Sakuma Shozan

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Inhoud

Vroege jaren

Sakuma Shozan werd geboren in 1811 als de zoon van een samurai familie van de Matsushiro clan in de provincie Shinano. Zijn vader was op dat moment de secretaris van zijn clan, zowel als een geleerde, waardoor er bij Shozan vanaf een jonge leeftijd reeds een drang naar kennis ontstond. In zijn jeugd las hij praktisch alle werken over het Confucianisme en werd hij een toegewijd volger van de leer van Chu-Tzu. Tegenover zijn lust om steeds meer te leren stond zijn arrogant karakter, iets dat hem doorheen heel zijn leven parte heeft gespeeld. In 1833 vertrok Shozan naar Edo om daar zichzelf in te schrijven in de school van de toen zeer bekende Sato Issai. Zijn studies verliepen erg vlot, maar Shozan kon geen lessen als waar aannemen als hij er zelf niet mee akkoord was. Daarom keerde hij drie jaar later al weer terug naar Matsushiro. In 1839 startte hij zijn eigen school waar hij voor een lange tijd zeer hard mee begaan was, maar het keerpunt in zijn leven kwam er toen er bericht kwam dat China de opium oorlog door toedoen van Groot-Brittannië had verloren. Shozan was al reeds een lange tijd gefascineerd met de wijsheid en cultuur van de Chinezen en hun nederlaag kwam hard aan. Hij begon daarna vrijwel onmiddellijk te bestuderen waardoor China het niet heeft kunnen halen in de strijd. Uiteindelijk kwam hij tot de belangrijke conclusie dat de oorzaak lag in de westerse technologie die veel machtiger bleek te zijn dan wat de Chinezen ter beschikking hadden.

Streven naar modernisering

Vanaf dat moment werd Shozan een groot voorstander van de modernisering van Japan, vooral op twee vlakken die bij hem zeer belangrijk leken: een uitgebreide en sterke vloot en een nationaal scholensysteem gebaseerd op de ethiek van het Confucianisme. Hij stapte met zijn theorieën naar iedereen die ooit een verschil zou kunnen maken in de Japanse politiek en hij benaderde zelfs de ouderenraad van de Shogun. Shozan ging ook alles over de Europese technologie studeren. Hiervoor benaderde hij Egawa Tarozaemon, een magistraat van de Aizu clan en beroemd voor zijn kennis van Europese strategieën in die tijd. Egawa stond eerst afkeurend tegen zijn vraag, maar door de tussenkomst van een politiek belangrijk persoon gaf hij dan toch toe om les te geven aan Shozan. Hier kreeg hij echter al snel spijt van, want Shozan kon alweer zijn karakter niet onderdrukken en kloeg constant over de trage manier van lesgeven en het feit dat zijn leermeester enkele cruciale, belangrijke technieken en strategieën (higi) achterhield tot dat Shozan er "klaar" voor zou zijn. Vooral dit laatste leidde er toe dat Shozan uiteindelijk opstapte en zich klaar voelde voor meer. Hij begon fervent de Nederlandse taal te leren, omdat de meeste boeken over de Europese technologie in die taal beschikbaar waren (Japanse vertalingen waren in die tijd niet zo voor de handliggend).

Eigen school

In 1850 richtte Shozan zijn eigen school op, gespecialiseerd in artillerie. Tegen die tijd had hij trouwens al enkele bijzondere technologische apparaten eigenhandig nagemaakt zoals een seismometer, een apparaat om de dichtheid van metaal te meten bij het smelten van de loop van een geweer, een elektrisch medisch apparaat en zelfs een replica van een Europees kanon.

Het motto van zijn school was: "Toyo dotoku. Seiyu Geijutsu." of "Oosterse ethiek, Westerse technieken.". Zijn school werd al snel erg populair en sommige van zijn studenten werden later zelf ook erg bekend. Enkele voorbeelden hiervan zijn Sakamoto Ryoma, Nakaoka Shintaro en Yoshida Shoin over wie zo dadelijk meer.

Yoshida Shoin incident

Toen in 1853 de schepen van Commodore Perry in Japan arriveerden begon voor Shozan een lange weg van miserie. Overtuigd dat Japan haar slimste mensen mee naar het westen moest sturen, adviseerde hij zijn beste student, Yoshida Shoin, om het volgende jaar, wanneer Perry terug zou keren, aan boord te glippen en zo de lange reis naar Amerika kunnen aan te vatten. Zo zou men dan meer te weten kunnen komen over de cultuur, overheidstructuur en industrie van Amerika. De nacht van Perry's vertrek in het volgende jaar werd Shoin echter ontdekt en van het schip gesmeten. Daarenboven was dit ook nog eens verboden bij wet in Japan en stond er de doodstraf op. In eerste instantie werd Shozan hier niet bij betrokken, maar toen men Shoins bezittingen controleerden, vonden de Japanse autoriteiten een afscheidsbrief van Shozan aan Shoin. Dit was voldoende bewijs om ook Shozan te arresteren. Hoewel men eerst niet ver wou gaan in de strafmaatregel tegen hem, keerde zijn arrogant karakter zich al weer tegen hem en kwam hij zelfs dichtbij een executie. Zo ver kwam het echter niet, omdat een politicus van hoge rang een betere regeling kon treffen. Shozan werd veroordeeld tot acht jaar "huisarrest".

Huisarrest

Tijdens Shozans "gevangenschap" liet hij echter de moed en wil niet zakken en bleef hij verder studeren. Het is ook in deze periode dat hij zijn "Seikenroku" schreef. In dit werk liet hij zich uit over zijn motivaties voor de handelingen die hij de laatste jaren had verricht en duidde hij nogmaals op het belang van het importeren van buitenlandse technologie, het openen van de grenzen en de modernisatie van Japan. In 1962 kwam hij weer vrij. Tegen die tijd was er al erg veel veranderd in Japan. De anti-buitenland gevoelens waren nog meer toegenomen en het Shogunaat verkeerde in een diepe crisis en zocht de toestemming van de keizer om het handelsverdrag met Amerika dat afgesproken was door de inmiddels vermoorde minister Li Naosuke. Maar de keizer werd op dat moment omringd door een groep van xenofobische royalisten die tegen het idee waren om het land open te stellen.

Laatste pogingen

In de periode na zijn huisarrest ondernam Shozan nog enkele pogingen om zijn doel te bereiken: de keizer bereiken en hem overtuigen dat zijn ideeën de juiste zijn. Hij begon om steun te vragen van invloedrijke leden van de Aizu en Hikone clans, omdat hij binnen deze groepen vrienden had. Hoewel deze clans eigenlijk steun boden aan het Shogunaat, bracht het hem toch dichter bij zijn doel. Een groot probleem voor Shozan was dat binnen de Aizu en Hikone clans er vaak interne conflicten bestonden omtrent het openen van Japan voor de buitenwereld. Hierdoor werd er soms met afkeer gereageerd op de vraag van Shozan om hem te helpen de keizer te ontmoeten. Shozan schreef nog vele brieven waarin hij de details van zijn plan onthulde. De bedoeling was van het hof te verhuizen naar het Hikone kasteel onder de bescherming van het leger van het Shogunaat. Daar zou het sneller tot een verzoening kunnen komen tussen de keizer en het Shogunaat zelf, waardoor er uiteindelijk een wettelijk besluit zou kunnen worden gemaakt om Japan open te stellen.

Na lang wachten was het dan toch zo ver. Shozan kreeg de kans zijn voorstel te doen, maar vanaf dit moment begon hij serieuze dreigementen te ontvangen van sommige leden van de clans (die misschien niet akkoord waren met hem, maar wel in zijn vurige wilskracht geloofden). Hij kreeg er ook een aantal zeer gevaarlijke vijanden bij die hem als verrader bestempelden. Door dan ook nog eens rond te rijden op een paard met Europese zadel gooide hij nog meer olie op het vuur. Het komt dan ook niet als een verrassing dat Shozan in 1864 uiteindelijk wordt vermoord.

Zijn dood

Shozan werd in klaar daglicht vermoord door de beruchte hitokiri Kawakami Gensai. De volgende dag hing er een briefje met de verantwoording van de moord op het hoofdportaal van de Gion schrijn met daarop deze tekst:

"Shozan streefde naar het openen van de havens en de vrije handel met andere landen. Dit kon niet genegeerd worden. Daarenboven zweerde hij samen met de Aizu en Hikone clans om de keizer naar Hikone te verhuizen. Omdat hij een slechte en verafschuwbare verrader was hebben we een toepasbare straf uitgevoerd." - Getekend door keizerlijke loyalisten.

Bronnen

Boeken:

  • Robert Louis Stevenson Familiar Studies of Men and Books. eBooks@Adelaide 2004
  • Jansen, Marius B. The Cambridge history of Japan 5: The Nineteenth century. Cambridge: Cambridge University press, 1996

Sites: