Rōnin (浪人)
Uit GeschiedenisJapan
Rōnin is een zeer bekende term met een grotendeels negatieve bijklank. Maar is deze bijklank wel terecht? De meesterloze samoerai zijn doorheen de geschiedenis al veel besproken en gebruikt geweest in allerlei culturele uitingen. In houtsnedes, toneelstukken, historische gebeurtenissen en zelfs in het hedendaagse leven vinden we de rōnin terug in allerlei vormen.
Inhoud |
Situering in tijd en ruimte
We vinden rōnin terug in de periode van het feodale Japan (日本)(1185-1868). Tijdens deze periode ontstond een nieuwe klasse, de bushi, of beter bekend als de samoerai. De samoerai zijn de geschiedenis ingegaan als krachtige krijgers die de 'weg van de krijger' of Bushidō volgden. In de strijd verkozen de samoerai de dood boven het gevangenschap, wat beschouwd werd als oneervol. Als hij gewond raakte of het moest opnemen tegen een overmacht werd hij verwacht seppuku (1). te plegen. De samoerai stonden onder het bevel van een feodale heer (Daimyō) (2). De eerste taak van een samoerai bestond erin trouw te zijn aan zijn heer, op de tweede plaats kwam dapperheid in de strijd.
De letterlijke vertaling van rōnin is: man van de golven. Die term slaat op het feit dat ze ronddoolden van de ene plaats naar de andere, zonder doel, alsof de golven hen droegen. Het zijn meesterloze samoerai.
Van samoerai tot rōnin
Er waren 4 manieren waardoor een samoerai tot rōnin kon gedegradeerd worden.
- De feodale heer van de samoerai in kwestie sterft, door de trouwheid aan die heer kan of mag hij geen andere meer dienen.
- De feodale heer verliest zijn ambt en zodoende zijn macht. Doordat de heer aan de grond zit kan hij zich geen dienaars veroorloven en worden de samoerai op straat gezet.
- De samoerai verlaat zijn meester of deserteert.
- De samoerai valt in ongenade bij zijn heer en wordt zelf verstoten.
De rōnin-groep werd door de maatschappij stiefmoederlijk behandeld. Het was een schande om rōnin te zijn, ook al konden velen er niets aan doen. Zeker toen het land herverdeeld werd, verloren veel daimyō's hun macht en werd de groep rōnin groter. De armoede waarmee de rōnin geconfronteerd werden, was tot op zekere hoogte dezelfde armoede waartegen de samoerai van de laagste klasse moesten vechten. Ze kregen een vaste uitkering (stipendia) in een wereld van stijgende prijzen. Omdat hun werk echter oorlogsvoering was, moesten ze zichzelf blijven onderhouden in de ware samoerai stijl: volledig geharnast en bewapend.
Het verhaal van de 47 rōnin
Het verhaal situeert zich in Ako, in het jaar 1701. De feodale heer Asano Naganori ( heer van Ako) moest samen met een andere heer gezanten van de keizer ontvangen. Deze gezanten waren op weg naar het shogunaat in Edo (huidige Tokyo). Een ceremoniemeester met veel macht in het shogunaat, Kira Yoshinaka, was ontstemd door de luttele geschenken die Asano hem geschonken had. Hij treiterde Asano en de andere heer en weigerde mee te werken. Het ging zo ver dat de heer van Ako zijn kalmte verloor en in het kasteel van het Shogunaat zijn zwaard trok en Kira aan het voorhoofd verwonde. Het trekken van een wapen in het kasteel van de shōgun was een halsmisdaad en Asana werd veroordeeld door het plegen van seppuku.
Prompt werden al zijn samoerai rōnin. De leider van de samoerai, Ōishi Kuranosuke was van mening dat ook Kira verantwoordelijk was en trommelde welgeteld 46 andere rōnin op om wraak te nemen. Kira verwachtte dit echter en hield de rōnin nauw in de gaten. De rōnin beseften dat men de wraak verwachtte en begonnen aan een plan om Kira te misleiden. Ze werden ambachtslui, zwervers, bedelaars. Kuranosuke werd zelfs een zogezegde dronkenlap, scheidde van zijn vrouw en bezocht openlijk prostituees. Iedereen verachtte hem en niemand verwachtte de ware toedracht van hun opzet. Na een jaar wachten, in 1702, voerden de rōnin een aanval uit op het huis van Kira. Ze vonden hem, trillend en bevend in een kamer. Door het litteken op zijn hoofd was er geen twijfel mogelijk over zijn ware identiteit. De rōnin onthoofdden hem en trokken verder naar het graf van Asano. Ōishi stuurde 1 van zijn rōnin, Terasaka Kichiemon, erop uit om als getuige van het voorval het verhaal van de rōnin te verspreiden. Ondertussen trok de groep richting de Sengakuji-tempel waar het graf van Asano zich bevond. Ze wasten het hoofd van Kira in een nabije bron en gaven het als geschenk aan hun overleden heer. Daarna gaven ze zich vrijwillig over aan de magistraten en het gerecht.
Hoewel ze veroordeeld werden tot seppuku, werden de 47 rōnin op slag helden. Zelfs de shōgun (3). bewonderde hun daad. Bij de bevolking kenden ze een ongewone populariteit. Hoewel het primaire doel van de rōnin’s missie wraak en trouw was geweest, wilden ze ook de naam van heer Asano in eer herstellen en zijn macht in Ako herinstellen. Door de massale publiciteit en de publieke druk besliste het Shogunaat de oudste zoon van Asano 1/10de van zijn vader’s oorspronkelijke gebied terug te geven. Nadat de samoerai seppuku gepleegd hadden werden hun graven bij het graf van hun heer geplaatst aan de Sengakuji-tempel. Deze tempel werd tevens ook de laatste rustplaats van Kira.
Er kwam ook een lichte golf van kritiek op de gebeurtenis. Yamamoto Tsunetomo, de auteur van Hagakure, stelde de volgende vraag : stel dat Kira 9 maand na de dood van Asano gestorven was door een ongeluk of ziekte, wat was er dan gebeurd? De rōnin hadden een jaar gewacht eer ze hun plan uitvoerden. Indien Kira plotseling was gestorven, wie had de rōnin dan geloofd? Iedereen zou gedacht hebben dat het lafaards, dronkelappen en gespuis geworden waren. De juiste reactie was volgens Tsunetomo een directe aanval op Kira en zijn gevolg geweest. De rōnin zouden zeker allen gestorven zijn en hun opzet zou misschien niet geslaagd zijn. Maar de dood van Kira zou er niet toe doen, alleen een eeuwigdurende eer vergaren voor hun meester is van belang. Door een jaar te wachten hebben de rōnin hun kansen tot slagen doen stijgen, maar ook hun kansen tot het besmeuren van de naam van hun clan. Hij wil daarmee duidelijk maken dat het verhaal van de 47 rōnin een goed verhaal is over wraak, maar geen verhaal over bushidō.
Belangrijke Protagonisten
Asano Naganori
Asano Naganori (浅野長矩) (1667-1701) was de Daimyō van Ako. Zijn familie kwam oorspronkelijk uit Hiroshima. Op 9-jarige leeftijd volgde hij zijn vader op in 1675. In 1680 werd hij benoemd tot het hoofd van de sectie timmerwerken aan het keizerlijk hof. Zijn benoeming was echter nominaal, zoals de meeste ambten die toen aan samoerai gegeven werden. Het had meer een eervolle betekenis. In 1683 werd hij benoemd tot 1 van de 2 ambtenaren die bodes op weg van het keizerlijke hof naar het shogunaat moest ontvangen en entertainen. Tijdens die functie ontmoette hij Kira Yoshinaka, die tevens de hoogste rang van ceremoniemeester bezat. Kira's taak bestond erin de ambtenaren te helpen bij het ontvangen van adel uit Kyoto. In 1694 kreeg Asano plots een ernstige ziekte. Daar hij geen nakomelingen had, moest hij een erfgenaam aanstellen. Als een Daimyo stierf zonder nakomeling werd diens huis door het shogunaat teniet verklaard en zijn land geconfisceerd. Zo zouden zijn persoonlijke samoerai allen rōnin worden. Om dit te voorkomen adopteerde hij zijn jongere broer. In 1701 werd hij voor de tweede maal tot ontvangstambtenaar benoemd. Tijdens dat jaar verzuurde de relatie tussen Asano en Kira en vond de vreselijke gebeurtenis plaats. De shōgun Tsunayoshi veroordeelde hem tot het plegen van seppuku en confisceerde zijn leengrond.
Kira Yoshinaka
Kira Yoshinaka (吉良義央) leefde van 1641 tot het moment dat de rōnin hun wraak voltrokken in 1702. Yoshinaka bezat een titel die net onder de rang van Daimyō kan geplaatst worden (Koke). Hij was de oudste zoon van Kira Yoshifuyu. Zijn moeder was afkomstig van de zeer edele Sakai-familie. Na de dood van zijn vader werd Kira het 17e hoofd van de familie, wat de ouderdom en naambekendheid van de familie bewijst. Als Koke waakte Kira over protocolaire aangelegenheden. In 1701 werd hij als begeleider van Asano Naganori toegewezen om om te helpen voorbereiden op de komst van keizerlijke afgezanten. Door de verzuurde relaties ontplofte het hele boeltje en probeerde Asano Kira van het leven te beroven temidden van het kasteel van Edo. Op 14 december 1702 (Japanse kalender) vielen de ex-samoerai van Asano de villa van Kira binnen en vermoordden hem.
Ōishi Yoshio
Hij was beter bekend onder zijn titelnaam : Ōishi Kuranosuke. Ōishi Yoshio (大石良雄) werd tot Karo (4) benoemd op reeds jonge leeftijd aan de entourage van de Heer van Ako, Asano Naganori. De twee hadden ook een familiale band omdat beide families in het verleden ergens door een huwelijk werden verbonden. Na de dood van Asano stond Kuranosuke in voor al de administratieve regelingen en beval de overige samoerai het kasteel van Ako te ontruimen. Ook trachtte hij de heerschappij van de Asano-familie te herstellen maar dit stuitte alleen maar op verzet. Belust op wraak en op eerherstel van zijn meester trommelde hij 46 andere samoerai op om de wraak te voltrekken. Na een heel toneel op te voeren om Kira's waakzaamheid te doen verzwakken, voltrokken ze op 14 december 1703 (Japanse tijdrekening) hun plan en aanval. Hij stuurde Terasaka Kichiemon weg om de weduwe van Kira te informeren over de actie terwijl hijzelf en de 45 andere rōnin naar de Sengakuji trokken om het graf van hun meester te eren. Daar werden ze gearresteerd en veroordeeld tot het plegen van seppuku. Omdat het een eervolle straf was, aanvaardden ze dit allen als een eer.
Terasaka Kichiemon
Terasaka Kichiemon was de enige van de 47 rōnin die de hele historie heeft overleefd en aan een natuurlijke dood zou gestorven zijn. Maar dit is echter geen zekerheid. De waarheid is natuurlijk moeilijk te achterhalen, en het verhaal kent ook verscheidene versies met soms meer of minder details. Volgens Barry Till, auteur van The 47 Ronin, A story of samurai loyalty and courage kunnen we spreken van 3 varianten over de rol die Terasaka Kichiemon in heel het verhaal heeft gespeeld. De eerste versie zegt dat hij niet degene was die het langs geleefd heeft, maar wel de rōnin was die als enige stierf bij de aanval op de villa van Kira. Een andere versie vertelt dat Kichiemon gratie heeft verkregen van de shogun vanwege zijn jonge leeftijd. Hij werd 78 jaar oud en bij zijn medegezellen begraven. Een laatste versie, en de versie die in deze wiki gebruikt wordt: Kichiemon werd weggestuurd om de weduwe van Kira in te lichten en de historie van de rōnin te verspreiden. Hij werd vrijgesproken door het gerecht. Kennelijk was Kichiemon ook geen echte samoerai maar een gewone voetsoldaat. Hij leefde tot de gezegende leeftijd van 83 jaar. Zijn lichaam werd bij het graf van zijn heer en de overige 46 rōnin geplaatst.
Culturele impact van de 47 Rōnin
Toneelstukken
Nauwelijks een week na het voorval ontstonden er al verscheidene Kabuki-stukken (5). Chūshingura (忠臣蔵), het verhaal van de 47 rōnin, is meer geëvolueerd tot een genre dan tot 1 specifiek stuk. Het verhaal is immers al zoveel keer bewerkt dat je het een subcultuur van het Japanse theater kan noemen. Men beschouwd het als een voorbeeld van de ultieme zelfopoffering. Algemeen wordt aanvaard dat Kanadehon Chushingura van Takeda Izumo de beste verwerking is.
Houtsneden
Ukiyo-e (浮世絵; letterlijk: afbeeldingen van de drijvende/zwevende wereld) is een term voor Japanse schilderingen. Oorspronkelijk verwijst de term waarschijnlijk naar de "amusementsgebieden" in de grote Japanse steden in de Edoperiode ( 1603-1867). Uiteindelijk werd het een term voor een bepaalde soort Japanse houtsnede. De prints waren vooral erg populair in de 18e en 19e eeuw. Na het rōnin-incident hebben vele befaamde ukiyo-e artiesten reeksen houtsneden van het verhaal gemaakt. Hiroshige en Kuniyoshi maakten verscheidene reeksen over de stof. Kuniyoshi maakte zelfs een complete set van individuele portretten gebaseerd op diezelfde series. Latere artiesten maakten een soort stripversie van het verhaal. Op houtsneden werden de rōnin meestal afgebeeld in duidelijk herkenbaar zwart en witte jassen. Die jassen waren overgenomen uit de theaterstukken en dus fictief. De zwart-wit iconografie staat voor de komst van nacht en dag, die de niet falende trouw symboliseert.
Hedendaags
Wat vroeger in toneelstukken is behandeld, werd uiteraard ook vertaald naar film en strips. Talloze films, al dan niet over de 47 rōnin, zijn met succes uitgebracht. Ook in de manga en anime branche (6) is het fenomeen rōnin niet ver te zoeken. De 47 rōnin rusten nu in hun graf aan de Sengakuji (泉岳寺), een boeddhistische tempel nabij het Shinagawa Station te Tōkyō ( de huidige hoofdstad van Japan). Tot de dag van vandaag verzamelen mensen rond de graven en branden wierrook ter ere van de dappere rōnin. Ook in het moderne Ako herdenken de bewoners elk jaar op 14 december de gebeurtenissen uit 1702. Een verlofdag en een festival houden de rōnin in ere. Een soortgelijk festival wordt op dezelfde dag gehouden aan de Sengakuji waar zich nu ook een museum bevindt. In het museum kunnen toeschouwers de bewaarde originele kledij van de 47 rōnin bekijken evenals de drum en het fluitje waarmee het sein tot de aanval gegeven is.
Voetnoten
- Seppuku was een term voor rituele zelfmoord. Het idee van seppuku is dat door het opensnijden van de buik het slachtoffer zich volledig bloot geeft. De ziel van een persoon zit immers in zijn onderbuik volgens de Japanse cultuur
- Een daimyō (大名) is een Japanse krijgsheer behorend tot de samurai klasse. Letterlijk betekent daimyō grote naam. Sommige van deze heersers uit de feodale geschiedenis van Japan hadden enorme macht. Ze kunnen vergeleken worden met de leenheren van de Europese middeleeuwen.
- Shōgun was een Japanse militaire titel voor de allerhoogste aanvoerder van de samoeraiklasse. De macht die de shōgun bezat, groeide in de loop van de geschiedenis uit tot het moment dat hij de absolute heerser over Japan was. Hij was tevens de leider van het Bakufu (幕府).
- Als Karo was Kuranosuke de bevelhebber van alle samoerai onder het gezag van de Heer van Ako.
- Kabuki (歌舞伎) is een vorm van het traditionele Japanse theater. Kabuki theater is gekend omwille van zijn zuivere dramastijl en de uitgebreide make-up die door de artiesten wordt gedragen.
- Anime (アニメ) is de afkorting van het Engelse woord animation en verwijst naar de animatiefilms en -series afkomstig uit Japan. Manga (漫画) is het Japanse woord voor stripverhaal. De typische tekenstijl is een evolutie van buitenlandse invloeden en ukiyo-e.
Verdere literatuur
- John Allyn, The Forty-Seven Ronin Story.Boston: Turrle Publishin, 1970
- Dickens, Frederick V. Chushingura, or the Loyal League. New York: G. P. Putnam’s Sons, 1876.Reprint, London: Allen & CO., 1880
- Keene, Donald (vertaler). Chushingura: A Puppet Play. New York: Columbia University Press, 1971
- Stewart, Basil. Subjects Portrayed in Japanese Colour-Prints. London: K. Paul, Trench, Trubner & Co., Lrd., 1922. Reprint, New York: Garland Publishing, 1979
- Tatsuo, Takei and David Pepper. Exhibition Catalog, The Faithful Samurai. Dearborn, MI: Alfred Berkowitz Gallery, October 6-December 12, 2003
- Till, Barry. Samurai: The Warrior Class of Japan. Victoria, BC: Art Gallery of Greater Victoria, 2003
- Weinberg, David R. Kuniyoshi, The Faithful Samurai. Amsterdam: Hotei Publishing, 2000.
Bronnen
Literatuur
- Till, Barry, The 47 Ronin, A story of samurai loyalty and courage. Warwick: Pomegranate, 2005
- Turnbull, S.R, Samurai Warriors. London: Blandford Press, 1987
- Turnbull S.R, The Samurai, A Military History. Trowbridge, Wiltshire: Redwood books, 1977
- Benson, John, Eyewitness Travel Guides-Japan. London, Dorling Kindersley Limited, 2000
Syllabi
- Hellemans, Karel. Inleiding tot de Japanse cultuur, cursus gedoceerd in kader van het vak ‘Inleiding tot de Japanse cultuur' Katholieke Universiteit Leuven, 2006
- Vande Walle, Willy. Geschiedenis Van Japan Tot 1868, cursus gedoceerd in kader van het vak ‘Geschiedenis van Japan tot 1868’, Katholieke Universiteit Leuven, Leuven, 2004-2005.

