Oudste Japanse geschriften

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Murasaki Shikibu (vroege 11de eeuw) - voorbeeld oude literatuur

De hedendaagse Japanse literatuur is tot stand gekomen door een eeuwenlange beïnvloeding van buitenaf. Dus niet alleen de eigen japanse cultuur en traditie, maar ook invloed van westerse literatuur en chinese invloed hebben de japanse schrijfstijl gemaakt tot wat het op de dag van vandaag is. Een kennis van de japanse gewoontes en tradities zijn min of meer een noodzaak voor een begrip van de typische japanse boeken. Men moet het bekijken vanuit een japans opzicht. Net zoals boeken uit andere culturen kan men japanse verhalen pas ten volle waarderen als het objectief opgenomen wordt. Dit houdt in dat men een kleine basis nodig heeft over de japanse cultuur zoals de macht van de samurai en adel, rol van het boeddhisme,... Zo niet, gaan de waarden en normen die zoveel verschillen van de eigen cultuur de lezer verwarren. Vergeet niet, het is niet enkel de basis cultuur maar ook de basis japanse geschiedenis die een handje kan helpen bij het lezen van vb. historische romans. De Nara-periode heeft veel bijgedragen tot de vorming van de japanse cultuur. Tijdens deze periode zijn dan ook de drie belangrijkste en oudste japanse geschriften tot stand gekomen:

  • De Kojiki of Furukotofumi (712) - "Records of Ancient Matters",
  • Nihongi of Nihonshoki (720) - "The Chronicles of Japan",
  • De Manyōshū (ca. 759) - "Collection of Ten Thousand Leaves"


Deze drie historische bestsellers zijn de startblokken van de japanse literatuur.

Inhoud

Literatuur in de Nara-cultuur (710 - 784)

Zoals voorheen gezegd, de Nara-cultuur is van groot belang geweest voor de japanse cultuur en dus literatuur. Het ritsuryō-regime laat duidelijk blijken dat de bovenklasse de nodige kennis en vaardigheid van lezen en schrijven had om een functionerend systeem van bevolkingsregisters, landverdeling en belastingsinning uit te werken.

Door het overwaaien van kanji heeft de aristocratie van de Nara-periode een systeem uit kunnen vinden dat het opschrijven van verhalen in het japans mogelijk maakte. Voorheen was er echter geen eigen japans schrift. Enkel door Chinese karakters te gebruiken als fonetische symbolen voor japanse klanken heeft men uiteindelijk het eigen japans kana-alfabet kunnen ontwikkelen. Of toch een eerste vorm hiervan. Men noemde dit schrift oorspronkelijk het Manyogana (lett kana van Manyoshu) omdat men aan de hand van dit schrift de gedichten van het Manyoshu konden uitschrijven.


Kojiki of Furukotofumi

De Kojiki, Kroniek van oude zaken, is het oudste overlevende boek dat verteld over de vroege geschiedenis van Japan. Hoewel het moeilijk te lezen is en hoewel het eerder over mythes en tradities gaat, heeft men er toch veel uit kunnen leren.

De Kojiki bestaat eigenlijk uit twee oorspronkelijke verhalen die werden samengevoegd in opdracht van Keizer Tenmu. Keizer Tenmu beval aan Hieda no Are, een verteller van het hof, de twee geschriften te gebruiken als historische bronnen voor de samenstelling van de Kojiki. Hij moest beide verhalen onthouden en dicteren als één uiteindelijk samenhangend verhaal. Deze twee verhalen waren de 'Teiki' en de 'Kyūshi'. De 'Teiki' gaat over de keizerlijke lijn die teruggaat tot de godin Amaterasu en wat betreft de 'Kyūshi' vertelt over het ontstaan van de wereld en over de wereld van de goden(kami). Tenmu stierf voor de Kojiki afgewerkt kon worden. Het was keizerin Genmei die de draad weer oppikte en aan Ō no Yasumaro de opdracht gaf samen met Hieda no Are het geschrift af te werken. Deze originele Kojiki heeft het echter niet lang overleefd. Men vermoed dat er grote delen van verloren zijn gegaan in een brand. Wel had men gelukkig een kopie gemaakt, deze oudste versoe wordt bewaard in de Shimpukuji tempel in Nagoya.

Kenmerken en Inhoud

De verschijning van Amaterasu, de Godin van de zon

Buiten een inleiding bestaat de Kojiki uit 3 delen:

  • Kamitsumaki (let. bovenste rol),
  • Nakatsumaki (let. middelste rol),
  • Shimotsumaki (lit. onderste rol).

Yasumaro begon de Kojiki dus met een belangrijke inleiding. Eentje vol lof en glorie van de Japans keizers. Vaak werden ze zelfs boven de Chinese keizers geplaatst. Kortom een en al verheerlijking en nationalisme. Met als bedoeling dat Japan niet meer als een klein land zou bekeken worden t.o.v. China. Nu zouden ook zij hun groot werk hebben. In de inleiding wordt tevens vermeld dat er Chinese karakters zouden gebruikt worden. Yasumaro schreef met de hybrid kambun stijl. Japan had geen eigen schrift ontwikkeld, vele tekens werden zowel fonetisch gebruikt als met hun oorspronkelijke betekenis. Dit maakt het moeilijk te lezen.

De kojiki bevat diverse mythen en legendes van Japan. Verhalen over Goden zoals Izanagi en Izanami(de twee belangrijksten) of de Godin van de zon, Amaterasu. Goddelijke verschijningen werden mogelijk gebruikt om natuurlijke evenementen te verklaren. Vb. Het verhaal over Amaterasu die zich in een grot opsloot zou wel eens gebruikt kunnen zijn geweest voor een eclipse te verklaren. Hier blijft het echter niet bij, er worden ook verscheidene liederen en gedichten mee vermengd. Verhalen over keizerlijke macht en pracht komt er ook aan te pas. Kortom feit en mythe wordt weliswaar door elkaar gebruikt.

Nihongi of Nihonshoki

De Nihon Shoki, Historisch relaas van Japan, wordt wel eens gezien als de vernieuwde versie van de Kojiki. Het is dan ook het tweede oudste boek van Japan. Dit boek is echter meer gedetailleerd. Het bevat het meest complete pakket van informatie over de vroege geschiedenis van Japan. Het is één van de belangrijkste bronnen voor archeologen en historici. De Nihonshoki behandelt dus de geschiedenis van de oorsprong van Japan tot aan de eigen tijd en werd 8 jaar na de Kojiki afgemaakt (720). Onder het toezicht van Prins Toneri(een van de zonen van keizer Tenmu), in opdracht van de keizerin en met de hulp van Ō no Yasumaro, die zoals eerder besproken ook aan de Kojiki een handje meehielp.

Kenmerken en Inhoud

Nihonshoki, Chronicles of Japan


Het boek omvangt in het totaal zo'n 30 hoofdstukken met 1 extra hoofdstuk die verloren is gegaan, deze bevatte een stamtafel. De eerste twee hoofdstukken gaan over de mythes en legendes van de Goden. Hoe zij verwikkeld zijn in de oorsprong van Japan en de lange lijn van keizerlijk bloed. Vervolgens bestaan de hoofdstukken uit een vastlegging van vele gebeurtenissen in de geschiedenis na de 8ste eeuw. Het bewind van de keizers Tenji, Tenmu en Jitō werden vrij nauwkeurig weergeven. Merkwaardig genoeg beschrijft men zowel de fouten van van de 'slechte' keizers als de weldaden van de 'goede' keizers. Er is dus geen constante absolute verheerlijking aanwezig. Het was echter wel het doel van de keizerin om de macht en de heiligheid van de keizerlijke families van Japan aan te tonen. Buiten gebeurtenissen en bewind van keizers wordt er ook algemene binnenlandse politiek en internationale diplomatie besproken, samen met historische data en geographische gegevens.

Gelijkenissen en Verschillen

De Nihonshoki en de Kojiki zijn 2 verschillende geschriften met een tijdsverschil van 8 jaar tussen. Toch zijn er vele gelijkenissen, maar langs de andere kant al dan niet meer verschillen. Beiden geschriften werden opgesteld aan de hand van verzamelde historische bronnen om een vastlegging van de Japanse geschiedenis te maken. Het gebeurde in opdracht van een keizerlijke macht, bij de Kojiki was dit echter Keizer Tenmu en bij de Nihonshoki betreft dit Keizerin Genshō. Zowel bij Keizer Tenmu als Keizerin Genshō hadden het idee hun heiligheid en connectie met de Goden te bewijzen en de macht van het japanse heerschappij te tonen aan de wereld. Bij de Kojiki is dit net iets meer nationalistisch tot uiting gekomen(zie inleiding Kojiki door Ō No Yasumaro). Zoals voorheen gezegd, de Nihonshoki is gedetailleerder dan de Kojiki en dus een net iets waardevollere bron voor historici en archeologen. Beiden boeken zijn moeilijk te lezen, want het grootste deel van de Nihonshoki is uitgedrukt in klassiek chinees schrift en de Kojiki is dan weer uitgedrukt in de hybrid kambun stijl. Liederen en poëzie zijn in beiden geschriften dan weer wel in fonetische klanken opgeschreven aan de hand van deze chinese karakters. Gelukkig beschikt de Nihonshoki over een grote variateit aan nota's geadresseerd aan de lezer, hoe je bepaalde woorden in het japans moet uitspreken.

De Manyōshū

1ste gedicht:Tenji Tenno door Ichiyusai Kuniyoshi


De Manyōshū, Collectie van Tienduizend Bladeren of Tijdperken, wordt gezien als hét startpunt van de Japanse cultuur en literatuur. Het is de vroegst bestaande bundeling van Tanka gedichten. In het totaal bevat de Manyōshū zo'n 4500 gedichten. Het speciale aan dit boek is dat de gedichten van overal komen. Ze zijn geschreven door mensen uit vanalle klasse, van keizers tot verkopers en boeren. Iedereen die goed kon dichten werd hoog gerespecteerd, eender welke klasse, vrouw of man. In die vroege geschiedenis van Japan had men drie hoofdzakelijke vormen van poëtische artistiek waarin men vaak vredelievende competities hield: Chinese poëzie, Tanka poëzie en instrumentale muziek.

Het is kortom een van de rijkste en oudste culturele schatten van Japan. Net zoals andere boeken met gewone historische verhalen, vertellen deze gedichten over de oude Japanse wijze. Men kan niet met zekerheid zeggen wie de man is achter het samenstellen van de Manyōshū. Er wordt gespeculeerd dat een keizerlijke macht de opdracht had gegeven. Anderen denken dat Otomo no Yakamochi degene is die al de gedichten gebundeld heeft en zelfs een groot aantal heeft aangepast. Wat een realistische redenering zou zijn is dat er niet 1 man maar verschillende mensen aan hebben gewerkt. Elk verantwoordelijk voor 1 van de 20 volumes die deze bloemlezing vormen. Otomo no Yakamochi zou dan uiteindelijk al de volumes bij elkaar hebben gebundeld en er een serie van gemaakt hebben.

Inhoud en Kenmerken

Accuraat gezegd bevat de bloemlezing oorspronkelijk geen inleiding, 265 chōka (lange gedichten), 4,207 tanka (korte gedichten), 1 tanrenga (kort connecterend gedicht), 1 bussokusekika (gedichten over de voetafdrukken van Buddha aan de Yakushi-ji in Nara), 4 kanshi (Chinese gedichten) en ten laatste 22 Chinese passages.

De originele collectie is niet chronologisch verdeeld, er werd ook niet met hoofdstukken gewerkt maar met 3 hoofdthema's.

  • Zouka (Alledaagse gedichten over het leven en rondreizen, er is bewondering voor de natuur en het gaan en komen van de 4 seizoenen).
  • Soumonka (“liefdesgedichten”).
  • Banka (Gedichten over overledenen, melancholisch).

Er zijn 4 types van expressie die frequent voorkomen. We hebben romantische gevoelens door beeldspraak via symboliek uit de natuur. Directe gevoelens zonder symboliek, eerder realisme komen ook voor. Ten derde heb je poëtische spraak over de 4 seizoenen en als laatste gedachten en gevoelens die geprojecteerd worden op een symbolisch object. Later werden er kopies van de collectie uitgegeven met een chronologische verdeling, dit is praktisch voor de lezer.

  • In de tijde van Yuryaku (ca. 456–479), Yōmei (585–587), Saimei (594–661), met uiteindelijk Tenji (668–671) tijdens de Taika hervormingen en ten tijde van Fujiwara no Kamatari(614–669).

=> Belangrijkste dichter: de vrouw Nukata no Okimi

  • Aan het eind van de 7de eeuw tot 710 yanneer de hoofdstad verhuisde naar Heiji(Nara).

=> Belangrijkste dichter: Kakinomoto no Hitomaro, ongeveer 450 gedichten behoren hem toe.

  • Van 700 tot 733

=> Met belangrijkste dichters: Otomo no Tabito(veel chouka gedichten), Yamanoue no Okura(levenslijden en respect voor de lagere klassen), Sakanoue no Iratsume (gedichten met medelijden voor de vrouw).

  • 730 tot 760

=> Belangrijkste dichter: Otomo no Yakamochi's werken

Bronnen

Boeken

  • W.Vande Walle. Een Geschiedenis van Japan: Van samurai tot softpower, Acco Leuven, 2007.
  • Kodansha. Japan: an illustrated encyclopedia. zevende druk. Tokyo:Kodansha, 1995.

Internet

Syllabus

  • Hellemans, K. Inleiding tot de Japanse cultuur. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven, 2006.