zoon van Okita Katsujiro uit het "Shimo-Yashiki" (lagere huis) van de Shirakawa Clan uit Edo (Dit is het huidige Roppongi district van Tokyo)
Over Okita's familie is weinig bekend behalve dat zijn vader, Okita Katsujiro , een "ashigaru kogashira"(足軽小頭 )[2]was en in 1845 stierf. Over zijn moeder vindt men weinig gegevens behalve dat ze in 1862 zou overleden zijn. Hij blijkt nog een geadopteerde broer en twee zussen te hebben: Okita Rintarō (1826-1883) Okita Mitsu (1833-1907) en Okita Kin (1836-1908). Okita Rintarō was oorsprokelijk Inoue Rintarō van de Genzaburō familie. Allen waren ouder dan hem. Rond 1846 werd zijn oudste zus, Okita Mitsu, geadopteerd door Kondo Shusuke. De reden hiervoor zou haar huwelijk zijn met de geadopteerde zoon Okita Rintarō.
Door deze gebeurtenis kwam Okita Sōji in contact met zwaardvechten en de latere leiders van de Shinsengumi: Kondo Isami (近藤勇), Hijikata Toshizo (土方歳三) en Yamanami Keisuke (山南敬助) met wie hij volgens velen goed bevriend zou zijn geweest. Bij zijn intrede in de dojo van Kondo Shusuke die de "Tennen Rishin Ruy stijl" [3] onderwees was Shimazaki Katsuta al aanwezig. Shimazaki Katsuta stond later bekend als Kondo Isami. Van Hijikata was er op dit moment nog geen sprake vermits die nog niet toegetreden was tot deze dojo. Al van vroeg bleek Okita een gave te hebben voor het zwaard. Rond zijn 18de verkreeg hij de titel : Menkyo Kaiden (免許皆伝)[4] . Een bewijs dat hij de "Tennen Rishin Ruy" stijl beheerste.
In 1861 werd Okita "jukutou"(hoofdleraar) van de dojo Shieikan[5]. Men vermoedt dat het ook rond deze tijd was dat hij zijn naam van Okita Sōjirō Fujiwara no Harumasa in Okita Sōji veranderde.
In 1863 nam Okita Sōji samen met de andere leden van de Shieikan dienst in de Rōshigumi (浪士組)[6] .
Tijdens de Shinsengumi
In 1863 trad Okita Sōji ,samen met enkele andere leden van de latere Shinsengumi toe tot de Rōshigumi. Met deze groep verliet hij Edo[7] en ging naar Kyoto. Vlak na hun aankomst in Kyoto kreeg de groep het bevel om terug te keren naar Edo. Men denkt dat de bevelhebber trouw zou hebben gezworen aan de keizer en niet aan de Tokugawa. Enkele leden weigerden en bleven in Kyoto waaronder ook Okita Sōji.
De leden die weigerden vormden samen een nieuwe groep onder de naam Shinsengumi. De oorsprokelijke leider, "centrale figuur" van de Shinsengumi was Serizawa Kamo. Hij was samen met Kondō Isami en Niimi Nishigi de oprichter van de groep. Al snel liepen de spanningen tussen deze drie hoog op. Dit mondde uit in de moord op Serizawa Kamo door (hoogst waarschijnlijk) Inoue, Yamanami, Tōdō, Harada en Okita op 18 September 1863. Hieruit kan men afleiden dat Okita Sōji één van de vertrouwelingen was van de nieuwe leider Kondō Isami. Dit was niet verwonderlijk sinds de lange voorgeschiedenis die deze twee samen kenden.
Het jaar daarop, tot aan het Ikedya-Incident, gebeurde er niet veel noemenswaardig behalve de gewone opdracht van de Shinsengumi: het patrouilleren van de straten van Kyoto. Tijdens deze periode bleven de Shinsengumi gewoon doortrainen op hun zwaartechnieken. Okita Sōji was zoals eerder gezegd een begenadigd zwaardvechter. Naast de "katana"[8] beheerste hij ook de "shinai"[9] en de "bokken"[10]. Okita zou enkele eigen technieken hebben ontwikkeld, maar hier is geen bewijs voor. Eén van deze technieken die aan hem toegeschreven wordt is de volgende: Mumyo-ken of Sandanzuki[11].
Het volgende belangrijke evenement in het leven van Okita Sōji en van de Shinsengumi in het algemeen is het Ikedya-Incident. Tijdens dit incident(1864) was ook Okita Sōji aanwezig.
1865 was een bewogen jaar voor Okita Sōji. In eerste instantie omdat Yamanami Keisuke pleegde, al dan niet onder dwang. Okita was zijn "tweede"[12]. In tweede instantie was dit het jaar waar Okita Sōji werd gepromoveerd tot kapitein van de eerste divisie van de Shinsengumi. Hij werd tevens aangesteld als Kenjutsu[13] instructeur. Ten slotte was 1865 ook het jaar waarin Kondō Isami zijn opvolger en tevens die van de "Tennen Rishin Ruy" stijl aanduidde. Hij koos als opvolger Okita Sōji.
Het einde
Okita Sōji stierf op 30 mei 1868. Hij was toen ongeveer 25 jaar oud. Zijn dood was niet plots en onverwachts zoals bij de meeste Shinsengumi. Hij leed al geruime tijd aan tuberculose. Wanneer hij deze ziekt heeft opgelopen is niet zeker. De meningen hierover zijn verdeeld : tijdens het Ikedya-incident of ervoor.
Okita vocht mee in de De Boshin Oorlog (1868-1869). Na de strijd bij "Toba-Fushimi"[14] werd hij gehospitaliseerd in het Matsumoto Ryoujun hospitaal te Edo. Tot aan zijn dood verbleef hij in de residentie van zijn oudste zus. Toen de Shogunate strijkrachten werden teruggedreven naar de Tokuho provincie bleef Okita Soji alleen achter in Edo waar hij uiteindelijk overleed. Na zijn dood werd hij begraven in het familie schrijn, onder zijn geboortenaam : Okita Sōjirō Fujiwara no Harumasa. Zijn graf bevindt zich in het huidige Tokyo, maar is niet publiekelijk toegankelijk.
Nagakura Shinpachi 永倉新八
Nagakura Shinpachi (永倉新八) (1839-1915) was de kapitein van de tweede divisie van de Shinsengumi. Hij was één van de weinige Shinsengumi kapiteins die De Meiji-restauratie overleefde en er een nieuw leven in opbouwde.
Zijn dagboek "Roshi Bunkyu Hokoku Kiji" en het intervieuw dat hij enkele jaren voor zijn dood gaf aan de "Otaru Shinbun"[15], zijn twee belangrijke bronnen die informatie geven over de Shinsengumi en hun werking. In het algemeen gaat men akkoord dat het dagboek precieser is omdat het vlak na de gebeurtenissen is geschreven en dat het een primaire bron[16].
Pre-Shinsengumi
Nagakura Shinpachi Noriyuki (永倉新八載之) was de zoon van Nagakura Kanji uit het "Kami-Yashiki" (hogere huis) van de Matsumae clan uit Edo. Andere namen waaronder hij bekend stond zijn: Eikichi of Eiji in zijn kindertijd en Sugimura Yoshie tijdens de latere Meji periode. Shinpachi's vader was een Samurai van de Matsumae clan. Hij beheerde een domein van 150 stipendium[17]. Er is weinig concrete informatie over deze familie: geen geboorte- of sterfdatums , geen naam van de moeder of eventuele broers en zussen. Men weet alleen iets over Shinpachi zelf en in beperkte mate iets over zijn vader. In tegenstelling tot zijn vader die de naam Nagakura schreef met de kanji voor "lang" , schreef Nagakura Shinpachi hem de kanji voor "eeuwig".
Shinpachi was tijdens zijn dienst bij de Shinsengumi samen met een vrouw genaamd Kotsune. Deze werd zwanger en kreeg in 1867 een dochter, Oiso. Omwille van de slechte staat van de oorlog (de pro-Shogunate strijders waren aan het verliezen), was Shinpachi niet aanwezig bij haar geboorte. Ook toen Kotsune stierf kon hij niet aanwezig zijn. In de maanden hierna was Shinpachi toch in staat zijn dochter op te halen en hij liet haar in de zorg van Kotsune's zus. Hij schonk haar evenwel voldoende geld voor de opvoeding van zijn dochter. Na de De Boshin Oorlog en tijdens de latere Meiji periode kreeg Shinpachi de gelegenhheid alsnog zijn dochter te ontmoeten.
Net zoals Okita Sōji trad Shinpachi toe in een dojo op jonge leeftijd. Op zijn achtste ging hij trainen in "Okada Juusuke Toshisada's Gekikenkan"[18]te Edo. Hier leerde hij de "Shinto Munen Ryu" stijl van zwaardvechten. Op zijn 18de verkreeg hij de titel "Mokuroku"[19].
Op zijn 19de verliet hij deze dojo om rond te reizen en zijn zwaardtechniek te verbeteren. Hij studeerde nog drie jaar aan de "Shintou Munen Ryu" dojo van Yurimoto Shozo. Hier verkreeg hij op zijn 22ste de Menkyo Kaiden.
Tijdens zijn reizen studeerde hij nog nog een tweede zwaardstijl, de "Shingyoto Ruy" aan de Tsubouchi Shume dojo. In deze dojo maakte hij kennis met Shimada Kai, de latere vice-kapitein van de tweede divisie.
De twee werden goede vrienden en voegden zich later samen in bij de Shinsengumi.
Ook rond deze tijd (1861) begon Shinpachi zijn maaltijden te nuttigen in de Shieikan, de dojo waar Kondo Isami leider was en ook Okita Sōji trainde.
In 1863 nam Nagakura Shinpachi samen met de Shieikan leden dienst in de Rōshigumi.
Tijdens de Shinsengumi
Shinpachi Nagakura was eerst vice-kapitein en in 1865 werd hij kapitein van de tweede divisie. Hij zou tijdens de periodes dat Okita Sōji afwezig was omwille van zijn ziekte ook de eerste divisie geleid hebben. Dit is niet bevestigd.
In 1864 was Shinpachi betrokken bij de overval in de "Ikedya Inn".
In verschillende bronnen vindt men terug dat Shinpachi van tijd tot tijd in bosting kwam met de leiders van de Shinsengumi, voornamelijk met Kondo Isami. Deze zou zich na het Ikedya incident arrogant zijn beginnen gedragen, zowel tegen buitenstaanders als tegen zijn eigen leden. Enkele leden waaronder Shinpachi raakten hierdoor geïrriteerd en stuurden een petitie naar Matsudaira Katamori[20] maar dit had geen effect ondanks het feit dat twee andere kapiteins deze petitie steunden (Harada Sanosuke en Saito Hajime). Dankzij Matsudaira Katamori verzoenden Kondo en Shinpachi zich.
De definitieve breuk kwam er in 1868 na de slag bij "Koshu-Katsunuma"[21]. Er was een woordenwisseling tussen Nagakura Shinpachi en Kondo Isami met als resultaatdat Nagakura Shinpachi en Harada Sanosuke de Shinsengumi verlieten.
Shinpachi en Harada stichtten vervolgens een nieuwe groep: De Seikyotai. Deze groep staan ook onder een andere naam bekend: "Seiheitai". Deze groep had gepland om zich bij de Aizu clan te voegen, maar het was al te laat. De Tokugawa strijdkrachten werden teruggedreven en de Aizu clan ging tenonder[22]. Overal waar de Seikyotai probeerden heen te gaan was er dezelfde situatie: de stad was afgesneden of gevallen.
Uiteindelijk (1868-1869) besloot Shinpachi terug te keren naar Edo en onder te duiken.
Post-Shinshengumi
In 1870, toen de Meiji regering ophield met het straffen van de Tokugawa aanhangers trouwde Shinpachi met een dochter van de Sugimura clan. Haar vader was het hoofd van deze clan en tevens dokter. Door zijn huwelijk werd Nagakura Shinpachi de geadopteerde zoon van deze clan en veranderde zijn naam van Nagakura Shinpachi naar Sugimura Yoshie (volgens andere bronnen : Sugihara Yoshie). In 1875 volgde hij zijn schoonvader op als hoofd van deze clan. In latere jaren spande Shinpachi zich in voor de nagedachtenis van de Shinsengumi. Toen de Meiji regering zijn "vijanden" vergaf, liet hij een monument oprichten voor de Shinsengumi. Hiervoor riep hij de hulp in van Fujita Gorō die vroeger bekend stond als Saito Hajime, kapitein van de derde divisie en van Matsumoto Ryojun, de dokter bij de Shinsengumi.
Hij maakte ook nog verschillende reizen naar plaatsen waar de Shinsengumi vandaan kwamen en gelegerd waren. Tijdens deze reizen ontmoette hij Shimada Kai weer. Ook zijn dochter die hij gevreesd had nooit meer te zien, ontmoette hij tijdens deze reizen.
In 1882 ging hij akkoord om de bewakers van de Sakhalin gevangenis in Hokkaido kendo te leren. Hij stopte hier mee in 1886.
Enkele jaren voor zijn dood zou Shinpachi een krantenintervieuw geven over zijn ervaringen bij de Shinsengumi. Hij hield ook een dagboek bij: "Roshi Bunkyu Hokoku Kiji". Lange tijd was dit verloren gewaand, maar in 1998 is het weer teruggevonden.
Op 5 januari 1915 stierf Nagakura Shinpachi (nu Sumigura Yoshie) aan de gevolgen van een ontstoken tand (bloedvergiftiging). Hij was 77. Hij werd begraven naast het monument dat hij had laten oprichten ter ere van de Shinsengumi. Toeval wil dat ook tijdens dit jaar een andere kapitein, Saito Haijime overleed.
Saito Hajime 斎藤 一
Saitō Hajime 斎藤一 was de kapitein van de derde divisie van de Shinsengumi. Net zoals Nagakura Shinpachi heeft hij de Boshin Oorlog overleefd. Later is hij onder de Meji regering bij de politie in dienst gegaan. Saito Hajime is wellicht één van de bekendste kapiteins van de Shinsengumi.
Pre-Shinsengumi
Saitō Hajime (斎藤一)was de zoon van Yamaguchi Yusuke, die "ashigaru" (足軽 (voetsoldaat)) was bij de "Akashi" clan in Banshuu, Harima. Saitō Hajime's geboortenaam was Yamaguchi Hajime (山口一). Hij had één oudere zus: Yamaguchi Yamaguchi(1842-?) en één oudere broer: Yamaguchi Hiroaki(1843-?). Twee dingen zijn bekend over Saitō's moeder, haar naam: Masu en dat ze de dochter was van een boer uit Kawegoe. Saitō's kindertijd is redelijk obscuur. De eerste duidelijk informatie vindt men toen Saitō 19 was en Edo moest onvluchten omdat hij een "Hatamoto"[23] had vermoord. Dit is dan ook het moment dat hij de naam Yamaguch Hajime laat vallen en de naam Saitō Hajime opneemt. Men heeft geen weet van een dojo waar Saitō zou zijn getraind in de zwaardkunst, maar om kapitein te worden in de Shinsengumi en dan bij te top zwaardvechters te horen moet hij van een opleiding genoten hebben. Waarschijnlijk, volgens de Fujita familie[24], heeft Saito de "Itto Ruy" stijl geleerd in de Aizu clan dojo te Edo. Dit zou hem toegevallen zijn wegens een dienst die zijn vader in het verleden voor de Aizu had verleend. Zekerheid hier omtrent bestaat niet, en wel om volgende redenen. Hijzelf heeft de zwaardstijl niet officieel doorgegeven. Volgens de Fujita familie was het de "Itto Ruy" stijl, maar volgens bronnen uit zijn dienst bij de politie was het de "Mugai Ryu" stijl. Ook is er het populaire geloof dat Saito linkshandig[25] zou zijn. Dit berust op de getuigenis van een zekere Shimozawa Kan dat nu in twijfel wordt getrokken.
Toen Saitō gedwongen was Edo te onvluchten, ging hij naar een vriend van zijn vader, een zeker Yoshida die een dojo had. Saitō had hier de functie van assistent. Dit zou rond 1862 geweest zijn. Het daaropvolgende jaar sloot hij zich aan bij de Shinsengumi (toen nog de Rōshigumi). Daarvoor zou hij al een tijd lang omgegaan zijn met leden van de Shieikan.
Tijdens de Shinsengumi
Saitō Hajime's leven tijdens de Shinsengumi is een verhaal met veel tegenstrijdige bronnen.
Saitō Hajime voegde zich bij de Rōshigumi in 1863. Toen de Shinsengumi werden opgericht was hij lid van deze groep en een "fukuchō jokin" (副長助勤[26].
In 1865 werd Saitō Hajime gepromoveerd tot kapitein van de derde divisie. Er zijn andere bronnen die beweren dat hij eerst in de reorganisatie van 1864 kapitein werd van de vierde divisie en dan in 1865 kapitein werd van de derde divisie. Dit is niet bevestigd. Alle bronnen zijn het echter wel eens dat Saitō Hajime vanaf 1865 kapitein was van de derde divisie in de Shinsengumi.
Op een bepaald moment tijdens zijn carriere tijdens de Shinsengumu verliet Saitō Hajime de Shinsengumi. Het jaar en de reden waarom zijn niet duidelijk. Volgens enkele bronnen zou Saitō Hajime tot de "Goryô Eji" zijn toegetreden als spion. Hij zou op deze manier op de hoogte zijn gekomen van een plan om Shinsengumi leider Kondo Isami te vermoorden. Dit faalde. Of dit al dan niet waar is kan men niet met duidelijkheid zeggen. Wel is het zo dat vanaf 1867 Saitō zijn naam veranderd in Yamaguchi Jirō (山口次郎).
Bij het uitbreken van de De Boshin Oorlog vocht Saitō Hajime, nu Yamaguchi Jirō met de Shinsengumi tegen de keizerlijke troepen en aanhangers. De oorlog verliep niet goed en na de veldslagen bij "Toba-Fushimi" en "Kōshū-Katsunuma" werden te Shinsengumi teruggedreven naar het domein van de Aizu clan.
Na de dood van Kondo Isami in 1868 werd Hijikata Toshizō de nieuwe leider. Door een verwonding opgelopen tijdens de slag om het kasteel "Utsunomiya" was Hijikata Toshizō niet in staat om de Shinsengumi verder te leiden. Hij duidde Saitō Hajime als nieuwe tijdelijke leider van de Shinsengumi aan. De oorlog bleef slecht draaien voor de Tokugawa aanhangers, ook voor de Aizu clan in wiens dienst de Shinsengumi waren. Na de slag bij de "Bonari Pas" besloot Hijikata Toshizō om zicht terug te trekken uit het domein van Aizu.
Saitō Hajime, samen met enkele andere leden, besloot om achter te blijven bij de Aizu clan. Na het gevecht bij "Nyorai-dō", voegt Saitō Hajime zich bij de "Shujakutai"[27] en keerde terug naar het domein van de Aizu. Na de val van "Aizuwakamatsu" wordt Saitō Hajime gevangen genomen. Hij word gevangen onder de naam Ichinose Denpachi.
Post-Shinsengumi
De gevolgen van de "Bakumatsu" , de revolutie, waren zeer verscheiden. Voor de Aizu clan en Saitō Hajime betekende het verbanning van het Aizu domein naar Tonami[28]. Later werd de Aizu clan bekend als de Tonami clan.
In Tonami verbleef Saitō bij een oude vriend genaamd Kurasawa Heijiemon. Deze man was niet alleen belangrijk voor Saitō Hajime, maar ook voor de Aizu clan vermits hij hielp bij de opbouw van hun residenties en inburgerging in Tonami. Het is hier in Tonami dat Saitō Hajime zijn eerste vrouw, Shinoda Yaso ontmoette. Zij was de dochter van een Aizu clan lid. In 1871 huwde Saitō Hajime met haar mede dankzij Kurasawa Heijiemon. In eerste instantie verbleven hij en zijn vrouw dan ook in de residentie van Kurasawa.
Het zou ook rond deze tijd zijn dat Saitō Hajime nogmaals zijn naam veranderde. Hij nam definitief de naam Fujita Gorō aan.
In 1874 verliet Saitō Hajime Tonami en keerde terug naar Tokyo, het vroegere Edo, waar hij de rest van zijn leven doorbracht. Zijn vrouw reisde niet met hem mee en er is weinig of geen informatie over wat er met haar gebeurde.
In 1874 hertrouwde Saitō Hajime met Takagi Tokio, dochter van een hoogstaand Aizu clan lid. Met deze vrouw bracht hij de rest van zijn leven door en kreeg hij drie kinderen: Tsutomu (1876-1956),Tsuyoshi (1879-1946) en Tatsuo (1886-1945).
Het zou ook omtrent deze tijd zijn dat Saitō Hajime zich engageerde bij de politie van het "Tokyo Metro Police Department". Het hoe en het waarom hij onder de Meiji bij de politie dienst nam is onduidelijk. Hoewel hij tegen deze Meiji vocht in zijn tijd bij de Shinsengumi, vocht hij in de "Seinan no ran (西南の乱)" aan de kant van de Meiji.
Het eerste concrete bewijs dat Saitō Hajime wel degelijk bij de politie in dienst was , was toen hij inspecteur werd en een geschreven toelating kreeg om een zwaard te dragen. Dit was in 1877. Later dit jaar vocht Saitō tegen de rebellen in de Seinan rebellie. Volgens sommige bronnen werd Saitō tijdens deze rebellie gewond door een kogel. Hij overleefde dit en kreeg één jaar latere 100 yen en een medaille "The Order of the Blue Paulownia".
In 1891 ging Saitō Hajime met pensioen bij de politie. Dit wil niet zeggen dat hij stopte met werken. In de jaren na zijn pensioen was hij nog actief in verschillende scholen : "Ochanomizu University" en "Tokyo Higher Normal School". Hij eindigde zijn loopbaan als museumbewaker in het "Tokyo Education Museum". Tijdens deze periode gaf hij ook kendo lessen in verschillende dojo's.
In 1915 op 75 jarige leeftijd overleed Saitō Hajime aan de gevolgen van een maagaandoening - hetzelfde jaar als zijn mede-Shinsengumi en kapitein, Nagakura Shinpachi.
Shinsengumi in fictie
Er zijn veel fictiewerken gemaakt over de Shinsengumi, maar niet altijd even trouw aan de geschiedenis. Sommigen nemen gewoon de historische karakters en brouwen er dan hun eigen verhaal rond, anderen vinden zelfs nieuwe karakters uit en passen die in het historische kader.
TV-Series
"Shinsengumi!" is een serie uit 2004, gemaakt door de Japanse televisiezender NHK. Het is een drama dat een beeld geeft van de historische Shinsengumi.
Film
Voor het hoofdartikel over Japanse moderne film, zie: Japanse film doorheen de moderne geschiedenis In 2003 werd er een film gemaakt die in de Westerse wereld de naam "When the Last Sword is Drawn" meekreeg. In het Japans is de titel echter "Mibu Gishiden". De film handelt over een samurai die niet langer geld kan binnenbrengen voor zijn gezin, en dan besluit om bij de bekende groep Shinsengumi te gaan, om op die manier geld te verdienen.
Manga
- Peacemaker Kurogane
- Burai 無頼
- Rurouni Kenshin
Anime
Veel manga's zijn later in "anime" vorm gegoten. De bekendste hiervan is Rurouni Kenshin. Deze handelt evenwel niet over de Shinsengumi zelf, maar bevat een karakter van de Shinsengumi. Saitō Hajime (Gorō Fujita) speelt er na het einde van de Shinsengumi een belangrijke rol in. Hij is eerst de rivaal van het hoofdpersonage Himura Kenshin, aangezien de Shinsengumi eerst een apparaat waren van het Bakufu, en Himura Kenshin een Hitokiri was, aan de kant van de keizer. Later in de serie worden ze (ongemakkelijke) bondgenoten omdat ze dan een gemeenschappelijke vijand hebben : De misnoegde hitokiri Makoto Shishio.
De serie telt 95 episodes in het totaal, met daarbij nog eens 2 OVA's die handelen over de geschiedenis van het karakter Kenshin, en over zijn dood. Verder is er een nog een andere OVA gemaakt die handelt over het omverwerpen van het Bakufu.
Games
Na manga en anime, vindt men nu ook de Shinsengumi terug in videogames. De meeste van deze games zijn Japans.
- Fu-un Shinsengumi's Saitou Hajime , voor PS2
Voetnoten
- ↑ 1842/1844 : Er zijn 2 datums terug te vinden. Algemeen wordt 1842 als correct aangenomen
- ↑ Een kapitein van de infanterie
- ↑ Eén van de vele zwaardstijlen
- ↑ Meester in; een bewijs van het volledig beheersen van...
- ↑ Shiekan: de dojo waar verschillende van de latere Shinsengumi trainden
- ↑ Een groep van ronin (samurai zonder meester) en voorloper van de Shinsengumi
- ↑ Het huidige Tokyo
- ↑ Katana: het echte, scherpe samoeraizwaard
- ↑ Shinai: een houten zwaard gemaakt uit samengebonden bamboelatten
- ↑ Bokken: houten zwaard traditioneel gemaakt uit witte eik
- ↑ Een techniek waarmee men zowel de nek en beide schouders in één beweging kon raken
- ↑ De persoon die de dodelijke slag in de nek toedient. Hij hakt er niet het hoofd af
- ↑ Term voor Japans zwaardvechten
- ↑ Een van de vele veldslagen van de De Boshin Oorlog
- ↑ naam van het interview: Shinsengumi Tenmatsuki
- ↑ Gebeurtenis, naverteld door een ooggetuige
- ↑ een soort salaris gebaseerd op de omvang van het domein
- ↑ Gekikenkan: naam van de dojo
- ↑ Een van de rangen binnen een zwaardstijl
- ↑ Mastudaira Katamori: toenmalige leider van de Aizu clan
- ↑ Eén van de veldslagen van De Boshin Oorlog
- ↑ later staat deze bekend als de "Tonami" clan
- ↑ Dit is een samoerai in directe dienst van de Shogun
- ↑ De familie van Saitō Hajime's tweede vrouw
- ↑ De kata's van het vechten met een katana berusten grotendeels op de dominantie van de rechterhand
- ↑ een assistent van de commandant
- ↑ Een van de onderdelen van het Aizu leger
- ↑ Het huidige Aomori
Literaire bronnen
- Hillsborough, Romulus. "Shinsengumi: The Shogun's Last Samurai Corps". Clarendon: Tuttle Publishing, 2005.
- Jansen, Marius B. Sakamato Ryōma and the Meiji Restoration. New York: Columbia University Press, 1994.
- Vande Walle, Willy en Coppens, Hans. Geschiedenis van het Moderne Japan. Cursus gedoceerd in het kader van het vak ‘Geschiedenis van het Moderne Japan’, Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Letteren, Departement Oosterse en Slavische Studies, Afdeling Japanologie, 2003.
- Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan: Van samurai tot soft power. Leuven: Acco, 2007.
Externe Links
- Bloody Cry of the Mibu Wolves (22-05-2012)
- Hajime No Kizu (22-05-2012)
- Japanese History (22-05-2012)
- Nagakura Shinpachi - Wikipedia. (22-05-2012)
- Okita Sōji - Wikipedia. (22-05-2012)
- Saitō Hajime - Wikipedia. (22-05-2012)
- Shinsengumi - Wikipedia. (22-05-2012)
- Shinsengumi HeadQuarters (22-05-2012)
- Shinsengumi no Makoto (22-05-2012)
- Shinsengumi War Zone (22-05-2012)
- The Samurai Archives (22-05-2012)

