Philipp Franz von Siebold ( シーボルト )

Uit GeschiedenisJapan

De Duitse Philip Franz von Siebold (Philipp Franz Jonkheer Balthasar von Siebold) ging voor het eerst naar Japan in 1823 als de plaatselijke fysicus voor Verenigde Oost-indische Compagnie [1]. Hij was de eerste Westerling die in Japan de westerse geneeskunde doceerde. Hij voerde onderzoek uit geholpen door tolken en zijn Japanse studenten. Siebold werd beroemd door zijn onderzoek naar de Japanse fauna en flora. Hij was een arts, die kennis bezat die de Japanners niet hadden. Hij probeerde die te ruilen voor informatie over het land, haar geschiedenis en gebruiken.

Een zelfportret van Philipp Franz von Siebold

Inhoud

In dienst van de Nederlandse overheid

Philipp Franz von Siebold werd geboren op 17 februari, 1796 in Würzburg, wat, na München, de tweede grootste stad was in het koninkrijk van Beieren. Philipp werd geboren in een familie van gerespecteerde professoren; zijn grootvader, zijn vader, zijn beide ooms en twee neven waren geneeskundigen of dokters aan de prestigieuze faculteit van geneeskunde aan de universiteit van Würzburg[2], die de dag van vandaag als de Julius Maximilians-Universiteit doorgaat.

In 1815 begon Philipp aan zijn lange carrière als student in de faculteit van geneeskunde aan de universiteit. Hij studeerde onder meer chemie, pharmacologie en pathologie en woonde toen in het huis van Ignaz Doellinger[3] (1770-1841), professor anatomie en fysiologie. Na 10 semesters, studeerde von Siebold af op 5 september 1820.

Kort erna kreeg hij een positie als militair chirurg (Chirurgus Major) in het Nederlandse koloniale leger aangeboden. Beieren gaf hem de nodige toelating en von Siebold werd overgeplaatst naar Nederland. Deze opportuniteit zou zijn toekomstige activiteiten, vooral de manier hoe hij medicale praktijk met de wetenschappelijk onderzoek combineerde, zijn collectie en zijn schrijven, beïnvloeden.

De Nederlandse macht in het zuiden en in zuid-oost Indië nam duidelijk af ten gevolge van de Napoleontische Oorlogen[4]. In 1781 namen de Engelsen Kaap de Goede Hoop[5], en in 1796 Ceylon (Sri Lanka), af van Nederland. De Nederlanders gaven de Bengalen (Bangladesh) op en concentreerden zich meer op Java[6]. Engeland veroverde Java in 1811 en benoemde Thomas Stanford Raffles[7] (1781-1826) als gouverneur. Nederland was nog wel in staat handel te drijven met Deshima, de poort van Nagasaki. Tussen 1807 en 1817 waren er geen enkele Nederlandse schepen in Nagasaki en het opperhoofd toen, Hendrik Doeff[8] (opperhoofd sinds 1804) werd pas vervangen in 1817.

Willem I (1772-1843), Koning der Nederlanden.

Volgens het Congres van Wenen[9] in 1815, werd Java hersteld onder de Verenigde Nederlanden (Nederland en Belgïe). In september van 1800, werd de VOC ontbonden en in 1824 werden de territoria onder de kroon geplaatst en werd de handel en de schulden overgenomen door het Nederlandse bestuur. Met de troonsbestijging van Koning Willem I[10] werd de Nederlandse Handel-Maatschappij[11] opgericht. Baron Godert Alexander Gerard Philip van der Capellen[12], een student van von Siebolds vader, werd naar Java gestuurd in 1819 om er te dienen als Generaal Gouverneur van de VOC, om het stilliggende handel drijven tussen Nederland en Japan terug tot leven te wekken en Java te industrialiseren. Van der Capellen was op zoek naar een bekwaam dokter, met de kennis van het land - de bevolking, politiek, economie en wetenschap - deze waren de nodige behoeften voor een winstgevend handel drijven. Hij kende wetenschappers zoals Kaempfer[13] (in Japan van 1690- ), Carl Peter Thunberg (1743-1828, in Japan van 1775-1779) en Isaac Titsingh[14] (in Japan van 1780-1785) die het Nederlandse prestige verhoogden in Japan en de Nederlandse toegang tot de Japanse autoriteiten vergemakkelijkten.

In 1817, werd Hendrik Doeff vervangen door Jan Cock Blomhoff[15], wie daarvoor in dienst was als de Adjunkt-directeur onder Hendrik Doeff. Het is onder dit beleid dat von Siebold in dienst gesteld werd voor het geleide wetenschappelijk onderzoek voor het controleren van de gezondheid van de Nederlandse voorpost en de bemanning van de schepen in Nagasaki. Von Siebold vervulde zijn plichten zeer goed. Hij probeerde altijd iedereen in zijn omgeving tevreden te stellen, en door zijn prestaties, werd hij voor een tijdje één van de wereldberoemde vertegenwoordigers van Japanse onderwerpen.

Siebold's eerste reis naar Japan

Op 23 september 1822 liet von Siebold Rotterdam achter zich en vertrok met de Jonge Adriana onder leiding van kapitein Bonn naar Java. Er waren driëndertig bemanningsleden, een honderttal soldaten en enkele vrouwen en kinderen. Als de enige dokter aan boord had von Siebold zijn handen vol met het verzorgen van vijftig passagiers die ziek werden gedurende de lange reis. Tijdens de reis leerde hij Maleis [16]. Op 13 februari 1823 reikte de Jonge Adriana de Batavia[17] op het eiland Java. Van der Capellen was onder de indruk van von Siebold, hij zag in hem een tweede Kaempfer en Thunburg. [18]

Om het handel drijven met Japan te verrijken, dacht Van der Capellen dat het zeer nuttig zou zijn om een wetenschapper te sturen naar Japan om de Japanners te laten kennismaken met de recentste Europese wetenschappelijke kennis. De Nederlanders wisten dat de Europese wetenschappers een grote impact hadden op Japan, namelijk in astronomie, anatomatie en chirugie, en dat zulk Europese wetenschap al gecreëerd was in de faculteit van Nederlandse Studies.

Al na drie en een halve maand in Batavia verbleven te hebben, werd von Siebold naar de Nederlandse fabriek op Deshima-eiland in de haven van Nagasaki gestuurd, daar waar de enige Europese handelspost van Japan was sinds Japan al zijn relaties met Katholieke landen brak in 1639. Von Siebold moest zorgen zowel voor de medicale zorg als voor het Nederlandse personeel en de bemanningsleden van het schip. Verder ook het aanleren van de recentste Europese geneeskundige kennis aan de Japanse wetenschappers als een gebaar van appreciatie voor de goedheid van Japan, maar misschien het meeste belangrijke, het bestuderen Japan om nieuwe bronnen van handel te onderzoeken.

Deshima (出島), faktorij van de Nederlandse Handelsmaatschappij

Het was de shogun[19] Tokugawa Iemitsu (徳川家光) (1622-1651) die bevel gaf om in de haven van Nagasaki een kunstmatig eiland "Deshima" aan te leggen. Het woord Deshima is afgeleid van het woord ""DERU (出る - でる)"" en "SHIMA (島 - しま). De Portugezen dreven als eerste Europeanen handel met de Japanners. Al snel volgden de Nederlanders. Door hun fanatieke bekeringsdrift raakte de Portugezen in moeilijkheden; de Portugezen mochten alleen vanuit Deshima contact onderhouden met de Japanners. In 1639 werden de Portugezen uit Japan verbannen. De Nederlanders wisten de Japanners ervan te overtuigen dat ze anti-katholiek waren en alleen in handel geïnteresseerd waren. De VOC kreeg in 1641 de toestemming van de Japanners om zich te vestigen op het verlaten Deshima. De Nederlanders en de Chinezen kregen het alleen handelsrecht met Japan. Deshima was dus de enige bron van informatie over wetenschappen die bedreven werd in de rest van de wereld.

In het begin van de 19de eeuw was Napoleon de baas over Nederland en had Engeland vanaf 1811 de administratie van Nederlands-Indië overgenomen. In deze tijd werd het contact tussen Nederlands-Indië en Deshima noodgedwongen verbroken. Van 1807 tot 1817 zaten de Nederlanders, met als opperhoofd Hendrik Doeff, onafgebroken en zonder contact met het moederland opgesloten op Deshima. Nederland en zijn handelscontacten moesten na 1817 opnieuw worden opgebouwd. De belangen van de VOC werden overgenomen door de Nederlandse Handelsmaatschappij, behalve op Deshima. De staat handhaafde deze handelspost vooral uit politieke motieven.

Siebold's aankomst in Nagasaki (長崎)

Op 28 juni 1823, vertrok von Siebold dan uit Batavia op de Drie Gezusters onder begeleiding van kapitein A. Jacometti[20], samen met kolonel Johan Willem de Sturler (1777-1855). Het schip betreedde de baai van Nagasaki op 8 augustus 1823. De passagiers en de bemanning werden blij verwelkomd door het aftredende opperhoofd. Von Siebold was toen achtentwintig jaar oud, en beoogde om zes jaar in Japan te verblijven en niet te vertrekken tot hij genoeg etnografische objecten en documenten verzameld had om een uitgebreide beschrijving over Japan te kunnen schrijven.

Von Siebold, die "hoogduitser"[21] genoemd werd, was een expert in inwendige geneeskunde, chirurgie, farmacologie en obstretie (verloskunde). Hij onderwees geneeskunde aan meer dan vijftig Japanse studenten, allemaal geregistreerd als tolken. Dit was omdat enkel beambten, handelaars, courtisanes en vertalers toegang hadden tot het eiland Deshima. Direct na aankomst legde hij contact met Japanse medici en natuurwetenschappers. Sommigen van hen konden de Nederlandse taal spreken en schrijven en werden Rangakusha[22] (蘭学者ーらんがくしゃ) genoemd. Het huis van Siebold groeide al gauw uit tot een centrum van ontmoetingen, lezingen en discussies, waarbij de hij werd erkend en gewaardeerd als een expert op het gebied van de Westerse wetenschap. Geen wonder dat in die jaren het Nederlands werd gezien als 'het Latijn van het Oosten'!

Ook als arts verwierf hij een goede reputatie. Hij legde veel huisbezoeken in de omtrek af. Hij mocht hiervoor geen betaling ontvangen, maar in plaats daarvan kreeg hij vaak geschenken van dankbare patiënten. Zo werd de basis gelegd van zijn etnografische verzameling. In navolging van Jan Cock Blomhoff (1779-1853), tussen 1818 en 1823 de Nederlandse commandant van Deshima, en boekhouder Johannes van Overmeer Fisscher (1800-1848), wist hij een groot aantal huishoudelijke voorwerpen, prenten, materialen en ambachtelijke kunstvoorwerpen te verwerven. In 1824 werd von Siebold de toestemming gegeven om zijn eerste school op te richten in Narutaki (鳴滝), een plaats ergens in de buitenwijken van Nagasaki. Het veranderde al snel in een soort studiehuis; een centrum voor onderwijs en wetenschappelijke discussies. Zijn Japanse studenten werden ingewijd in de westerse geneeskunde en in ruil daarvoor hielpen velen van hen bij de uitbreiding van de verzameling levende en gedroogde dieren en planten, afkomstig uit het hele land. Zo groeide de collectie aan een snel tempo: duizenden objecten, uiterst precies beschreven en gecatalogiseerd. Von Siebold was een van de eerste wetenschappers die nauwkeurig vermeldde waarvan een voorwerp was gemaakt en waarvoor het werd gebruikt. Deze ""Narutaki Academie"" was niet alleen een plaats voor het medische onderwijs, maar ook een plaats waar Westerse technologie in het algemeen onderwezen werd. Von Siebold legde op verzoek van het gouvernement in Batavia, een botanische tuin aan in zijn achtertuin op Deshima.

Von Siebold's grootste liefde

Portret van Kusumoto Sonogi.

Artsen genieten hoog aanzien in Japan, Siebold, als westerse arts, werd elke dag door zieke Japanners geconsulteerd. Tussen Siebold en de zestienjarige Kusomoto Sonogi (koosnaampje Otaki [23]), die hij in het najaar van 1823 tijdens een huisbezoek ontmoette, bloeide iets. Het keizerrijk stond echter geen gemengde huwelijken toe. Tot zijn vertrek in 1829 leefden zij samen.

Otaki leefde bij hem als courtisane. Ze hielp in zijn school en leerde hem Japans, ook al was dit tegen de wet die beveelt geen eigen taal aan te leren aan een buitenlander. Het waren alleen de vertalers en tolken die dat mochten. Vier jaar later, in 1827, werd hun dochter Oine geboren. Kusumoto Oine (1827-1903) werd de eerste vrouwelijke Japanse arts en een beroemde verloskundige.

De reis naar Edo (江戸)

Eén van de hoogtepunten van zijn verblijf in Japan was in begin 1826 wanneer een Nederlandse delegatie reisde naar Edo[24] reisde. Sinds 1790 verplichtte het shogunaat het Nederlandse opperhoofd om één keer om de vier jaar naar Edo te komen voor een formeel bezoek. In 1826 waren drie Nederlanders toegelaten om te gaan: Opperhoofd de Sturler, Dr. Heinrich Bürger[25] en von Siebold. Hij was er in geslaagd om een paar van zijn studenten, onder andere Kawahara Keiga, Takano Choei[26], Ko Ryosai en Ninomiya Keisaku, mee te smokkelen. Er waren zevenenvijftig Japanse deelnemers.

Omdat de reis gedeeltelijk over water en gedeeltelijk over land was, was von Siebold enorm enthousiast. Dit was namelijk een unieke opportuniteit om de fauna en de flora te bestuderen en om de geografie, het klimaat en de lokale gewoonten te observeren. De delegatie bereikte Edo op 10 april 1826, 2 maanden nadat ze vertrokken uit Nagasaki. Er waren veel belangrijke mensen die hun hulp boden aan von Siebold:

  • Mogami Tokunai 最上徳内(1754- 14/10/1836): een ontdekkingsreiziger in Ezochi[27], Sachalin[28] en de Koerilen, op het einde van de Edo-periode. Onder opdracht van het Edo shogunaat, ontdekte hij verschillende delen van Ezochi, vooral het zuiden van de Koerilen in 1786 en het zuiden van Sachalin in 1792. Hij kende de Ainu-taal en de Russische talen en gaf advies over Ezochi aan het Edo shogunaat. Hij ontmoette von Siebold in Edo en bezorgde hem belangrijke geografische kaarten hem.
  • Takahashi Kageyasu 高橋景保(1785 - 1829): Hij was de meest trouwe student en vriend van von Siebold. Hun relatie was heel belangrijk voor von Siebold: hij kreeg namelijk gedetailleerde kaarten van Japan en Korea (geschreven door Ino Tadataka[29]) van hem. Dit was echter ten strengste verboden, in ruil vertaalde von Siebold Nederlandse historische boeken in het Japans. Toen het shogunaat hier achter kwam, werd Siebold verbannen uit Japan en werd zijn vriend gevangengenomen.

Het Siebold Incident

Mamiya Rinzô[30] melde aan de shogun dat Siebold via Takahasi kaarten van o.a. Korea gekregen heeft. Takahasi en Rinzô worden als verraders gevangen gezet en Siebold wordt beschuldigd van spionage voor de Russen. Op 8 december arriveert er een boodschapper bij de commandant van Nagasaki, om de gangen van Siebold in het geheim na te gaan. Op 16 december waarschuwt een Japanse tolk hem en meteen daarop verstopt hij zijn kaarten en ander belastend materiaal in een loden kist in de tuin. Een dubbele bodem in zijn apenkooi doet dienst als kaartenopslag. Helaas is de achter een wand van z’n huis verstopte kaart van Korea door de muizen opgegeten. Vele malen wordt zijn huis doorzocht en Siebold krijgt huisarrest.

Verbannen uit Japan

Een jaar later, op 22 oktober 1829, besluit de Japanse regering om Siebold voor eeuwig uit Japan te verbannen. Hij moet onmiddelijk het land verlaten. Met zijn uitgebreide collectie etnografica en zijn boeken en kaarten vertrekt Siebold naar Batavia. Maar niet voordat hij zich ervan heeft verzekerd dat zijn Japanse leerlingen doorgaan met het verzamelen van wetenschappelijk en etnografisch materiaal. Aan boord van het fregat Java schrijft Siebold op 20 december 1829 aan zijn moeder:

‘ Nach einem noch sehr günstigen Ablauf der für mich so schrecklichen Ereignisse auf Japan habe ich gestern Abend Deshima verlassen. Ich führe alle meine Sammlungen mit.’

Op 28 januari 1830 komt hij aan in Batavia. Hij meldt trots aan de gouverneur Van den Bosch dat hij het volgende in Japan verzameld heeft: 200 zoogdieren, 900 vogels, 750 vissen, 170 reptielen[31], meer dan 5000 ongewervelden dieren, 2000 planten en 12. 000 herbariumpreparaten. Op 5 maart verlaat Siebold Batavia en op 7 juli 1830 landt hij in Nederland na een verblijf van acht jaar in Japan.

De "Leiden"-periode

Het zat Siebold niet erg mee. Terug in Nederland kreeg hij te maken met de afscheiding van het Koninkrijk België in 1830. Daardoor dreigde een deel van zijn collectie onbereikbaar te worden. Zijn etnografische collectie en manuscripten bevonden zich namelijk te Antwerpen. Het Rijksherbarium te Brussels bezat vele van zijn gedroogde planten, zaden en houtmonsters. De botanische tuin van Gent bezat 260 planten, knollen en bollen. Siebold drong er bij de Nederlandse regering op aan om het herbarium van Brussel over te brengen naar de Rijksuniversiteit van Leiden, en met veel moeite lukte dat. Zijn etnografische verzameling uit Antwerpen bracht hij onder in zijn nieuwe huis Rapenburg 19 te Leiden. De levende planten moesten noodgedwongen achterblijven in Gent. Zijn moeder raadde hem aan om het hem aangeboden professoraat in Leiden te aanvaarden. Als antwoord op haar brief schreef Siebold op 21 september 1830:

‘ Sie irren sehr, wenn Sie denken, dass ich Lust hegte, ein Proffessor zu werden. Das wäre, in meiner Carriere, vom Pferd auf den Esel gestiegen. Warum mich ohne Not mit fremden Arbeiten überladen, da ich zehn Jahre lang zu tun habe, um meine Werke über Japan auszugebn. Warum als ein Sklave der Zeit mich einen Hörsaal schmieden und tauben Ohren als ein alter Schulfuchs predigen - da ich frei, ganz nach Willkür leben kann. ’

Op 20 april 1831 wees koning Willem I Von Siebold een royaal jaargeld toe. Bovendien zou de hele etnografische verzameling aangekocht worden voor het bedrag van ƒ 60.000. Siebold kreeg een voorschot van ƒ 12.000. Pas in 1838 was de Nederlandse schatkist de financiële gevolgen van de oorlog met België te boven en kon Von Siebold's collectie aangekocht worden. De verzameling Von Siebold opende in dat jaar officieel haar deuren voor het publiek op het Rapenburg 19 te Leiden. Zo legde Von Siebold de basis voor het Leidse Rijksmuseum voor Volkenkunde[32]. In 1831 werd hij tot ‘Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw’ benoemd. In 1840 werd hij tot erelid van het Zoölogische Genootschap ‘Natura Artis Magistra’[33] benoemd. Naast de zeer vele onderscheidingen die hem ten deel vielen werd hij in 1842 tot de Nederlandse Adelstand verheven. Von Siebold trouwt voor de tweede maal, met de 25 jaar jongere Helene-Ida Caroline, Barones von Gagern (1820-1877). Ze kregen samen vijf kinderen[34], drie zonen en twee dochters, waarvan twee zonen, Alexander en Heinrich, hun vader's interesse voor Japan erfden.

'Nippon'

Titelpagina van von Siebold's NIPPON.

Het eerste boek dat uitgebracht werd, was 'Nippon'. Siebold's doel was om een standaardwerk over Japan te schrijven. Al zijn etnografische en geografische kennis van Japan is in dit lijvige en prachtige werk terug te vinden. Bovendien is zijn zeer leesbare verslag van de zeereis naar Batavia en vervolgens naar Deshima in dit boek opgenomen. Ook zijn persoonlijke verslag van de hofreis naar Edo heeft in dit boek een plaats gekregen. Vooral door de rijke illustraties en de nog nooit eerder gepubliceerde kaarten van Japan is dit een bijzonder boek geworden. De in opdracht van Von Siebold door Kawahara Keiga gemaakte tekeningen van het dagelijkse Japanse leven werden door de bovengenoemde illustratoren ten behoeve van 'Nippon' gekopiëerd. Van de geplande negen delen zijn er uiteindelijk zeven tussen 1832 en 1882 verschenen. Gedeelten van deel I en deel III werden bij de eerste druk zowel in het Nederlands als in het Duits uitgegeven. In 1838 werd een Franse vertaling uitgebracht. Enkele delen werden in het Russisch vertaald. In 1887 zorgden zijn zonen voor een verbeterde en goedkopere herdruk.

De opening van Japan

Siebold blijft zich inzetten voor Japan en pleit bij de Nederlandse regering diverse malen voor een actievere politiek tegenover dit land. De Amerikanen en de Russen zoeken omstreeks 1852 contact met de Japanners. Als Matthew Calbraith Perry op 8 juli 1853 met vier oorlogsschepen in een Japanse haven arriveert en eist dat Japan met Amerika een handelsverdrag sluit, moet de shogun er een jaar over nadenken. In 1854 sluit Amerika als eerste een handelsverdrag met Japan. Later volgen Groot-Brittanië, Rusland en Nederland. Tijdens de onderhandelingen met de Japanners over het handelsverdrag slaagt de staatsheer Donker Curtius[35] erin de verbanning van Siebold, daterende uit 1929, ingetrokken te krijgen.

Terug naar het Oosten

Siebold wilde graag terug naar Japan. De Nederlandse regering had vanaf 1817 tot 1854, via de Nederlandse Handelsmaatschappij, het alleen handelsrecht met Japan. Om de handel te bevorderen stelde Siebold voor om een onafhankelijk Japans Handelsgezelschap op te richten. De regering voelde hier wel iets voor maar wees Siebold door naar de Nederlandse Handelsmaatschappij. Op 22 mei 1858 stelde Siebold deze voor om een faktorij in Deshima op te richten met hem als hoofd. Verder adviseerde hij om de handel niet te beperken tot Japan, maar ook de handel met China, Formosa en Korea te bevorderen. Nederland zou de Japanners kunnen steunen bij het opzetten van een postdienst van Nagasaki naar Shanghai. In 1859 werd Siebold voor twee jaar benoemd als agent van de Nederlandse Handelsmaatschappij te Japan. Zijn voorstel om tot consul-generaal van de Nederlandse regering in Japan benoemd te worden, werd van de hand gewezen. Wel kreeg hij de opdracht om het handelsverdrag met Japan verder te ratificeren. Op 63-jarige leeftijd bereidt Philipp von Siebold zich voor op een terugkeer naar Deshima.

Siebold zijn tweede reis naar Japan

Op 4 augustus 1859, na een gedwongen afwezigheid van 36 jaar, arriveert Siebold samen met zijn 12-jarig zoontje Alexander in de haven van Nagasaki. Het oude huis van Siebold word bewoond door de Nederlandse Commissaris in Japan, Dr. Jan Hendrik Curtius. Deze lichtte hem in over de huidige complexe politieke situatie. De botanische tuin was geheel verwaarloosd. Philipp en Alexander kregen van de stadhouder van Nagasaki een kleine woning in het tempelcomplex Honrenji in het vreemdelingenkwartier van Nagasaki.

In 1861 wordt Siebold 65 jaar oud. Zijn contract met de Nederlandse Handelsmaatschappij loopt af. Maar de Shogun te Edo nodigt hem uit om wetenschappelijke lezingen aan het hof te komen houden. Op het moment dat Philipp en Alexander in Yokohama arriveren was het er erg onrustig. Buitenlanders werden als ongewenst beschouwd en staan onder militaire bewaking.

De consul-generaal van Nederland in Japan, De Witt, en de Minister van Koloniën in Den Haag zijn bang voor de invloed van Siebold op het wankele shogunaat. Bovendien verschillen ze aanzienlijk van mening. De Nederlanders, die Siebold toch al veel te eigengereid vonden, adviseerden de Japanners om hem terug te sturen. De Japanners grepen terug op een oude truc. Een van Siebold's medewerkers, Mise Shizo, werd beschuldigd van spionage. Hij zou vertrouwelijke binnenlandse informatie aan Philipp doorgespeeld hebben. Mise Shizo werd gevangen gezet en Siebold werd op 18 november 1861 terug gezonden naar Yokohama.

Alexander, 15 jaar oud, kreeg een baan als tolk op de Britse Ambassade te Yokohama. Siebold keerde terug naar Nagasaki. Ondertussen schreef de Minister van Koloniën Loudon op 19 november aan koning Willem III. Loudon raadde de koning aan om Siebold uit Japan te halen en aan te stellen als adviseur in Japanse zaken te Nederlands-Indië. April 1862 was het zover en Siebold werd teruggeroepen naar Batavia.

De Minister van Koloniën raadde Siebold aan om in Nederland zijn zaak te bepleiten. Siebold verliet Batavia en op 10 januari 1863 arriveerde hij bij zijn familie te Bonn. Bij de regering drong hij nogmaals aan op een aanstelling als diplomaat in Japan. In Amsterdam werd zijn nieuwe etnografische collectie tentoongesteld. Hij verzocht de regering deze aan te kopen. Beide verzoeken werden niet gehonoreerd.

Siebold's dood

Op 7 oktober 1863 ging Siebold met pensioen en kreeg hij een uitkering van ƒ 4000,- per jaar. De regering vorderde meteen een derde terug wegens openstaande schulden. Wel werd hij bevorderd tot generaal-majoor. Hij werd ontslagen, naar zijn eigen wens, van de Nederlandse overheidsdienst op 7 oktober 1863. Gedesillusioneerd keert Siebold in de lente van 1864 terug naar zijn geboortestad Würtzburg. Hij stierf op 18 oktober 1866.

Siebold's nalatenschap

De weduwe Helene von Siebold verhuisde op 4 mei 1868 met haar kinderen van Würzburg naar Wiesbaden. De bibliotheek van haar overleden echtgenoot zou gecatalogiseerd worden door een boekhandelaar. Deze man echter verkocht een groot deel van de boeken aan antiquairs, waaronder enige exemplaren van de ‘Flora Japonica’ en de ‘Nippon’ boeken. Duizend kilo werd als oud papier van de hand gedaan.

In september 1868 werd in een speciaal hiervoor ingerichte hal van het Nationale Museum van Beieren de etnografische verzameling van Siebold tentoongesteld. De verzameling bevatte 4000 voorwerpen. Siebold had ze afgestaan, onder de belofte dat de verzameling door de Beierse koning gekocht zou worden. Na bemiddeling van Justus von Liebig werd de collectie in 1874 voor 50.000 gulden aangekocht. Deze collectie vormt de basis van het etnografische museum te München. Helene von Siebold stierf in 1877 en werd naast haar echtgenoot begraven. Zijn tweede zoon Heinrich werd evenals Alexander een zeer gewaardeerde diplomaat in Japan.

Voetnoten

  1. http://nl.wikipedia.org/wiki/Vereenigde_Oostindische_Compagnie
  2. http://en.wikipedia.org/wiki/University_of_W%C3%BCrzburg
  3. http://en.wikipedia.org/wiki/Ignaz_D%C3%B6llinger
  4. Onder de term Napoleontische oorlogen verstaat men een reeks oorlogen en conflicten van 1804 tot 1815. De oorlogen waren een uitloper van de Franse Revolutie, en overspanden een deel van de Eerste Franse Republiek en het hele bestaan van het Eerste Franse Keizerrijk.
  5. Kaap de Goede Hoop (Afrikaans: Kaap die Goeie Hoop, Engels: Cape of Good Hope) is de naam van het zuidwestelijkste punt van Afrika, en wordt ten onrechte beschouwd als een overgang tussen de Indische Oceaan en de Atlantische Oceaan.
  6. Java (Indonesisch: Jawa) is een eiland in de Republiek Indonesië. Het eiland is 132.000 km² groot (ruim drie keer zo groot als Nederland) en heeft meer dan 114 miljoen inwoners. Daarmee is het het dichtstbevolkte eiland van Indonesië.
  7. Thomas Stamford Raffles (Port Morant, 6 juli 1781 – Baret, 5 juli 1826) was een Brits gouverneur-generaal van Nederlands-Indië van 1811 tot 1816. http://nl.wikipedia.org/wiki/Thomas_Stamford_Raffles
  8. http://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrik_Doeff
  9. Het Congres van Wenen of Weens Congres werd na de val van Napoleon in 1814 en 1815 gehouden door de overwinnende mogendheden Pruisen, Oostenrijk, Rusland en het Verenigd Koninkrijk met als doel de staatkundige herordening en institutionele reconstructie van Europa.
  10. Willem I Frederik, geboren als Willem Frederik Prins van Oranje-Nassau (Den Haag, 24 augustus 1772 – Berlijn, 12 december 1843) was de eerste koning van Nederland uit het huis Oranje-Nassau. Hij regeerde van 1815 tot 1840.
  11. De N.V. Nederlandsche Handel-Maatschappij werd op initiatief van koning Willem I in Den Haag opgericht op dinsdag 9 maart 1824. De doelstelling was (Art. 59) "bevordering van handel, scheepvaart, scheepsbouw, visserij, landbouw en (het fabriekswezen)", in voortzetting van wat tijdens de Franse overheersing van 1795 tot 1813 was ingezet.
  12. Godert Alexander Gerard Philip baron van der Capellen, (Utrecht, 15 december 1778 – De Bilt, 10 april 1848) was een Nederlandse diplomaat, onder meer minister van Binnenlandse Zaken en gouverneur-generaal van Nederlands-Indië.
  13. Engelbert Kaempfer (Lemgo, 16 september 1651 - Lieme, 2 november 1716) was een Duitse geleerde en reiziger. Zijn verslagen worden beschouwd als de belangrijkste 18e-eeuwse Europese bronnen over Japan.
  14. Isaac Titsingh (Amsterdam, 10 januari 1745 — Parijs, 2 februari 1812) was een Nederlands chirurg, geleerde, koopvaardij-handelaar en ambassadeur.
  15. Jan Cock Blomhoff (Amsterdam 5 augustus 1779 - Amersfoort, 15 augustus 1853) oefende aan het begin van de 19e eeuw belangrijke functies uit op de Nederlandse handelsnederzetting in Japan. Van 1809 tot 1817 was hij pakhuismeester van de Nederlandse factorij op het schiereiland Dejima bij Nagasaki. Van 1817 tot 1824 was hij er "opperhoofd".
  16. Oorspronkelijk de moedertaal van de Maleisiërs, die inwoners waren van het Maleisische schiereiland, Zuid-Filipijnen, Zuid-Thailand, Singapore en delen van Sumatra
  17. Het huidige Jakarta.
  18. Deze quotatie komt van een brief die von Siebold schreef naar zijn oom Franz Joseph Lotz.
  19. De Shogun was in de Japanse historie een militaire rang en de titel van feitelijk alleenheerser ten tijde van het shogunaat.
  20. Johan Henri Azon Jacometti (1 september 1887 - Rhenen, 12 mei 1940) was een Nederlands majoor die sneuvelde in de Slag om de Grebbeberg.
  21. In het Japans 山地オランダ人 -> vertaald als de Nederlander van de bergen.
  22. Letterlijk: Holland-deskundigen.
  23. In Siebolds Flora en Fauna, heeft hij een bloem naar haar naam genoemd: Hydrangea Otaksa
  24. Het huidige Tokyo.
  25. http://nl.wikipedia.org/wiki/Heinrich_Bürger
  26. http://en.wikipedia.org/wiki/Takano_Ch%C5%8Dei
  27. Het huidige Hokkaido.
  28. Sachalin is een langgerekt eiland in het Russische Verre Oosten, gelegen tussen de Zee van Ochotsk en de Japanse Zee. Samen met de Koerilen vormt het eiland de oblast Sachalin, een Russisch gebiedsdeel. Een deel van het eiland wordt nog altijd betwist.
  29. http://en.wikipedia.org/wiki/Ino_Tadataka
  30. http://en.wikipedia.org/wiki/Mamiya_Rinz%C5%8D
  31. Zo bracht Siebold ook een Japanse, grote salamander, de Andrias japonicus, mee.
  32. http://www.rmv.nl/
  33. Het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra, ("de natuur is de leermeesteres van de kunst") in de volksmond: Artis, werd in 1838 door G.F. Westerman, J.W.H. Werlemann en J.W. Wijsmuller opgericht.
  34. Alexander (geboren op 16/08/1846), Helene (geboren op 27/09/1948), Mathilde (geboren op 21/09/1850), Heinrich (geboren op 21/07/1852) en Maximiliaan (geboren op 08/03/1854).
  35. Dirk Donker Curtius, ('s-Hertogenbosch, 19 oktober 1792 – Spa, 17 juli 1864) was een Haagse advocaat en minister die als liberaal opposant optrad tegen het bewind van Willem I en Willem II.

Bronvermelding

Boeken

  • Kouwenhoven Arlette en Forrer Matthi. Siebold and Japan: His life and work, Leiden: Hotei, 2000
  • Herbert Plutschow. Philipp Franz von Siebold and the opening of Japan: a re-evaluation, Folkestone: Global Oriental, 2007
  • Kure Shūzō. Philipp Franz von Siebold: Leben und Werk, München, Iudicium, 1996
  • Willy, Vande Walle. Van samurai tot soft power, Katholieke Universiteit Leuven(acco), 2007.

Artikels Nihonjin Kaihou 2007

  • 日本人会会報 2007年2月 286号 ページ9〜12
  • 日本人会会報 2007年4月 286号 ページ13〜15
  • 日本人会会報 2007年7月、8月 291号 ページ16〜20

Internet

Wetenschappelijk artikel

Biografie