Netsuke

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken
Voorstelling van de netsuke, inro en ojime.

In het Verre Oosten (China, Korea, Japan) staat het gebruik van juwelen in scherp contrast met het Westen en tribale stammen. Zo werden bv. halssnoeren er doorgaans niet gedragen. Juwelen namen er de vorm aan van minder prominente accessoires zoals haarpinnen en riemhaken. In Japan was geen item te klein of onbelangrijk om ontworpen te worden als een geheel van functionaliteit en esthetiek. “Niets is mooi wat niet ook functioneel is, en niets is functioneel wat niet ook mooi is.” Een goed voorbeeld van voorgaande stelling zijn de inro(印籠), netsuke(根付) en ojime(緒締め). In principe kunnen deze onderwerpen afzonderlijk beschouwd worden maar zij zijn onlosmakelijk verbonden.

De inro is een klein containertje dat aan twee touwtjes hangt, deze lopen bovenaan door een kraal genaamd ojime. Omdat de koordjes van de inro onder de obi[1] werden geschoven was er een tegengewicht nodig om het zakje op zijn plaats te houden. Deze kraal wordt netsuke genoemd en bevindt zich aan het uiteinde van de twee koordjes. Deze vernuftige bergplaats was een gevolg van de zakkenloze kimono. Mannen bewaarden er persoonlijke bezittingen als munten, medicijnen en tabak in.

Netsuke

De netsuke is het meest notoire object van de drie. Deze fungeerde –zoals voordien reeds aangegeven- als een tegengewicht dat nodig was om de inro op zijn plaats te houden. Tevens weerhield het het zakje ervan dat het om zijn as zou draaien. De meeste netsuke waren zo groot als een vingerkootje. Het woord kan opgesplitst worden in twee delen. Enerzijds is er ’ne’(根): wortel. Anderzijds ‘tsuke’(付): vasthechten, -trekken en –maken. Kortom: ‘wortel die vastmaakt’.

Geschiedenis

De geschiedenis van de netsuke kan grosso modo in 3 perioden worden ingedeeld: de vroege, midden en late periode.

De vroege periode

Liep vanaf circa zestiende eeuw tot begin negentiende eeuw. Al zijn specialisten het er niet helemaal over eens, volgens Japanse geschriften zouden de eerste netsuke omstreeks de zestiende eeuw verschenen zijn. Deze netsuke waren louter van utilitaire aard en om die reden werden ze vervaardigd uit stevige materialen zoals: kleine stenen, bamboe, hout, schelpen, enzoverder. De thematiek was sterk beïnvloed door de Chinese cultuur. Het was pas in de zeventiende eeuw dat de eerste netsuke-figuurtjes verschenen. In de achttiende eeuw werden het pronkstukken waarmee snijders hun kunnen etaleerden. Deze tendens kende zijn hoogtepunt in de periode van 1750-1850. Toen werden er heel wat exuberante netsuke-scholen in Osaka, Kyoto, Nagoya en Edo opgericht. De eerste snijders lieten geen kenteken achter op hun sculptuur.

De midden periode

Beslaat het grootste deel van de negentiende eeuw. In deze periode ontplooiden netsuke zich het best. Ze begonnen hun eigen leven te leiden. Er vond een verschuiving plaats in de thematiek. Men keek niet langer naar de Chinezen. Het Japanse leven werd nu het onderwerp. Vele snijders streefden naar perfectie en experimenteerden met uiteenlopende materialen. Men ging zo ver in het perfectioneren van deze kralen dat men al snel enkele maanden besteedde aan een exemplaar.

De late periode

Liep van eind negentiende eeuw tot begin twintigste eeuw. Op het einde van de negentiende eeuw vond de Meiji-restauratie[2] plaats. Deze gebeurtenis bracht een schokgolf teweeg. De Japanse isolatiepolitiek werd opgeheven en buitenlanders kregen toegang tot het binnenland. Deze buitenstaanders brachten allerlei nieuwe materialen en gebruiken met zich mee. Het duurde niet lang voor de Japanners de westerse klederdracht overnamen. De zakkenloze kimono verdween en daarmee ook de nood aan inro, ojime en netsuke. Het waren nu de westerlingen en Amerikanen die hun oog hadden laten vallen op deze oosterse parels. Netsuke werden samen met andere Japanse kunstvormen als ukiyo-e[3] in grote oplagen naar het buitenland verscheept. Aanvankelijk waren de afmetingen van deze kralen heel uiteenlopend maar nu evolueerden ze naar een uniformer formaat.

Vanaf de 20e eeuw kende de netsuke in Japan een heropleving. Met deze revival kwam er ook een jammerlijke tendens van vervalsing en het gebruik van –inmiddels illegaal geworden- ivoor. De dag van vandaag worden netsuke over heel de wereld beschouwd als verzamelobjecten. Men refereert nu vaak naar hen onder de term ‘contemporary netsuke’. Het zijn vaak heel delicate stukken die het kunnen van de snijders dusdanig op de proef stellen.

Snijders en hun signatuur

Er rees een heuse problematiek met de opkomst van massaproductie en namaakpraktijken. Het onderscheiden van echte netsuke bleek moeilijker dan verwacht. De parels waren moeilijk te definiëren omwille van het herkennen van het signatuur van de meester. Kanji[4] identificeren aan de hand van het aantal ‘strokes’[7] was helemaal niet evident. Het handschrift van de persoon in kwestie bleek een heikel punt. Vaak werden 2 of meerdere strokes in een handbeweging gemaakt. Om die reden telde men gewoonlijk een stroke meer of minder bij het aantal ‘zichtbare’ strokes. Als het aantal strokes eenmaal bepaald was kon men overgaan tot het identificeren van de kanji. Het probleem met deze kanji was dan weer dat de meeste verschillende leeswijzen hadden waardoor verscheidene namen gevormd konden worden.

Sommige snijders veranderden ettelijke keren van naam doorheen hun carrière. Het viel ook voor dat snijders dezelfde naam deelden. Zo heeft men verschillende stukken gevonden die hetzelfde kenteken droegen maar uit een verschillende periode stammen.

Voor het lezen van deze kentekens is veel kennis en ervaring nodig. Vaak zijn deze zo vatbaar voor interpretatie dat het vrijwel onmogelijk is voor de leek om ze bij de correcte artiest te plaatsen. Er zijn veel naslagwerken verschenen die het herkennen van signaturen zouden moeten vergemakkelijken. In 1905 verscheen er een boek van Brockaus[8] met een lijst van wel 1880 snijders. Deze lijst werd nadien bijgewerkt door onder meer Weber[9]. In 1942 bracht een zekere Reikichi[10] een boek uit waarin wel 1342 snijders werden vermeld en nog later in 1974 kwam Davey op de proppen met een lijst van 3425 snijders.

Men kan nooit verifiëren of een signatuur authentiek is. Het werd onmogelijk met de komst van massaproductie. Zelfs in Hongkong werden netsuke aan de lopende band geproduceerd.

Ten slotte moet opgemerkt worden dat niet alle netsuke een signatuur droegen. De waarde van de netsuke zat niet vervat in het kenteken maar in het snijwerk en het materiaal waaruit het vervaardigd was.

Materiaal

Het gebruikte materiaal is natuurlijk sterk afhankelijk van de periode maar over het algemeen kan men stellen dat zowel ivoor als hout erg in trek waren doorheen de eeuwen. Verder maakte men frequent gebruik van: hoornstof, schildpadschild, metaal, keramiek, noten, koraal, parels, porselein, steen, glas, enzoverder.

Materialen werden vaak door elkaar gebruikt. Zo was het niet ongebruikelijk om het lichaam van ‘‘netsuke’’-figuurtjes uit hout te maken en de ledematen in ivoor. Ook de ogen van dieren en menselijke figuren werden vaak uit een ander materiaal gemaakt dan het hoofd. Inlegwerk dat gebeurde met gekleurde materialen wordt ook wel shibayama genoemd.

Hout en ivoor

Houtsoorten varieerden van zacht hout dat makkelijk bewerkbaar was maar vaak te zacht om duurzaam te zijn tot hard hout dat zeer duurzaam was maar moeilijk te bewerken. De kleur varieerde van licht tot donker. Populaire houtsoorten waren: cipres, dennenhout, taxus, bamboe en prunus-soorten.

Ivoor was in het oude Japan een zeer duur materiaal. Men sprong er zuinig mee om en was enkel weggelegd voor welgestelde mensen. Onder ‘ivoor’ verstond men zowel de slagtanden van olifanten als die van andere dieren. Bijvoorbeeld: gefossiliseerde mammoet, slagtanden van de walrus, het nijlpaard maar ook tanden van tijgers, everzwijnen en apen. Het stof dat vrijkwam tijdens het bewerken van ivoor werd opgevangen en gerecycleerd. Het werd vermengd met hars en vervolgens samengeperst tot ‘ivorine’. Deze valse ivoor werd gebruikt voor de buitenlandse markt en toeristen.

Ongewone materiaalsoorten

  • neushoornvogelivoor

Afkomstig van de Rhinoplax [5] en erg in trek omdat het een vaste materie was die zich makkelijk liet bewerken. Men haalde de stof van het voorhoofd van de vogel.

  • umimatsu

Umimatsu is een soort koraal. Het heeft een textuur van concentrische groeicirkels en een zwartbruine kleur met amberkleurige vlekken. In tegenstelling tot andere koraalsoorten wordt umimatsu niet afgescheiden door poliepen maar door een kolonie van zeeorganismen die keratine afscheiden. Aanvankelijk werd de stof vermeden door snijders omdat het te makkelijk afbrak of verkruimelde. Bovenal was het moeilijk om stukken met een egale kleur te vinden.

  • umoregi

Dit is gedeeltelijk gefossiliseerd hout. Het ziet eruit als ebbenhout met een zachtere korrel. Het is een blinkend materiaal dat zich goed leent tot polijsten maar heel makkelijk splijt. Umoregi werd gevormd wanneer cedar- en dennenbomen in het Tertiaire Tijdperk [6] bedolven raakten en carboniseerden. Men vind deze stof nu vooral terug in gebieden als Aobayama en Yagiyama te Sendai.

  • de tagua noot

Ook wel plantaardig ivoor genoemd. De noot is afkomstig van de ivoorpalm (alias Taguaboom). Het vlees van de noot heeft een gele schijn en wordt daarom vaak verward met echt ivoor. De schil van de noot doet denken aan die van een kokosnoot. Voordat men de noot bewerkte liet men deze drogen zodat hij uithardde.

  • kurumi
kurumi netsuke

In het Nederlands: walnoot. Kurumi werden vaak gebruikt om netsuke uit te maken. Door er een worm in te steken werd de noot uitgehold. Vervolgens werd de schil helemaal glad gemaakt.

Werktuigen

Om netsuke te maken waren er verschillende attributen nodig zoals: zagen, messen, boren en beitels. Welk werktuig men gebruikte was afhankelijk van het materiaal. Men moest vooral beschikken over een brede waaier messen. Naarmate het werkproces vorderde gebruikte men fijnere messen. (Houten netsuke die met 1 mes werden uitgesneden noemde men itobori.) Na het snijproces volgde het polijsten waarin alle oneffenheden werden weggewerkt. Nadien kon men eventueel enkele gravures aanbrengen of een lik verf. ‘Dark staining’ was een verftechniek die soms werd toegepast. Men bracht dan donkere vlekken aan om productiefoutjes te verbloemen.

Kwaliteit

De kwaliteit van netsuke was zeer uiteenlopend. Het was het materiaal, het eventuele kenteken en meer nog het algemene beeld van de gekerfde netsuke die de waarde bepaalde. Vaak kon men aan de hand van de netsuke de sociale rang van een persoon afleiden. Goedkopere exemplaren werden snel gekerfd en vervaardigd uit ‘overschotjes’. M.a.w. stukjes hout, ivoor, schelp, metaal, edelstenen, enzoverder. Welgestelde klassen die meer over hadden voor het ding keken uit naar netsuke die in hun geheel beter afgewerkt waren. Dat hield vooral fijner snijwerk en rondom afgewerkte figuren in. Ook de 2 koordgaten mochten het totaalbeeld niet verstoren. De gaatjes moesten op een natuurlijke manier verwerkt worden in de parel.

Soorten

  • manju
ryusa manju

Deze netsuke waren rond en plat. Hierdoor leken ze op de Japanse rijstcake manju[11] genaamd. Ze werden vaak van ivoor of hout gemaakt. Een variant op deze manju was de ryusa manju. Ryusa was een befaamde netsuke-snijder die eind achttiende eeuw leefde en een nieuwe manier van netsuke-snijden introduceerde. Hij sneed zijn netsuke zoals kant. Bepaalde delen werden dus volledig weggesneden zodat de zon erdoor kon schijnen.

  • kagamibuta
kagamibuta netsuke

Deze hadden een metalen deksel dat op een ivoren lichaam lag. kagamibuta werden meestal gemaakt door metaalbewerkers. Zij hadden immers de ervaring van metaaldecoraties voor zwaarden te maken. Het kwam voor dat deze netsuke in combinatie met pijp-zakjes werden gemaakt. Het metalen deksel was dan afneembaar en het ivoren stuk eronder uitgehold als een asbak.

  • katabori
katabori netsuke

Werden gemaakt als rechtopstaande figuurtjes. Elke zijde van het object kreeg evenveel aandacht tijdens het snijden. Men maakt de verdere indeling in:

  • sashi netsuke
sashi netsuke

Verlengde variant van de katabori. Deze langwerpige netsuke werden vanonder naar boven geschoven achter de obi (gordel) zoals een dolk.

  • obi hasami
obi hasami netsuke

Nog een vorm van verlengde netsuke. Het verschil met sashinetsuke was dat deze meer afgerond waren (in een C-vorm). Deze afronding zorgde ervoor dat de netsuke mooi om de band van de obi klemde. Het bovenste en onderste stuk staken kwamen zo tevoorschijn. Tevens was het bescherming tegen verlies.

  • anabori netsuke
anabori netsuke

Werden in schelpen gemaakt.

  • hako

Een vrij zeldzame categorie. Dit waren netsuke in de vorm van doosjes.

  • shunga netsuke

Beeldden erotische taferelen uit.

Speciale vormen

Naast de algemene categorieën kwamen ook speciale voor. Hier was echter niet zoveel vraag naar. Enkele voorbeelden:

  • karakuri netsuke

‘fop’-netsuke. Deze hadden bewegende onderdelen of verborgen dingetjes.

  • men netsuke
mennetsuke

Ofwel masker-netsuke. Dit waren imitaties van noh maskers.

  • zegel-netsuke
  • zonnewijzer-netsuke

Thema’s

Netsuke behandelden vele onderwerpen. Dingen die vaak aan bod kwamen waren: dieren, folklore, mythische figuren, boeren, samurai, sumoworstelaars, goden, erotiek, alledaagse objecten (theekommetjes, bloemen), … Wat echter veel minder aan bod kwam was de vrouw. De vormen waarin zij toch verschenen waren: samen met het kind, als bedelaarster, godin of zeemeermin.

Referenties

  1. Een band die over de kimono wordt gedragen.[1]
  2. Politieke omwenteling in 1867 die een einde bracht aan de heerschappij van het bakufu.[2]
  3. Japanse prentkunst die midden achttiende eeuw aan belang won in het buitenland.[3]
  4. Een van de drie Japanse geschiften. Overgenomen van de Chinese tekens.[4]
  5. De helmneushoornvogel is een van de grootste neushoornvogels. In tegenstelling tot de andere soorten is zijn bek niet hol maar massief[5].
  6. Een geologisch tijdperk dat van 65,5 tot 2,588 jaar geleden liep.[6]

Bronvermelding

Boeken

Dubin,Lois S.The History of beads. From 30 000 B.C. to the Present. Concise Edition. Londen: Thames and Hudson Ltd, 1995.

Schwarz, Karl M.Netsuke Subjects: A Study on the Netsuke Themes with Reference to Their interpretation and symbolism.Wien: Böhlau, 1992

Symmes, Edwin C. Netsuke: Japanese Life and Legend in Miniature. Singapore: Charles E. Tuttle Co. Inc., 1990

Tijdschriften

Athill, Diana.“Following the Netsuke.” Literary Review, juni (2010): 33

Caesar, Ed.”The Hare With Amber Eyes.” The Sunday Times, niet vermeld: 8-9

Elektronische bronnen

Chatto and Windus.“The Hare with Amber Eyes Reading Guide”.Edmund de Waal.<http://www.edmunddewaal.com/theharewithambereyes.html>.(11-05-2012)

“Netsuke info”. Star Company.< http://starnetsuke.com/wordpress/?page_id=15 >

“Netsuke”. World Collectors Net.com.< http://www.worldcollectorsnet.com/features/netsuke/ >. (11-05-2012)

“Japanese Netsuke”. Weird Asia News.<http://www.weirdasianews.com/japanese-netsuke>.(10-05-2012)

Beamer, Chris. “Poor Man, Beggar Man, Rich Man, Thief!”. International Netsuke Society.<http://www.netsuke.org/MomotaroThePeachBoybyVladBykoriz>(10-05-2012)

Bykoriz, Vlad. “Momotaro, the Peach Boy”. International Netsuke Society.< http://www.netsuke.org/MomotaroThePeachBoybyVladBykoriz >(10-05-2012)