Nishida Kitarō (西田 幾多郎)
Uit GeschiedenisJapan
Nishida Kitarō (西田 幾多郎; 1870, Ishikawa Prefectuur – 1945) was de invloedrijkste Japanse filosoof van de 20ste eeuw en stichtte de Kyoto School van de filosofie. Hij studeerde af aan het departement filosofie van de universiteit van Tokyo in 1894. Hij werd professor van de Vierde Hogeschool van de Yamaguchi prefectuur in 1899 en werd later professor filosofie aan de universiteit van Kyoto. Nishida ging op pensioen in 1927 en in 1940 verkreeg hij de Order of Culture (文化勲章)[1]. Tot zijn dood op 75-jarige leeftijd bleef hij schrijven onder de naam Sunshin (寸心) te Inamuragasaki.
Zijn werk is revolutionair in haar bestaan als synthese van Europese filosofie en Oost Aziatische boeddhistische denkwijze. Vooral zijn logica van het topos (basho 場所) en zijn ideeën over het boeddhistische concept van leegte (mu 無) vanuit een westers standpunt worden tot op vandaag nog als origineel en waardevol beschouwd.
Inhoud |
Biografie
Nishida werd geboren op 19 mei, 1870, in het dorp Mori aan de Japanse Zee, ten noorden van Kanazawa. Zijn vader was een leerkracht, zijn moeder een aanhangster van het Reine Land Boeddhisme. Hij huwde in 1895 met zijn nicht, Kotomi. In zijn filosofie is er slechts weining van zijn familiale leven terug te vinden. Nishida heeft de dood van zijn vrouw en 4 van zijn 8 kinderen moeten verwerken. Over de dood van zijn eerste zoon schreef hij de volgende waka (和歌)[2].
- Having lived
- Healthily
- Till twenty-three
- How could he disappear
- Like a dream[3]
Opleiding
Als kind van een oude samuraifamilie had Nishida een geprivilegieerde kindertijd. Door zijn zwakke gestel werd hij door zijn moeder constant met zorgen omringd. Deswege smeekte hij zijn vader om hem naar een school in Kanazawa te sturen. Dit mocht, maar een ziekte dwong hem toch privaatlessen te volgen. Van 1886 tot 1890 ging de jonge Nishida uiteindelijk naar een school genaamd Ishikawa Senmongakkō. Toen het politieke klimaat aan de school veranderde en Nishida een passief verzet vertoonde werd hem wegens “slechte voornemens” verboden naar de volgende graad over te gaan. Nishida verliet de school.
In 1891 begon hij aan de studie filosofie aan de Keizerlijke universiteit van Tokyo. Doordat hij geen einddiploma behaalde in zijn school werd Nishida er gediscrimineerd en begon zich steeds meer terug te trekken. Dit veranderde met de komst van Raphael von Koeber in 1893. Hij motiveerde Nishida om zich in de Griekse en middeleeuwse filosofie te verdiepen en liet hem kennismaken met de werken van Schopenhauer.
Vervolgens studeert hij bij Karl Florenz samen met Natsume Sōseki (夏目漱石) de Duitse literatuur. Hij beëindigde zijn studie kort voor de eerste Sino-Japanse oorlog met een werk over David Hume.
In mei 1895 trouwt Nishida met zijn nicht Kotomi en nam hij een post als leraar aan in zijn voormalige school in Kanazawa, ondertussen een hogeschool geworden. Het daaropvolgende jaar begon hij, waarschijnlijk onder invloed van schoolkameraden en zijn vriend Suzuki Daisetsu[4], zich te laten onderrichten in het zen-mediteren. Als hij tijdens zijn verblijf in de Taizō-in in Kyoto een soort langere zen-meditatie[5] beoefend, wordt hem een positie aan de hogeschool in Yamaguchi aangeboden door Hōjō Tokiyoshi, een leraar van hem. Nishida accepteert meteen.[6]
Universiteit van Kyoto
Zijn in 1910 gepubliceerde werk Zen no kenkyū (Over het Goede) landt Nishida een positie aan de Keizerlijke universiteit van Kyoto[7] waar hij in 1914 professor in de filosofie wordt. Nishida concentreerde zich op de filosofische boeken die hun weg naar Japan vonden en vulde een decennium met het werken aan essays die ideeën van Neo-Kantianen[8], Royce, Bergson[9], Hermann Lotze[10], en ook Husserl[11]. Deze werden gebundeld in boeken die een wijde horizon aan onderwerpen, zoals kunst en moraal, bestudeerden vanuit het perspectief van een theorie over bewustzijn en de wil.
Nishida werd bekend in de jaren '20. Hij had studenten als Nishitani Keiji, Miki Kiyoshi en Tosaka Jun, zij zouden allemaal invloedrijke Japanse filosofen worden. Het is in deze periode dat hij zijn meest kenmerkende theorie ontwikkelde, de logica van het topos (basho). Deze werd verder uitgewerkt na zijn status als professor emeritus en zijn verhuis naar Kamakura in 1929. In de vroege jaren 30 verschuift zijn interesse naar de menselijke natuur en haar ingrijpen in historie en samenleving en komt hij zo naar de betekenis van cultuur en nationaliteit. Door zijn prestige als Japans grootste filosoof deed de overheid, waaronder vroegere student en toenmalig eerste minister Konoe Fumimaro[12], beroep op hem om het Japanse nationalisme te verdedigen. Nishida gaf hieraan gehoor door het onderwerp te behandelen, maar beschouwde dit werk als een afleiding. Hij gaf lezingen over “Het probleem van Japanse cultuur” in 1939; dat 40.000 kopieën verkocht toen het twee jaar later uitkwam. Op uitnodiging gaf hij een speech in bijzijn van de keizer in 1941 waar hij academische vrijheid en een plaats voor elke natie in de wereld bepleitte, elk met een eigen ontwikkeld globaal perspectief.[13] In 1940 verkrijgt Nishida de Orde van Cultuur.Lezingen over de “Principes voor de Nieuwe Wereldorde” en “Het Nationale Beleid” volgden. Gedurende deze periode zagen Nishida's rechtse criticasters zijn werk als te abstract of niet genoeg pro-regering; na de tweede wereldoorlog werden ze door zijn linkse criticasters dan weer als diepgaand nationalistisch bevonden. Ondanks zijn tanende gezondheid en het onophoudelijke bombardement van omliggende steden bleef Nishida doorzetten in zijn filosofie. Hij maakte gebruik van Descartes 'Cogito en Leibniz’ Harmonia Praestabilita als vertrekpunt voor zijn magnum opus; “De logica van het Topos en het Religieuze Wereldbeeld”. Slechts twee maanden voor zijn dood werd dit belangrijke essay vervolledigd. De publicatie van zijn verzamelde werk in 19 volumes vond 2 jaren later plaats. Een foto toont tientallen mensen die voor het verkooppunt overnachtten op 20 juli 1947.
Nishida sterft te 7 juni 1945 in Kahoku aan een nierinfectie. Zijn graf bevindt zich op het Tōkei-ji kerkhof, een zen-klooster in Kamakura.
Gedachtegoed
Kyoto School
De Kyoto School is een Japanse filosofische strekking met in het centrum de Universiteit van Kyoto. De Kyoto School assimileerde Westerse filosofie en religieuze ideeën en gebruikte deze om nieuwe inzichten in Oost-Aziatische moraal en religie te bekomen.[14] De stichting situeert zich in 1913 onder Nishida Kitaro. De strekking doorstond de controverse na W.O.II en geniet in het heden een bescheiden bekendheid als actieve beweging. Anders dan de Frankfurt School[15] doet de universiteit van Kyoto slechts dienst als een de facto ontmoetingsplaats en stimuleert zij, in de geest van haar oprichter, een onafhankelijk denken. De filosofen verbonden aan de Kyoto School in haar bijna 100 jaar oude traditie hebben diverse achtergronden en schuwden het bekritiseren van elkaars werk niet. Toch wordt verwacht aan de volgende voorwaarden te voldoen om als lid aanschouwd te worden.
- Les geven aan de universiteit van Kyoto of een gerelateerde instelling.
- Nishida's basisgedachten qua metafysica en het concept 'leegte' aanvaarden.
- Hetzelfde filosofische vocabularium als Nishida hanteren.
Hoewel de Kyoto School als beweging vrij informeel is, is traditioneel gezien degene die het departement Moderne Filosofie leidt haar hoofd. Sinds 1963 echter, is de beweging eerder een losse groep gelijkgezinde filosofen met gedeelde interesses zonder duidelijk aanwijsbare leiding.
Ervaring en Bewustzijn
Beginnende met zijn vroege werk Over het Goede, stelt Nishida twee veronderstellingen, die aan de basis liggen van de moderne epistemologie[16], in vraag; de opvatting dat ervaring individueel en subjectief is, en dat deze naar kennis leidt na een verbeterend proces met input van de eigen intellectuele vermogens of die van andere individuen. Zo bekomt Nishida een nieuwe ontologie[17] gebaseerd op ervaring en (zelf)besef.
Voor Nishida is ervaring in haar oorspronkelijke vorm niet de gebeurtenis van een individu dat in contact treedt met een externe wereld gebruik makend van zijn/haar mentale en zintuiglijke vermogens. Zuivere Ervaring gaat hieraan vooraf. Het moment waarop men een kleur ziet of een geluid hoort, gaat vooraf aan zowel het besef dat de kleur of geluid het product is van een extern object, of dat men het gewaarwordt, en het oordeel tot wat voor kleur of geluid het is. Zuivere ervaring is niet alleen de basisvorm van elke zintuiglijke en elke intellectuele ervaring, maar ook de fundamentele vorm van de realiteit. Dit is dus de realiteit van waaruit alle afgeleide fenomenen begrepen dienen te worden. Cognitieve vaardigheden zoals denken, oordelen, willen en intellectuele intuïtie zijn allen afgeleide vormen van Zuivere Ervaring maar ook identiek eraan zolang ze actief zijn; zolang het proces van denken, willen, enz. actief is.
Een voorbeeld; de ervaring van het gewaarworden van een lopend paard veronderstelt het oordeel dat het paard aan het lopen is, de activiteit van dit oordelen zelf is een Zuivere Ervaring die vooraf gaat aan het besef van het oordelen. Zuivere Ervaring lanceert het dynamische proces van de realiteit dat differentieert tussen objectieve en subjectieve fenomenen op weg naar een hogere synthese. Deze herneming van onze unitaire basis is wat Nishida beoogde wanneer hij het over het “Goede”[18] heeft.
Nishida's theorie toont duidelijke invloeden van William James[19], Ernst Mach[20] en anderen maar verschilt van zowel hun gedachtegoed als dat van de filosofie uit de 20ste eeuw, aangaande pre-reflectieve ervaring, door haar nadruk op het niet-individualistische karakter en de naadloze ontwikkeling van zulke ervaring. Zuivere Ervaring is de pre-individuele basis voor een systematisch en allesomvattend proces. Vanuit Nishida's standpunt is zijn theorie een natuurlijke vrucht van zijn unitaire ervaring en geen overpeinzing vanuit een andere bron. Hoe Zuivere Ervaring dan reflectieve kennis kan verantwoorden is een vraagstuk dat latere werken van Nishida behandelen. Hoe Zuivere Ervaring zich kan ontwikkelen naar een reflectieve gedachte die de Ervaring zelf onderbreekt en interpreteert van een buitenliggend perspectief kan verklaard worden door zelfbewustzijn of zelfbesef (jikaku). Er is een vorm van bewustzijn die impliciet zichzelf spiegelt in zichzelf, zodat er geen verschil is tussen hetgeen dat reflecteert en wat gereflecteerd wordt. In zelfbesef zijn onmiddellijke ervaring en reflectie één geheel.
Wetende en dat wat geweten is zijn hetzelfde, en dit punt van eenheid dient als het prototype van alle kennis. Hier moet men wel opletten voor twee feiten; allereerst impliceert het bestaan van zelfbesef en reflectie of het zelf niet het bestaan van een voorgevormde eigenheid die af en toe zelfbewust is. Ten tweede wil het niet zeggen dat als een bewustzijn zich niet bevindt in het individu het zich moet bevinden in de objectieve wereld als een verzameling hersencellen of als het effect van materiële objecten op de geest of het brein. Net als in moderne fenomenologie[21] betekent bewustzijn voor Nishida simpelweg "dat wat laat manifesteren" of met een metafoor "dat wat verlicht". Om dit non-objectieve karakter te benadrukken zal Nishida bewustzijn in leegte plaatsen. Dit wil zeggen het als een vorm van leegte te beschouwen. Tegelijkertijd formuleert hij het als de activiteit die voorafgaat aan, maar uiteindelijk eindigt als de eenheid van zelf en wereld.
Kennis begint met het differentiëren van de eenheid “bewustzijn” in wetende en dat wat geweten is en eindigt met het terug één worden van zelf en wereld. Zulke eenmaking neemt niet alleen de vorm aan van weten maar ook in het waarde geven aan waarheid die het weten dirigeert, het willen dat actie beheerst, en de emotie die voelen beheerst. In dit stadium van zijn werk is Nishida beïnvloed door Schopenhauer en beschouwt hij “absolute wil” als de superieure vorm van zelfbewustzijn en zag het als de bron van acties zoals morele beslissingen en van de creatie en appreciatie van kunst. Maar omdat de wil ontsnapt aan reflectie gaf Nishida uiteindelijk deze formulering van een eenheid als bron op.
In latere werken omschrijft Nishida Zuivere Ervaring als “zien zonder een waarnemer” en “horen zonder een luisteraar”. Deze herleiding naar nul van het zelf wordt later uitgedrukt als het zien van het zelf vanuit het perspectief van de wereld, fenomenologisch begrepen als een determinerende horizon van ervaring. De notie van het individu als gedetermineerd door de innerlijke verborgen universale[22] gaat vooraf aan Nishida's latere aanpassing van Hegels concrete universum waarin het individu dan weer de zelf-determinerende universale is.
Het concept 'basho' (場所)
Er bestaat een probleem in het definiëren van het bewustzijn in een niet-circulaire manier. Zo is een definitie ervan als zijnde een staat van gewaarwording of gevoel niet meer dan een vervanging van het woord “bewustzijn” met een synoniem. Eigenlijk is het bewustzijn onherleidbaar. Maar het heeft een logische structuur die verantwoordelijk is voor een verbinding met een wereld van objecten[23]. Qua structuur spiegelt besef zichzelf in zichzelf, analoog met de manier waarop een ideale kaart zichzelf spiegelt in alle accurate representaties van die kaart.
Indien zulk zelfbesef een logische noodzaak benodigd dan kan het niet verklaard worden als zijnde contingent[24] van een bepaalde geest of bewustzijn dat soms denkt over zichzelf, dus als een tweede rang van gewaarwording van het gewaarworden van iets.
Als zelfbesef meer is dan een besef beperkt op enkel het zelf, kan het niet slechts in het subject[25] zelf bestaan. De oplossing van de moderne epistemologie bestond erin de wereld in twee te splitsen, geest en natuur, en dan de geest als spiegel van de natuur te definiëren.[26] Ideeën zouden dan representaties zijn van echte objecten. Nishida's oplossing was het zien van de wereld als zijnde iets dat zichzelf spiegelde in alles wat “in de wereld” aanwezig is. Wat er dan ook “in de wereld” is, is een spiegel van de wereld. In deze zin is het de wereld die een zelfbesef heeft of zelfreflexief is; er is geen buitenkant aan.
Het zelfbesef van een individu is een partiële spiegeling van die wereld; Nishida beschreef later het individuele zelf als een punt van focus van de wereld. Toen Nishida nog dacht in termen van bewustzijn ging hij het precies bepalen van het bewustzijn uit de weg en sprak van de wereld als een veld van bewustzijn om zo de extensie van deze term buiten het individuele zelf aan te duiden. Dit veld is gelijkaardig aan Kants Bewußtsein überhaupt[27], in haar functie als conditie voor de mogelijkheid van bepaalde acties van het bewustzijn. Anders dan Kants gedacht dat alles veranderde naar een object van het bewustzijn echter, laat de reflexieve structuur het toe rekening met zichzelf te houden zonder een object te worden.
We kunnen Nishida's eigen terminologie gebruiken om zijn tweede probleem uit te leggen; de manier waarop objecten gewoonlijk functioneren in het vormen van een oordeel. In wat Nishida zowel de logica van objecten of subjectieve logica noemde, worden objecten van het bewustzijn tot het subject van proposities[29] (oftewel oordelen) gemaakt en zijn gespecificeerd door eigenschappen die als predicaat[30] dienen van het (grammaticale) onderwerp. Uiteindelijk wordt er een onderwerp bereikt dat zelf geen predicaat kan zijn van iets anders, zoals de hypokeimenon[31] van Aristoteles; een individuele substantie[32] die onderwerp kan zijn maar nooit predicaat. Zelfs wanneer moderne epistemologie Aristoteles’ notie van de substantie als een voedingsbodem voor toevallige eigenschappen modificeerde, bleef het bepalend voor substanties in de zin dat deze het primaire onderwerp van een oordeel definieerde.
Nishida draait de hypokeimenon om en stelt dat het bewustzijn het “transcendentale predicaat” is dat nooit onderwerp kan zijn; bewustzijn “in act” kan nooit het object worden van bewustzijn. Nishida beseft dat formuleringen die bewustzijn als onderwerp maken van zinnen die het beschrijven een paradox vormen, en hij grijpt naar expliciet paradoxale beschrijvingen zoals “zien zonder ziener” en “de vorm zien van de vormloze, de stem horen van de stemlozen”. Maar gebruikt ook de rechttoe rechtaan metafoor van “het veld van bewustzijn”, om het non-subjectieve en het non-objectiveerbare karakter ervan aan te tonen. Bewustzijn kan niet begrepen worden als eigenschap van een individuele substantie. Het functioneert als het veld dat de opening is van de wereld het zelf.
Als oordelen dingen en de stand van zaken beschrijven en zo toegang bieden tot de realiteit door zichzelf over/tegen deze realiteit te zetten, moeten we een stap terugnemen en een bredere realiteit in acht nemen die ook oordelen bevat. In andere woorden, we dienen oordelen die predicaat zijn van universele eigenschappen van dingen in een verder veld van “predicatisering” te plaatsen. Meer bepaald in het veld van transcendentale predicaat der bewustzijn.
Op dit punt ontwikkelt Nishida een predicaatlogica. Hij ziet universalia als velden van mogelijkheid die bepaald worden (meer accuraat gezegd bepalen ze zichzelf) in hun eigen universele instantiatie[33]. Er is een noodzaak aan hiërarchie van concreetheid tussen universalia. Deze hiërarchie wordt door Nishida de orde van topoi of plaatsen (basho) genoemd. Het meest abstract zijn de universalia die dienen als predicaat in en bepaald oordeel. Oordelen of predicatisering bevindt zich dan weer in het topos van het bewustzijn, dat verder geconcretiseerd is als de universale/topos van reflectieve zelfbewustzijn waar de acties van zien, weten, wensen en willen plaatsvinden. En net als de wereld van het zelfbewustzijn de wereld van natuur uitgedrukt in oordelen omvat, is die op zijn beurt omvat in het topos waarin de creatieve zelf idealen als waarheid, schoonheid en het goede zoekt. Hier volgt Nishida de Middeleeuwse allesomvattende transcendentalia die alle categorieën overstijgen. In zijn terminologie zouden alle predicaten spiegels zijn van de transcendentalen van het zijn en de eenheid (unum), het ware (verum) en het goede (bonum). Maar deze transcendentalen, zover zij ontsnappen aan elke predicatisering, wijzen naar een meer inclusief en ongedifferentieerd topos; Absolute Leegte (mu).
Absolute leegte 'Mu' (無)
Het topos van absolute leegte is het ultieme “waarin” alle realiteit plaatsvindt. Nishida gebruikt de terminologie van het transcendentale[34] om absolute leegte (無) te verduidelijken. Volgens Nishida overstijgt het bijvoorbeeld de tegenstelling tussen zijn en het niet zijn. Toch wil hij hiermee niet zeggen dat er iets, kracht of bewustzijn, buiten de wereld ligt. Absolute leegte is oneindig te determineren en haar afgeleiden vormen de actuele wereld maar dit gebeurt zonder begeleiding. Zoals een agentschap zonder agent. Even paradoxaal zijn de beschrijvingen die Nishida het toedicht, niettegenstaande de impliciete claim dat het niet te beschrijven valt. Eerder dan een absentie van ‘zijn’, betekenis of functie, is absolute leegte actief en creatief in het vormen van de actuele wereld. Het manifesteert of wekt zichzelf door zelfbewustzijn. Het is de fundering van de wereld en het zelf dat een focus is van de wereld; maar het is een ongewone vorm van fundering omdat het functioneert door zelfnegatie. Het kan niet “absoluut” genaamd worden tenzij het eender welke determinatie teniet doet en tegelijkertijd omvat. Het is het universele van het universele.
Nishida was niet in staat deze beschrijvingen in een coherente notie te bundelen maar ze komen deels overeen in de zin van een ongedifferentieerd geheel dat alle differentiaties bevat.
Religie
Aandacht voor de dood was evenzeer een politieke als persoonlijke aangelegenheid voor Nishida, zijn gezondheid ging er immers snel op achteruit. Aan de ene kant distantieerde hij zich van het toenmalige Japanse milieu dat gedomineerd werd door een fascistische staat. Hij concentreerde zich op het individu in relatie met het absolute zonder onderdanig te zijn aan een totalitaire overheid. Deze opvatting over religie als zijnde essentieel is opmerkelijk individualistisch, ontdaan van alle sociale factoren. Hij lokaliseert de kern van religie in het hart van het individu; religieuze gewaarwording komt tot vrucht in de kennis van de eigen dood. Aan de andere kant geeft Nishida toe dat religie een sociaal en cultureel fenomeen is, alsook het feit dat het toenmalige individu een subject van de staat is. Toch keert hij de veronderstelde suprematie van cultuur over religie en van staat over individu om. Het is omdat cultuur religieus is in de kern dat we religie in elke cultuur vinden. Zo ook voor gehoorzaamheid aan de natie. Deze dient gebaseerd te zijn op een waar religieus besef. Logischerwijs heeft Nishida deze opinie zorgvuldig in taal omwikkeld om zo vanwege de totalitaire overheid niet beschuldigd te worden van majesteitschennis.
Uiteindelijk blijft Nishida vaag over in hoever de staat een individu vormt en of religie geplaatst is om kritiek te geven aan het adres van de overheid of samenleving.
Nishida's invloed
Nishida wordt de vader van de Kyoto School genoemd door zijn invloed op een groep denkers die zijn jongere collega’s en studenten omvatte. Meest bekend buiten Japan is zijn collega en criticaster, Tanabe Hajime[35], en zijn student Nishitani Keiji. Aan de Kyoto School kunnen de Marxistische Miki Kiyoshi en Tosaka Jun, nationalistische Kōyama Iwao en Kōsaka Masāki gelinkt worden. Andere collega’s buiten de Kyoto School tonen ook de impact van Nishida's ideeën; de Zen Boeddhist D.T. Suzuki en Hisamatsu Shin’ichi, de ethische theoreticus Watsuji Tetsurō en Kuki Shūzō, tolk van Japanse esthetica en cultuur. De derde generatie van de Kyoto School omvat namen als Takeuchi Yoshinori, Ueda Shizuteru en Abe Masao, bekend voor het introduceren van Nishida's filosofie in Europa en Noord-Amerika alsook het toeleggen van Nishida's gedachten op de interreligieuze Boeddhistisch-Christelijke dialoog.
Nishida's onderzoek hebben een indirecte invloed op eigentijdse interpretaties van het Mahayana Boeddhisme, vooral de verklaring van Zuivere Ervaring en zelf-bewustzijn geven een herinterpretatie van Zen verlichting. Zijn filosofie presenteert een stevige kluif voor zowel Boeddhisten als Christenen vooral in concepten als non-dualiteit tussen mensheid en God, en een nadruk op het individu, zeer ongebruikelijk in het Boeddhisme.
Nishida's logica van het topos (basho) is een bron voor theoretici werkende in verscheidene wetenschappelijke disciplines, zo ook voor Shimizu Hiroshi in informatica, Nonaka Ikujiro in management theorie en Ko Hojo in de filosofie van chemie. Ook Morita Shiryū (calligrafie) en psychotherapeut Kimura Bin. Zowel in Japanse als Westerse literatuur groeit Nishida nog aan belang.
Kritiek
Nishida's werk staat bekend als van een repetitieve en obscure stijl, extreem abstracte verwoording en frequent doodlopende straatjes bevattend. Nishida zelf zei over zijn werk, “Ik ben steeds een mijnwerker geweest; ik heb het erts nooit kunnen raffineren”.[36]
Bronnen
©Rikki Kersten and David Williams, The Left in the Shaping of Japanese Democracy; Essays in Honour of J.A.A. Stockwin, Routledge (2006)
- Christopher Goto-Jones, The Left Hand of Darkness; forging a political left in interwar Japan
- Rikki Kersten, Painting the Emperor Red; the Emperor and the socialists in the 1930s
Nishida Kitarō, Fundamental Problems of Philosophy, Sophia University - Tokyo (1970)
John Maraldo, Nishida Kitarō, Standford Encyclopedia of Philosophy (2005) http://plato.stanford.edu/entries/nishida-kitaro/
Michael Finkenthal, Rethinking Logic; Lupasco, Nishida and Matte Blanco, Hebrew University of Jerusalem http://nicol.club.fr/ciret/bulletin/b13/b13c12.htm
tom, Topological Turn und japanische Philosophie, Open-source wiki (2007) http://www.japhil.de/wiki/display/BA/Topological+Turn+und+japanische+Philosophie
Ishikawa Nishida Kitarō Museum of Philosophy
http://www8.cao.go.jp/intro/kunsho/english/bunka.html
http://www.kcn-net.org/e_kama_history/inamura_shichiri/inamura_shichiri.html
voetnoten
- ↑ Gesticht in 1937. Deze orde heeft slechts 1 klasse en kan gegeven worden aan mannen en vrouwen voor hun bijdrage aan Japanse kunst, literatuur of cultuur. Ontvangers verkrijgen ook een levenslange financiële bijdrage. De uitreiking gebeurt jaarlijks door de Keizer in persoon op Cultuurdag (3 november). De medaille zelf is van goud en in de vorm van een mandarijnbloesem, de centrale schijf bevat drie sikkelvormige magatama. Deze orde heeft een intermediaire rang tussen de Orde van de Heilige Schatten (eersteklas) en de Orde van de Opgaande Zon (tweedeklas).
- ↑ De term 'waka' duidt op een Japanse dichtwijze.
- ↑ Yusa 2002, 314-18
- ↑ Daisetz Teitaro Suzuki (鈴木 大拙 Suzuki Daisetsu, oktober 18, 1870 – juli 22, 1966) was een beroemd Japans auteur van boeken en essays over Boeddhisme, Zen en Shin die monumentaal waren in het verspreiden van de interesse hierin (en Oosterse filosofie) in het Westen. Suzuki was ook een vertaler van Chinese, Japanse en Sanskriet literatuur.
- ↑ Sesshin(接心) genaamd
- ↑ Pörtner, Peter: Nishida Kitarō. Über das Gute. Insel Verlag, Frankfurt a. M. 1989, blz. 10-16
- ↑ De Universiteit van Kioto (京都大学, Kyōto daigaku), of Kyodai (京大, Kyōdai), is een Japanse, nationale universiteit in Kioto. Het is de op een na oudste universiteit van Japan[1] en voorheen een van de keizerlijke universiteiten van Japan. De universiteit werd in 2007 22e op de lijst van beste universiteiten ter wereld.
- ↑ Neokantianisme is een filosofische stroming over een langere periode die in de hoofdzaak teruggrijpt op het epistemologische werk van de Duitse filosoof Immanuel Kant, m.n. de Kritik der reinen Vernunft. http://nl.wikipedia.org/wiki/Neokantianisme
- ↑ Henri-Louis Bergson (Parijs, 18 oktober 1859 – aldaar, 4 januari 1941) was een belangrijk Frans filosoof en tevens Nobelprijswinnaar voor de literatuur in 1927. Hij geldt samen met Friedrich Nietzsche en Wilhelm Dilthey als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het vitalisme in de filosofie. http://nl.wikipedia.org/wiki/Henri_Bergson
- ↑ http://en.wikipedia.org/wiki/Hermann_Lotze
- ↑ Edmund Gustav Albrecht Husserl (Prossnitz, 8 april 1859 – Freiburg im Breisgau, 26 april 1938) was een Joods-Oostenrijks-Duitse filosoof en wordt beschouwd als de grondlegger van de fenomenologie, een tak van de ontologie. De fenomenologie is de leer van de verschijnselen. http://nl.wikipedia.org/wiki/Edmund_Husserl
- ↑ Prins Fumimaro Konoe (近衛 文麿, Konoe Fumimaro; Tokio, 12 oktober 1891 - aldaar, 16 december 1945) was een Japans staatsman in de jaren dertig en begin jaren veertig. Hij was de neef van keizer Hirohito van Japan. In april 1937 werd hij minister-president en vormde zijn eerste kabinet. In juni van dat jaar droeg hij mede de verantwoordelijkheid voor het 'Chinese incident', dat leidde tot de Japanse-Chinese oorlog.
- ↑ Michiko Yusa geeft een vertaling in haar biografie van Nishida (Yusa 2002, 314-18).
- ↑ D.S. Clarke, Jr. "Introduction" in Nishida Kitaro by Nishitani Keiji, 1991.
- ↑ De Frankfurter Schule is een Duitse sociologische en filosofische stroming die ontstond in de eerste helft van de 20ste eeuw en zich bezighoudt met de maatschappijkritische, neomarxistische, kritische theorie. De stroming werd opgericht door Theodor Adorno en Herbert Marcuse van het Institut für Sozialforschung te Frankfurt.
- ↑ De epistemologie is een tak van de filosofie die zich bezighoud met onderzoek naar de bron, natuur, methodes en limieten van de menselijke kennis. Meer info is te vinden in dit wikipedia artikel.
- ↑ De ontologie is een tak van de metafysica en handelt over de natuur van het zijn. Meer informatie is te vinden op oa. wikipedia
- ↑ An Inquiry Into the Good(1910) was het eerste gepubliceerde werk en gaf Nishida meteen de status als Japans eerste echte filosoof. De systematische en directe stijl van dit werk maakt het tot het meest toegankelijke en populaire boek, ook boort het reeds de latere denkpistes van Nishida aan.
- ↑ William James (New York, 11 januari 1842 – Chocorua, 26 augustus 1910) was een Amerikaanse filosoof en psycholoog. Hij was degene die de moderne Europese psychologie naar de Verenigde Staten bracht. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste psychologen in de geschiedenis van de Amerikaanse psychologie.
- ↑ Ernst Mach (Brno, 18 februari 1838 – Vaterstetten, 19 februari 1916) was een Oostenrijkse natuurkundige en filosoof. Het machgetal is naar Ernst Mach genoemd.
- ↑ De fenomenologie is een stroming in de filosofie die uitgaat van de directe en intuïtieve ervaring van fenomenen (ofwel observeerbare verschijnselen), en hieruit de essentiële eigenschappen van ervaringen en de essentie van wat men ervaart probeert af te leiden. De fenomenologie stamt uit de School van Brentano (genoemd naar Franz Brentano) en is voornamelijk gebaseerd op het werk van Edmund Husserl.
- ↑ Universaliën of universalia zijn in de logica algemene begrippen, begrippen die de verzameling van alle soortgelijke elementen aanduiden. Het gaat bijvoorbeeld om het begrip paard (of Paardheid), eerder dan één specifiek paard, of om het begrip rood (of Roodheid), eerder dan om een rood object. De term 'universalia' (enkelvoud 'universale') is afkomstig uit de filosofie, meer bepaald de metafysica.
- ↑ In de filosofie is het een term voor datgene waarop de mens in zijn handelen is gericht. In engere zin is het object het voorwerp of de inhoud van een voorstelling, die op een of andere wijze zegt wat dat voorwerp zelf is.
- ↑ Toevallige factor.
- ↑ In filosofische zin is een subject een zijnde dat subjectieve ervaringen of relaties met een andere entiteit (of "object") kan hebben. Een subject is de waarnemer, terwijl een object naar het waargenomene verwijst.
- ↑ De zogenaamde dualiteit die Nishida weerlegde, vandaar dat zijn ideeën meestal samengevat worden als non-dualistisch.
- ↑ Hiermee werd een algemene bewustzijnsvorm bedoeld, ontdaan van persoonlijke ervaring/oordelen. Verdere uitleg is hier te vinden.(Duits)
- ↑ Een monument ter ere van Nishida Kitarō in de vorm van een papieren poppetje (teru-teru-bozu, てるてる坊主).Het bevindt zich aan de kant van de weg nabij Ubagayatsu (姥ケ谷) Bus Stop tussen Kamakura Station en Enoshima Island.
- ↑ In de tweewaardige (dualistische) logica kan een propositie gezien worden als een bewering of uitspraak waarvan met zekerheid kan gezegd worden dat deze waar of onwaar is, zoals de beweringen: Japanologie is een studierichting en Willy heeft een noormannenhelm op, of beweringen waarvan de waarheidswaarde onbekend is, zoals Willy vindt Japanologie een interessante studierichting. In de moderne filosofie, logica en taalkunde, is een propositie de inhoud van een zin of bewering, niet de zin zelf. Verschillende zinnen, zelfs in verschillende talen, hebben dezelfde propositie wanneer zij dezelfde betekenis hebben.
- ↑ Predicaat (van Latijn praedicere) betekent letterlijk 'dat, wat ergens van gezegd wordt': een kwaliteit, eigenschap of gezegde dus.
- ↑ Hypokeimenon is een term uit de metafysica die staat voor het ‘onderliggende’. Zoeken naar de hypokeimenon is het zoeken naar de substantie die behouden blijft wanneer iets een verandering ondergaat – het essentiële. Conceptueel gezien is het gelijkaardig met Spinozas “Substanstie” en Kants concept van de noumenon in zijn Kritiek op de Zuivere Rede. Filosofen zoals George Berkeley en andere filosofische idealisten trachten deze logica te weerleggen en nemen het uiterlijke aan als ware realiteit in plaats van deze zogenaamde achterliggende essentie.
- ↑ Substantie (Gr: hypokeimenon of hupokeimenon, Lat: quod substat) is in de metafysica synoniem voor het ding. René Descartes maakt op de volgende manier onderscheid tussen de geest (ziel) en de materie: de ziel is een denkend ding, dat is een substantie die naar wezen denken is, en de stof is een uitgebreid ding, een substantie die naar wezen ruimte inneemt.
Er worden, historisch gesproken, in de moderne filosofie ruwweg vier soorten van
substantie onderscheiden:
- Alles verandert, niets blijft aan zichzelf gelijk. Dit is de visie van het fenomenalisme. Zij geeft geen visie op gewoontevorming bij levende wezens en voor het geheugen (en dus het bewustzijn) bij individuen.
- Men moet noodzakelijkerwijs een substantie aannemen, maar de ware substantie bestaat op en door zichzelf. De ware substantie is enig, eeuwig en oneindig. De afzonderlijke dingen (zoals wij die waarnemen) zijn enkel de modi waarin deze substantie optreedt. Dit alles is de pantheïstische visie in Spinoza's filosofie.
- Descartes en Leibniz waren van mening dat er naast God (de eeuwige, oneindige en volmaakte substantie) ook een onvolmaakte en geschapen substantie bestaat. Descartes zegt dat "..onder de geschapen dingen enkele zijn die niet kunnen bestaan zonder andere, daarom moeten wij deze onderscheiden van die dingen die alleen de bijzondere bijstand van God nodig hebben om te bestaan." Deze laatste zijn dan de substanties terwijl die andere (wereldlijker) dingen attributen van de substanties worden genoemd.
- Bij Kant tenslotte is de substantie een denkcategorie. De mens schrijft het fenomeen toe aan een eenheidskern die blijft voortbestaan en dit ligt aan de constitutie van de geest zelf.
- ↑ In de predicatenlogica is universele instantiatie (UI) een afleidingsregel die uit een algemene propositie (inhoud van een bewering) over alle objecten in een bepaald domein een propositie afleidt voor een specifiek object uit dat domein. Bijvoorbeeld; Mensen zijn sterfelijk, dus Willy is sterfelijk.
- ↑ Vooral gebruikt door Middeleeuwse theologen.
- ↑ Hajime Tanabe (田邊元, 3 februari 1885 – 29 april 1962) was een Japans wetenschapsfilosoof die trachtte een synthese te vormen tussen Boeddhisme, Christendom, Marxisme en wetenschappelijk denken.
- ↑ Nishida 1958, Voorwoord


