Nobunaga's onstuitbare oorlogsmachine

Uit GeschiedenisJapan

Drie soorten rivalen

Om de hegemonie over Japan te verwerven diende Nobunaga met drie formidabele vijanden af te rekenen:

  1. De grote kloosters in Nara, Kyōto en op de berg Kōyasan 高野山. Zij waren van oudsher eigenaar van grote landgoederen (shōen) en beschikten bovendien over eigen monnikenlegers (sōhei 僧兵).
  2. Rivaliserende daimyō-clans zoals de Asai van Ōmi, de Asakura van Echizen, de Takeda 武田 van Kai 甲斐, de Uesugi van Echigo en de Mōri 毛利 van Chūgoku.
  3. De religieus geïnspireerde opstanden (Ikkō ikki 一向一揆) in Hokuriku, Tōkai en Kinki, die voor zichzelf een grote autonomie bevochten hadden.

Eén voor één pakt Nobunaga zijn tegenstanders aan. In 1571 legt hij de kloosters op de berg Hieizan 比叡山, hoofdkwartier van de Tendai-sekte ten noordoosten van Kyōto, in de as. Drieduizend tempelgebouwen gaan in vlammen op en duizenden monniken komen om het leven. Dit was de meest heiligschennende daad uit zijn hele carrière: sedert de stichting van de kloostergemeenschap op de berg in de negende eeuw gold Hieizan zowat als het Mekka van het Japans boeddhisme. De steden aan het Biwa-meer (Biwako 琵琶湖) zoals Sakamoto 坂本, die aan de zijde van de monniken gestreden hadden, ondergingen hetzelfde lot.

In 1573 moet de shōgun, die de verstikkende omhelzing niet langer kon verdragen en opstandig werd, eraan geloven. Hij wordt verpletterend verslagen te Uji 宇治 en Nobunaga schaft het bakufu af. In dat jaar schakelt hij ook de Asai- en Asakura-clans uit.

Na een bondgenootschap gesloten te hebben met Tokugawa Ieyasu 徳川家康 van Mikawa 三河, verslaat hij in 1575 bij Nagashino 長篠 de trotse legers van de Takeda-clan. Deze slag was van grote historische betekenis. De machtige cavalerie van Takeda Katsuyori 武田勝頼 liep zich te pletter tegen een houten palissade, waarachter 3500 schutters uitgerust met haakbussen hadden postgevat. De in hun vaart gestuite ruiters vielen als vliegen onder de kogelregen van Nobunaga's voetvolk. Dit had verstrekkende gevolgen voor de ontwikkeling van de oorlogvoering in Japan. In 1543 hadden Portugese kooplieden het vuurwapen in Japan geïntroduceerd en Nobunaga was één van de eersten geweest om de enorme mogelijkheden van dit nieuwe wapen te beseffen.

Dit waren spectaculaire en goed voorbereide campagnes, die vrij snel de overwinning opleverden. Heel wat taaier was de weerstand van de boerenlegers van de Ikkō-ikki. Nobunaga deed er vier jaar (1570-1574) over om de Ikkō-ikki van Nagashima in Ise 伊勢 te onderdrukken. In 1575 maakt hij een einde aan de Ikkō-ikki van Echizen, gebruik makend van onenigheid tussen het volk en de boeddhistische leiders van de opstand. In beide gevallen trad hij bijzonder meedogenloos op en liet iedereen ongeacht geslacht of leeftijd ombrengen. Hij steunde het christendom omdat het kon bijdragen tot een aantasting van de populariteit en het gezag van de Ikkō-sekte.

Hoofdkwartier te Azuchi

Nu hij een groot gedeelte van centraal Honshū stevig in handen had, besloot hij een machtig hoofdkwartier te bouwen in Azuchi 安土 aan het Biwa-meer op het knooppunt van drie grote postwegen: de Tōkaidō 東海道, de Tōzandō 東山道 en de Hokurikudō 北陸道. De werken duurden drie jaar (1576-1579) en het resultaat was het grootste en meest imposante kasteel van het toenmalige Japan. Het lag in zijn bedoeling om een kasteelstad eromheen te laten ontwikkelen die moest uitgroeien tot een politiek, militair, commercieel en cultureel centrum. Aan de christenen stelde hij grond ter beschikking voor de bouw van een kerk. Vanuit dit machtige bolwerk zette hij zijn veroveringswerk verder. In 1577 stuurde hij zij briljante generaal Toyotomi Hideyoshi 豊臣秀吉 (1536-1598), over wie dadelijk meer, erop uit om de streek van Chūgoku te onderwerpen. In 1580 nam hij zelf de Ishiyama Honganji 石山本願寺 in, machtige tempel en hoofdkwartier van de Ikkō-sekte nabij Ōsaka, en legde hem in de as, terwijl zijn generaal Shibata Katsuie 柴田勝家 de Ikkō-ikki van Kaga 加賀 onderdrukte. In hetzelfde jaar liet hij een landmeting uitvoeren van de provincie Yamato, confisqueerde hij de landgoederen (shōen) van de grote Nara-tempels Kōfukuji en Tōdaiji en, last but not least, marcheerden zijn legers op Kōyasan, het hoofdkwartier van de Shingon 真言-sekte, en laatste resterende bastion van de middeleeuwse kerkelijke macht.


Hoofdstukken Syllabus tot 1868
tot 645| 645-784| Heian| Kamakura| Muromachi| Eenmaking | Edo