Seinan no ran (西南の乱)
Uit GeschiedenisJapan
De Seinan-rebellie (Seinan no ran 西南の乱) is de burgeroorlog in 1877 in Japan. In deze rebellie leidde Saigō Takamori een rebellenleger van ex-samurai die het feodale klassensysteem wilden behouden in tegenstelling tot de nieuwe Meiji-regering. De Seinan-rebellie illustreerde het einde van de trotse samurai.
Inhoud |
Voorgeschiedenis
De Korea-kwestie en Saigō Takamori
Korea weigerde de nieuwe Meiji-regering te erkennen. Korea verklaarde zich een onafhankelijk land ondergeschikt aan China. Ze noemde enkel de Chinese heerser ‘keizer’ terwijl de Japanse keizer ‘de grote koning’ werd genoemd. Daarbij verschenen er verschillende beledigende slagzinnen op de muren van de kleine Japanse nederzettingen in Pusan. Hierdoor kreeg de Seikanron, een anti-Koreaans voorstel, de bovenhand in de regeringsraad. Dit voorstel kreeg de steun van onder andere Itagaki Taisuke en Goto Shojiro van Tosa, Eto Shinpei en Soejima Taneomi van Hizen. Ook Saigō Takamori verdedigde dit voorstel.
Toen 44 schipbreukelingen uit Ryukyu vermoord werden door Formosan stamleden in november 1871, verzocht Saigō een bestraffende expeditie naar Korea. Soejima, de minister van buitenlandse zaken, willigde zijn verzoek in. In de zomer van 1873 zou Saigō als legermaarschalk de ongewapende missie leiden naar Korea. Hij zou bereid te sterven en zijn dood zou waarschijnlijk tot een oorlog van wraak door ex-samurai geleid hebben. Maar hij kan simpelweg eerst een diplomatieke oplossing gezocht willen hebben vooraleer hij militaire actie ondernam. Saigō kreeg echter hevige tegenstand van Okuba en Iwakura Tomomi in de regeringsraad. Saigō’s plan werd hierdoor geweigerd. Als reactie hierop namen Saigō en zijn medestanders (Itagaki, Eto, Goto, en Soejima) ontslag en stapten uit de regering in 1873. Saigō keerde terug naar Kagoshima, Satsuma. Dit zou uiteindelijk leiden tot Seinan burgeroorlog in 1877 en de ondergang van de samurai als een macht.
De Meiji-restauratie en zijn gevolgen voor de samurai
In de Meiji-restauratie werd de keizer terug de eigenlijke heerser en bestuurder van het land met het volk als zijn onderdanen. Een gecentraliseerd bestuur werd gevormd met de keizer aan het hoofd. De Han’s werden afgeschaft en in plaats daarvan werd Japan opgedeeld in prefecturen. Ook werden de landen en de gronden teruggegeven aan de keizer. Dit gebeuren wordt Hanseki hôkan genoemd. De meeste Daimyô’s gingen hier eerst niet mee akkoord. De Daimyô’s die pas later toegaven verloren hierdoor enkele gunstige voorwaarden. Later werden de ex-Daimyô’s gouverneur over hun vroegere Han.
De Han’s verloren hun autonomie volledig door hervormingen die het bestuur van het land moesten vereenvoudigen. De belangrijkste hervormingen hierin waren:
- De rangen werden gereduceerd tot enkel de shizoku en de sotsuzoku.
- Een verslag over de regionale politieke gebeurtenissen moest worden gegeven aan de overheid.
- De status van de familie kon niet meer worden gebruikt als een springplank om een betere carrière op te bouwen.
- De Han-gouverneurs verdienden nu maar een schamele 10% van hun vroegere inkomen
- Het inkomen van de samurai werd enorm verlaagd.
Ook het feodale klassesysteem werd afgeschaft. De klassen werden opnieuw onderverdeeld in drie nieuwe klassen: de kazoku, de shizoku en de heimin. Dit waren respectievelijk de adel, de patriciërs en het gewone volk. Deze structuur benadeelde sterk de samurai. Deze werden namelijk onderverdeeld bij de shizoku. De samurai verloren hun hoge positie in de maatschappij. Daarboven werd hun inkomen niet meer verzekerd door de regering en waren ze verplicht ander werk te vinden. Deze re-integratie in de maatschappij mislukte totaal. De ex-samurai konden zich niet aanpassen aan de maatschappij en slechts een heel klein deel kon werk vinden. De meeste samurai waren misnoegd door de Meiji-regering. Dit gevoel van ontevredenheid werd nog versterkt door het verbod op het dragen van een zwaard. De samurai verloren hiermee hun trots en eer.
De Shigakko
Kagoshima was autonoom en streefde in tegenstelling tot de Meiji-regering de centrale modernisering niet na maar trachtte de tradities in leven te houden. Hierdoor leek Kagoshima bijna een onafhankelijk land te zijn.
In 1874 startte Saigō Takamori de Shigakko, een systeem van scholen waar ethiek en militaire wetenschap werd onderwezen aan de jonge toekomstige samurai. De school bestond uit twee instituten: de infanterieschool en de artillerieschool. Meer dan 100 dochterscholen bestonden er samen in de verschillende delen van Satsuma die belang hechtten aan de tradities. In Kagoshima alleen al waren er 12 scholen van de Shigakko. Deze scholen moesten voor afleiding zorgen voor de vele misnoegde jonge samurai en moesten hen onder controle houden.
Okubo, die de ontevredenheid van de samurai in Kagoshima onder ogen zag, zond verschillende spionnen uit om de Shigakko te infiltreren en verwarring te zaaien onder de leerlingen en samurai. Ook gaf hij hen een speciale missie om Saigō te vermoorden. Dit complot werd echter ontdekt door de handlangers van Saigō toen de spionnen, geleid door Nakahara Hisao, gevangen werden genomen en hun missie bekenden. Daarbij wou de regering het arsenaal in Kagoshima legen na een reeks van mislukte opstanden door afvalligen shizoku in 1876. Deze provocaties leidden de Shigakko-leerlingen in actie en waren genoeg voor Saigō om de leiding te nemen in de rebellie. Voor de rebellen was het een geval van ‘a whole society, a whole way of life… fighting desperately for survival.’
Het verloop van de rebellie
Kumamoto
Op 2 februari 1877 vertrok het rebellenleger bestaande uit Shigakko-leerlingen en ontevreden voormalige samurai met Saigō Takamori als leider vanuit Kagoshima op weg naar Tokyo om Okubo te confronteren. Dit was het begin van de Seinan-rebellie. Hun eerste doel was het innemen van het Kumamoto kasteel. Dit was een strategisch belangrijke plaats omdat men vanuit het Kumamoto kasteel de omliggende landen kon laten overstromen. Het rebellenleger kon het kasteel echter niet in één ruk innemen en hield een langdurig beleg. Ondanks dat men de omgeving liet overstromen, gaven Saigō en zijn leger niet op. Het beleg hield 50 dagen stand tot de versterking van het regeringsleger uit het noorden aankwam op 3 maart 1877.
De bevrijding van Kumamoto
Ondertussen hadden de rebellen Tawarazaka, een nabijgelegen stad ten noorden van Kumamoto, ingenomen. Het gevecht tussen de rebellen en de regeringstroepen ging gelijk op. Toen het imperialistische leger echter hun artillerie in de strijd brachten keerde het tij ten nadele van Saigō en zijn troepen. Tawarazaka werd bevrijd door het regeringsleger en de rebellen waren door de grote verliezen nu in de grote minderheid ten op zicht van het leger. Saigō en zijn rebellen zaten ingesloten in Kumamoto met al hun hulplijnen afgesneden. Saigō en zijn troepen waren genoodzaakt zich terug te trekken. Saigō kon door de linies breken en ontsnappen maar werd op de hielen gezeten door het imperialistische leger.
De achtervolging van Saigō
Uiteindelijk viel het imperialistische leger Satsuma binnen en veroverde Kagoshima. De rebellen slaagden er niet in hun stad te heroveren. Ze waren daarna genoodzaakt een guerrillaoorlog te voeren. Dit kwam uiteindelijk uit op een veldslag bij Nobeaka. Daar splitste Saigō zijn leger in twee delen. Hij liet een keus aan zijn troepen. Diegene die niet meer voor de zaak wouden vechten moesten voor een afleiding zorgen voor het imperialistische leger en konden zich daarna overgeven, terwijl het andere deel hun linies trachtten te breken en Kagoshima binnen te vallen. Saigō’s opzet slaagde echter niet. Ze trokken zich al strijdend terug.
De dood van Saigō Takamori
Op 1 september 1877 keerde Saigō terug naar Shiroyama en versterkte zich daar door zich in te graven in de heuvels. De regeringstroepen pleegde op 24 september 1877 de laatste aanval op het rebellenleger. Op dat moment had Saigō geen hoop meer op een overwinning en hoopte op een eervolle dood. Saigō en het laatste van zijn rebellenleger stormden de heuvels af. Saigō werd echter in zijn rechter dijbeen geraakt door een kogel. Volgens de mythe pleegde hij hierna seppuku door zijn buik open te snijden met zijn hoofd gericht naar het koninklijk paleis. Om zijn lijden te verkorten werd zijn hoofd afgehakt door een vriend. Saigō Takamori stierf op 24 september 1877 op 50-jarige leeftijd.
Het einde van de Seinan-rebellie
Hoewel Saigō was gestorven, vond de laatste actie van de Seinan-rebellie plaats ongeveer 8 maanden daarna. In Kioizuka, Tokyo, werd Okuba vermoord door een andere groep misnoegde voormalige samurai uit verschillende streken. Men kon zeggen dat met het verslaan van de laatste uitdaging van het vervallen feudalisme de politieke revolutie was vervolledigd en het land eindelijk verenigd.
Cijfers
- Het leger van Saigō nummerde op zijn hoogtepunt 42,000 voormalige samurai. Hiervan waren er meer dan 20,000 slachtoffers. 2,746 rebellen werden er na de oorlog geëxecuteerd of gevangen gezet.
- Het imperialistische leger bevatte 58,558 soldaten waarvan 80% dienstplichtig was. Ze hadden 6,278 doden en 9,523 gewonden.
- Kumamoto en Kagoshima werden beiden voor een groot deel vernietigd. Naar schatting waren er 50,000 huizen vernield door de Seinan-rebellie.
- Uiteindelijk heeft de Seinan-rebellie de regering 42 miljoen yen gekost. Omgezet is dit 300,000 euro. Dit was in die tijd een klein fortuin.
De nasleep
Politiek
Na de Seinan-rebellie zagen rebellen in dat geweld niet de oplossing was in een conflict. In plaats daarvan begonnen ze woorden en ideeën te gebruiken om hun protest te tonen aan de regering. Gewelddadige opstanden maakten plaats voor politiek verzet. Bewegingen werden opgericht of kregen nieuw leven ingeblazen. Een voorbeeld hiervan is de Beweging voor Vrijheid en Burgerrechten (Jiyū Minken Undō 自由民権運動). Deze beweging werd opgericht door een groep ontevreden ex-samurai. In het begin kwam de beweging vooral op voor de rechten van de samurai. Pas later kwam ze ook op voor de rechten van het gewone volk.
Economisch
De Seinan-rebellie kostte de regering 42 miljoen yen. Dit was een groot financieel verlies dat men niet gemakkelijk kon terugwinnen. Dit had een grote inflatie als gevolg. Vooral de gewone mensen werden hiermee getroffen.
Sociaal
Het feit dat een leger van dienstplichtigen een leger van uitgekozen samoerai had verslagen was een veelbetekende demonstratie van de verdwijning van de samoerai uit de maatschappij en de geschiedenisscène.
Door zijn eervolle dood (seppuku) werd Saigō Takamori een idool en een icoon van heldhaftigheid in de ogen van het volk. Nu nog altijd leeft de legende van Saigo in de harten en gedachten van de Japanners. De Japanners zelf zeggen: ‘Wie Saigō kan doorgronden, kan Japan doorgronden.’
Bronnen
- The centre for east asian cultural studies, Tokyo (1970): Meiji Japan through contemporary sources, volume two
- Chushichi Tsuzuki (2000): The pursuit of power in modern Japan 1825-1995
- Willy Vande Walle (2007): Een geschiedenis van Japan, van samurai tot softpower
- Japanese Studies
- Saigo Takamori

