Rangaku (蘭学)
Uit GeschiedenisJapan
Rangaku 蘭学 (letterlijk: Hollandse wetenschap) is de studie over Nederland in Japan, gebaseerd op de contacten met de Nederlanders. Nederlanders waren de enige westerlingen die van 1639 tot 1854 contact hadden met Japan, de tijd waarin het shogunaat [1] onder leiding van de Tokugawa clan een tijd van nationale isolatie had ingeroepen. Door dit contact bleef Japan op de hoogste van alle westerse ontwikkelingen, zoals verbeterde geneeskunde en technologieën, en kwam het niet achter te liggen op de rest van de wereld. Hierdoor kon Japan zich na het heropenen van het land succesvol moderniseren.
Inhoud |
Historische Achtergrond
Vanaf 1639 tot 1854 was er in Japan onder leiding van het Tokugawa shogunaat een isolationistische politiek. Dit betekende dat elk buitenlands contact verboden was, behalve dat met de Engelsen en Nederlanders. Het shogunaat kwam tot deze beslissing nadat zij vernomen hadden dat de paus had besloten Oceanië te verdelen over Portugal en Spanje. Japan was ingedeeld als een kolonie van Portugal. Dit pikte de toenmalige shogun niet, en alle landen onder het gezag van de paus werden verbannen uit Japan. Nederland en Engeland vielen hierbuiten en bleven contacten onderhouden met Japan via een kunstmatig aangelegd eilandje, Deshima. Dit eilandje stond alleen in contact met het land via één streng bewaakte brug. Verboden uitstapjes en smokkel werden streng bestraft. Voor Engeland bleek de reis naar Japan al snel te zwaar te zijn en zij vielen af, waardoor Nederland als enige overbleef.
In het begin waren de Nederlanders gewone leveranciers die Japan bevoorraadden met belangrijke goederen die in Japan zelf niet verkrijgbaar waren. Later werden ze handelaren en kregen ze toegang tot de ruwe materialen van Japan, met name koper. Deze werden geruild voor de intellectuele kennis die het Westen bezat. Hierdoor begon Japan zich steeds meer te interesseren voor de kennis uit het Westen, die hen bereikte via de Nederlanders. Halverwege de 19e eeuw was Japan dus al druk bezig om westerse kennis te vergaren, ondanks hun isolationistische politiek. In het begin was het een vrij eenzijdige kennis, en was alleen de geneeskunst een gebied waarin veel mensen zich verdiepten. Op het gebied van andere wetenschappelijke kennis was de studie nog vrij ongeorganiseerd. Later werd de bestudering van deze westerse kennis (Rangaku) systematischer, en kwamen er zelfs studieprogramma’s voor het leren van de Nederlandse taal. Deze programma’s zorgden ervoor dat er vertalers kwamen, zodat de boeken die Japan van de Nederlanders kreeg vertaald konden worden. Omdat Nederlanders en Duitse intellectuelen in die tijd hechte relaties hadden, waren deze boeken vaak van Duitse oorsprong, vertaald in het Nederlands.
De isolatie
≥1612
Vanaf 1603 tot 1605 was Tokugawa Ieyasu de 1e regerende shogun [2] van het Tokugawa shogunaat. Zijn invloed en macht ging echter door tot zijn dood in 1616. Ieyasu was de shogun die de isolationistische politiek als eerste invoerde.
Aanvankelijk was Ieyasu tolerant geweest ten opzichte van het verspreiden van het christelijk geloof, en hierbij de missionering, omdat hij dacht dat dit de handel ten goede zou komen. Hierdoor had het christendom een groot succes in vrijwel heel Japan. Deze enorme verspreiding veroorzaakte echter wantrouwen en angst bij de Bakufu [3], en vanaf 1612 kwam er een anti-missioneringsbeleid. Ieyasu verbood in eerste plaats alle missionering in alle gebieden onder zijn gezag, maar later in 1614 gold dit verbod voor heel Japan. Bij contacten met Engelse en Hollandse handelaars had Ieyasu zich ook gerealiseerd dat het katholicisme niet overal het heersende geloof was, en dat goede handel ook mogelijk was zonder missionering. Het feit dat de Engelsen en Hollanders de Portugezen en Spanjaarden ervan beschuldigden via de missionering uiteindelijk Japan te willen veroveren stimuleerde hem in zijn uiteindelijke beslissing om de missionarissen uit zijn rijk te verbannen.
Dit was een eerste stap in de isolatie van Japan. Het was echter wel zo dat in het begin de verboden wel golden, maar niet heel streng gecontroleerd of nageleefd werden. Dit werd wel steeds sterker naarmate er meer tijd verstreek en er nog meer (strengere) verboden kwamen.
≥1616
Door de vrees voor verdere uitbreiding van het christelijke geloof en door de angst voor het afnemen van de macht van de Bakufu, werden in 1616 alle havens gesloten behalve die in Hirado en Nagasaki. In 1633 verbood de derde shogun, Tokugawa Iemitsu, Japanse schepen naar het buitenland te varen als ze geen officieel visum van hem hadden verkregen. In 1635 werd het verbod nog eens aangesterkt. Handelsschepen mochten het land helemaal niet meer verlaten, en ook immigreren of emigreren was geen optie meer.
In 1636 werd het eilandje Deshima aangelegd, om de enkele toegestane westerlingen ergens te laten verblijven, geïsoleerd van de rest van het land. Het waren eerst de Portugezen die gedwongen werden hier te verblijven.
Maar na een opstand in 1637, die werd bestempeld als een christelijke opstand als excuus om het bestuur nog strenger te maken, kregen Portugezen in 1639 een verbod om naar Japan te komen. In 1641 mochten alleen nog maar Nederlanders via Deshima handel drijven, en op Chinese en Nederlandse schepen na mocht geen enkel buitenlands schip meer de Japanse havens invaren. Japan was nu volledig afgesloten van buitenlands contact, op Nagasaki na. Maar alleen hooggeplaatste ambtenaren van het Bakufu hadden contacten met de Nederlanders op Deshima. Het ‘opperhoofd’ van Deshima had als opdracht om eenmaal per jaar een rapport (Oranda fūgetsugaki) te schrijven over de situatie in de wereld. Naast deze rapporten werd ook langzaam de invoer van westerse wetenschappelijke werken toegestaan. Deze werden strikt gecontroleerd, en als het op de een of andere manier ook maar een ver verband had met het christendom of christelijke filosofie, dan werd het in beslag genomen.
Politieke redenen
De voornaamste redenen voor de christenvervolgingen en voor de sluiting van het land waren dus vooral politiek gekleurd, en niet religieus. De enorme buitenlandse handel en de winst die hierbij werd gemaakt, werd als een gevaar beschouwd voor de macht van de heersende Bakufu. Ze waren bang dat het gezag zou worden ondermijnd, en ze wilden dit voorkomen door alle havens te sluiten. De enige beschikbare haven was Nagasaki, omdat deze onder rechtstreekse controle stond. Hierdoor kon de Bakufu alles streng controleren en de winsten innen. Het ging er dus vooral om dat de Tokugawa’s een stabiel en welvarend regime wilden behouden, en factoren die het uit balans dreigden te brengen werden uitgeschakeld.
Communicatieproblemen
Ondanks het feit dat de Portugezen verbannen waren van Japan, bleef in de jaren 1640 Portugees de taal die werd gesproken tussen de Japanners en Nederlanders. Later, tegen het eind van de 17e eeuw werd zowel Portugees als Nederlands gebruikt, maar de communicatie verliep nog steeds slecht. Deze taalbarrière kwam gedeeltelijk doordat er geen tweetalige woordenboeken of grammaticaboeken bestonden en omdat het isolatiebeleid nog steeds sterk gold. Dit zorgde voor stroefheid en wrijvingen in de handelsbetrekkingen tussen de Japanners en Nederlanders. De opperhoofden op Deshima drongen aan of ze Japans mochten studeren, maar dit werd hun niet toegestaan. Ze moesten dus wachten tot er Japanse tolken kwamen die het Nederlands zouden beheersen.
Belangstelling voor het Westen
Er kwam een grote verandering in het taalbeleid in de 1e decennia van de 18e eeuw. De 8e shogun, Tokugawa Yoshimune liet een arts (Noro Genjō) en een confucianistisch geleerde (Aoki Kon'yo) toe om Nederlands te leren. Voorheen waren er slechts tolken geweest die geen academische vaardigheden hadden, en er alleen waren om de handel goed te laten verlopen. Nu begonnen er twee geleerden aan de studie. Dit betekende dat het niet alleen om praktische taalbeheersing ging, maar dat ze op deze manier toegang wilden krijgen tot de westerse geleerdheid.
Er was al sinds de voorgaande eeuw veel belangstelling voor deze nieuwe kennis, maar deze werd tot dan toe altijd verhinderd door het strenge beleid. De doorslag voor de studie van Nederlandse wetenschappen was de succesvolle behandeling van een hooggeplaatste ambtenaar, de daimyō [4] Inaba Masanori. Hij werd genezen door de op Deshima verblijvende chirurg Caspar Schamberger. Ook de gouverneur van Nagasaki, Inoue Masashige, was erg gemotiveerd voor de invoer van de westerse wetenschap en technologie, vermoedelijk omdat westerse geneeskunde zijn eigen persoonlijke kwalen hadden verholpen.
De opperhoofden van Deshima hadden al vaak kostbare westerse boeken aan de shoguns geschonken, maar Yoshimune was de eerste die ook wilde weten wat er in deze boeken stond. Hij gaf daarom de opdracht tot de studie van de Nederlandse taal. Ook voerde hij een beleid in van grotere openheid, en hij versoepelde het verbod op de import van buitenlandse boeken. Deze moesten wel over praktische onderwerpen zoals geneeskunde, plantkunde en astronomie gaan, want boeken over het christendom bleven nog altijd streng verboden.
Invloeden
De onderwerpen waar de Rangaku geleerden zich mee bezig hielden waren o.a.:
- Geneeskunde
- Natuurkunde
- Optica
- Techniek/Mechanica
- Scheikunde
- Astronomie
- Geografie
Sommige van deze waren politiek gevoelige onderwerpen. Zij deden dit in een tijd waarin in Oost-Azie nog het idee heerste dat deze gebieden slechts door Chinese wetenschappers werden bestudeerd. Toch is geneeskunde verreweg de meest invloedrijke wetenschap geweest. Erg beroemd werd Hanaoke Seishū, die in 1804 als eerste ter wereld iemand onder volledige narcose opereerde.
Medische wetenschappen
Men was vooral geïnteresseerd in de geneeskunde, op het gebied van anatomie, chirurgie en herbaria. Het was voor Japanse heelmeesters echter niet vanzelfsprekend dat hun medische inzichten (gebaseerd op Aziatische tradities) zomaar verdrongen werden door de westerse, maar er waren te veel bewijzen dat de westerse geneeskunde superieur was.
De publicatie van Kaitai Shinsho, wordt als mijlpaal in de intellectuele geschiedenis van Japan beschouwd. Dit was een Japanse bewerking van een anatomische atlas van de Duitse anatoom Johann Adam Kulmus, gemaakt door Sugita Genpaku. Het vertalen van de Nederlandse versie was erg moeilijk, vooral omdat toen hij het boek in handen kreeg, er nog een vijandelijke houding jegens buitenlandse werken bestond. Nadat deze vijandigheid wat afgezwakt was, kon hij in 1774 de vertaling laten afdrukken en publiceren. De eerste volledige vertaling van een Nederlands boek zorgde voor grote opschudding. De shogun, die begreep dat Japan gevaar liep achter te lopen, stichtte een werkgroep om Nederlandse boeken uit onder andere zijn eigen bibliotheek te vertalen. In eerste instantie werden vooral boeken over militaire wetenschap en geneeskunde vertaald.
Introductie van de Europese Geneeskunde
Toen de Nederlanders in Japan aankwamen, begonnen sommige Japanse geneeskundigen zich te interesseren in het leren van de Nederlanderse geneeskunde. Dit werd nog eens extra aangewakkerd nadat in 1641 een Nederlandse fabriek vanuit Hirado naar Deshima werd verplaatst. De theorieën en medische kennis van de Nederlanders zal niet veel verschil hebben gehad met die van de Portugezen, maar de Nederlandse medische studie was tijdens de 17e eeuw van een relatief hoog niveau. Er werden scholen gesticht om deze nieuwe geneeskunde te studeren. De scholen van Nederlandse oorsprong heetten Oranda(Nederland)- of Komo(Rood Haar)-ryū om het te onderscheiden van de scholen van Namban(Portugese) of Chinese oorsprong. De eerste mijlpaal in de geschiedenis van de studie van de Nederlandse geneeskunde in Japan is de komst van de geneeskundige Caspar Schambergen. Hij gaf niet alleen les over zijn vak, maar ook over o.a. artillerie. Hij was ook degene die de daimyo Inaba Masanori succesvol opereerde. In de daarop volgende decennia kwamen er veel Japanse geneeskundigen en doktors naar Nagasaki om daar te leren over Westerse medicijnen en chirurgische methodes. Zij werden onderwezen door chirurgen die verbleven op Deshima. Ook zonden verschillende daimyo hun vazallen naar Nagasaki voor persoonlijke instructies van Nederlandse chirurgen of van de vertolkers in Nagasaki. Voordat de vazallen en andere geneeskundigen teruggestuurd werden, ontvingen ze een certificaat voor hun bekwaamheid en bevoegdheid.
Taal als obstakel
In de eerste helft van de 18e eeuw was de taal nog een groot obstakel, en ondanks de bezoeken van Nederlandse chirurgen aan het hof en de import van Nederlandse boeken bleef dit een tijd hetzelfde, totdat in 1774 Kaitai Shinsho werd gepubliceerd. Dit was het eerste wetenschappelijke werk uit het Westen dat ging circuleren in Japan. Sugita Gempaku en andere Rangakusha hadden in 1771 een Eta [5] omgekocht, en met een lijk de proef op de som genomen. Het bleek inderdaad dat de Europese geschriften en tekeningen veel accurater waren dan de Chinese. Toen ze dit ondervonden hadden, besloten ze om het boek van Johan Adam Kulmus te vertalen, de "Tablulae Anatomicae" (Ontleedkundige Taferelen). Dit was erg moeilijk, maar lukte uiteindelijk met de hulp van andere enthousiaste geleerden. Deze hele ervaring is door Sugita Gempaku zelf opgeschreven, in zijn "Rangaku koto hajime" (Beginning of Dutch Studies). De Kaitai Shinsho werd als erg belangrijk beschouwd, en is een hoogtepunt in the geschiedenis van de vooruitgang van Westerse wetenschappen in Japan. Niet zozeer omdat ze baanbrekende ontdekkingen hadden gedaan op het gebied van medische wetenschappen of Nederlandse taal, maar vooral omdat het de eerste keer was dat de Europese anatomische theorieën gepubliceerd werden. Ook het feit dat ze het boek van Kulmus vanuit het volledig Nederlands in 2 jaar vertaalden zonder hier echt gekwalificeerd voor te zijn, was zeker bewonderenswaardig.
Belangrijke Personages
Otsuki Gentaku
Otsuki Gentaku (1757-1827) was de eerste professionele vertaler van Nederlands in Japan. Pioniers van de rangaku zoals Sugita Genpaku (1733-1817) en Maeno Ryotaku (1723-1803) waren nog amateurs. Deze 2 mannen waren zijn leraar geweest, en hij heeft zijn eigen naam Gen-taku gebaseerd op hun namen. Gentaku was echter geen amateur maar een professional. Hij was een expert in zowel Chinese als westerse geneeskunst. In 1786 stichtte hij zijn eigen school in Edo (wat nu Tokyo is), de Shirando-academie. Zijn studenten stelden het eerste Nederlands-Japanse woordenboek samen en schreven verscheidene wetenschappelijke opstellen over de Nederlandse grammatica. Gentaku was zelf ook een vertaler, en daarnaast ook schrijver. Vanwege zijn banden met het shogunaat werd Gentaku’s werk algemeen geaccepteerd en studenten uit het hele land reisden af naar Edo om aan de Shirando-academie te studeren. Veel van deze studenten richtten hun eigen academie op, en halverwege de 19e eeuw waren er overal in Japan Nederlandse scholen. Gentaku was de voorvader van een hele dynastie van ‘hollandologen’. Zijn zonen en kleinzonen en andere afstammelingen vestigden hun naam als wetenschappers in de westerse studiën. Toen de Otsuki familie na de 2e WO grote moeilijkheden voorzag om de bibliotheek, die zich in de loop van 150 jaar verzamelen zeer had uitgebreid, te conserveren, bood de bibliotheek van Waseda Universiteit uitkomst door de gehele collectie op te kopen. Sindsdien heeft de Waseda Universiteit vele manuscripten, boeken, schilderijen e.d. op het gebied van Rangaku verzameld.
Philipp-Franz von Siebold
De beroemdste en beruchtste Japan-specialist was Philipp-Franz von Siebold, die in 1823 in Japan aankwam als geneeskundige. Hij maakte indruk met zijn moderne medische aanpak. Hij gaf inentingen tegen de pokken aan Japanse kinderen en voerde met succes enkele moeilijke operaties uit die in Japan nog niet vaak succesvol waren geweest, zoals borstamputaties (in Japan dacht men dat een vrouw zonder borsten zou sterven) en grauwe staar. Hij gaf ook lessen in moderne vroed- en verloskunde, en kreeg al snel de titel van sensei. Hij had een enorme drang naar informatie, en hij liet zijn studenten Nederlands opstellen maken over alles wat hij wou te weten komen. Hij huurde een schilder om typisch Japanse taferelen en gebruiken vast te leggen, en smokkelde gebruiks- en kunstvoorwerpen het land uit. Hij nam zaden van planten en bomen mee en voerde zelfs theeplantjes uit naar Indonesië, iets wat we nu als industriële spionage zouden bestempelen. Na 6 jaar verblijf ging het mis toen hij een kaart van Japan ruilde voor een kaart van Rusland. Dit ging de Shogun te ver, en hij verbande von Siebold. Terug in Leiden begon hij aan een grote studie : “Nippon: Archiv zur Beschreibung von Japan und dessen Neben – und Schützländer.” Zijn nagelaten verzameling vormen de trots van het Rijksmuseum in Leiden. Planten en zaden gingen naar de kruidtuin van Gent (Nederland en België waren toen nog één verenigde staat), waar deze verder werden gekweekt.
Voetnoten
- ↑ Het Shogunaat was het militaire bestuursapparaat van Japan
- ↑ Shōgun (将軍) was de oorspronkelijk titel voor een Japanse militair leider
- ↑ De bakufu (幕府) was het administratieve regeringsaparaat van Japan in de Edoperiode, ten dienste van de Shogun
- ↑ Een daimyō (大名) is een Japanse krijgsheer behorend tot de samurai klasse.
- ↑ Een Eta was een soort beul, iemand die mensen executeerde
Bronnen
Elektronische bronnen
- www.wikipedia.org
- http://en.wikipedia.org/wiki/Rangaku
- www.google.com
- http://en.wikipedia.org/wiki/Seish%C5%AB_Hanaoka
- http://en.wikipedia.org/wiki/Sugita_Genpaku
Boeken
- C.R. Boxer - Jan Compagnie In Japan 1600-1850 (Den Haag, Martinus Nijhoff, 1950)
- Siebold and Japan, His life and work - A. Kouwenhoven, M. Forrer (Leiden, Hotei Publishing, 2000)
- M. Shinya e.a. - Rangaku – Hollandkunde in Japan (Leiden, Universiteitsbibiotheek Leiden, 2000)
- H. Beukers - Medicine and the Life Sciences in Europe and Asia, Journal of the Japan-Netherlands Institute (Amsterdam&Leiden, The Japan-Netherlands Institute, 1991)
- K. Hellemans - Inleiding tot de Japanse Cultuur (Leuven, K. Hellemans, 2008)


