Opkomst van de Hōjō-clan in het Kamakura-shogunaat
Uit GeschiedenisJapan
Dit artikel probeert aan de hand van enkele sleutelfiguren de groei van de Hōjō-clan als machthebbers in het shogunaat van de Kamakura-periode chronologisch te beschrijven. Het is opgedeeld in drie delen: de stichting van het Kamakura-shogunaat, de overname hiervan door de Hōjō en de consolidatie van hun macht. Het kerndeel bestaat uit de gebeurtenissen van het jaar 1180 tot 1247 die hier betrekking op hebben. Er wordt ook uitleg gegeven over de verschillende titels die hiermee te maken hebben, zoals shōgun, shikken en gokenin.
Inhoud |
Geschiedenis
De Hōjō-clan is oorspronkelijk een weinig georganiseerde familie met een vrij lage sociale status. Toch weten ze zich in de loop van ongeveer zeventig jaar op te werken tot de machtigste familie van heel Japan. De aanzet tot hun opkomst is de relatie die ze scheppen met Minamoto no Yoritomo, die trouwt met een Hōjō. Yoritomo wordt namelijk de stichter van een tweede overheid van Japan, die de Hōjō na zijn dood overnemen. Deze krijgersoverheid, het shogunaat of bakufu, evolueert tot het grootste machtscentrum in het land. Om hun macht te verzekeren moeten de Hōjō zich door heel wat opstanden en samenzweringen om de macht werken. Dit resulteert meer dan eens in de uitroeiing van een hele familie. Omdat ze geen hoge afkomst hebben, zijn er geen invloedrijke posities die leden van de familie kunnen innemen. Daarom creëren ze hun eigen titels en verzamelen van hieruit macht. De hoeksteen van hun heerschappij wordt de shikken-positie. Over de jaren van hun opkomst heen, voeren ze steeds nieuwe veranderingen uit om hun clan beter te organiseren en zo hun machtspositie te bestendigen. Bij de vernietiging van hun grootste rivaal, de Miura-clan, komt hun macht op zijn hoogste punt.
Onstaan van het Kamakura-shogunaat
Minamoto no Yoritomo
In 1159 verijdelt Taira no Kiyomori (1118-1181) een staatsgreep van Minamoto no Yoshitomo (1123-1160) in de slag die bekend staat als het Heiji-incident. Yoshitomo wordt tijdens het vluchten vermoord en zijn overlevende zonen worden verbannen naar verschillende streken. Eén daarvan, de dertienjarige Minamoto no Yoritomo (1147-1199), wordt geplaatst onder het toezicht van de Hōjō-familie in Izu[1], een zijtak van de Taira-clan. De Hōjō zijn een kleine clan waarvan de reeds beperkte invloed bedreigd wordt. De ambitieuze Hōjō Tokimasa (1138-1215) ziet de komst van Yoritomo als een kans om zijn macht te vergroten. Hij wordt Yoritomo's adviseur en in 1177 laat hij hem trouwen met zijn dochter, Hōjō Masako (1157-1225). Kiyomori ziet dit huwelijk waarschijnlijk als een verdere eliminatie van de Minamoto door vermenging met de Taira.[2] Na het Heiji-incident kan de macht van de Taira-clan, nu de Minamoto niet meer in de weg staan, groeien onder het leiderschap van Kiyomori. Hij probeert zijn macht te bestendigen door zichzelf en zijn familieleden posities aan het keizerlijk hof toe te eigenen.
Gemotiveerd door haatgevoelens die zich opgebouwd hebben, komt er een verzet op gang tegen de Taira. Omdat de misnoegde Prins Mochihito[3] (1151-1180) door toedoen van Kiyomori de troon niet zal kunnen bestijgen, verspreidt hij in 1180 een oproep tot oorlog tegen de Taira onder de Minamoto en alle krijgsbenden van het oosten. Yoritomo benadert gedurende enkele maanden verschillende oostelijke clans voor steun. Voor velen is het een moeilijke beslissing zich bij Yoritomo aan te sluiten of niet. Om steun aan te trekken, belooft hij de clans recht op bezit van het land dat als hun grondgebied beschouwd wordt, in ruil voor loyaliteit bij militaire operaties. Dit is een revolutionair systeem dat beantwoordt aan de diepgewortelde verlangens van de krijgersklasse.[4] Zo gebruikt hij de oproep van Mochihito om in de naam van de keizer de oostelijke clans aan het keizerlijk gezag te onttrekken. Wanneer hij genoeg steun heeft, gaat Yoritomo over tot actie. Hij bestormt met zijn troepen, in een door Tokimasa uitgedachte aanval, de woonplaats van een lokale hooggeplaatste Taira en laat hem executeren. Dit is het begin van de Genpei-oorlog, een trage strijd in verschillende veldslagen tegen de Taira. Geleidelijk aan sluiten meer en meer Kantō[5]-krijgers zich bij hem aan. Yoritomo geeft ze recht op bezit over hun land in ruil voor loyaliteit bij militaire operaties. De vazalstatus van deze krijgers wordt gokenin genoemd. Onder deze gokenin zijn de leden van de Hatakeyama-, Wada- en Miura-familie. Tegen het einde van 1180 is Yoritomo de aanvoerder van de hele Kantō-streek.
Yoritomo kiest Kamakura[6] als hoofdkwartier voor de administratie betreffende zijn vazallen. Hij neemt alle belangrijke beslissingen hier en noemt het zijn hoofdstad. De voornaamste instelling van het nieuwe systeem is de samurai-dokoro. Dit wordt opgericht om de gokenin te controleren en zo de onbeheerste, gewelddadige aanvallen die ongewild in de naam van de Minamoto worden uitgevoerd, te stoppen. In oktober 1183 worden bepaalde bevoegdheden aan Yoritomo toegekend door het keizerlijk hof. De precieze inhoud van dit decreet is niet overgeleverd, maar het zorgt er in ieder geval voor dat de macht van Kamakura zich kan uitbreiden naar het westen van Japan. Door westelijke vazallen aan te werven, zorgt Yoritomo ervoor dat Kamakura een nationale status krijgt. In 1184 voegt hij twee instellingen toe aan de Kamakura-overheid: het kumonjo en het monchūjo. Het eerstgenoemde houdt zich bezig met publieke administratie en het laatstgenoemde met onderlinge conflicten tussen de vazallen.
De Genpei-oorlog eindigt in 1185 met een grootse zeeslag. Onder leiding van Minamoto no Yoshitsune (1159-1189), een broer van Yoritomo, worden de Taira verslagen. Nu de oorlog voorbij is, wil Yoritomo de autoriteit van zijn nieuwe overheid bestendigen. Hij beloont bepaalde oostelijke gokenin met een nieuwe titel, genaamd jitō. Jitō zijn beheerders van het land van de gokenin die onder andere instaan voor het innen van belastingen. Later voert hij ook de shugo-titel in, militaire beschermers met rechterlijke bevoegdheden. De Kamakura-overheid groeit uit tot een nationaal machtscentrum dat het bestuur over Japan met het hof deelt, zonder de instellingen hiervan te vervangen. Men kan hier spreken van het begin van de Kamakura-periode. In 1192 benoemt de keizer Yoritomo tot seii taishōgun, afgekort shōgun. Dit is een titel die oorspronkelijk gegeven werd aan een aanvoerder van krijgers die noordelijke rebellen moest neerslaan. De overheid van Yoritomo komt bekend te staan als bakufu, wat “legerhoofdkwartier” betekent en dus wijst op het militaire karakter ervan. Ook al wordt het woord bakufu in het Nederlands vaak gelijkgesteld met “shogunaat”, kan men er nu nog niet van speken. Yoritomo vindt de shōgun-titel namelijk niet belangrijk en doet er in 1195 afstand van. Voor de Hōjō zal het in hun vroege heerschappij echter een titel van groot belang zijn, essentieel aan hun bestuurssysteem.
Overname door de Hōjō
Hōjō Tokimasa
Tijdens de Genpei-oorlog speelt Tokimasa een belangrijke rol als adviseur van Yoritomo. Na 1185 echter, verzwakt zijn positie. Voor Yoritomo sterft, bestemt hij zijn zoon Minamoto no Yoriie (1182-1204) als zijn opvolger. Hij duidt de Hiki-clan, waarmee de Minamoto oude banden hebben, als verzorgers aan. Yoriie trouwt met een Hiki-vrouw, die in 1197 bevalt van zijn eerste zoon, Ichiman (1197-1203). De Hōjō raken vervreemd van Yoriie, terwijl de Hiki zijn bondgenoten worden. Wanneer Yoriie bij de dood van Yoritomo hoofd van het bakufu[7] wordt, zet hij kwaad bloed bij verschillende vooraanstaande gokenin door zijn koppig en adolescent gedrag. Enkele kopstukken van het bakufu zijn niet gerust met hem op zo'n hoge positie en vormen een raad die zijn rechterlijke bevoegdheden overneemt. In deze raad zitten onder andere Tokimasa, zijn zoon Yoshitoki (1163-1224) en Kajiwara Kagetoki. Kagetoki staat bij velen bekend als trouwe volgeling van Yoritomo, terwijl anderen hem als bedrieglijk brandmerken. Tegen het einde van 1199 verzamelt Yoriie, gedreven door zijn woede over de macht die hem afgenomen is, een oppositie tegen Kagetoki op basis van laster. In 1200 laat hij hem doden. Of de Hōjō een rol spelen in de ondergang van Kagetoki is niet duidelijk.
In 1203 wordt Yoriie ernstig ziek. Men besluit dat in het geval van zijn dood, het bestuur van het bakufu verdeeld wordt onder Ichiman en Senman (1192-1219), de jongere broer van Yoriie. Dit beslissingsproces is waarschijnlijk sterk beïnvloed door de Hōjō.[8] Nu Yoriie van hun familie vervreemd is, willen ze Senman gebruiken om de macht te grijpen. Bij de Hiki valt de beslissing niet in goede aarde. Yoriie zweert samen met zijn schoonvader Hiki Yoshikazu tegen Tokimasa. Voor ze kunnen toeslaan echter, laat Tokimasa Yoshikazu doden. Onder leiding van Yoshitoki en zijn zoon Yasutoki (1183-1242) moordt een leger van de Hōjō de rest van de Hiki uit en doodt Ichiman. Kort hierop wordt Yoriie afgezet. De elfjarige Senman neemt zijn plaats in als shōgun en staat vanaf nu bekend als Minamoto no Sanetomo.
In de Heian-periode is de gewoonte ontstaan dat keizers aftreden om een grotere invloed[9] te kunnen uitoefenen dan door op de troon te blijven. Ze regeren dan als voogd van een minderjarige afstammeling die de keizerlijke positie overneemt. Door dit systeem kan ook Tokimasa, als grootvader, een gelijkaardige positie als voogd van Sanetomo innemen. De positie van voogd van de shōgun komt bekend te staan als shikken. Dit woord is oorspronkelijk een alternatieve[10] benaming voor een hoofd van het mandokoro, het vroegere kumonjo. Omdat Tokimasa aan het hoofd van het mandokoro staat en dus shikken is, gaat men de titel ook voor zijn nieuwe positie gebruiken. Alle decreten die het bakufu in de periode met Tokimasa als shikken uitvaardigt, worden enkel ondertekend door Tokimasa.[11] Dit betekent dat hij het eigenlijke leiderschap van het bakufu in handen heeft. De shōgun heeft vanaf nu geen echte macht meer en dient slechts als schijn.
Nu hun machtspositie nog niet sterk bestendigd is, is de kwestie van legitimiteit zeer belangrijk voor de Hōjō. Rivaliserende clans zouden die legitimiteit namelijk in twijfel kunnen trekken, aanspraak maken op hun macht en opstanden veroorzaken. De reden waarom de legitimiteit van de Hōjō betwijfelbaar is, is omdat ze met hun heerschappij de macht van de keizer in het gedrang brengen. Aan de andere kant nemen ze ook de hoge positie van de Minamoto in het bakufu af.[12] Het bakufu is ontstaan doordat een groot aantal clans zich aansloot bij Minamoto no Yoritomo toen hij hen opriep tot oorlog tegen de Taira. Deze clans kozen voor een Minamoto, een legitieme heerser met een hoge afkomst, niet de Hōjō. Vandaar dat de shōgun-positie noodzakelijk is voor de Hōjō. Door een Minamoto op deze positie te houden, kunnen ze hun heerschappij legitiem laten lijken.
Consolidatie van de macht
Hōjō Yoshitoki
Ook al laat Sanetomo de politiek volledig over aan de Hōjō, toch duurt de heerschappij van Tokimasa niet lang. Op zijn bevel wordt Yoriie in 1204 vermoord. Een jaar later zet de Maki-familie hem op tegen de Hatakeyama-clan. De Maki zijn de familie van een van de vrouwen[13] van Tokimasa. Geïnformeerd door een schoonzoon van Tokimasa genaamd Hiraga Tomomasa, beweren ze dat Hatakeyama Shigetada een opstand voorbereidt tegen het bakufu. Tokimasa stuurt zijn zoons Yoshitoki en Tokifusa erop uit om de Hatakeyama te straffen, maar Yoshitoki protesteert. Hij heeft namelijk persoonlijke banden met Shigetada. Tokimasa weigert van mening te veranderen, waarop de twee zoons de uitroeiing van de Hatakeyama uitvoeren. Deze gebeurtenissen zorgen voor een breuk tussen Tokimasa en Yoshitoki, die ervan overtuigd is dat de Hatakeyama onschuldig waren. Kort hierna wordt Yoshitoki verteld dat Tokimasa een moord op Sanetomo plant om hem te vervangen door Tomomasa. Of het moordplan nu waar is of niet, verzet Yoshitoki zich met Masako aan zijn zijde tegen zijn vader. Hij laat Sanetomo van het huis van Tokimasa overbrengen naar zijn huis en verzamelt een oppositie van belangrijke gokenin tegen Tokimasa. Overweldigd door de opstand, treedt Tokimasa af en gaat in ballingschap in Izu. Yoshitoki volgt hem op als shikken en laat Tomomasa doden.
Enkele jaren later valt er weer een clan onder de heerschappij van de Hōjō. Deze keer gaat het om de Wada, waarvan de leider Yoshimori heet. Yoshimori staat sinds 1180 aan het hoofd van de samurai-dokoro en heeft herhaaldelijk bewezen dat hij trouw is aan de Hōjō. Yoshitoki en Masako besluiten dat Yoshimori een bedreiging is voor de Hōjō door zijn grote invloed. Ze willen de Wada uitlokken tot opstand zodat ze een rechtmatige reden hebben voor hun vernietiging. In 1213 arresteert Yoshitoki twee van de zoons en de neef van Yoshimori op basis van samenzwering tegen Sanetomo. Yoshitoki laat de zoons op vraag van Yoshimori vrij. De neef, genaamd Tanenaga, echter, toont hij gekneveld als een ordinaire bandiet aan de Wada. Wanneer de in beslag genomen landen van Tanenaga volgens de gewoonte aan Yoshimori overgedragen worden, neemt Yoshitoki ze af. Yoshimori beslist dat hij genoeg heeft van deze vernederingen en bereidt een aanval op de Hōjō voor. Hij vraagt onder andere hulp aan de Miura, een machtige clan waarmee ze verwant zijn. Clanhoofd Miura Yoshimura besluit trouw te zijn aan de Hōjō en verraadt het plan. De Hōjō verslaan de Wada in de hieruit resulterende oorlog en roeien een groot deel van de familie uit.
Omdat Sanetomo geen nakomelingen heeft, willen Yoshitoki en Masako een jonge keizerlijke prins als opvolger. Deze beslissing wordt gemotiveerd door verschillende redenen. Ten eerste hebben ze Sanetomo vanaf zijn kindertijd in de hand kunnen houden. Een volwasssen shōgun die ze niet kunnen controleren, zou een bedreiging voor de Hōjō zijn. Bovendien is er met iemand van keizerlijke afkomst als shōgun, geen sprake meer van illegitimiteit.[14] In 1218 onderhandelt Masako met één van de vrouwen van ex-keizer Go-Toba (1180-1239), en weet een keizerlijke opvolger te verzekeren. Bij de moord op Sanetomo in 1219 echter, trekt Go-Toba zijn beslissing in. De dader is Kugyō (1200-1219), een zoon van Yoriie die voor deze moord geëxecuteerd wordt door de Hōjō. Moderne historici hebben verschillende theorieën rond deze moord. Eén daarvan vertelt dat Yoshitoki Kugyō aanzette tot de moord[15], een andere dat het deel van een samenzwering van de Miura tegen de Hōjō was[16]. De meest legitieme opvolger die de Hōjō nu kunnen verkrijgen, is Kujō Mitora (1218-1256), wiens overgrootmoeder de zus van Yoritomo is. Ze laten hem naar Kamakura overbrengen en plannen zijn benoeming. De terugtrekking van Go-Toba zorgt voor wrokgevoelens bij het bakufu.
Na zijn aftreding in 1198, heeft Go-Toba zich druk beziggehouden met het vergaren van macht en rijkdom door krijgers uit verschillende streken en verschillende lagen van de gemeenschap te rekruteren, waaronder ook gokenin. Met programma's om de adel te trainen in de vechtkunst, wil hij het hele keizerlijke hof meeslepen in zijn gevoelens tegen het bakufu. In 1221 denkt hij dat hij in zijn huidige positie zijn verlangen waar kan maken om het hof als enige machtscentrum te herstellen. Daarom roept hij zijn krijgers op tot strijd tegen het bakufu, waarbij hij specifiek Yoshitoki als vijand bestempelt. Dit blijkt al gauw een grote vergissing te zijn. Omdat hij, in tegenstelling tot het bakufu, geen land als beloning kan beloven, is de opkomst veel kleiner dan verwacht. Bovendien is er door de grote verscheidenheid van de krijgers weinig samenhang in de troepen. Ook de steun van de aristocratie die hij verwacht, blijft uit. De overwinning van het bakufu is onvermijdelijk. Dit conflict wordt het Jōkyū-incident genoemd. De gevolgen van de nederlaag van het hof zijn drastisch. De macht van de Hōjō kan zich sterk bestendigen, terwijl die van het hof verzwakt. De Hōjō verbannen Go-Toba samen met twee andere ex-keizers. Ze vervangen de regerende keizer met de minderjarige Go-Horikawa en zetten hem onder de controle van zijn vader, Go-Takakura. Go-Takakura krijgt zo de titel van ex-keizer, ook al is hij nooit keizer geweest.[17] Daarnaast installeert Yoshitoki zijn zoon Yasutoki en zijn broer Tokifusa in Kyoto als verantwoordelijken voor de controle op het keizerlijke hof. Deze positie heet Rokuhara tandai. Ten slotte kunnen er na het Jōkyū-incident over heel Japan jitō geplaatst worden.
Hōjō Yasutoki
In 1224 sterft Yoshitoki plotseling. Omdat de overdracht van de macht nog niet geïnstitutionaliseerd is, is het niet zeker wie zijn opvolger wordt. Eén van de weduwen van Yoshitoki, die tot de Iga-clan behoort, wil deze situatie gebruiken om samen met haar familie het bakufu over te nemen. Het plan is ervoor te zorgen dat haar broer, hoofd van het mandokoro, de eigenlijke macht in handen krijgt.[18] Om dit mogelijk te maken, moet haar zoon met Yoshitoki, genaamd Hōjō Masamura, de nieuwe shikken worden. Yasutoki, de oudste zoon van Yoshitoki en dus degene die het meeste aanspraak heeft op de positie, is geen zoon van de Iga-vrouw van Yoshitoki.[19] Zoals de Wada, zoeken de Iga hulp bij de machtige Miura. Deze keer kiest Yoshimura niet onmiddellijk voor de kant van de Hōjō. Masako vangt geruchten van de samenzwering op en besluit Yoshimura te bezoeken. Ze onderhandelen en komen overeen dat Yasutoki een betere leider zou zijn dan iemand van de Iga. Zo weet Masako de samenzwering in de kiem te smoren en de shikken-positie voor Yasutoki te verzekeren.[18] Yasutoki verbant de samenzweerders, maar Masamura wordt onschuldig bevonden.[19]
Als shikken zorgt Yasutoki voor een reeks belangrijke veranderingen aan het bestuur van het bakufu. Om de shikken-positie en de invloed van de Hōjō te versterken, creëert hij in 1225 de rensho-positie. De rensho zet zijn handtekening naast die van de shikken en assisteert hem. Zoals de shikken, kan alleen een Hōjō rensho worden. Shikken is de hoogste positie voor een afstammeling in de directe lijn, rensho voor iemand uit een aftakking van de familie. Omdat de directe lijn boven aftakkingen staat in de hiërarchie van de Hōjō, is de shikken altijd de tokusō, het hoofd van de Hōjō-familie.[20] De eerste die de rensho-titel bekleedt is Tokifusa. De shikken en rensho staan samen aan het hoofd van het hyōjōshū, dat hij ook in dat jaar sticht. Het hyōjōshū is een rechterlijke raad die bestaat uit ervaren bureaucraten en later ook gokenin. Ook al zitten er leden van verschillende clans in, is de enige met veel gezag Miura Yoshimura.[21] Het wordt het hoogste bureau van het bakufu. Het volgende jaar verheft Yasutoki Kujō Mitora officieel tot shōgun. Deze komt nu bekend te staan als Kujō Yoritsune. Vervolgens zet Yasutoki 51 artikels op papier die hij in 1232 uitvaardigt als officiële wetten. Hiermee maakt hij geen grote juridische veranderingen, maar stelt hij slechts het gewoonterecht op schrift.[22] Deze artikels worden de Jōei shikimoku ofwel Goseibai shikimoku genoemd.
Hōjō Tokiyori
Bij de dood van Yasutoki in 1242, erft zijn achttienjarige kleinzoon Hōjō Tsunetoki (1224-1246) de shikken-positie. Yasutoki's oudste zoon is namelijk vroeg gestorven. Yoritsune is niet opgezet met een shikken die zes jaar jonger is dan hij en zijn zaken voor hem regelt. Onder invloed van deze gevoelens, groeit zijn verlangen echte macht te kunnen uitoefenen, in plaats van een pure façade te zijn. Gesteund door de Miura, confronteert hij Tsunetoki hiermee. De Hōjō willen er niets van weten, zetten hem af en vervangen hem met zijn zevenjarige zoon, Kujō Yoritsugu. Omdat Tsunetoki in 1245 ernstig ziek wordt, moet hij zijn positie aan zijn jongere broer Hōjō Tokiyori (1227-1263) overdragen. Een jaar later sterft hij. Na de benoeming van Tokiyori komt er een verzet op gang onder leiding van het hoofd van een aftakking van de Hōjō. De Hōjō belemmeren dit door de leider, genaamd Nagoe Mitsutoki, en enkele andere leden van de hyōjōshū die met hem samenzweerden, van hun posities te verwijderen. Kort hierna provoceert Yoritsune de Hōjō, waarop ze hem wegsturen naar het keizerlijk hof in Kyōto .
Na de vernietiging van de Hiki-, Hatakeyama- en Wada-clan, zijn de Miura de enigen die de Hōjō kunnen beperken in hun macht. Deze clan staat sinds de dood van Yoshimura in 1239 onder leiding van diens zoon Yasumura. In 1247 groeit er een vijandige relatie tussen de Miura en de Adachi. De Adachi-clan is de familie van de moeder van Tokiyori. Bij de plotse terugkeer van Adachi Kagemori, voormalig clanhoofd, beginnen de Adachi met het uitlokken van de Miura. Wanneer ze overgaan tot de aanval, staan de Hōjō aan hun kant. Samen roeien de twee clans de Miura uit.
Met de uitschakeling van de Miura bereikt de consolidatie van de macht van de Hōjō zijn hoogste punt. Zonder de politieke invloed van de machtige Yasumura en andere Miura, staan ze sterker dan ooit. Bovendien komt nu Sagami[23], waarover de Miura de facto regeerden, onder direct bestuur van de Hōjō. Hun invloed over Sagami is geleidelijk aan gegroeid. De eerste stap was de dood van Kajiwara Kagetoki. Kagetoki was namelijk kokushi van Sagami. Dit is in het traditionele systeem de beheerder van een provincie. Sagami was het grondgebied van zowel de Hiki, als de Hatakeyama, als de Wada, als de Miura. Met de stapsgewijze uitroeiing van deze clans, groeide telkens de greep van de Hōjō op de provincie, die het centrum van hun macht werd. Tokiyori zorgt voor verdere bestendiging door de overerving van het leiderschap van de clan te institutionaliseren, zodat er geen interne conflicten over kunnen ontstaan. Vanaf nu zal de tokusō-positie altijd overgeleverd worden aan een afstammeling in de directe lijn. In 1252 beslist Tokiyori dat hij geen familie van de Minamoto meer als shōgun wil. Hij zet Yoritsugu af en haalt de nieuwe shōgun uit de keizerlijke familie. In de beginjaren van het bakufu werd de macht over Japan gedeeld met het hof, maar nu is het evenwicht sterk naar de kant van het bakufu verschoven. Vooral onder invloed van Yasutoki en Tokiyori is het bakufu uitgegroeid tot een volledig gevestigde nationale overheid.
Voetnoten en verwijzingen
- ↑ Izu (702-1871): een provincie in het oosten van Japan bestaande uit een schiereiland en enkele volledig van het land gescheiden eilanden. Shikisoku en Bethetsu. ``Izu province. The Samurai Archives SamuraiWiki. 19-10-2006. <http://wiki.samurai-archives.com/index.php?title=Izu_province>. (22-11-2008).
- ↑ Mass, Jeffrey P., Warrior government in early medieval Japan: a study of the Kamakura Bakufu, Shugo, and Jito, Yale University Press: New Haven, 1974, p. 59.
- ↑ Prins Mochihito: een zoon van Go-Shirakawa (ex-keizer 1158-1179, 1180-1192). Kiyomori zet zijn schoonzoon, de jongere broer van Mochihito, op de troon zodat zijn kleinzoon keizer kan worden en hij als diens beschermer de macht op zich kan nemen.
- ↑ Yamamura, Kozo (e.a.). The Cambridge History of Japan, Volume 3: Medieval Japan, Cambridge: Cambridge University Press, 1990.
- ↑ Kantō: regio die bestaat uit verschillende oostelijke provincies. Bethetsu. ``Kanto. The Samurai Archives SamuraiWiki. 29-04-2008. <http://wiki.samurai-archives.com/index.php?title=Kanto>. (22-11-2008).
- ↑ Kamakura: een stad in het oosten van de provincie Sagami.
- ↑ Yoriie wordt bij de dood van Yoritomo het hoofd van het shogunaat, maar krijgt pas de titel shōgun in 1202. Zoals eerder vermeld wordt de overerving van die titel pas belangrijk onder de Hōjō. Mass, Jeffrey P.. The Early Bakufu and Feudalism, in: Mass, Jeffrey P. (e.a.). Court and Bakufu in Japan: Essays in Kamakura History, New Haven: Yale University Press, 1982, p. 128-129.
- ↑ Varley, H. Paul. The Hōjō Family and Succession to Power, in: Mass, Jeffrey P. (e.a.). Court and Bakufu in Japan: Essays in Kamakura History, New Haven: Yale University Press, 1982, p. 149-150.
- ↑ Een keizer wordt in zijn macht beperkt door de regent en de ministers, maar de vader van een keizer krijgt daar voorrang op. Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan: Van samurai tot soft power, Leuven: Acco, 2007, p. 80.
- ↑ Gewoonlijk wordt dit bettō genoemd.
- ↑ Yamamura, Kozo (e.a.). The Cambridge History of Japan, Volume 3: Medieval Japan, Cambridge: Cambridge University Press, 1990, p. 67.
- ↑ Steenstrup, Carl. Hōjō Shigetoki (1198-1261) and his Role in the History of Political and Ethical Ideas in Japan, London: Curzon Press Ltd., 1979, p. 11.
- ↑ Dit is de tweede vrouw van Tokimasa en niet de moeder van Yoshitoki en Masako
- ↑ Yamamura, Kozo (e.a.). The Cambridge History of Japan, Volume 3: Medieval Japan, Cambridge: Cambridge University Press, 1990, p. 69.
- ↑ Mass, Jeffrey P. (e.a.). Court and Bakufu in Japan: Essays in Kamakura History, New Haven: Yale University Press, 1982, p. 158.
- ↑ Steenstrup, Carl. Hōjō Shigetoki (1198-1261) and his Role in the History of Political and Ethical Ideas in Japan, London: Curzon Press Ltd., 1979, p. 15-16.
- ↑ Dit is de eerste keer in de geschiedenis van Japan dat een keizer en een ex-keizer gekozen wordt door een macht buiten het hof en de eerste keer dat iemand de titel van ex-keizer krijgt zonder keizer geweest te zijn. Buiten deze twee benoemingen laten de Hōjō de bevoegdheid over de overdracht van de keizerlijke macht wel in de handen van het hof. Hurst, Cameron G. III. The Kōbu Polity: Court-Bakufu Relations in Kamakura Japan, in: Mass, Jeffrey P. (e.a.). Court and Bakufu in Japan: Essays in Kamakura History, New Haven: Yale University Press, 1982, p. 16-17.
- ↑ 18,0 18,1 Varley, H. Paul. The Hōjō Family and Succession to Power, in: Mass, Jeffrey P. (e.a.). Court and Bakufu in Japan: Essays in Kamakura History, New Haven: Yale University Press, 1982, p. 160.
- ↑ 19,0 19,1 Steenstrup, Carl. Hōjō Shigetoki (1198-1261) and his Role in the History of Political and Ethical Ideas in Japan, London: Curzon Press Ltd., 1979, p. 86-87.
- ↑ Varley, H. Paul. The Hōjō Family and Succession to Power, in: Mass, Jeffrey P. (e.a.). Court and Bakufu in Japan: Essays in Kamakura History, New Haven: Yale University Press, 1982, p. 162.
- ↑ Mass, Jeffrey P.. The Development of Kamakura Rule, 1180-1250: a History with Documents, Stanford: Stanford University Press, 1979, p. 88-89.
- ↑ Mass, Jeffrey P.. The Development of Kamakura Rule, 1180-1250: a History with Documents, Stanford: Stanford University Press, 1979, p. 83.
- ↑ Sagami (702-1871): een provincie in het oosten van Japan, ten noorden van Izu. Shikisoku en Bethetsu. ``Sagami province. The Samurai Archives SamuraiWiki. 19-10-2006. <http://wiki.samurai-archives.com/index.php?title=Sagami_province>. (20-12-2008).
Literatuuropgave
- Boot, W.J.. Keizers en Shōgun: Een geschiedenis van Japan tot 1868, Amsterdam: Amsterdam University Press, 2001.
- Friday, Karl F.. Samurai, Warfare and the State in Early Medieval Japan, Londen: Routledge, 2003.
- Hiraizumi, Kiyoshi. The Story of Japan Vol. II: History from the Warrior Hachiman Tarô to the Muromachi period, vertaald door: Sey Nishimura en comité, Ise: Seisei Kikaku, 1999.
- Lu, David J.. Japan: A Documentary History: The Dawn of History to the Late Tokugawa Period, Armonk: M.E. Sharpe, 1997.
- Mass, Jeffrey P. (e.a.). Court and Bakufu in Japan: Essays in Kamakura History, New Haven: Yale University Press, 1982.
- Mass, Jeffrey P.. The Development of Kamakura Rule, 1180-1250: a History with Documents, Stanford: Stanford University Press, 1979.
- Mass, Jeffrey P.. Warrior government in early medieval Japan: a study of the Kamakura Bakufu, Shugo, and Jito, New Haven: Yale University Press, 1974.
- Shigekazu, Kondo. 1247 as a Turning Point for the Kamakura Shogunate, vertaald door: Segal, Ethan I., in: Edström, Bert (e.a). Turning Points in Japanese History, Sandgate: Japan Library, 2002, p. 25-33.
- Steenstrup, Carl. Hōjō Shigetoki (1198-1261) and his Role in the History of Political and Ethical Ideas in Japan, London: Curzon Press Ltd., 1979.
- The Samurai Archives SamuraiWiki. <http://wiki.samurai-archives.com/>. (voor details zie #Voetnoten en verwijzingen)
- Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan: Van samurai tot soft power, Leuven: Acco, 2007.
- Yamamura, Kozo (e.a.). The Cambridge History of Japan, Volume 3: Medieval Japan, Cambridge: Cambridge University Press, 1990.

