Shingon Boeddhisme (真言宗)

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Shingon monniken op de berg Kōya
Het Shingon Boeddhisme is een aftakking van het Boeddhisme die in de Heian-periode (794-1185) is ontstaan. De grondlegger hiervan was Kōbō Daishi(弘法大師), ook wel bekend als Kūkai(空海). Deze Japanse monnik trok naar China tijdens de Tang-dynastie om daar de kennis over de leer van het esoterisch Boeddhisme te verkrijgen. Hierdoor wordt het Shingon Boeddhisme ook wel het 'Japanese Esoterische Boeddhisme' genoemd.

Inhoud

Geschiedenis

Invloed Heian-periode op Boeddhisme

Het Boeddhisme in Japan begon zich al tijdens de Asuka-periode(562-645) te ontwikkelen. Voornamelijk de elite in de Nara-periode(710-784) zag de aantrekkelijkheid van deze stroming in. Niet alleen werkte het kalmerend op de aristocraten van die tijd, het fungeerde ook als een politiek machtsmiddel op het hof. Boeddhistische rituelen werden zelfs ook geïntegreerd in de al bestaande Shintoceremoniëen. Op een gegeven moment genoten de Boeddhistische kloosters in Nara een aanzienlijk economische en politieke macht, waardoor ze onder andere grote hoeveelheden land in bezit hadden. Deze verkregen macht door het Boeddhisme alarmeerde het hof en de toenmalige keizer Kanmu (794). Door het verschuiven van de hoofdstad van Nara naar Heian-kyō verloren de kloosters hun macht.

Niet alleen het verliezen van aanzienlijke macht kwam het Boeddhisme duur te staan, maar ook de toenemende verschillen binnen de stroming zelf kwamen tot uiting. Tijdens de Heian-periode waren er twee monniken die een bepaalde hoeveelheid invloed hadden, Saicho en Kūkai. Beide monniken waren op reis gegaan naar China en kwamen elk terug met een andere vorm van Boeddhisme. Saicho leidde de Tendai sekte, waarbij de monniken net zoals in de Nara periode op het hof 'geëerd' en toegewijd werden. Hun hoofdkwartier lag op de berg Hieizan. Kūkai bracht het Shingon Boeddhisme naar Japan en ook deze sekte begon meer aanzien te krijgen binnen het hof. Hun hoofdkwartier was echter gelegen op de berg Kōyasan. De Tendai- en Shingon sekte werden beschermd door het hof. De groei van hun macht leidde tot een rivaliteit tussen de twee sekten.

Het was ook tijdens de Heian-periode dat de opbloei van de kunst van het schrijven, poëzie en de visuele kunst ontstond. De Boeddhistische idealen om artistieke vaardigheden te stimuleren hebben een grote rol bijgedragen aan de Japanse cultuur.

Ontstaan Shingon

Het Shingon Boeddhisme is door Kūkai naar Japan gebracht. In 804 nam Kūkai deel aan een expeditie naar China, waar ze aankwamen in de hoofdstad Chang'an, tegenwoordig Xi'an. Deze was volledig in de heerschappij van de machtige Tang-dynastie geïncorporeerd. Vloeiend in het Chinees begon Kūkai aan de studie van het Sanskriet onder de leer van de Noord-Indiase monnik Prajña. Het beheersen van het Sanskriet was essentieel in het studeren van het esoterische Boeddhisme. In 805 ontmoette Kūkai meester Hui-kuo. Onder zijn hoede kreeg hij binnen enkele maanden de belangrijkste leren van het esoterische Boeddhisme onderwezen. In 806 keerde Kūkai terug naar Japan, waar hij in Kyūshu ten land kwam. Hij had een groot aantal werken meegenomen, waaronder 142 werken in 247 volumes met vertalingen over het Nieuwe Esoterische Boeddhisme.

Kūkai's intelligentie bleef de keizer van Saga niet ongehoord. Al snel kwamen beide in contact met elkaar. Kūkai schonk aan de keizer verschillende werken met poëzie, boeken in het Sanskriet en kalligrafische werken. Kūkai begaf zich op een gegeven moment binnen de hoge kringen van het hof en stond onder bescherming van de keizer. Hij verspreidde zijn verworven kennis van het Shingon Boeddhisme. in 823 kreeg Kūkai de Toji tempel toegewezen. Deze stond aan de ingang van Kyōto. Hij kreeg toestemming om de tempel te gebruiken voor het studeren van de esoterische doctrines. Naast de berg Kōya, waarop Kūkai al in 816 een tempel mocht vestigen, was de Toji tempel de basis voor Shingon in Japan.

Berg Kōya

Kongobū-ji Tempel op Kōyasan. Dit is de hoofdtempel van het Shingon Boeddhisme.

Berg Kōya(高野山), beter bekend als Kōyasan, is gelegen in de Wakayama prefectuur ten zuiden van de stad Osaka. Op Kōyasan bevindt zich het hoofdkwartier van het Shingon Boeddhisme in Japan; dit is de Kongōbuji Tempel. Naast deze tempel bevinden zich er nog:

  • een universiteit, gericht op religieuze studies,
  • 120 tempels,
  • het mausoleum van Kūkai, omgeven door een immens groot kerkhof,
  • en de Danjo Garan, een van de twee heiligste plekken op Kōyasan. Op deze grond staat ook de Konpon Daito, een pagode die als een van de eerste gebouwen op de berg verscheen toen Kūkai daar 1200 jaar geleden het Shingon Boeddhisme stichtte.

Beknopte biografie Kūkai(空海)

Jeugd

Een geschilderd portret van Kūkai

Kōbō Daishi(弘法大師) werd in 774 geboren binnen de aristocratische Saeki familie in Byoubugaura, gelegen in de provincie Sanuki te Shikoku (tegenwoordig het huidige Zentsū-ji in de Kawaga prefectuur). De Saeki familie is een tak van de oude Ōtomo-clan. Zijn vader was Saeki Yoshimichikyo, wiens familie deel uitmaakte van de lokale regenten. Zijn moeder was Tamayori Gozen, zij kwam echter uit een andere clan, de zogenaamde Ato-clan.

Als kind werd hij Mao genoemd, zijn geboortenaam luidde volledig Saeki no Mao. Al op jonge leeftijd werd Mao hoog begaafd geacht en werd op vijftien-jarige leeftijd onder toezicht van zijn oom naar de hoofdstad Heian-kyo (Kyoto) gestuurd om daar onderwijs te krijgen. Hier begon hij op achttien-jarige leeftijd aan de universiteit. Deze was in die tijd gebaseerd op het Chinese ‘Confuciaans schoolsysteem’, zodat er meer toekomstige bestuurders voortgebracht konden worden. Kūkai bestudeerde onder meer de klassieke Chinese teksten (China’s Five Classics). Echter was hij minder gefascineerd door het Confusianisme, en ontwikkelde daarentegen een grote interesse in het Boeddhisme.

Zijn werk

In het begin van zijn twintiger-jaren kreeg Kōbō Daishi onderwijs van een Boeddhistische monnik, genaamd Gonso, en werd geïntroduceerd aan de Boeddhistische beoefening van het reciteren van de mantra toegewijd aan Kōzuko. Hij besloot het priesterschap aan te gaan en veranderde zijn naam naar Kyokai, later veranderd naar Nyoku en uiteindelijk naar Kūkai.

In 830, op 56-jarige leeftijd, rondde Kūkai zijn meesterwerk af, waarin hij de klassering van de leren en de plaats van Shingon daarin verwerkt heeft. Dit werk wordt de Jūjūshinron(十住心論), ofwel de ‘Ten Stages of the Development of Mind’ genoemd, verwerkt in tien volumes. Kūkai verdeelde de menselijke geest, of het religieuze besef, in tien categorieën en vergeleek deze met filosofieën van de Boeddhisten en niet-Boeddhisten. Door middel van deze vergelijking kon hij aantonen dat het Shingon boven allen stond.

Algauw in 831, begon Kūkai verschijnselen van verzwakking te tonen door een ziekte die uiteindelijk ging leiden tot zijn dood. De keizer wilde niet toegeven aan zijn ontslag, en gaf hem in plaats daarvan tijd om te rusten. Kūkai spendeerde de resterende tijd van zijn leven op de berg Kōyasan. Tot kort voor zijn dood was Kōyasan een privé instelling, maar Kūkai kreeg uiteindelijk toestemming om jaarlijks drie nieuwe monniken te laten inwijden op berg Kōya. Het aantal nieuwe ingewijden wordt nog altijd streng gecontroleerd door de overheid. Dit zorgde ervoor dat de instelling een gesubsidieerde instelling werd.

Tegen het einde van zijn leven gaf Kūkai zich over aan meditatie en overleed op op 62 jarige leeftijd in 835. Hij kreeg niet de traditionele crematie, maar werd naar eigen wens ‘in zijn geheel bewaard’ op de top van berg Kōya. Het schijnt dat zijn lichaam na een aantal jaren nog steeds niet vergaan was. En dat hij zelfs nu nog volledig intact zou zijn. Wat past bij het grote waardering van de mens in hem, als geheel.

Leer

De fundamentele beoefening en leer van het Shingon Esoterisch Boeddhisme belichaamt dat als onze lichamen, spraak en geest in hun huidige vorm, het lichaam, de spraak en geest van de Boeddha worden, zodoende wij ook een Boeddha kunnen worden.

Mahavairocana Soetra

De Mahavairocana Tantra of Soetra (ofwel Dainichi-kyō) vormt samen met de Vajrasekhara Sutra de hoofdteksten van de Shingon scholen. Kūkai heeft deze soetra in 796 ontdekt en ging in 804 naar China om hierover meer te weten te komen.

Shingon Boeddhisme gebruikt de zeven hoofdstukken van de Mahavairocana Soetra als de basissoetra voor het voortbrengen van hun leer. Het belangrijkste leerstuk wordt verklaard in het eerste hoofdstuk, waar gezegd wordt: “Hoe worden we Verlicht? Het komt als we onze geest nemen zoals hij is.”

De Mahavairocana Soetra is een soetra die de deugden van de Mahavairocana Boeddha verklaard, hij is de bron van het leven. Deze deugden worden uitgedrukt in de letter 'A' in het Sanskriet. Deze letter is de geest die ernaar streeft om Verlicht te worden, en als je je geest kent, dan erken je de streving naar het waarmaken van die Verlichting.

Vajrasekhara Soetra

In tegenstelling tot de Mahavairocana Soetra, de soetra die nadruk legt op de leer van de belangrijkste leerstukken, wordt de Vajrasekhara Soetra, ofwel Kongocho-kyō, beschouwd als de soetra die nadruk legt op het praktische aspect; de oefeningen en het proces om werkelijk een Boeddha te kunnen worden.

Het vereist vijf stappen om het ‘lichaam van een Boeddha‘ te verkrijgen. Deze luiden als volgt:

1.Leer je basisgeest kennen
het besef dat we de geest nodig hebben om in ons hart Verlicht te kunnen worden.
2.Oefen je geest die ernaar streeft om Verlicht te worden
het ontwikkelen van de geest die ernaar streeft Verlicht te worden, zodat het geleidelijk puur en vergroot wordt.
3.Bereik de geest van Vajra
als de ontwikkeling voltooid is, dan zal de geest die ernaar streeft Verlicht te worden vast en stevig worden als een diamand.
4.Verzeker jezelf naar het lichaam van de Vajra
dit houdt in dat de waarmaking van het worden van een Boeddha altijd gepaard gaat met het verwerven van een degelijk lichaam, en het worden van een Bodhisattva; degene die altijd de andere levende wezens redt.
5.De voltooiing van een Boeddha’s lichaam
onze geest en lichamen delen dezelfde essentie als die van de Boeddha, en bij het bereiken van eeuwige Verlichting, kunnen we het proces van een Boeddha te worden afsluiten.

De bron voor het geloven in, en de leren om onze geesten en lichamen volledig te kunnen ontwikkelen als die van de Boeddha worden verklaard in de Kongocho-kyō.

Godheden binnen Shingon

De Jūsan Butsu
Binnen het Shingon Boeddhisme bestaat er niet zoiets als een 'echte' God, zoals God in het Christendom. Maar er zijn wel verschillende Boeddha's waarmee de gelovigen elk een andere spirituele band mee hebben. Het ligt bij de gelovige zelf welke Boeddha centraal staat in zijn of haar belevenis.

Het Shingon Boeddhisme kent dertien Boeddha's, de Jūsanbutsu(十三佛). Vaak worden zij afgebeeld als de vijf Boeddha's, de zeven Bodhisavattvas en Fudō Myō-ō (Acala). De dertien Boeddha's zijn:

Fudō Myō-ō
ook wel Acala; vernietiger van waanideëen en beschermer van het Boeddhisme. Hij helpt diegene die verwikkeld zitten met hun emoties naar het juiste pad te leiden. Fundo is de boeddhistische god van wijsheid en vuur, daarom wordt hij altijd als een door vlammen omgeven God afgebeeld.
Shaka Nyorai
Prins Siddharta. Hij wordt gezien als de 'Verlichtene' en als de oprichter van het Boeddhisme.
Monju Bosatsu
De Boeddha voor wijsheid. Met zijn zwaard 'snijdt' hij als het ware het slechte weg, zodat de mens in wijsheid en geluk kan leven.
Fugen Bosatsu
Hij wordt gezien als de Boeddha voor medelijden en de beoefening. Met de beoefening van de Tien Geloftes kan iedereen een Boeddha worden.
1. Heb respect voor alle Boeddha's
2. Vereer de welwillendheid van de Boeddha's
3. Voorkom het doen van slechte dingen
4. Maak een royaal aantal offeringen
5. Haal genoegen in de deugden van de Boeddha's
6. Zoek de leer van de Boeddha's
7. Streef naar het eeuwige leven van de Boeddha's
8. Leer van de Boeddha's
9. Doe goed aan alle levende wezens
10. Maak je verdienstelijk naar de wereld van de Boeddha toe
Jizo Bosatsu
Hij is een van de geliefste Boeddha's, omdat hij bekend staat als de beschermer van (vooral overleden) kinderen, zwangere vrouwen, brandweerlieden en reizigers.
Miroku Bosatsu
De Boeddha die de wereld redt van de toekomst.
Yakushi Nyorai
Is een Boeddha van medicijnen en genezing, die medicijnen verwerft aan de zieken en 'voeding' verleent aan lichaam en geest.
Kannon Bosatsu
Een van de meest vereerde onder de Boeddha's, hij is de Boeddha van genade.
Seishi Bosatsu
Ondanks zijn mindere bekendheid, wordt hij gezien als de Boeddha van kracht en weerstand.
Amida Nyorai
In het Sanskriet betekent Amida 'het oneindige leven', daarom wordt Amida Nyorai ook wel de Boeddha van het oneindige leven en licht genoemd.
Ashuku Nyorai
Een van de vijf Wijsheid Boeddha's. Hij beschermt degenen met een onveranderlijk lot en met de aspiratie om Verlicht te worden.
Dainichi Nyorai
Deze Boeddha is over het algemeen de 'Boeddha der Boeddha's' die vereerd wordt. Hij is een belangrijke Boeddha in het Shingon. Zijn deugd wordt ook wel verklaard als vier deugden van het licht; een licht tijdens duisternis, leven en voeding schenkend aan de levende dingen, het leven gedurende het verleden, heden en toekomst verlichten en alle levende dingen in staat tot Verlichting brengend.
Kokuzo Bosatsu
Hij heeft de deugd om degenen die door middel van het chanteren van zijn mantra's en het verkrijgen van de wijsheid van een Boeddha, in staat van Verlichting kan brengen

Schisma

Het Shingon Boeddhisme splitste zich op in twee stromingen: het oude Shingon, Kogi Shingon(古儀真言宗)en het nieuwe Shingon, Shingi-Shingon(新義真言宗).

Kōgyō Daishi Kakuban

Kakuban(覚鑁) (1095-1143), na zijn dood gekend als Kōgyō Daishi(興教大師), was een Japanse priester in het Shingon. Hij staat bekend als een hervormer, hoewel zijn pogingen tot hervormen geleid hebben tot een schisma binnen het Shingon Boeddhisme.

Literatuurlijst

• Vande Walle, Willy. 2009 (eerste uitgave 2007). Een geschiedenis van Japan: van samurai tot softpower. Leuven: Acco.
• Van der Veere, Hendrik. 2000. A study into his thought of Kōgyō Daishi Kakuban: with a translation of his Gorin kuji myō himitsushaku. Leiden: Hotei Publishing.
• Ryūichi, Abé. 1999. The weaving mantra: Kukai and the construction of esoteric Buddhist discourse. New York: Columbia University Press.
• Kashiwahara, Yusen. Sonoda, Koyu. 1994. Shapers of Japanese Buddhism. Tokyo, Japan: Kosei Publishing Co.

Bronnen

http://www.buddhachannel.tv/portail/spip.php?article17292
http://www.shingon.org/home.html
http://alumni.ox.compsoc.net/~gemini/simons/historyweb/shingon.html
http://en.wikipedia.org/wiki/K%C5%ABkai
http://www.mandala.ne.jp/koyasan/daishi.html
http://en.wikipedia.org/wiki/Shingon_Buddhism
http://www.koyasan.org/nckoyasan/introduction.html
http://www.asunam.com/kukai_page.htm
http://artsci.wustl.edu/~copeland/matthews.html
http://www.wsu.edu:8080/~dee/ANCJAPAN/HEIAN.HTM
http://www.onmarkproductions.com