Reine Land-boeddhisme tijdens de Kamakura-periode
Uit GeschiedenisJapan
Dit artikel handelt over 1 strekking van het "Kamakura-boeddhisme", namelijk: het Reine Land-boeddhisme.
Inhoud |
De intrede van het boeddhisme in Japan
Het boeddhisme ontstond in India en verspreidde zich naar China. In het midden van de 6de eeuw kwam het vanuit China over Korea Japan binnen. Het boeddhisme werd door de leidende klasse in Japan gezien als de verpersoonlijking van een vergevorderde en superieure beschaving. Om controle over de ideeën en technologie die het boeddhisme in Japan had binnengebracht te krijgen, voorzag de elite een reeks van tempels, die geheel ter beschikking van de nieuwe leer stonden. Deze tempels en bijhorende priesters werden volledig door de staat en aristocratie gesteund. Zo konden de priesters zich toeleggen op verschillende takken van de leer:
- Ze leerden de Chinese transcripties van de boeddhistische leer te lezen, die al waren vertaald vanuit het Sanskriet;
- Ze werden experts in techniek en bouw, architectuur en geneeskunde;
- Ze hielden ceremonies en gebeden, die door het keizerlijk hof en de aristocratie gevraagd werden omwille van hun spirituele en materiële welzijn.
Toen de tempels uitbreidden, werden hun taken complexer.
Toch werd het boeddhisme eerst niet gezien als een échte godsdienst. Dit gebeurde pas 3 eeuwen na haar intrede, in het midden van de Nara-periode (710-784). Sindsdien werden de priesters echt ingeschakeld bij specifieke religieuze activiteiten. Sommigen lieten de tempels achter zich en trokken de bergen in om daar mensen te bekeren. Die personen maakten deel uit van het gewone volk, dat geloofde in verschillende inheemse praktijken. De priesters zorgden ervoor dat het boeddhisme duidelijker was en ook vertelden zij dat de kami (de inheemse goden) ook de boeddhistische leer beleden.
Vanaf de tweede helft van de 10de eeuw, begon de Japanse maatschappij gemonopoliseerd te worden door enkele vooraanstaande families. Diegenen die uit de boot vielen, begonnen een grotere interesse in het boeddhisme te tonen. Ze waren aangetrokken door de leer van het relatieve en tijdelijke van deze wereld en het streven naar het transcendente. Ze begonnen de leer van Boeddha te bestuderen, wat tot dan toe enkel het recht van leerling-priesters was geweest. Ook lieten ze zich onderwijzen door priesters, die veelal buiten de tempels actief waren.
Tendai-school 天台宗
Saichō 最澄 (767 – 822) stichtte de Tendai-school. De term Tendai is afkomstig van het Chinese Tiantai, dat op zijn beurt naar de berg met dezelfde naam genoemd is.
Saichō bezocht in China de boeddhistische sekte, die zich op de hoger vermelde berg bevond. Daar bestudeerde hij de Chinese teksten en, het belangrijkste schrift voor Tendai, de Lotus-Sūtra. Eenmaal teruggekeerd naar Japan, wilde Saichō een eigen wijdingsplatform inrichten. Dit werd echter niet toegestaan, deels omdat de staat zo beter de clerus kon controleren.
Voor Saichō was dit wijdingsplatform belangrijk om 2 redenen:
- Zich onafhankelijker opstellen tegenover het oude Nara-boeddhisme (dit boeddhisme werd toen gezien als staatsgodsdienst, en had haar hoogtepunt ten tijde van keizer Shōmu 聖武 (regeerde van 724 – 749))
- Hij wilde de Māhāyāna-regel invoegen. Dit betekent dat novices gewijd kunnen worden in het eigen klooster op de berg Hieizan 比叡山. De regel die tot dan gold, was de Hīnayāna-regel, volgens de regels van het Nara-boeddhisme.
Saichō kreeg uiteindelijk zijn wijdingsplatform wel, ware het niet dat hij toen reeds gestorven was. Na zijn dood kreeg de Tendai school ook staatserkenning en kreeg de tempel op de berg Hieizan de naam Enryakuji 延暦寺. Ook kreeg Saichō de titel Dengyō Daishi伝教大師, of ‘Grootmeester in de Verspreiding van de Leer’.
De centrale idee van het Tendai-boeddhisme is de idee van hongaku hōmon 本覚法門: de verlichting is iets dat moet ontdekt worden in onszelf, het is aangeboren. Het is intrinsieke verlichting.
Uit dit boeddhisme ontstond het Kamakura-boeddhisme. Met als 3 belangrijkste stromingen:
- Reine Land-school
- Nichiren-school
- Zen-boeddhisme-school
Reine Land-school 浄土宗
Kenmerken en uitleg
Het Reine Land-boeddhisme is ontstaan tegen de achtergrond van het vroege Māhāyāna.
Kenmerken:
- aandacht voor de leken
- mogelijkheid tot ontsnappen aan de kringloop van de werdergeboorte, voor wie niet in staat is om de nodige discipline en geleerdheid aan de dag te leggen.
Die ontsnappingsmogelijkheid vindt men terug door de geboorte in een Rein Land (ōjō 往生). Dit Reine Land wordt aanzien als het Reine Land van Amitābha, in het Japans Amida 阿弥陀 genoemd. Zijn land noemt men ‘(Gokuraku) Jōdo’ 極楽浄土, ofte het ‘(Paradijs van het) Zuivere Land’. Een andere naam voor het land van Amida is: ‘Westelijke Paradijs’.
Het is belangrijk om in deze boeddhistische strekking te zien dat het gewone volk een groot aanspreekpunt was. De modale Japanner kon vanaf nu immers gered worden door het boeddhisme. Ook was het zo dat men zich volgens de Reine Land-school in de Mappō 末法-tijd bevond. Dit was een tijd van degeneratie van de boeddhistische leer. De mensen snapten het boeddhisme niet, ze kunnen dat niet op eigen kracht. De oplossing hiervoor is: zich overgeven aan de genade van de boeddha Amida. Deze bevindt zich in een westelijk paradijs: het Reine Land, terwijl wij in een onreine wereld leven. Om steun te krijgen van de Amida boeddha, moeten wij hem aanroepen en hij zal ons dan in het uur van onze dood naar het westelijk paradijs voeren. Hier berust men dus op de kracht van een ander, de boeddha in dit geval. Men omschrijft dit met de term tariki 他力.
Er wordt gehandeld volgens het uitspreken van nembutsu 念仏. Dit is het scanderen van de zin: Namu Amida Butsu (Ik zoek mijn vlucht in de boeddha Amida). Als men dit genoeg doet en met genoeg volharding en geloof, kan men hierdoor ōjō bereiken.
Er zijn verschillende vormen van nembutsu:
- de aanroepende nembutsu,
- de contemplatieve nembutsu,
- de meditatieve nembutsu.
Het Reine Land-boeddhisme werd later ingedeeld in 5 grote takken:
- Chinzei (Jōdo-shinzei), gesticht door Shōkō
- Seizan (Jōdo-seizan), gesticht door Shōku en ingedeeld in 2 groepen: Jōdo-seizan en Fudan Nembutsu
- Chōraku-ji (Jōdo-chōraku-ji), gesticht door Ryūkqnrisshi
- Kuhon-ji (Jōdo-kuhon-ji), gesticht door Chōsei
- Ichinengi (Jōdo-ichinengi), gesticht door Gyōsei.
Het Reine Land-boeddhisme (samen met zijn zijtakken) heeft nu ongeveer 4,5 miljoen volgelingen.
Hōnen 法然 (1133-1212)
Enkele peilers in Hōnens leven
- Op vijftienjarige leeftijd deed Hōnen zijn intrede in het Tendai-klooster van de Enryakuji 延暦寺op de Hieizan.
- 1150: trok zich terug in een kluizenaarshut om te mediteren.
- 1175: hij was ervan overtuigd dat de weg naar verlossing lag in het aanroepen van de boeddha Amida. En dus begon hij in Kyōto te prediken over de nembutsu. Hij stichtte er de Jōdo-shu school. De basisprincipes staan beschreven in de Senchaku hongan nembutsu-shū (‘Bloemlezing over de Oorspronkelijke Eed en Nembutsu) (1198).
- 1204: het boeddhistische bestuur begint een campagne tegen Hōnens leer.
- 1206: 4 van zijn volgelingen worden geëxecuteerd
- 1207: Hōnen wordt verbannen naar Shikoku 四国, zijn exclusieve nembutsu ook.
- 1211: Hōnen krijgt de toestemming om terug te keren naar Kyōto, schrijft er zijn Testament in één pagina
- 1212: Hōnen sterft
Hōnens Reine ideeën en daden
Hōnens belangrijkste punt handelde over de exclusieve nembutsu (senju-nembutsu). Dit betekent dat men herhaaldelijk ‘Namu Amida butsu’ moet reciteren. Zo zal men in het Reine Land van boeddha Amida terechtkomen.
In een correspondentie met Hōjō Masako zegt Hōnen: “Zij die niet geloven in nembutsu, zijn zij die zware zonden gepleegd hebben in hun vorig leven, en die onmiddellijk naar de hel zullen terugkeren.” Het woord ‘hel’ gebruikte Hōnen zelden, door zijn dogmatisch en obsessief geloof, was hij zo ver gekomen, dat iedereen geholpen kon worden door het aanroepen van de boeddha Amida.
Hōnen probeerde ook de persistente vrouwenhaat van het boeddhisme recht te zetten, maar toch behandelde hij de seksen niet als volledig gelijk. Noch had hij de bedoeling om vrouwen te bevrijden van het religieuze seksisme.
Maar, toch moet gezegd worden dat hij vrouwen aanvaardde als volwaardige wezens. Zo sprak hij met een prostituee, en probeerde hij haar duidelijk te maken dat de aard van haar beroep haar kans op redding, op zijn minst, reduceerde. Interessant is wel dat het niet Hōnen was die vrouwen ‘bevrijdde’, maar de vrouwen die hem bevrijd hadden. Hij was namelijk omringd door de vastberaden, koppige vrouwen die verwant waren met de Heian-literatuur.
Het traditionele boeddhistische systeem organiseerde een aanval tegen Hōnen en zijn exclusieve nembutsu. De hogepriesters gaven toe dat er waarde zat in nembutsu, maar dat Hōnens beweringen spotten met het boeddhisme. In 1204 organiseerden de monniken van de Enryakuji een petitie.
Er werd een tekst opgemaakt met de 9 zwaarste fouten tegen het boeddhisme:
- Het stichten van een nieuwe school: Het was ongepast geweest om een nieuwe school op te richten, zonder toestemming te vragen aan het ‘bestuur’.
- Een nieuw beeld afschilderen: Er werd een sesshu-fusha (all- inclusive verlossing) mandala afgebeeld, waarin het licht van Amida over de nembutsu-volgelingen schijnt, en de volgelingen en monniken van andere scholen in het donker laat.
- De Shākyamuni boeddha niet genoeg ‘belichten’: Amida werd als enige boeddha aanschouwd.
- Goede daden voorkomen: Men kan enkel verlossing krijgen door Amida te aanroepen, niet door o.a. donaties te doen.
- De goddelijke geesten verraden: Het Reine Land heeft oa de kami’s veronachtzaamd, geen respect aan schrijnen betoond…
- De Pure Land-gedachte verkeerd interpreteren: Door zijn verkeerde interpretatie van die gedachte heeft hij het volk misleid.
- Nembutsu verkeerd interpreteren: Het Reine Land had tot dan toe de contemplatieve nembutsu boven de vocale nembutsu gesteld. Hōnen had het recht niet om deze nu hoger te plaatsen.
- De geestelijken/predikers beledigen: Hōnen had geopperd dat diegene die niet in Amida geloven, de zonde en slechtheid boven het hoofd hangen hadden.
- Het verstoren van de nationale orde: De school wou een einde aan de door de staat georganiseerde rituelen en kon dus ook anti-boeddha’s creëren.
In 1205 vond de Ken’ei vervolging plaats, en Hōnen, Shinran en 6 anderen werden veroordeeld tot verbanning. Vier van hen werden tot de doodstraf veroordeeld. Hōnen organiseerde geen frontale weerstand, maar nam zich een houding aan die sprak van verzoeningsgezindheid.
Senchakushū
Dit is de afkorting van Senchaku hongan nembutsu shū: een bloemlezing over de Oorspronkelijke Eed en Nembutsu. Het werd geschreven in 1198, en bevat de principes van het Reine Land-boeddhisme. In dit schrift maakt hij het drievoudige heilige schrift van het Reine Land-boeddhisme en zijn grootste grondleggers duidelijk. Aan de hand van deze leerstellingen beweert hij dat de ultieme bevrijding komt door het herhaaldelijk aanroepen van boeddha Amida. Ook beweert hij dat die bevrijding enkel uitvoerbaar is door de degeneratie van de tijd (Mappō). Hij herhaalt hierin ook dat nembutsu uitvoeren, leidt tot de hergeboorte in Amida’s Westelijke Paradijs. Want het is Amida’s belofte of oorspronkelijke eed (hongan) om iedereen te redden wie hem aanroept.
Ichimai Kishōmon
Deze tekst heet: Testament in één pagina. Hij werd geschreven in 1211. Hierin laat hij zijn volgelingen een eed zweren: ‘ik geloof in redding door nembutsu.’ Hij waarschuwt hen dat voor wie Amida niet langer aanroept en aanbidt, er geen verlossing mogelijk is. Hij gebruikte zijn testament als een soort van contract om zijn volgelingen te dwingen te kiezen tussen geloof en verdoemenis, tussen samenhang en verdrijving.
Shinran 親鸞 (1173-1263)
Leven
- Op acht à negenjarige leeftijd trad Shinran de Tendai-school op de Hieizan in (in de Enryakuji).
- 1201: Shinran zonderde zich af in een tempel in Kyōto 京都, Rokkakudō genaamd. Daar ontving hij een nachtelijke openbaring en kwam tot inzicht dat hij zich totaal aan Hōnens leer zou gaan wijden.
- 1207: Shinran werd samen met leermeester Hōnen en anderen veroordeeld tot verbanning. Shinran werd naar de Echigo provincie gestuurd (vandaag: Niigata prefectuur).
- 1212: Shinran verkrijgt amnestie, maar keert niet terug naar Kyōto, want Hōnen was toen reeds gestorven. Hij start een nieuw leven in de Hitachi provincie (vandaag: Ibaragi prefectuur), mét een vrouw én kinderen. Dit was in tegenstrijd met het celibaat-zijn. Later werd dit normaal voor boeddhistische monniken van de Jōdo Shin-shū. In de Kantō-regio slaagt hij erin veel volgelingen voor de Reine Land-school aan te trekken.
- 1223-1224: Shinran start aan zijn grootste werk: de Kyōgyōshinshō 教行信証.
- 1235: Shinran keert terug naar Kyōto. Hier creëert hij wasan 和讚 (religieuze lofzangen).
Ondertussen had zijn zoon Zenran het leiderschap over de volgelingen in de Kantō-regio overgenomen, zonder het daar met Shinran over gehad te hebben. Shinran snijdt de band met zijn zoon door. Na dit voorval schreef Shinran zijn Jinen hōni shō 自然法爾証(beschouwing over de ultieme waarheid des dingen).
Shinrans leer
Net zoals Hōnen vond Shinran dat de mensheid zich in de mappō-tijd bevond.
Maar, volgens Shinran was nembutsu niets anders dan het tonen dat men gezegend is om te mogen leven in deze wereld. Die zegen komt in een vorm van verzekering dat men boeddha zal bereiken in het volgende leven. Ook is er een soort van parallelheid tussen de volgende wereld en deze: als men in de volgende wereld boeddha bereikt, dan krijgt men nu gemoedsrust (shinjin信心). Wie dit geloofde, was volgens Shinran verzekerd, vanaf men de eerste nembutsu uitsprak. Nembutsu werd dus een uiting van dankbaarheid voor de reeds verzekerde redding in het hiernamaals.
Toen Shinran ouder werd, evolueerde deze idee: ‘Een persoon met het juiste geloof is gelijk aan boeddha’s en boddhisattva’s.’
Shinran focuste zich ondertussen ook op het karakter en de mogelijkheden van mensen. Hōnen had hieromtrent beweerd dat alle wezens doelen waren van Amida’s redding. Shinran wou hun écht binnenste leren kennen.
Hij vond ook dat de mens in niets anders in staat was dan wangedrag. Hij geloofde niet dat de mens in staat was om zichzelf te redden. De mens heeft iemand anders nodig, Amida boeddha (tariki 他力).
Shinran vond dat iedereen gelijk was tegenover Amida boeddha, en dus wou hij de verheven rol als leider van de Nieuwe Reine Land-school, waar anderen hem instopten, niet echt aanvaarden. Dit is een teken dat Shinran zelf geen wens had om een nieuwe stroming te starten. En zoals de geschiedenis uitwees, dit gebeurde pas na zijn dood, door zijn spirituele opvolgens en eigen afstammelingen.
Andere aspecten van Shinrans leer: de nadruk op dankbaarheid en bescheidenheid.
Kyōgyōshinshō
Shinran begon dit werk te schrijven rond zijn 50ste levensjaar, maar zeker voor zijn 51ste verjaardag. (1223-1224) Hij schreef verder tot aan zijn dood. Waarschijnlijk was de tekst af op zijn 60ste, maar legde het opzij tot hij 75 was. Van dan af aan tot zijn 85ste voegde hij constant kleine tekstjes en meningen tussen. Kyōgyōshinshō is de afkorting van Ken jōdo shinjitsu kyō-gyō-shō monrui 顕浄土真実教証文類. Het boek bestaat uit 6 hoofdstukken, geschreven in het Chinees:
- Verklaring van de echte leer
- Verklaring van de ware levensstijl
- Verklaring van het ware geloof
- Verklaring van de echte realisatie
- Verklaring van het echte boeddha-land
- Verklaring van het land waar men van gedaante verandert
Het grootste deel van dit boek bestaat uit citaten van boeddhistische sūtra’s, commentaren en nog meer commentaren.
De criteria om citaten te kiezen waren:
- Hun betekenis kwam overeen met zijn begrip van het essentiële Mahāyāna
- Hun uitdrukking was geschikt om over te brengen aan anderen
Hierdoor komen sommige interessante, traditionele teksten niet voor. Ook loopt Shinrans commentaar door heel de tekst. Door zijn commentaren geeft hij zijn eigen mening weer, maar linkt hij bepaalde citaten aan anderen.
Het nieuwe Kamakura boeddhisme
Het nieuwe Kamakura boeddhisme bestond uit
- Reine Land boeddhisme van Hōnen
- Ware Reine Land boeddhisme van Shinran
- Zenscholen van Eisai en Dōgen
- Lotusschool van Nichiren
Deze term staat in tegenstelling tot de ‘oude’ boeddhistische scholen Deze waren:
- de 6 Nara scholen
- Shingon school
- Tendai school
Zen-boeddhisme
Zen komt voort van het Chinese chan, dat dan weer van het Sanskriet dhyāna voortkomt. Het betekent meditatie.
Door meditatie verkrijgt men volledige rust, en bereikt men het nirvāna. Dit gebeurt niet onmiddellijk, men moet verschillende fases en aangepaste meditatieoefeningen en technieken doorlopen.
Japanse Tendai monniken verlieten Japan, uit onvrede met de degeneratie-tijd van het boeddhisme. Zij trokken naar China, waar het Zen-boeddhisme zijn intrede reeds gedaan had.
Eisai en de Rinzai-school 臨済宗
Myōan Eisai 明庵栄西 (1141-1215) is een Tendai-boeddhist, maar legt zich later toe op Zen-boeddhisme.
Hij sticht de Hōonji naast het Kashii schrijn in Chikuzen (noordwest Fukuoka) en organiseert wijdingsceremonieën. Later wordt de zen-leer op aanvraag van de Hieizan door het hof verboden.
In de laatste 5jaar van de 12de eeuw reist Eisai naar Kamakura, waar hij contacten legt met het shogunaat. Hierdoor wordt de Kenninji 建仁寺 in Kyōto onder zijn hoede geplaatst en kan hij later de restauratiewerken aan de Tōdaiji 東大寺 controleren.
Hij heeft 2 belangrijke werken geschreven:
- Kyōzen gokokuron 興禅護国論 (de verspreiding van zen ter bescherming van de staat)
- Kissa yōjōki 喫茶養生記 (Drink thee en verleng uw leven)
Dōgen en de Sōtō-school曹洞宗
Kigen Dōgen 希玄道元(1200-1253) trekt op vroege leeftijd naar de Hieizan, om daar het boeddhisme te bestuderen. Later trekt hij naar China, en houdt zich daar met het zen-boeddhisme bezig. Eenmaal teruggekeerd naar Japan sluit hij zich aan bij een opkomend zenmeester, Enni Benen 円爾弁円, die de Tōfukuji 東福寺opricht en verlaat Kyōto voorgoed.
Hij houdt eerder van de afzondering van een monnikenleven, dan dat de godsdienst zich volledig openstelt ten opzichte van de lekengemeenschap.
In 1243 vertrekt Dōgen naar Eichzen en neemt er zijn intrek in de Eiheiji 永平寺.
Zijn belangrijkste werk is:
- Shōbō genzō 正法眼蔵 (Het oog en de schatkamer van de ware leer)
Lotus- of Nichiren-school
Nichiren 日蓮 (1222-1282) begint op 12-jarige leeftijd zijn boeddhistische studies aan een Tendai-tempel, die goede banden had met de tempel op de Hieizan.
Eerst aangetrokken door het Reine Land boeddhisme, ondervindt hij tegenstrijdigheden en richt zich op de Lotussūtra.
Zijn belangrijkste werk is Rissho ankoku ron 立正安国論 (1260) (Verhandeling over een vredevolle staat door het herstel van de orthodoxie). Dit werk leidt tot een verbanning: hij had immers zware kritiek geuit tegenover het "godslasterlijke" Reine Land-boeddhisme van Hōnen, dat zou leiden tot de ondergang van Japan.
Er wordt hem gratie verleend, maar hij blijft onverstoorbaar kritiek spuien. Opnieuw wordt hij verbannen (1271), deze keer keert hij de Tendai-school de rug toe.
Nogmaals wordt hem gratie verleend (1274), maar dit was waarschijnlijk omdat zijn ‘voorspelling’ omtrent een dreiging van een Mongoolse inval juist bleek te zijn.
Later in dat jaar trekt hij zich terug op de Minobu berg in de Kai provincie.
Links
- Engelstalige Wikipedia in verband met Hōnen: <http://en.wikipedia.org/wiki/Honen_Shonin>
- Engelstalige Wikipedia in verband met het Reine Land boeddhisme: <http://en.wikipedia.org/wiki/Pure_Land_Buddhism>
- Engelstalige Wikipedia in verband met Shinran: <http://en.wikipedia.org/wiki/Shinran_Shonin>
- Engelstalige Wikipedia in verband met de Tendai-school: <http://en.wikipedia.org/wiki/Tendai>
Bronnen
Boeken
- Blum, Mark L. The origins and development of Pure Land Buddhism: a study and translation of Gyonen’s Jodo Homon Genrusho. Oxford: Oxford University Press, 2002.
- Keel, Hee-Sung. Understanding Shinran: A dialogical approach. United States of America: Asian Humanities Press, 1995.
- Machida, Soho. Renegade monk: Hōnen and Japanese Pure Land Buddhism. California: University of California Press, 1999. Ioannis Mentzas. Pp 1 - 22
- Shinran, Shōnin (親鸞聖人). 「教行信証」(Kyōgyōshinshō). s.l,1214. Suzuki, Teitarō (vert.). The kyōgyōshinshō: The collection of passages expounding the true teaching. Living, faith, and realizing of the Pure Land. Kyōto: Shinshū ōtaniha. 1973.
Cursussen
- Van Put, Ineke. Japanse godsdiensten, cursus gedoceerd in het kader van het vak 'Japanse godsdiensten', Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Letteren, Departement Oosterse en Slavische Studies, Afdeling Japanologie, 2005.
- Vande Walle, Willy. Geschiedenis van Japan tot 1868, cursus gedoceerd in het kader van het vak 'Geschiedenis van Japan tot 1868', Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit Letteren, Departement Oosterse en Slavische Studies, Afdeling Japanologie, 2006.
Encyclopedieën
- Japan, an illustrated Encyclopedia, volume 1: A-C, Kodansha Ltd., 1993
- The Cambridge History of Japan, Volume 3: Medieval Japan, USA: Cambridge University Press, 1990.
- Louis Frédéric, Käthe Roth (vert.), Japan Encyclopedia, Cambridge, Massachusetts and London, England: The Belknop Press of Harvard University Press, 2002.
- Japan, the Kodansha bilingual Encyclopedia of Japan (taiyaku nihon jiten), Kodansha International Ltd., 1998.
Internet
- Japan guide.com. “Japanese Buddhism”. <http://www.japan-guide.com/e/e2055.html>. (07-11-2006)
- Japanese Architecture and Art Net Users System. “JAANUS/ Shinran 親鸞”. 07-11-2006. <http://www.aisf.or.jp/~jaanus/deta/s/shinran.htm>. (13-11-2006)
- Japanese Architecture and Art Net Users System. “JAANUS/ Hounen 法然”. 06-11-2006. <http://www.aisf.or.jp/~jaanus/deta/s/shinran.htm>. (13-11-2006)
- Japanese Reference. “Japanese Reference – culture – Japanese Buddhism 浄土宗”. <http://www.jref.com/culture/jodo_sect_buddhism.shtml>. (10-11-2006)
- Jodo Shu Headquarters. <kaikyo-info@jodo.or.jp>. “Jodo Shu English”. <http://www.jodo.org/>. 2002-2003. (10-11-2006)
- Tendai-shu NY Betsu-in. “Tendai History”. <http://www.tendai.org/i_tendai_buddhism/history.html>. 2006. (07-11-2006)


