Relatie Japan - Nederland in de Meiji periode
Uit GeschiedenisJapan
Vóór de opening van Japan(日本) en de ondergang van het bakufu (幕府) regime, had Nederland al geruime tijd contacten met het land van de Rijzende Zon. Het was het enige Westerse land dat handel dreef met Japan tijdens de sakoku (鎖国)(isolatie). In de Meiji periode zal Nederland zijn eens zo prominente rol kwijt raken aan de nieuwe Westerse machten, en zal de relatie met Nederland niet alleen in een ander daglicht komen te staan, maar bij de opkomst van het militarisme (軍国主義) in Japan, zal deze enkel nog verslechteren.
Inhoud |
Exclusieve handel
Nederland kende het grote voordeel van het monopolie op de Japanse handel vanaf 1639, nadat Portugal vanwege de kerstening van Japan het land was uitgezet en Engeland af zag van de handel na het verlies van een schip voor de Japanse kust. Als andere uitzondering op de regel was het China ook toegestaan om te handelen met het Shōgunaat, het heersende regime.
Vanaf dat moment verhandelde Nederland eerst via de factorij in Hirado (平戸) en later op het kunstmatige eiland Deshima (出島) voor de kust van Nagasaki (長崎), wat ook later in de Meiji periode een belangrijke rol voor Nederland speelde. In de twee en een halve eeuw dat Japan enkel met Nederland contact had als Westerse mogendheid, importeerde Japan een veelvoud aan boeken, geschriften en uitvindingen, die met argusogen werden bekeken, tot pas veel later in de Edo periode (江戸時代), de werkelijke waarde en ook betekenis begrepen en ontcijferd werd.
Onder meer door de Duitse geleerde Philipp-Franz von Siebold, die een medische school opende met toestemming van maar liefst 50 studenten in 1824, en enkele vertalingen van Westerse geschriften deden de betekenis sterk toe nemen. In dit kader ook Rangaku (蘭学) De Nederlandse studies, waar de Japanners alles over het Westen leerden, wat de Nederlanders aanboden, van taal tot wetenschap.
Met name de isolatie politiek, waarmee het Shogunaat zoveel mogelijk de huidige samenleving in Japan wilde behouden, maakte het moeilijk om deze innovaties door te voeren in het land. Daarnaast handelden de Nederlanders enkel met de bevoorrechte klasse, de Samurai, binnen het bevroren klassen stelsel wat het bijna onmogelijk maakte voor de gewone mens om wat mee te krijgen van de uitvindingen.
De opening van Japan
Zie ontsluiting grenzen voor het hoofdartikel
Uiteindelijk werd Japan ook “geopend”, zoals het gezegde gaat, tijdens de bakumatsu (幕末) periode, de late Edo periode. Dit is echter niet slechts beslist in een dergelijke korte periode dat commandant Perry aan land kwam, maar speelt al vele jaren voordat de Amerikaan ooit naar Japan was gekomen[1].
In 1853 kwam Perry voor de eerste keer in Japan en later opnieuw in 1854 waar het verdrag van Kanagawa (日米和親条約) werd getekend, het eerste Amerikaans-Japans verdrag en wat ook officieel het einde van de sakoku periode betekende. Snel volgde de andere Westerse grootmachten, waaronder Nederland in 1855. Voor Nederland was het voornamelijk Janus Henricus Donker Curtius (1813-1879) in de rol als laatste opperhoofd in Japan (leider van de factorij in Deshima), die in de Nederlands-Japanse verdragen heeft bijgedragen (opnieuw in 1856).
Net als de andere landen waren de belangrijkste punten van het verdrag met name:
- De vrijheid om overal te komen zonder escorte
- Vervolgd worden enkel door eigen rechters van het eigen land (extraterritorialiteit)
- Voordelen van nieuwe verdragen, getekend door andere landen, zijn direct ook van toepassing op de Nederlanders
Met name verschilde het Nederlandse verdrag met de andere door de manier waarop het opgesteld werd[2]. Kenmerkend voor de Amerikaanse en Britse verdragen zijn de agressieve toon, over het openstellen van havens, terwijl de Nederlanders vooral de betrekkingen tussen beide landen probeerden te regelen.
Hoewel vaak overzien, moet niet vergeten worden, dat er veelvoudig gebruikt is gemaakt van Nederlandse tolken tussen de Japanse delegaties en de andere Westerse machten, daar deze simpelweg niet direct met de Japanners konden onderhandelen in de eerste stadia van de opening van Japan.
Voor Nederland zijn er een paar punten extra belangrijk in deze periode:
- De verzwakking van de internationale positie
- De brief van de Nederlandse koning aan de Shōgun (将軍)
- De blijvende vriendelijke houding tegenover Japan
De verloren grootmacht
Nederland mocht zijn bloeiperiode hebben gehad in de Gouden Eeuw (17e eeuw), maar na het einde van de tachtigjarige oorlog, waar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden samen vocht met de Engelsen tegen de Spanjaarden, ontstond er frictie tussen de beide grootmachten die beiden de heerschappij op zee probeerde op te eisen na de verval van de Spaanse armada.
Dit werd uiteindelijk beslecht door de Engelsen, die langzaam oude kolonies van Nederland overnam (Zuid Afrika, Java) en dat Nederland niet meer de grootste macht in het Westen was, zou ook vrij snel opgemerkt worden door de Japanse hervormers. Onder andere tijdens de Iwakura Missie (岩倉使節団)[3].
De brief van Willem II
De toenmalige koning van Nederland, Willem II, had Japan gewaarschuwd voor de komst van buitenlandse mogendheden. In de brief die von Siebold schreef en ondertekend werd door de koning, waarschuwde Nederland expliciet dat de Shōgun deze vorm van politiek (dwz. het isolement) niet voort kon zetten, en dat ze beter een open houding aan konden nemen tegenover de nieuwe situatie in de wereld.
Weliswaar bedankte de Shōgun vriendelijk voor het advies in 1845, maar na de berichten over de Opium Oorlog in China (1839) besefte het maar al te goed dat het de kans liep om even zeer onder de voet te worden gelopen.
De vriendelijke houding van de Nederlanders[4]
Hoewel de meeste Westerse mogendheden uit op voordeel in Japan, wat eigenlijk niet anders gezegd kan worden van de Nederlanders, beschouwde Nederland Japan toch als bevriende natie. Dat wijst onder meer op de brief van koning Willem II, maar ook op het feit dat Nederland geen partij wilde trekken voor noch de Britten, noch Amerikanen, noch de Fransen. Misschien is dit ook de reden waarom Nederland uiteindelijk van het beeld verdwijnt daar het zich niet op de voorgrond werkt.
De opbouw van het nieuwe Japan
In ieder geval gaat het misschien veelal ongemerkt, maar de Nederlanders waren voor veel innovatie verantwoordelijk in de toenmalige periode.
Met name in de Meiji periode, na de val van het bakufu, speelde Nederland een grote rol in het ontwikkelen van de Japanse staat. Zowel op technologisch als militair gebied.
Voor Japan begon de inhaalrace van kennis met name door het importeren van de Westerse knowhow. Dit door niet alleen boeken en uitvindingen, maar tevens ook door het aanstellen van geleerden uit het buitenland in Japan zelf.
Nederland was voornamelijk actief in de volgende gebieden:
- De opbouw van de Japanse marine
- Waterwerken
De Japanse marine(大日本帝國海軍)
In de wetenschap dat ze niets konden doen tegen beschietingen van de moderne oorlogsbodems van het Westen zoals later bleek in de slag van Shimonoseki (下関戦争), probeerde Japan in allerijl nog vóór de opening van Japan, haar marine te moderniseren door middel van de Nederlanders.
Hoewel eerste bedoeld voor de verkoop[5] , werd het stoomschip Soembing onder commandant Gerhardus Fabius (1806-1888) naar Japan gevaren in 1854 en in 1855 cadeau gedaan. In 1855 werd dan ook het begin gemaakt van het Nagasaki Marine Opleidingscentrum (長崎海軍伝習所), dat bestond tot 1859.
Het opleidingscentrum kende 2 leiders: Van 1855 tot 1857 Pels Rijcken (1810-1889) en van 1857 tot 1859 Willem Huyssen van Kattendijke (1816-1866) wie het 2e stoomschip met schroefaandrijving aan Japan leverde in 1857.
In totaal zijn er 3 schepen geleverd aan Japan, 2 stoomschepen: de Kankōmaru (観光丸) en de Kanrinmaru (咸臨丸) en in 1862 bedoeld als vlaggenschip van de Shōgun, de Kayōmaru.
In 1859 is het opleidingscentrum verplaatst naar Tsukiji (築地) en was de rol voor de Nederlanders uitgespeeld. Later is wel op de plaats van het opleidingscentrum, Mitsubishi (三菱) shipyard gekomen.
Waterwerken in Japan
Onder leiding van Nederlandse ingenieurs is veel werk verzet in de waterwerken van Japan. Ondanks dat deze inzet vrijwel bij iedereen onbekend is[6].
Op het einde van de 19e eeuw, stond Japan voor het probleem dat vele van de havens niet bevaarbaar waren, nog makkelijk navigeerbaar voor de grote schepen. Ze beriepen zich op de Nederlandse kennis om de stroom van de rivieren onder controle te krijgen, dijken aan te leggen en havens te creëren.
Onder meer voerde de Nederlanders het NAP (Normaal Amsterdams Peil) in, opnieuw doorberekend door CJ. Van Doorn (1837-1906) en de militaire ingenieur I.A. Lindo (1848-1941) tussen 1873 en 1879 en het TP (Tōkyō (東京) peil) genoemd. (Hedendaags Japan Standard)
Johannis de Rijke (1842-1913) werkte 30 jaar in Japan, onder meer aan de constructie van de haven van Ōsaka (大阪), irrigatie van tienduizenden hectare rijstvelden en werkte aan de rivieren in de buurt van Nagoya (名古屋). “Zijn collega A.T. Rouwenhorst Mulder (1848-1901) bewerkstelligde een kanaal tussen 2 rivieren en Eschers naam is onlosmakend verbonden met de Mikuni (三国町) haven”[7].
Deze prestaties spelen deze dagen nog mee in de huidige havens van Japan. In Japan worden de Nederlandse ingenieurs ook verheerlijkt door middel van monumentale beelden en manga, maar in het buitenland zijn ze slechts weinig bekend.
Naar een nieuw tijdperk
Verstrakking van een relatie
Met de opkomst van Japan als sterke natie, begonnen de betrekkingen tussen Nederland en Japan ook in een domper te geraken. Werd Nederland in de Edo periode als dé grootmacht bij uitstek gezien onder de Westerse landen, werden de Japanners teleurgesteld in hun idee, bij het openbreken van Japan door de andere westerse machten. Echter, bij de opkomst van het nationalisme, werd Nederland acuut weer zeer belangrijk.
Vanuit Japans oogpunt, moest Nederland beschouwt worden als directe buur, daar Nederlands-Indië een kolonie was van hen. Eind 19e eeuw, bestonden er al Japanse groepen op Java, die door armoede veelal in de prostitutie gedwongen werden. Japan, als opkomende macht en al diverse ambassades of consuls in diverse landen had nog geen vaste grond onder de voeten in de Nederlandse kolonie en vond het zijn plicht om op Indië een soort van rechten te verkrijgen.
Na de overwinning op de Russen (日露戦争) (1904-1905) zag Nederland zich gedwongen om de Japanners dezelfde rechten toe te kennen in Indonesië als de Nederlanders zelf genoten, daar Japan nu internationaal ook als grootmacht erkent werd.
Naar de toekomst
Voor Nederland was er niet veel aan te veranderen. De internationale positie van Nederland was steeds moeilijker te houden door interne problemen, en ook de dreiging van oorlog in Europa zelf. Met de opkomst van het militarisme zou Japan zich later meer en meer profileren als “bevrijder” van de Indonesiërs.
Pas na de 2e wereldoorlog zouden de relaties met beide landen opnieuw aangehaald worden, en vredelievend worden voortgezet, langzaam de problemen van de eerste helft van de 20ste eeuw herstellend.
Voetnoten
- ↑ McOmie beschrijft dat nadrukkelijk in zijn inleiding van “ The opening of Japan 1853-1855)
- ↑ McOmie vergelijkt de verschillende verdragen met elkaar in “The opening of Japan 1853-1855) en noemt vooral de volgorde en de manier waarop de artikelen zijn opgesteld relevant.
- ↑ Over het bezoek van de Iwakura missie aan Nederland verteld een deelnemer, Matsuki Kōan, dat hij zich beschaamd voelt dat Japan nog zolang met Nederland gewerkt heeft, terwijl het in Europa nog vrij weinig heeft te vertellen. “In een Japanse stroomversnelling: berichten van Nederlandse watermannen –rijkswerkers, ingenieurs, werkbazen- 1872-1903” (pag. 64)
- ↑ In “The opening of Japan 1853-1856” noemt McOmie de houding van de Nederlanders bepaald vriendelijk vergeleken met de andere mogendheden.
- ↑ Oorspronkelijk op het verzoek van de Japanse regering om schepen “aan te schaffen”, werd het stoomschip Soembing naar Japan gevaren “Bridging the Divide. 400 years The Netherlands-Japan”
- ↑ Johannis de Rijke spreekt zijn ongenoegen uit in een brief aan zijn vriend George Arnold Escher op 7 juni 1884, over het gegeven dat niemand in de wereld eigenlijk schijnt te weten wat de Nederlands presteren in Japan “In een Japanse stroomversnelling: berichten van Nederlandse watermannen –rijkswerkers, ingenieurs, werkbazen- 1872-1903” (pag. 13)
- ↑ Deze laatste zin is een citaat en vertaling uit “Bridging the Divide. 400 years The Netherlands-Japan”
Bronnen
Boeken
- A. Gordon, A Modern History of Japan: From Tokugawa Times to the Present.(New York: Oxford University Press, 2003. Pp. xiv, 384
- L. Blusse, W. Remmelink & I. Smits (eds), Bridging the divide: 400 years The Netherlands-Japan (Leiden: Hotei), 2000
- W. McOmie, The opening of Japan, 1853-1855: a comparative study of the American, British and Russian campaigns to force the Tokugawa shogunate to conclude treaties and open ports to their ships (Folkestone: Global Oriental), 2006
- L.A. van Gasteren, et.al. ed., In een Japanse stroomversnelling. Berichten van Nederlandse watermannen, werkbazen - ingenieurs - rijswerkers (1872-1903) (Zutphen: Walburg Pers), 2000
- Leonard Blusse et.al. ed., Bridging the divide. 400 years The Netherlands - Japan (Hotei Publishing; TeleacNot), 2000
- Vande Walle, Willy, Van samurai tot soft-power. een geschiedenis van Japan (Acco), 2007
Internet
- De Nederlandse ambassade in Japan, <tok-ca@minbuza.nl> "A 400 Year History of Dutch-Japanese Relations" http://www.oranda.or.jp/index/english/neth/relations.html (19-10-2007)
- Het Nederlands consullaat in Japan, <pcz@oranda-cg.or.jp> "Geschiedenis van het Consulaat Generaal in Japan" http://www.oranda-cg.or.jp/english/historyCG.html (19-10-2007)
- The Iwakura Mission http://en.wikipedia.org/wiki/Iwakura_Mission (6-11-2007)
- Nagasaki Naval Training Center http://en.wikipedia.org/wiki/Nagasaki_Naval_Training_Center (6-11-2007)

