Politieke iconografie in de Edo-periode: Pijnboomschilderingen

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Tokugawa Iemitsu (徳川家光)

Tokugawa Iemitsu (徳川家光)[4], de derde shōgun van de Tokugawa hegemonie, gaf in 1624 de opdracht het Nijo-kasteel (二条城, Nijō-jō), te Kyōto (京都), gedeeltelijk te laten reconstrueren en renoveren (1624-1626). Het Ninomaru paleis (二の丸御殿, Ninomaru Gōten) werd geconstrueerd en intern gedecoreerd, vrijwel exclusief voor de voorziene komst [1] van keizer Go-mizunoo (後水尾). De decoraties hebben als centrale thema de pijnboom, waarachter zich een eeuwenoude symboliek schuilhoudt. De pijnboomschilderingen zouden het publieke aanzien en autoriteit van de Tokugawa hegemonie bekrachtigen, en de politieke visie van Tokugawa Iemitsu weergeven.

Inhoud

Het Nijō kasteel (二条城)

Het Nijō kasteel, de destijdse Kyōto (京都)[5] residentie van de derde Tokugawa shōgun Iemitsu[6] [2] (r.1623–1651), was een groot en opvallend kasteel dat zich slechts enkele blokken van de keizerlijke residentie bevond en dat al tijdenlang symbool stond voor de dominantie van de militaire elite en hun militaire macht.

Door een tweejaar durende (1624-1626), partiële renovatie en reconstructie kreeg het kasteel enkele gebouwen bij, waaronder het Ninomaru-paleis. Dit paleis, dat vrijwel speciaal geconstrueerd en gedecoreerd werd voor het vijfdaagse bezoek van de toenmalige keizer Go-mizunoo in 1626, kreeg een opvallende interne decoratie, met als hoofdthema pijnbomen, geschilderd door een vooraanstaande 'goyō eshi' [3] van de 17e eeuw, Kanō Tan’yū (狩野探幽)[7].

De luxueuze renovaties, die ondernomen werden tussen 1624 en 1626 beklemtoonden de eeuwenlange machtsstrijd tussen het keizerlijk hof en het shōgunaat. Desondanks dat het Nijō-kasteel symbool stond voor militaire macht, werd de symboliek van deze vestiging na de reconstructie-en renovatiewerken van 1624-1626 geherdefinieerd.

Het kasteel, waaronder het Ninomaru-paleis (二の丸御殿, Ninomaru Gōten), fungeerd nu louter als shōgunale residentie en administratief centrum.

Ninomaru paleis(二の丸御殿)

Indeling

Ninomaru paleis 二の丸御殿

Ontstaan tijdens de tweejaar durende renovatie en reconstructie van het Nijō-jō (二条城), werd het Ninomaru paleis (二の丸御殿) onderverdeeld in zeven structuren. Elk van deze verschillende structuren had, ten tijde van het shōgunaat, zijn eigen functie. De structuren bestaan elkeen uit verscheidene kamers of ruimtes. Naargelang de voorafbepaalde functie, werden de ruimtes in de zeven structuren gedecoreerd - hoofdzakelijk pijnboomschilderingen - met het oog houdende op welke impressie ze moesten nalaten op de bezoekers of de functie die ze hadden.

Kurumayose

Grondplan van het Ninomaru paleis

De 'Kurumayose' oftewel de koetsingang, diende als staanplaats voor de paarden of koetsen van de bezoekende feodale heren. Deze kon gezien worden als de centrale ingang tot het Ninomaru-paleis.

Yanagi-no-ma en Wakamatsu-no-ma

Vlakbij de 'Kurumayose', bevinden zich de eerste twee kamers, de 'Yanagi-no-ma' [4] en de 'Wakamatsu-no-ma' [5], van het paleis. Deze kamers werden ingenomen door de beschermheren van de shōgun, zij dienden de identiteit van de bezoekers te verifiëren en hen achteraf te ontwapenen. [6].

Tōzamurai-no-ma

In de 'Tōzamurai-no-ma' [7], werden de bezoekers informeel ontvangen en werd er hun gevraagd te wachten tot ze door de shōgun ontvangen konden worden. De kamers, waarin de 'Tōzamurai no ma' verdeeld was, dienden als wachtkamers voor de feodale heren die het paleis bezochten.

De schuifdeuren en muren, van drie van de kamers, van de 'Tōzamurai no ma' werden sierlijk gedecoreerd met schilderingen van tijgers en luipaarden verdoken in een bamboebos, geschilderd in 'kinpeki' (金碧)[8] stijl met behulp van ondoorzichtige pigmenten geschilderd, op een goudkleurige achtergrond.

De versieringen hadden als functie de wachtenden te imponeren, en stelden dat zij te gast waren bij een superieure en dominante heer of shōgun.

De zeven andere kamers in de 'Tōzamurai no ma' werden gedecoreerd met een lichter bloem-en vogelpatroon, ook gekend als 'kachōga' [9].

Deze dienden als wachtplaatsen voor de beschermheren van de op bezoek zijnde feodale landheer of keizer. Vermoedelijk aanschouwden zij de verfijnde schilderingen en kregen zij de indruk te gast te zijn bij een voortreffelijke en intellectuele leider. Een andere functie van de laatst vernoemde kamers was de ontvangst van boodschappers, door de shōgun in hoogst eigen persoon.

Shikidai

Het formele voorhuis of 'Shikidai', fungeerde als een verbinding tussen de wachtkamers in de 'Tozamurai-no-ma' en de audiëntieruimtes. Het voorhuis deed dienst als een speciale ontvangsthal, in dewelke de afgevaardigden of gedelegeerden van de shōgun de feodale heren ontvingen en tevens de giften voor de shōgun aanvaardden. In het 'Shikidai-no-ma', één van de kamers van het voorhuis, werden muurpanelen en schuifdeuren versierd met elegante pijnboomschilderingen, geschilderd door Kanō Tan'yū[8]. In deze kamer wordt de pijnboomthemathiek voor het eerst geïntroduceerd in het Ninomaru paleis.

Ōhiroma

De centrale structuur van het Ninomaru paleis, is de 'Ōhiroma' oftewel grote audiëntiehal. De laatst vernoemde bestaat een aantal ruime kamers of suites, waarin officiële gehoren plaatsvonden. De grote audiëntiehal kan onderverdeeld worden in drie soorten kamers, elkeen een specifieke functie hebbende.

  1. Ōhiroma Ichi-no-ma en Ōhiroma Ni-no-ma
  2. Ōhiroma San-no-ma
  3. Ōhiroma Yon-no-ma

Ōhiroma Ichi-no-ma en Ōhiroma Ni-no-ma

De 'Ōhiroma Ichi-no-ma' [10] en de 'Ōhiroma Ni-no-ma' [11], waren de twee voornaamste audiëntieruimtes van het gehele Ninomaru paleis. Intern werden deze rijkelijk gedecoreerd met inventieve composities van pijnbomen, uitgewerkt door grootmeester Tan'yū[9], in additie met lak en goudverf.

De decoratie, met de pijnbomen als hoofdthema, diende de op bezoek zijnde feodale heren of keizerlijk gezelschap te verbluffen door de macht en autoriteit van de Tokugawa, in het bijzonder shōgun Iemitsu.

Achter de schuifdeuren van de 'Ōhiroma Ichi-no-ma' en 'Ōhiroma Ni-no-ma', bevindt zich heden ten dage nog steeds een kamer met naam 'Musha-kakushi-no-ma' [12]. In deze huisden gewapende lijfwachten van de shōgun, om hem op elk moment te kunnen bijstaan.

Ōhiroma San-no-ma

De derde ruimte van de grote audiëntiehal, de centrale structuur van het Ninomaru paleis, is de 'Ōhiroma San-no-ma' [13]. Hierin ontmoette de shōgun de 'Tozama Daimyō'[10][14].

Ōhiroma Yon-no-ma

In deze kamer werden de speren, zwaarden en andere wapens van de shōgun bewaard. De wanden van de 'Ōhiroma Yon-no-ma' [15], werden beschilderd met grootse pijnbomen en haviken. Deze stelden de Tokugawa voor als machtige militaire heersers.

Sotetsu-no-ma

Een corridor, genaamd de 'Sotetsu-no-ma'[16], waarvan de schuifdeuren versierd werden met schilderingen van Japanse Sago palmen en die de grote audiëntiehal verbond met de 'Kuroshoin' oftewel de informele audiëntiehal.

Kuroshoin

Een groepering van kamers waarin de shōgun, net zoals in de grootse audiëntiehal, officiële gehoren gaf. Desalniettemin waren deze audiënties bedoeld voor de intiemere kring en kunnen bijgevolg gezien worden als privé-gesprekken. In het 'Kuroshoin' ontving hij zijn meest betrouwbare trawanten, de 'Shinpan Daimyō'[11][17] en de 'Fudai Daimyō'[12]. [18]

De kamers van het 'Kuroshoin', werden gedecoreerd met schilderingen van verscheidene type bomen[19], waaronder ook pijnbomen. Ter aanvulling van de schilderingen, werd het traditiegetrouwe bloem-vogel patroon benut. Het gros van de schilderingen, aangebracht op wanden en schuifdeuren van de binnenhal, werden gecreëerd door Kano Naonobu (1607-1650), een jongere broer van Kanō Tan'yū[13].

Shiroshoin

De 'Shiroshoin' oftewel de binnenhal is een kleinere structuur, in tegenstelling tot de andere ruimten en ligt diep in het Ninomaru paleis. De kamers in deze fungeerden als leefruimte van de shōgun.

Na het geven van audiënties, trok de shōgun zich terug in de 'Shiroshoin'. Drie kamers van de laatstgenoemde structuur, werden gedecoreerd met schilderingen van landschappen en waterscènes, waaronder één van het West-meer dat in Chinese stijl werd geschilderd.

Deze versieringen dienden tot de creatie van een sfeer van verpozing in het dagelijkse leven van de shōgun. Significant voor deze kamers was, dat uitsluitend vrouwelijk gezelschap toegelaten werd tot het betreden van de 'Shiroshoin'.

Het pijnboomsymbolisme

Lagen van betekenis: oorsprong en evolutie

Het is onweerlegbaar dat ten tijde van de derde Tokugawa shōgun, Iemitsu[14], de pijnboomschilderingen en de pijnboom zelf reeds een diepzinnige portee had. De pijnboom symboliseert velerlei zaken en heeft dermate een aantal lagen van betekenis, waaronder de populairste of meest ingeburgerde zijn ontstaansgeschiedenis heeft in het oude China.

Het eeuwige leven

De meest gangbare betekenis van de pijnboom is die van het eeuwige leven. Pijnbomen werden sinds eeuwen geleden reeds geassocieerd met eeuwig leven, door het feit dat ze gedurende het hele jaar door groen blijven, in tegenstelling tot andere bomen. Er werd ervan uitgegaan dat pijnbomen, in hoge mate, een geneeskrachtige functie bezaten.

Zo werd in de oude Chinese alchemie [20] de wortels, de naalden en daarenboven de hars van pijnbomen gebruikt om brouwsels te vervaardigen, die in staat zouden zijn het menselijk leven te verlengen, er werd zelfs geloofd dat sommige elixers de mogelijkheid bezaten het eeuwige leven te schenken. Significant voor pijnbomen is dat ze over een sterke fysieke durabiliteit en bederfwerende functie beschikken. Het geheel van deze eigenschappen, zorgde ervoor dat de pijnboom een adequaat symbool was om het eeuwige leven te representeren.

Associatie met Goden en bescherming

Onder het bewind van de Chinese keizer Shénzōng (神宗)[15][21], werd er veel gepubliceerd over de pijnbomen en diens geneeskrachtige en bovennatuurlijke functies. Door middel van medicinale teksten en houtgeschriften met als thema de onsterfelijke taoisten[16] werd deze informatie vanuit China ingevoerd in het vroeg 17e-eeuws Japan, waarna ze werden herschreven. [22] Hoewel de meeste betekenissen van de pijnboom hun oorsprong vonden in het oude China, bestond er naast de - vanuit Chinese bodem - traditiegetrouwe kijk op de pijnboom, in Japan toch reeds een eigen pijnboomsymbolisme.

Zo geeft men in Japanse mythes, zoals het eeuwenoude Kojiki (古事記) [23] en de Nihonshoki (日本書紀), aan dat in bomen 'kami' (神)[17] huizen. De idee dat er in bomen, maar ook in alle andere zaken in de natuur zich een 'kami' bevindt, is significant voor de Japanse animistische [24] beschouwing van het leven.

Grafrovende wanxiang of gaki. De grafheuvels begroeid door kleine verdorde pijnbomen.

Nevens te beschikken over een sterke geneeskrachtige functie, werden pijnbomen niet enkel gebruikt als hoofdbestanddeel voor medicinale brouwsels, maar ook ter bescherming van de graven. Zo werden in het oude China, pijnbomen op heuvels in de nabijheid van begraafplaatsen geplant met als bedoeling de 'wangxiang'[25] van de graven weg te houden.

Ook in Japan werd een soortgelijke traditie gevolgd, deze kan visueel onderbouwd worden door de 'gaki zōshi emaki'[26], waarin verscheidene graven omringd door grafrovende geesten worden afgebeeld, maar die beschermd worden door in de omgeving staande pijnbomen. Dienovereenkomstig werden pijnbomen omheen de begraafplaatsen van edelen geplant. Het vroege Japan kende de pijnbomen reeds als een waardevol symbool inzake de bescherming van de heersende klasse.

Hiernaast wordt de pijnboom desgelijks gezien als een plek waar goden verschijnen.

De komaf van deze betekenis is aan te treffen in de 'geschriften van de miraculeuze verhalen van de goden van de Kasuga schrijn' (春日権現験起絵巻, Kasuga Gongen Kenki Emaki). De legende van de Kasuga schrijn (春日大社, Kasuga-taisha)[18], wordt sterk geassocieerd met pijnbomen en deelt mede dat Abbot Kyōen nabij de Kasuga schrijn teksten uit de 'yuishiki ron' citeerde, tot onverhoeds een Kasuga godheid al dansende rond een pijnboom opdook. De pijnboom daar, werd sedert dat moment gezien als 'yōgo no matsu'[27]. Vandaag de dag in Japan, heeft de pijnboom nog steeds een belangrijke religieuze waarde, men associeert hem nog steeds met het verhevene.[28]

Oorsprong politiek symbolisme

Tegenover de van oudsher bestaande betekenissen van de pijnboom, rest er nog een andere gewichtige connotatie. Klassieke Japanse gedichten omschrijven de pijnbomen als symbolen van politiek, tijdloosheid, keizerlijke zege en opmerkelijk als symbool voor het Fujiwara regiment. De Fujiwara worden in verband met de pijnbomen gebracht, omdat zij de Kasuga 'kami' (神) beschouwden als hun 'ujigami'(氏神)[19].

Hierover werden verscheidene gedichten teruggevonden, waaronder één van Fujiwara Teika (藤原 定家) [20]. In 1588, in de kennelijke navolging van de Fujiwara pijnboom-dichterlijkheid schreven keizer Goyōzei (後陽成天皇, Go-Yōzei-tennō)[21] en Toyotomi Hideyoshi (豊臣秀吉), tijdens het bezoek van de laatstvernoemde keizer aan shōgun Hideyoshi’s Jurakutei (聚楽第)[22] kasteel, beiden een vers waarin de pijnboom een considerabele rol speelt.

Keizer Goyōzei (後陽成天皇)


Today is the day
We achieve what we awaited,
In the branches of the pine
I see the promise of our relations
Extending for ages.

Toyotomi Hideyoshi (豊臣秀吉)


As my lord of myriad ages
Has proceeded here in state
We may henceforth come close together
Like the green pine
Standing tall by the eaves

Van de meer dan honderd pijnboomgedichten, die geschreven werden tijdens het bezoek van keizer Goyōzei aan de vesting van Toyotomi Hideyoshi, fungeren deze twee als zijnde het meest voornaamste.

Hoewel het niet meteen duidelijk is waarom zij opteerden voor het pijnboomthema, wordt toch door het gros van geschiedkundigen de symboliek achter de usance van deze geïnterpreteerd als de hoop op een langdurige en standvastige politieke relatie in de toenmalig nieuwgevormde alliantie tussen beide heren.

Deze politieke en poëtische gebeurtenis zorgde ervoor dat de traditionele voedingsbodem van het pijnboomsymbolisme, uitgebreid werd met een additioneel aspect. Een politiek symbolisme, dat geschiedkundig gezien van ontzaglijke waarde is en waarbij de pijnboom refereerde naar 'felicitaties voor de keizer, de hoop op een goede samenwerking en een stabiele politieke relatie tussen de shōgun en de keizer in een nieuwgevormde alliantie'. Vele van de destijds geschreven pijnboomgedichten werden bewaard in opdracht van de Hideyoshi. [29]

Tokugawa Iemitsu: Visie en symbolisme

Met een lange geschiedenis aan betekenissen en een unieke dynamische symboliek werd voor het pijnboom motief geopteerd, om de belangrijkste plaatsen in het Ninomaru paleis te schilderen.

De verschillende betekenissen, waaronder ook vele politieke, zorgden ervoor dat het pijnboom motief de meest convenabele keuze, in zake de decoratie van het paleis, was.

Traditioneel stond de pijnboom symbool voor het eeuwige leven en men associeerde deze sterk met de aanwezigheid van 'kami' (神) in de natuur. De relatie tussen shōgun en keizer bekrachtigend, en hopend op een goede samenwerking met felicitaties naar de keizer toe, hopende dat hem nog een lang leven op de troon beschoren mocht zijn, was één van de sterkste politieke associaties van de pijnboom. Daarboven deed de pijnboom terugdenken aan de bijna legendarische Fujiwara heerschappij.

De Tokugawa, waaronder Shōgun Iemitsu[23], maakten evenals gebruik van de pijnboomschilderingen, alleen kon de symboliek in de Tokugawa context op een andere manier benaderd worden. De pijnboomschilderingen, duidden aan hoe de Tokugawa wilden aanzien worden door de keizer, het keizerlijke hof en de daimyō (大名)[30] elite.

Pijnboomschilderingen op de wanden en schuifdeuren van de 'Ōhiroma'

Als traditioneel symbool van lang leven, verwezen de pijnboomschilderingen, in het Ninomaru paleis, subtiel naar ‘de hoop op een lange, krachtige en duurzame Tokugawa dynastie’. Maar wanneer keizer Go-mizunoo, tijdens zijn vijfdaagse bezoek aan het Ninomaru paleis, de 'Ōhiroma' bezocht interpreteerde hij de pijnbomen presumtief als een tribuut aan zijn geheiligde en keizerlijke waardigheid.

Hoewel shōgun Iemitsu, de wens voor het lange leven van de keizer meende, streefde hij toch simultaan naar de bekrachtiging van een eeuwigdurende Tokugawa (徳川) heerschappij. De pijnboomschilderingen in het Ninomaru paleis hoorden niet enkel de aanblik te geven van het streven naar een onsterfelijke Tokugawa hegemonie, maar dienden ook de nieuwe status van de Tokugawa weer te geven.

Voor shōgun Iemitsu volstond het niet langer om gezien te worden als een ongeschaafde militaire krijgsheer, in tegenstelling: hij wou zich spiegelen aan de verfijnde en gecultiveerde aristocratie en diens edelen. De nieuwe status, of de herdefiniëring van 'Shōgun' volgens Tokugawa Iemitsu, vond zijn grondslag in de confuciaanse[24] deugdzaamheid en intellectuele spitsvondigheid.

De pijnboomschilderingen dienden hem een intellectuele en gecultiveerde aanblik te geven. Tokugawa Iemitsu en de gehele Tokugawa hegemonie wensten niet geassocieerd te worden met eerdere militaire heersers.

Derhalve was het Kano Tan'yū's[25] opdracht, een nieuw artistiek imago te creëren voor de Tokugawa: één dat veruit superieur was in tegenstelling tot de voorgaande militaire heersers, en één die een krachtige boodschap inhield: dat van een hoge spirituele waarde, normbesef én dat erop moest wijzen dat de Tokugawa hegemonie onvergangelijk was.

Door een frequent, maar inventief patroon van pijnbomen in zijn schilderingen te gebruiken, zorgde Kano Tan'yū ervoor dat de belangrijkste ruimtes van het paleis, de grootse audiëntiehal ('Ōhiroma') en het voorhuis ('Shikidai'), Tokugawa Iemitsu een gesofisticeerde, intellectuele en een eerder aristocratische aanblik gaven, waardoor het traditionele aanzien van de shōgun door de keizer, het hof en de daimyō elite veranderde.

De pijnboomschilderingen werden als emblemen gebruikt, dewelke stelden dat Tokugawa Iemitsu de gevolmachtigde surrogaat van de keizer was en daarenboven een gezagdsdrager was die het rijk diende voor zowel het hogere doel als het volk en niet voor enigerlei particuliere ambitie, waar hij als leider of zijn clan enig profijt uit zou kunnen halen.

Doel en compositie

Kanō Tan'yū (狩野 探幽)

De pijnboomschilderingen in de prestigieuze audiëntiehal ('Ōhiroma') als in het voorhuis ('Shikidai'), zijn beide van dezelfde aard. Het zijn lichte composities, bestaande uit een herhaald patroon van pijnboomschilderingen gecombineerd met een klein aantal andere afbeeldingen zoals gras, een huis in 'shoin-stijl'[31] en bamboe.

Om de schilderingen een toets van moraalfilosofische correctheid en deugdzaamheid te geven, vereenvoudigde Tan’yū[26] de pijnbomen in hoge mate. De pijnbomen werden geschilderd in, de door Kanō Tan'yú gehanteerde, 'kinpeki'[32] stijl en overeenkomstig met de 'kachōga'[33] stijl werd het patroon incidenteel afgewisseld met een bescheiden aanwezigheid van bloemen, gras, stenen, vogels en andere.

In geheel zorgde dit ervoor dat het Ninomaru paleis overheerst werd door een sfeer van rust, die daarenboven een gemoedelijke sereniteit teweegbracht. Om geen onbekommerdheid of eentonigheid op te veroorzaken bij de bezoekers van de kamers, maakte Tan'yū gebruik van een verscheidenheid aan composities, met een dromerig en levendig effect als resultaat. De inhoudelijke boodschap bekrachtigend, voegde hij gouden fazanten en pauwen toe, die symbool stonden voor onder meer verfijning, elegantie, voornaamheid en intellectualiteit.

Hij stelde, door gebruik te maken van verschillende schildertechnieken en composities, de pijnbomen voor als symbool van de eeuwigheid, het geheiligde en het gewijde.

De meest belangwekkende betekenis van de pijnboomschilderingen in het Ninomaru paleis, is het weergeven van de keizerlijke dynastie en de Tokugawa lijn als de pasgevormde alliantie, doch subtiel en onverlet de klemtoon leggend op de autoriteit, de duurzaamheid en de eeuwigheid van de Tokugawa hegemonie; dit volgens de visie van Tokugawa Iemitsu[27].

Voetnoten

  1. Het huwelijk van keizer Gomizunoo met Masako, zus van shōgun Tokugawa Iemitsu, zorgde ervoor dat de Tokugawa lijn een rechtstreeks verwantschap met de keizerlijke familie verkregen. De druk langs shōgun Iemitsu's kant om een keizerlijk bezoek te ontvangen was groot, historici zijn ervan overtuigd dat hij zijn publieke aanzien en autoriteit wou benadrukken door keizer Gomizunoo te ontvangen en hiermee in de voetsporen wilde treden van Toyotomi Hideyoshi, die in 1588 het keizerlijk bezoek van keizer Goyōzei ontving in zijn vesting. Een keizerlijk bezoek werd onontbeerlijk en in 1626 bezocht keizer Gozuminoo het Ninomaru paleis, gelegen in het Nijō kasteel. In de Japanse geschiedenis is een shōgun die bezocht wordt door een keizer een opmerkelijk fenomeen, zulke bezoeken zijn van een zeer zeldzame aard.
  2. Kleinzoon van Tokugawa Ieyasu en zoon van Tokugawa Hidetata[1] .
  3. Een schilder in dienst van de shōgun
  4. (letterlijk:)De wilgen kamer
  5. (letterlijk:)De jonge pijnboom kamer
  6. De shōgun stond niet toe, dat de bezoekers gewapend het paleis bezochten
  7. (letterlijk:)Receptiehal.
  8. Een schilderstijl, waarbij men met behulp van bepaalde pigmenten een schildering op een groot scherm, muur of schuifdeur maakt en waarbij grote open plaatsen tussen de eigenlijke schildering van een zaak opgevuld worden met goudtoetsen van oftewel goudverf (金泥, kindei) of goudfolie(金箔, kinpaku). Deze goudgekleurde open plaatsen symboliseerden tegelijk lucht, wolken en de aarde. De interpretatie hing af van het eigenlijke thema van de schildering en werd door de toeschouwer zelf geïnterpreteerd.
  9. Een type 'Ukiyo-e', dat als centrale thema bloemen, grassen en vogels gebruikte.
  10. De eerste grootse kamer
  11. De tweede grootse kamer
  12. (letterlijk:)De lijfwacht kamer.
  13. (letterlijk:)De derde grootse kamer
  14. Feodale heren, die pas na de oorlog van 1600, vazallen werden van de Tokugawa.
  15. (letterlijk:) De vierde grootse kamer.
  16. (letterlijk:) De Cicadenkamer.
  17. Feodale heren die verwant waren aan de Tokugawa.
  18. Betrouwbare feodale heren die, nog voor de oorlog van 1600(door dewelke de Tokugawa hun macht bestendigden), aan de zijde van de Tokugawa stonden.
  19. Zo werden pijnbomen, kerselaars en esdoorns afgebeeld in de schilderingen.
  20. Occulte wetenschap. Een vorm van scheikunde en speculatieve filosofie die werd beoefend tijdens de Middeleeuwen en de Renaissance, en die zich voornamelijk bezighield met het ontdekken van methoden voor het omzetten van onedel metaal naar goud en met het vinden van een universele solvent. Daarmede hield men zich bedrijvig met het zoeken naar een levenselixer, die het eeuwige leven moest verschaffen.
  21. Ook gekend als de Wanli keizer, Wanli-periode(萬曆): 2 Februari 1573 – 27 August 1620.
  22. Populaire Chinese 'woodblock prints', zoals de 'Liexian quanchuan'('Biografiën van onsterfelijken') en de 'Shifo qizong'('Mirakelen van de onsterfelijken en Boeddhisten'), werden na hun uitgave in China geïmporteerd naar Japan. De oudste Japanse vertalingen of herpublicaties van deze teksten dateren uit 1650.
  23. 'Kojiki' of 'Furukotofumi' (古事記), ook bekend als de 'Kroniek van oude zaken', is het oudste overgeleverde historische boek over de antieke geschiedenis van Japan. Het verwijst naar een oudere verzameling van verhalen, de 'Kiujiki', waarvan wordt gezegd dat dit vernietigd is door brand. Het schrijven begon in opdracht van keizer Tenmu[2] in 680 en werd afgerond in opdracht van keizerin Genmei[3] in 712. De Kojiki werd later gevolgd door een actuelere kroniek, de Nihonshoki (日本書紀).De Kojiki begint met de creatie van de wereld door de 'Kami' ('goden') Izanagi and Izanami en eindigt met de regeringsperiode van keizerin Suiko.
  24. Het filosofisch, religieus of spiritueel concept waarbij zielen of geesten niet alleen existeren in mensen en dieren, maar ook in planten, stenen of natuurlijke fenomenen zoals donder en geografische zoals bergen en rivieren.
  25. In de Chinese mythologie: breinetende en grafrovende geesten of monsters
  26. (letterlijk:)De perkamentrolgeschriften van de hongerige geesten
  27. (letterlijk:)De pijnboom waar de god verscheen
  28. Elk jaar, worden de ingangen van winkels versierd met pijnboomtakken en bladeren. Er wordt geloofd dat de takken en bladeren van de pijnboom de verblijfplaats van de goden voorstelt. Dit kan gezien worden als een uitnodiging voor de goden om het huis of de winkel binnen te komen en de bewoners te beschermen of te behoeden voor gevaar.
  29. In de Tenshōki, een kroniek die de belangrijkste verwezenlijkingen van Toyotomi Hideyoshi verenigt, werd een bijzonder hoofdstuk geschreven over het politieke en poëtische colloquium die in 1588 plaatsgevonden had. Het hoofdstuk werd nadien gekopieerd, en uitgedeeld aan verschillende vooraanstaande militaire families. Heden ten dage zijn enkele van deze kopies nog in bewaring.
  30. Een daimyō (大名) is een Japanse krijgsheer behorend tot de samoerai klasse. Letterlijk betekent 'daimyō' 'grote naam'. Sommige van deze heersers uit de feodale geschiedenis van Japan hadden, gedurende de 12e tot de 19e eeuw, enorme macht.
  31. Verwijst naar de stijl in de Japanse residentiële architectuur die werd gebruikt voor de verblijven van militairen en tempelgasten tijdens de perioden Momoyama (1568-1600) en Edo (1600-1868). Deze stijl staat aan de basis van het hedendaagse traditionele Japanse huis.
  32. Een schilderstijl, waarbij men met behulp van bepaalde pigmenten een schildering op een groot scherm, muur of schuifdeur maakt en waarbij grote open plaatsen tussen de eigenlijke schildering van een zaak opgevuld worden met goudtoetsen van oftewel goudverf (金泥, kindei) of goudfolie(金箔, kinpaku). Deze goudgekleurde open plaatsen symboliseerden tegelijk lucht, wolken en de aarde. De interpretatie hing af van het eigenlijke thema van de schildering en werd door de toeschouwer zelf geïnterpreteerd.
  33. Een type ukiyo-e, dat als centrale thema bloemen, grassen en vogels gebruikte.

Bronnen

Boeken

  • Gerhart, Karen M. The Eyes of Power: Art and Early Tokugawa Authority. Honolulu: University of Hawai'i Press, 1999.
  • Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan: Van samurai tot softpower. Leuven: Acco, 2007.

Internet (Laatst geraadpleegd op 09/05/2012)

Verwante pagina's

(Laatst geraadpleegd op 09/05/2012)

Biografieën:

Nijō-jō en Ninomaru gōten:

Daimyō:

Terminologie:

Mythen: