Rode zegel schepen (朱印船 Shuinsen)
Uit GeschiedenisJapan
Rode zegel schepen (朱印船 Shuinsen) waren Japanse handelsschepen die de zuid aziatische kusten als bestemming hadden rond het begin van de 17de eeuw. De eigenaars van deze schepen verkregen hun legitimiteit door middel van zegels die door de toenmalige machthebbers van Japan werden uitgevaardigd. Handelsschepen zonder deze zegels werden als smokkelaars en piraten gezien. Tegen 1635 waren er meer dan 350 rode-zegel schepen op zee.
Inhoud |
Onstaan van de rode zegel
Na de burgeroorlog die bijna honderd jaar had geduurd Sengoku-periode bleken de economische middelen van de toenmalige regent-heerser Toyotomi hideyoshi (豊臣秀吉) onvoldoende om het land weer op te bouwen. Hideyoshi liet zijn oog vallen op internationale handel, meer bepaald met het Chinese keizerrijk.
Vanaf de 13de eeuw waren Japanse piraten Wakō (倭寇) vaak actief in de Chinese kustlijn, China weigerde handel met Japan zolang deze piraten ongemoeid hun plundertochten konden voortzetten. Hideyoshi verbood daarop piraterij en strafte de schuldigen zwaar. China van zijn kant zorgde voor succesvolle uitroeiïng van de piraten geleid door haar generaals. Vanaf 1592 mochten enkel schepen met een door Hideyoshi uitgevaardigde zegel de internationale wateren betreden en dus handel voeren met het buitenland.
Het gebruik van de rode zegels
Na de dood van Hideyoshi en de staatsgreep van Ieyasu Tokugawa(徳川家康) bleef het nieuwe staatshoofd nu shogun (将軍) genoemd het rode zegel systeem gebruiken om piraterij te onderdrukken en als beloning voor zijn belangrijkste Daimyo (大名) en handelaars. Sinds de rode zegels ook betekende dat het schip ook beschermd werd door het shogunaat kon hij piraterij verder de kop indrukken en tegelijkertijd de internationale handel controleren.
Buiten Japanse handelaars zijn er nog 11 Chinezen en 12 Europeanen waaronder de Nederlander Jan Joosten en de Engelsman William Adams die de rode zegel hebben verkregen van het bakufu (幕府).
Europese schepen en Aziatische rijken beschermde de rode zegel schepen sinds zij diplomatieke betrekkingen hadden met Japan. Alleen Ming-China verbood Japanse schepen in haar wateren en beschermden deze dus ook niet.
Schepen
De schepen werden vooral gemaakt in Nagasaki (長崎市) en werden een resultaat van Japanse, Chinese en zelfs Europese scheepsontwerpen van die tijd. De schepen wogen tussen de 500 en 700 ton wat het equivalent was van een Europees galjoen maar minder als het gewicht van een Europese Kraken die meestal over de 1000 ton wogen. Nadat de internationale handel vlot verliep werden er veel schepen besteld in Ayutthaya in Siam omdat deze beroemd was voor de uitstekende kwaliteit van het hout.
Import & Export
De Japanse kooplui exporteerden vooral zilver, diamanten, koper, zwaarden en andere artefacten. Chinese zijde en andere zuidoost-Aziatische producten (zoals suiker en huiden) vormden het grootste deel van de import. Peper en andere kruiden werden zelden ingevoerd, omdat de Japanse bevolking niet veel vlees at (door het Bhoeddisme). Japanse en Chinese schepen ontmoette elkaar vooral in zuid-oost Aziatische havens.
Bestemmingen
De bemanning van de rode zegel schepen was internationaal, veel Chinese, Portugese en Nederlandse navigators en tolken schreven in. De eerste rode zegel schepen werden verplicht om een Portugese navigator aan bood te hebben, naarmate de tijd voortging begonnen de Japanners ook meer en meer hun eigen navigators op te leiden en te gebruiken. De “Portolaanse” kaarten gebruikt op de rode zegel schepen werden getekend met het Portugese model, met aanwijzingen in het Japans.
Grote zuidoost-Aziatische havens zoals het Spaanse Manila, het Vietnamese Hoi An, Siamese Ayutthaya, Malayaans Pattani, ... ontvingen de Japanse koopvaardijschepen en vele Japanners vestigden zich in deze havens, zo vormden ze kleine Japanse wijken in deze havens.
Het blijkt dat de Japanners gevreesd werden in de Aziatische landen, Sir Edward Michelbourne schreef : Een Japanner die een wapen draagt wordt niet geduld in eender welke haven in India, een volk dat zo moedig, stijdlustig en zonder achting voor eigen leven kan reageren wordt overal gevreesd. Een Nederlandse commandant schreef circa 1615 : Het is een ruig en moedig volk, zoals lammeren in hun eigen land. Maar duivels daarbuiten.
De Filipijnen
Op papier zijn rond de 50 Rode zegel schepen naar Luzon in de Filipijnen gevaren tussen 1604 en 1624 (en nog eens 4 in 1635). De Japanners stichtten een kleine samenleving in Dilao, een randstad van Manila waar tussen de 300 tot 400 Japanners woonden in 1593. In 1603 tijdens de Sangley rebellie telden zij 1500. En in 1606 telden zij 3000. De franciscaanse pater Luis Sotelo steunde deze samenleving tussen 1600 en 1608.
Siam (Thailand)
In de Siamese “Chronicles of the Kingdom of Ayutthaya” staat er dat in 1592 500 Japanse troepen onder de koning van Siam een invasieleger van Burma hielpen verslagen.
Ongeveer 56 rode zegel schepen vaarden naar Siam tussen 1604 en 1635. De Japanse samenleving in Siam blijkt honderden mensen te bevatten, zoals beschreven door Padre Antonio Francisco Cadrim vertelde over zijn bekering van ongeveer 400 Japanse tot Christenen in 1627 in de hoofdstad van Ayuthaya.
In december 1605 werd John Davis, de beroemde Engelse ontdekkingsreiziger, gedood door Japanse piraten aan de kust van Siam en werd het eerste Engelse dodelijke slachtoffer door japanse handen.
De kolonie was actief in handel, vooral in de export van huiden en sappan hout naar Japan, in ruil voor zilver en Japans handwerk. De Japanners waren gekend bij de Nederlanders omdat zij de monopolie van de Oost Indische compagnie doorbraken, dankzij hun goede positie met de koning van Siam konden zij ongeveer 50% van de totale productie opkopen, daardoor konden de Nederlanders minder, en van lagere kwaliteit, producten kopen.
Een Japans avonturier, Yamada Nagasama, werd zeer invloedrijk en regeerde een deel van het koninkrijk Siam (Thailand) gedurende deze periode. De kolonie speelde ook een belangrijke militaire rol in Thailand.
Macau
Desondanks verboden te zijn op Chinees grondgebied kwamen er geregeld Japanse zeelui van de rode zegel schepen door Macau. In november 1608 brak er een gevecht los tussen 100 Japanse samoerai, gewapend met katana en musketten, en Portugese soldaten onder de waarnemend gouverneur en kapitein van de Japan voyage André Pessoa. In dit gevecht verloren 50 Japanners het leven, en werden 50 andere gearresteerd. Na een schuldbekentenis werden deze vrijgelaten. Ieyasu verbood Japanse bezoeken in 1609.
Indonesie
Door de afstand en de nauwe banden met Nederland zijn er maar weinig rode zegel schepen waargenomen in de buurt van Indonisie. Toch hebben de Nederlanders enkele Japanse samoerai ingehuurd. Deze hebben zich vooral laten gelden in het veroveren van de Bhanda eilanden en de verdediging van Batavia. Dit eindigde toen het bakufu in 1621 het verbood om Japanse huurlingen in te huren. In 1620 tonen Nederlandse archieven dat er 90 samurai waren ingehuurd vanaf de eilanden rondom Java om de troepenmacht aan het fort van Batavia te versterken.
In 1623, tijdens de slachting van Amboyna zijn er 9 Japanse huurlingen gearchiveerd toen zei 10 Engelse handelaars van de Britse Oost-Indische compagnie vergezelden. De huurlingen werden gevangen genomen en geëxecuteerd door Nederlandse troepen. Deze gebeurtenis van de belangrijkste oorzaak van de Engelse-Nederlandse oorlog.
Indië
De Japanse avonturier Tenjiku "Indie" Tokubei heeft zowel naar Siam als naar Indië gevaren op een schip met Jan Joosten. Na zijn terugkeer naar Japan heeft hij het verslag "Tenjiku Tōkai Monogatari"(Het verhaal van Tenjiku Tōkai) geschreven. Dit verslag handelde over zijn avonturen in het buitenland en werd zeer populair in Japan.
Andere bestemmingen
Andere bestemming waren Cochinchina (74 schepen), Cambodia (44 schepen), Taiwan (35 schepen), and Annam in Vietnam (14 schepen).
Einde van het systeem
Het Tokugawa shogunaat vreesde voor de kolonisatie die meestal de katholieke missionarissen volgden. De shogun besloot om een volledige isolatie politiek te voeren en schafte alle internationale handel af. Dit werd aangemoedigd door de Europeanen en vooral de Nederlandse Oost Indische compagnie die nu hun aandeel in de handel snel zagen stijgen.
Voetnoten
Bronnen
* Yoko Nagazumi, Red Seal ships * Boxer, The Christian century in Japan 1549-1650 * Stephen Turnbull, Fighting Ships of the Far-East




