Oorlog tussen Satsuma en Groot-Brittanië
Uit GeschiedenisJapan
Inhoud |
Aanloop
In 1854 kwam er voor Japan een officieel einde aan meer dan 200 jaar isolement. De grenzen werden opengesteld voor de buitenlanders. Een politieke malaise en het feit dat de buitenlanders met de winsten gingen lopen ten koste van het gewone volk zorgden voor ontevredenheid. Er ontstonden radicale 'weg met de buitenlanders' bewegingen die in een aantal han waaronder Satsuma, veel aanhang hadden.
Namamugi incident
Charles Lennox Richardson, een Britse handelaar uit Shanghai was op bezoek in Yokohama. Op 14 september 1862 reed hij samen met William Marshall, Woodthorpe Clarke en Richardsons schoonzus op de Tokaido. In Namamugi een dorpje nabij Kanagawa troffen ze het gevolg van Shimazu Hisamitsu, de vader van de daimyo van Satsuma, die de eigenlijke macht in handen had. Ze weigerden van hun paard te stijgen en plaats te maken. Nadat de leiders van het gevolg gepasseerd waren, vielen de achterste leden de Britten aan. Mevrouw Borrodaile kon ontsnappen, Marshall en Clarke werden zwaar verwond. Richardson viel zwaar gewond van zijn paard en een paar volgelingen kregen het bevel zijn keel over te snijden.
Reactie van de Britten
De Britse regering en bevolking waren verontwaardigd. Lt Colonel Edward St. John Neale, de Britse zaakgelastigde in Japan, besloot om niet meteen militaire actie te voeren maar de tycoon regering zijn werk te laten doen. Satsuma negeerde de Japanse regering. Ze deden geen enkele poging om de schuldigen te straffen of het goed te maken. De Britten eisten verontschuldigingen en schadevergoeding van de tycoon regering. Van de Prince van Satsuma eisten ze de onmiddelijke veroordeling en terechtstelling van de moordenaars en een som van 25 000 pond schadevergoeding aan de familie van Richardson en de gewonden. Neale waarschuwde dat als de eisen niet werden tegemoetgekomen de Britse militairen op zee ze wel zouden afdwingen. De brief met de eisen moest per schip in Kagoshima, de hoofdstad van Satsuma, afgeleverd worden.
Onderhandelingen
De Britse vloot, die uit 7 schepen bestond, vertrok op 6 augustus 1863 vanuit Yokohama. Aan boord bevonden zich o.a. Neale en admiraal Sir Augustus Leopold Kuper. Ze arriveerden op 11 augustus in Kagoshima en meerden aan. In Kagoshima werd het alarm gegeven. Het afweergeschut werd bemand en was schietensklaar. De Satsuma bevelhebber was Komatsu Tatewaki. Hun afweergeschut bestond uit 87 geweren. 2 Keer naderde een boot met Satsuma ambtenaren de Britse vloot. Ze wilden informatie inwinnen over hun doel en kregen een brief van Neale die voor de daimyo bestemd was. De ambtenaren meldden dat de daimyo niet in Kagoshima was maar dat alles gereed stond voor het interview. In werkelijkheid wisten ze dat de daimyo de eisen onredelijk vond en liever vocht dan toe te geven. Kuper en Neal weigerde zoiets belangrijk schriftelijk te bespreken.
De ontevreden samoerai
De Satsuma samurai, die anti-buitenlands gezind waren, wilden actie. 73 Van hen vermomden zich als handelaars met groenten. Op 13 augustus begaven ze zich samen met een paar ambtenaars op 7 schepen elk naar een Brits schip. De bedoeling was dat ze aan boord op een signaal moesten wachten om hun zwaard te trekken. Tegelijkertijd zouden de kustmilities het vuur openen. Maar de Britten waren achterdochtig. Geen enkel schip liet de 'handelaars' binnen. Na lang onderhandelen stemde Neal toch in om een ambtenaar met minstens 40 aanhangers te ontvangen op het vlaggenschip, Euryalus. Hij plaatste langs de doorgang een lijn gewapende mariniers. Daar tegenover gingen de aanhangers staan. Door de zware controle was het voor de samurai onmogelijk om iets te ondernemen.
Antwoord op de brief van Neale
De ambtenaar had een geschreven antwoord op Neales brief. De bespreking was nog maar pas begonnen toen een boot het schip bereikte en een boodschap aan de ambtenaar werd overhandigd. Hij zei dat er een fout in de brief stond die moest worden rechtgezet en hij verliet het schip. Ondertussen waren de milities aan land bemand en voortdurend op de Britse vloot gericht, vooral op de Euryalus. Diezelfde avond nog kwam de Satsuma ambtenaar terug en overhandigde de brief van de Satsuma regering, getekend door Kawakami Tajimi, minister van de prins van Satsuma. In de brief stond dat Shimazu de moorden niet had bevolen en dat de moordenaars zouden worden berecht en geëxecuteerd als ze werden gevonden. Maar er stond ook in dat de 4 Britten zich niet aan de regels hadden gehouden. Neale zou volgens hem juist hetzelfde hebben gedaan moesten Japanners op zijn grondgebied de wetten overtreden. Verder staat er nog vermeld dat ze volledig hadden gehandeld naar de orders van de Edo regering. De Edo regering en de Britse regering moesten samen beslissen wie gelijk had. Dit antwoord stelde Neale helemaal niet tevreden. Hij verzocht Kuper om actie te ondernemen.
De oorlog
Bombardement op Kagoshima
Op 17 augustus nam Kuper actie. Hij beval Kapitein Borlase om met een deel van het eskadron naar een baai te gaan in het noorden van Kagoshima. Daar lagen 3 boten van de prins die hij moest innemen zonder te veel bloedvergieten en gijzelingen. De opdracht lukte en nog in de voormiddag werden de boten bij de vloot toegevoegd. De Samurai wachtten op een signaal van de daimyo. Die middag kwam het signaal, het Tempozan fort vuurde als eerste. De Britten waren verrast. Omdat ze belemmerd werden door de 3 Japanse boten beval Kuper ze in brand te steken. De Britse schepen begonnen zich te organiseren en plaatsten zich op 1 lijn tegenover het afweergeschut aan de kust. Ze beschoten en bombardeerden de stad tot ze zich moesten terugtrekken door het slechte weer. De Britten hadden grote schade aangericht. Het afweergeschut was verlaten, er waren explosies. De helft van de stad was vernietigd. Die nacht blies er een hevige taifoon die het vuur nog meer verspreidde. De hemel kleurde geel van het vuur. De volgende morgend was het weer beter maar Kagoshima stond nog steeds in brand. Kuper zag dat de Japanners afweergeschut aan het installeren waren waar de Britse vloot lag aangemeerd. De vloot verplaatste zich en onderweg bombardeerden ze nog het afweergeschut van Sakurajima en het paleis van de daimyo.
Tol van de oorlog
Neale was tevreden over de actie en stelde voor het eskadron terug te trekken. Toen werd duidelijk dat ook de Britten veel schade hadden geleden, zeker voor zo een kleine operatie met weinig schepen. De uiteindelijke tol bedroeg 11 doden en 52 gewonden waarvan er nog 2 overleden. 6 Van de 7 schepen waren beshadigd, ook het vlaggenschip was gebombardeerd maar Kuper was ongedeerd. De motor van 1 scip Racehorse, had het begeven. Het dreef af naar de kust waar het gewapende fort stond. Het had een ramp kunnen worden maar het fort had te veel te lijden onder de bombardementen van de andere schepen en de Racehorse kon terug op zee. Satsuma kende maar 1 dode en 6 gewonden maar had enorme materiële schade ter waarde van 1 000 000 pond. Er kwam veel kritiek vanuit Londen, onder meer omdat de Britse schepen zo slecht voorbereid waren.
Afloop
Op 9 december 1863 bezochten gezanten van Satsuma Neal in Yokohama. Ze deden hem een voorstel om een waarborg te betalen en het afgesproken bedrag pas later te betalen. Neale vond het geen goed idee en uiteindelijk gingen de gezanten ermee akkoord om het bedrag van 100.000 dollars te betalen. Neale ontving ook een brief van de gezanten waarin stond dat de moordenaars van Richardson zouden vervolgd en vermoord worden als ze gevonden werden. De Tycoon ministers overhandigden Neale ook een felicitatie despatch. Satsuma, die zichzelf als de winnaar van de oorlog zag, had al snel door dat het 'weg met de buitenlanders-bestuur' weinig zin had. Ze wijzigden volledig van koers en gingen samenwerken met Groot-Brittanië. Het bouwde zijn leger uit en zond studenten naar Europa om op de hoogte te zijn van de moderne technische vooruitgang.
Bronnen
Hugh Cortazzi. British Envoys in Japan. Global Oriental, 2004
Willy Vande Walle, Hans Coppens. cursus: Geschiedenis van het moderne Japan. K.U. Leuven, 2003

