Shōwa Denkō schandaal
Uit GeschiedenisJapan
-artikel volledig te herzien-
Inhoud |
Inleiding
Bezetting van Japan
Na de capitulatie bezetten de geallieerden Japan. Het land zat economisch totaal aan de grond door de 2de Wereldoorlog. Economische wederopbouw en stabiliteit waren dus de eerste prioriteiten van Japan. Japan werd militair bezet door een bezettingsleger dat bestond uit Amerikanen en een klein aantal Australiërs. De bezetting begon officieel in oktober 1945 wanneer het General Head Quarters (GHQ, 連合国軍最高司令官総司令部 Rengōkokugun sōshireibu), het hoofdkwartier van de Supreme Commander for the Allied Powers (SCAP, 連合国軍最高司令官 Rengōkokugun saikōshireikan) zich vestigde in Tōkyō onder bevel van generaal Douglas MacArthur. Het was MacArthur die vanuit het GHQ de bezetting regelde. Hij verstuurde en stelde de bevelen en richtlijnen op voor de Japanse administratie. De doelen van de bezetting waren demilitarisering en democratisering van Japan. Het GHQ regelde heel de Japanse politiek en vaardigde ook grote hervormingen uit.
Deze hervormingen waren onder andere:
- hervorming van het kiesstelsel
- onderwijshervormingen
- ontmanteling de zaibatsu
- een nieuwe grondwet
- landhervormingen
- ontvoogding van de arbeiders,
- hervormingen in het regionale bestuur
Verkiezingen van 1946 en 1947
Verkiezingen 1946
De verkiezingen van 1946 werden gewonnen door de Liberale Partij van Japan (日本自由党 Nihon Jiyū-tō). De leider van de partij Yoshida Shigeru (吉田茂) werd in mei 1946 eerste minister. Onder regering Yoshida I werd de nieuwe grondwet uitgevaardigd[1] en in maart 1947 werd het keizerlijk Parlement ontbonden. Hierna werden nieuwe verkiezingen gehouden.
Verkiezingen 1947
Aangezien de regering Yoshida I niet veel had gedaan tegen de sociale toestanden in Japan, wonnen de socialisten in 1947 de verkiezingen. Katayama Tetsu (片山哲) werd premier van een coalitieregering met zijn partij, de Democratische Partij van Japan (日本民主党 Nihon Minshu-tō), de Partij voor de Samenwerking van het Volk (国民協同党 Kokumin Kyōdō-tō) en de Liberale Partij van Japan (日本自由党 Nihon Jiyū-tō). Het kabinet van Katayama werd geconfronteerd met de enorme crisis die er toen was. De regering maakte strikte prijsafspraken voor voedsel en grondstoffen, loonblokkeringen en zette het onsocialistische economische beleid van Yoshida verder[2]. Dit leidde tot spanningen binnen de Socialistische Partij en Katayama moest op 10 maart 1948 opstappen.
Ashida Hitoshi, Minister van Buitenlandse Zaken onder Regering Katayama, werd de nieuwe premier en zette de driepartijencoalitie van Katayama verder.
Shōwa Denkō K.K.
Shōwa Denkō K.K. (昭和電工株式会社) is een Japans chemisch-ingenieur bedrijf, opgericht in 1939 door het samensmelten van Nihon Electrical Industries en Shōwa Fertilizers. Shōwa Denkō produceert chemische producten en industrieel materiaal.
Voor Wereldoorlog II was het een deel van de Mori-groep van bedrijven als Shōwa Fertilizer (昭和肥料). Het werd opgericht door Saburo Suzuki(鈴木三郎助) in de vroege jaren van 1930, en opende de eerste ammoniumsulfaat fabriek in Japan in april 1931.
Shōwa Denkō Schandaal
Shōwa Denkō Schandaal
Het Shōwa Denkō schandaal kwam aan het licht in april 1948 toen Ashida Hitoshi, toenmalig eerste minister, Kurusu Takeo, toenmalige minister van Financiën en Shigemasa Seishi, toenmalige minister van Agricultuur, en vele anderen ambtenaren door de oppositie ervan beschuldigd werden omkoopgeld te hebben aanvaard van het bedrijf Shōwa Denkō. Bedrijfsleider Hinohara Setsuzo zou 24.000.000 yen gegeven hebben aan de Democratische Partij als commissie voor een lening van 1.200.000.000 yen van de Reconstruction Finance Bank. Door dit schandaal trad Ashida Hitoshi en zijn kabinet af. De regering Ashida duurde van 10 maart 1948 tot 15 oktober 1948.
Terechtstelling Beschuldigden
Alle schuldigen werden tegengehouden en berecht. De rechtszaak over het Shōwa Denkō schandaal duurde 10 jaar. Alle beschuldigden werden onschuldig verklaard. De beschuldigden verklaarden dat het om politieke donaties gingen. Hierdoor verklaarde het Tokyo High Court (東京高等裁判所 Tōkyō Kōtō Saibansho) de beschuldigden onschuldig aangezien het geven en krijgen van politieke donaties niet illegaal is.
Politiek landschap na het Shōwa Denkō Schandaal
In oktober 1948 kwam regering Yoshida II aan de macht tot 10 december 1954. Deze regering was liberaal gekleurd. De socialisten verloren veld maar hun kritiek werd steeds luider.
Trivia
- Het bedrijf staat ook bekend voor het veroorzaken van een tweede uitbraak van de Minamataziekte (水俣病 - Minamata-Byō) in Kanose.[3]
- Eerste minister van 24 december 1976 tot 7 december 1978 Fukuda Takeo was één van de beschuldigden in het Shōwa Denkō schandaal.
Voetnoten
- ↑ Grondwet die door de Government Section van SCAP werd opgesteld en in 1946 door de Diet(Parlement) werd goedgekeurd.
- ↑ Sleutelnijverheden kregen steun en monopolievorming werd gedoogd.
- ↑ De Minamataziekte is een type van ernstige kwikvergiftiging. Deze tweede uitbraak kwam door het lossen van organometaalchemische-verbindingen in de Agano rivier in het Niigata Prefectuur
Bronnen
Boeken
- W.Vande Walle. Een Geschiedenis van Japan: Van samurai tot softpower, Acco Leuven, 2007.
- Peter J. Herzog. Japan's Pseudo Democracy, Japan Library, 1993
- Roger Bowen. Japan's Dysfunctional Democracy: The Liberal Democratic Party an Structural Corruption, M.E. Sharpe Inc., 2003
- Richard H. Mitchell. Political Bribary in Japan, University of Hawai'i Press, 1996
Wetenschappelijke Artikels
- Harry Emerson Wildes. IV. Underground Politics in Post-War Japan, The American Political Science Review, Vol. 42, No.6 (Dec.,1948) p.1153 , Amercican Political Science Association
- Chalmers Johnson. Tanaka Kakuei, Structural Corruption and the Advent of Machni Politics in Japan, Journal of Japanese Studies; Vol.12, No.1 (Winter, 1986) p.6 & p.7 , The Society for Japanese Studies
- William Nester. Japan's Recruit Scandal: Government and Business for Sale, Third World Quarterly, Vol.12, No.2 (April, 1990), p.94 , Taylor & Francis Ltd.
Paper
- Steven R. Reed. Impersonal Mechanisms and Personal Networks in the Distribution of Grants in Japan, Chou University, 2001

