Neo-Confucianisme in Japan

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Confucius

Het neo-confucianisme (理學) is een vorm van confucianisme ontstaan in, en overgewaaid uit China. Het heeft naam gekregen in Japan en is uiteindelijk ook uitgeroepen tot staatsfilosofie door toedoen van mensen zoals Zhu Xi, Wang Yang-ming, Fujiwara Seika en Hayashi Razan.

Inhoud

Confucius

Confucius was een Chinese denker en sociaal filosoof. #1 Zijn leer is er een van oprechtheid, respect voor zichzelf en anderen en rechtvaardigheid. De leer legt de nadruk op persoonlijke en bestuurlijke moraal. Die waarden kregen aanhang in de Chinese maatschappij en verspreidden zich later in landen als Korea, Vietnam en Japan.

Confucius' leer werd vooral bekend door de conversaties die hij hield met zijn discipelen. Die conversaties werden na zijn dood verzameld in het boek Analecten. #2 Bijna 2000 jaar werden ook de Vijf Klassiekers #3 aan Confucius toegeschreven, maar moderne historici beweren dat Confucius nooit zelf iets heeft neergepend.

In de Analecten stelt Confucius zich voor als de boodschapper die niets uitvond. Hij hecht een groot belang aan de studie en vraagt van zijn studenten om diep na te denken en eindeloos te studeren over de buitenwereld.

Het bekendste citaat is waarschijnlijk een lichte variant op de Gulden Regel: #4

Leerling: 《 "Is er één woord dat iemand door zijn leven kan geleiden?" 》
Confucius: 《 "Wat denk je van 'Shu': doe nooit anderen iets aan wat je ook voor jezelf niet zou willen?" 》

Eeuwen na Confucius' dood schreven ook Mencius en Xun Zi belangrijke boeken. Na verloop van tijd is een filosofie ontstaan die in het Westen de naam confucianisme kreeg.

Meer dan 1000 jaar later creëerde Zhu Xi een andere interpretatie van het confucianisme, dat nu bekend staat als neo-confucianisme.


Opkomst van het neo-confucianisme in Japan

In de Edo-periode[1] (1600-1868) werd de nood aan een moraalfilosofie groter.

De bushi[2] hadden nog steeds veel macht, niet zozeer op militair vlak, maar eerder in de administratie. Ze hadden een soort moraalfilosofie nodig om hun bewind van rationele elementen te voorzien. Ze hoopten dat dit misschien tot staatsfilosofie kon worden uitgeroepen, wat later ook gebeurde dankzij Zhu Xi, onder de naam Shushigaku. Ook Wang Yang-ming heeft bijgedragen met zijn theorieën, de Yōmeigaku. Ook Confucius' theorieën waren vele jaren na zijn dood nog gekend onder de naam Kōgaku. Alle drie hebben ze de toenmalige maatschappij op diepgaande wijze beïnvloed.

Volgens het confucianisme stond alles in de maatschappij (mensen, dieren, voedsel) in verband met elkaar, in tegenstelling tot het boeddhisme en andere godsdiensten. Daarom moesten alle burgers naar hun stand leven, om de orde en stabiliteit van het land te bewaren.


Personen die hebben bijgedragen tot het neo-confucianisme in Japan

Zhu Xi

Zhu Xi

Zhu Xi 朱熹 (1130-1200) was een Chinese confucianistische filosoof ten tijde van de Song-dynastie. #5 Hij had nieuwe inzichten en bracht het confucianisme tot nieuwe hoogtes, met een groot gevoel voor kosmologie.

Zhu Xi is ook medeverantwoordelijk voor het becommentariëren van enkele grote confucianistische werken zoals de Vier Boeken en de Vijf Klassiekers. In zijn tijd werd er aan zijn commentaar niet zoveel waarde gehecht, pas na zijn dood, kregen ze een grote invloed en werden ze geaccepteerd als standaardcommentaar.

Hij beargumenteerde dat alle dingen tot stand komen door twee universele elementen: levenskracht (Qi気), en wet of rationeel principe (Li法). De bron en som van Li is de Tai Chi, hetgeen betekent het Grote Ultieme. Volgens Zhu Xi veroorzaakt Tai Chi een beweging en verandering van Qi in de fysieke wereld, resulterend in een opdeling van de wereld in de twee energiemodaliteiten (yin en yang) en de vijf elementen (vuur, water, hout, metaal en aarde).

Hij had grote invloed in Japan, waar zijn theorie onder de naam Shushigaku 朱子学 staatsfilosofie werd. Later werd de Shushigaku-school opgericht voor zijn volgelingen.

Het Japanese neo-confucianisme is ontstaan door onder meer de theorieën van Zhu Xi. Hij legde nadruk op de relaties tussen mensen, rekening houdend met hun sociale status, klasse, geslacht en familieband.


Wang Yang-ming

Wang Yang-ming

Wang Yang-ming 王陽明 (1472–1529), geboren onder de naam Wang Shouren, was een Chinese neo-confucianist. Hij was generaal en assistent bij verschillende overheidsdepartementen. Hij werd aangezien als de belangrijkste neo-confucianistische denker, na Zhu Xi. #6

Wang volgde aanvankelijk de leer van Zhu Xi, die zei dat je moet onderzoeken en bestuderen om zo tot kennis te komen, het Gewu (格物). Wang ging met een groep medestudenten in een tuin zitten om bamboe te bestuderen en zo tot het ware Principe van Bamboe te komen. Één voor één vielen ze af, omdat ze geen vooruitgang boekten, tot Wang als laatste overbleef. Hij gaf pas op toen hij besefte dat zijn streven nutteloos was. Achteraf bekeken zei Wang dat hij simpelweg de morele en intellectuele middelen niet bezat om die taak te vervullen. Toen stelde hij Zhu Xi nog niet in vraag.

Wang werd de belangrijkste figuur in de School van het Verstand, die kennis en actie wilden verenigen. Hun tegenpool, de School van het Principe (Li) geloofde dat kennis een soort voorbereiding was op actie.

Wang schreef in zijn beroemde doctrine over kennis en actie dat de kennis om het goede van het kwade te onderscheiden, aangeboren was. Deze kennis was intuïtief en niet rationeel.

《 "Kennis is de richting vóór de actie en actie is de inspanning vóór de kennis." 》
《 "Kennis is het begin van de actie en de actie is de vervollediging van de kennis." 》

Hij geloofde dat kennis die eerst werd verworven en pas daarna in actie werd omgezet, vals was. Men kon geen kennis verkrijgen en ze daarna gebruiken omdat kennis en actie één zijn.

Er zijn overeenkomsten tussen Wang en de Griekse filosoof Socrates: ze geloofden allebei dat kennis een deugd is. Wang zei dat het niet de wereld is die het verstand creëert; het verstand geeft de wereld reden. Daarom is het verstand de bron van alle reden.

Wang Yang-ming inspireerde latere Japanse schrijvers zoals Motoori Norinaga (本居宣長), alleen het Japanse volk, dankzij de kami, het goede van het kwade kan onderscheiden.

Zijn School van het Verstand #7 oefende ook een grote invloed uit op de bushi-ethiek.

Tokugawa Ieyasu

Tokugawa Ieyasu

Tokugawa Ieyasu 徳川家康 (1543-1616) was de oprichter en eerste shōgun van het Tokugawa-shōgunaat. Hij was één van de drie personen die Japan hebben verenigd. #8

Hij begon als daimyō van Mikawa #9, zijn geboorteplaats ligt daar in de buurt. Onder het bewind van Toyotomi Hideyoshi moest hij ook voor de regio Kantō zorgen. Ieyasu had veel invloed op Oda Nobunaga, maar na zijn dood werd Hideyoshi de persoon met de meeste macht. Daarom werd Ieyasu aangesteld als één van de vijf tairō die op Toyotomi Hideyori, de zoon van Hideyoshi, moesten passen.

Toen Toyotomi Hideyoshi in 1598 stierf kwam zijn vijfjarige zoon Hideyori onder de hoede van Ishida Mitsunari. Ieyasu wou macht en zag zijn kans toen Ishida het Toyotomi-bondgenootschap wou bijeenhouden. Hij bracht een leger samen, dat het opnam tegen de Toyotomi-getrouwen.

In 1600, bij de Slag van Sekigahara werd Ishida verslagen door Ieyasu, die aan de macht kwam als eerste shōgun van het Tokugawa-shōgunaat.

Ieyasu's eerste zorg was orde en vrede brengen in een door oorlog aangetast Japan. Door toedoen van neo-confucianistische denkers zoals Fujiwara Seika en Hayashi Razan keek Ieyasu naar China en het Chinese confucianisme. In het Bakuhan-systeem was het bakufu (de militaire overheid) bevoorrecht om de 250 han (gebieden onder controle van een daimyō) te inspecteren. Het Tokugawa-shōgunaat voerde daartoe een systeem in gebaseerd op de Chinese bureaucratie.

Ieyasu ontmoette Fujiwara Seika toen hij nog onder Toyotomi Hideyoshi werkte en lang voor hij het shōgunaat oprichtte. Fujiwara Seika werkte nooit voor Ieyasu, maar beïnvloedde hem wel sterk. Seika's beste student, Hayashi Razan, werd raadgever van Ieyasu en van de twee daaropvolgende shōgun en voerde in het Tokugawa-shōgunaat loyaliteit en verplichtingen als standaard gedragscode in. Hiermee kon het bakufu goed regeren en de orde bewaren.

Tokugawa Ieyasu bleef aan de macht tot 1605, toen zijn zoon Tokugawa Hidetada hem opvolgde. Het bakufu bleef 260 jaar lang in vrede en stabiliteit bestaan.

Fujiwara Seika

Fujiwara Seika 藤原惺窩 (1561-1619) was een van de meest bekende neo-confucianistische filosofen van de Edo-periode. Hij studeerde, net als zijn latere leerling Hayashi Razan, in een zen-klooster omdat zen-monniken toen de enige onderwijzers van het confucianisme waren.

Hij bestudeerde China en Chinese poëzie en kwam tot de conclusie dat het neo-confucianisme voor de Chinese maatschappij een grote vooruitgang betekend had. Het Chinese confucianisme legde de nadruk op het rationeel begrijpen van de mens en de wereld.

Tijdens zijn studie van het neo-confucianisme was Fujiwara Seika vooral geïnteresseerd in handel drijven, volgens hem de beste manier om welvaart voort te brengen. Het neo-confucianisme stelde hem in staat om rationeel te kijken naar de feiten en betere conclusies te trekken. In feite gaat dit in tegen de principes van het confucianisme en neo-confucianisme. Handel drijven was volgens die denkbeelden verkeerd omdat het een ongelijke verdeling van de welvaart voortbracht. Ze zijn voorstanders van de landbouw, omdat ze geloofden dat de landbouw het voortbestaan van een staat bepaalt. Daarom zag China doorheen zijn geschiedenis altijd af van handel drijven en stond het afkerig van het Westerse kapitalisme.

Hayashi Razan

Hayashi Razan

Hayashi Razan 林羅山 (1583-1657) was een neo-confucianistische filosoof. #10 Hij was leerling van Fujiwara Seika en raadgever van de eerste drie shōgun van de Edo-periode. #11 Hij was de eerste die het Shushigaku verdedigde bij het bakufu.

Razan was enorm beinvloed door het werk van de Chinese filosoof Zhu Xi, die de rol van een individu in de maatschappij en dus hiërarchie benadrukte. Er waren 4 klassen:

  1. de bushi, #12
  2. de boeren,
  3. de adel,
  4. de handelaars.

De Hayashi-familie streefde ernaar het Neo-Confucianisme tot officiële leer van de Edo-periode te maken. Ook Razan verdiepte zich van jongs af aan in de Chinese cultuur.

Als raadgever van Tokugawa Ieyasu, had Razan veel invloed op hem. Ieyasu bekeerde zich uiteindelijk tot het neo-confucianisme en paste dit gedachtengoed toe in zijn bakufu.


Kaibara Ekken

Kaibara Ekken

Kaibara Ekken 貝原益軒 (1630-1714) was een neo-confucianistische denker en botanist in de Edo-periode. #13 Hij verdedigde het belang van neo-confucianismein een tijd waarin het boeddhisme domineerde. Door vertalingen in het Japans versterkte hij de positie van het confucianisme en neo-confucianisme in Japan. Zijn studie betekende tevens het begin van de empirische wetenschap in Japan.

Ekken was aanvankelijk boeddhist. Hij kwam in contact met het neo-confucianisme door zijn broer, zijn moeder en zijn stiefmoeder. Hij wou het neo-confucianisme verspreiden én veranderen. Daartoe wou hij de neo-confucianistische ethiek begrijpelijker maken voor de Edo-maatschappij. Hij zette zo de traditie van Zhu Xi verder, die het grote publiek wou opvoeden.

Ekken bestudeerde de grote problemen die hij leerde kennen via Koreaanse filosofen en Chinese filosofen uit de Sung- en Ming-dynastie.

Hij wou een soort neo-confucianisme verspreiden, dat de morele en spirituele cultuur en het empirisch onderzoek tesamen bracht.


Relatie tussen de bakufu en het neo-confucianisme

De relatie tussen debakufu en het neo-confucianisme is altijd een discussiepunt geweest. Er werd vaak gedacht dat het neo-confucianisme diende als een geloof om het bakufu in stand te houden en van rationele elementen te voorzien. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat deze veronderstelling niet volledig correct is.

Meer dan 20 jaar geleden schreef George Sansom:

《 "Kijkend naar de politieke geschiedenis van ongeveer, 1650 tot 1700, vindt men maar een kleine verwijzing naar een orthodoxe ideologie goedgekeurd door de Tokugawa-overheid; en zelfs als dit correct is, kan men nog altijd niet zeggen de overheid afhankelijk was van een 'officieel' confucianisme bij het steunen van hun acties." 》#14

Meer recent scjreef Herman Ooms:

《 "Tijdens deze periode was geen enkele traditie bevoorrecht met exclusieve bijstand van het bakufu, dat zijn leer zou hebben veranderd in een opgedrongen orthodoxie." 》#15

Een officiële bakufu-ideologie bestond niet. De illusie ervan werd gecreëerd door de Hayashi-familie om hun politieke positie te verstevigen.#16 Ooms geloofde dat de bushi, in een poging om zichzelf te vestigen als een heersende klasse, een ideologie voortbrachten. Maar, hij zegt wel dat de Samurai misschien niet op de hoogte waren van de klassen bias van hun standpunten, want hun oproep werd gevolgd door andere delen van de populatie en was dus bijgevolg vrij juist. Ooms concludeerde dat hun inspanningen niet resulteerden in een doctrine die werd opgelegd als een orthodoxie door de directe macht van de staat.

Ook al is er weinig bewijs in de vroege 17de eeuw dat Neo-Confucianisme direct door het Bakufu was beinvloedt als een systeem van politiek denken, toch werden enkele morele en opvoedkundige uitgangspunten van het Neo-Confucianisme heel belangrijk tijdens deze periode van vrede en stabiliteit.

De overdracht van morele waarden was het eerste waarop de overheid en individuele werken zich concentreerden. #17 Het is exact door deze overdracht dat het Neo-Confucianisme werd ingevoerd in de Japanse samenleving. Het was in deze periode dat het Neo-Confucianisme zich verplaatste van de Zen kloosters, waar het zich had gevestigd vanuit China in de Kamakura en Muromachi periode, naar, het op intellectueel, cultureel en sociaal grotere vlak, Tokugawa in Japan.

Dit proces van het aanpassen van Neo-Confucianistisch gedachtengoed aan lokale gewoonten en gebruiken kan worden bestudeerd in allerlei geschriften van die periode. #18

Na het land te hebben verenigd, was de Tokugawa overheid besloten om niet alleen door middel van militair machtsvertoon, maar ook door morele manieren hun positie als heerser in stand te houden.

Edict van Kansei

Het Neo-Confucianisme werd tot officiële staatsfilosofie uitgeroepen door het Shogunaat in 1790. Dit bevel zei dat er geen heterodoxe studies mochten worden gepropageerd, dus studies die tegen de leer van het Neo-Confucianisme ingingen werden verbannen. Er werden 2 mannen aangesteld door de overheid om toezicht te houden dat alles conform met de wet verliep.


Confucianisme in huidig Japan

In huidig Japan is de invloed van het Confucianisme aanzienlijk verminderd, maar nog niet verdwenen.

Alhoewel de Japanners het niet laten merken dat ze wel beinvloed zijn (van kleins af aan), kan men in zowel het bedrijfsleven als het gewone gezin de resten die het Confucianisme heeft achtergelaten nog zien. Volgens Ronald Dore functioneren moderne bedrijven nog altijd volgens die Confucianistische principes.#19 Hij zei dat de personen in de familie nog altijd hard werken en zwaar studeren enorm respecteren, omdat ze geloven dat dit de sleutel is naar succes en dus in iedereen (de maatschappij in zijn geheel en het hele land) zijn voordeel is. Mariko Fujiwara zei:

《 "De Japanners geloven dat hoe harder ze werken, des te beter voor het bedrijf en het zelf. De uitgangspunten van het bedrijf en het zelf waren gelijk." 》#20


Japanse Neo-Confucianistische filosofen

Romanisatie Originele Japanse naam Leefperiode
Fujiwara Seika 藤原惺窩 1561 - 1619
Hayashi Razan 林羅山 1583 - 1657
Tōju Nakae 藤樹中江 1608 - 1648
Yamazaki Ansai 山崎闇斎 1619 - 1682
Kumazawa Banzan 熊沢蕃山 1619 - 1691
Kinoshita Jun'an 木下順庵 1621 - 1698
Yamaga Sokō 山鹿素行 1622 - 1685
Itō Jinsai 伊藤仁斎 1627 - 1705
Kaibara Ekken 貝原益軒 1630 - 1714
Satō Naokata 佐藤直方 1650 - 1719
Asami Keisai 浅見絧斎 1652 - 1712
Arai Hakuseki 新井白石 1657 - 1725
Muro Kyūsō 室鳩巣 1658 - 1734
Miyake Sekian 1665 - 1730
Ogyū Sorai 荻生徂徠 1666 - 1728
Amenomori Hōshū 雨森芳洲著 1668 - 1755
Itō Tōgai 伊藤東涯 1670 - 1736
Matsumiya Kanzan 松宮観山 1686 - 1780
Goi Ranshū 武井蘭洲 1697 - 1762
Nakai Chikuzan 中井竹山 1730 - 1804
Ōshio Heihachirō 大塩平八郎 1793 - 1837
Yamada Hōkoku 山田方谷 1805 - 1877


Voetnoten

1. Confucius is een romanisatie van K'oeng-foe-tzi 孔子, 551 v.Chr. - 479 v.Chr.
2. Één van de '4 Boeken', de andere waren: Mencius, the Great Learning en Doctrine of the mean.
3. De '5 Klassiekers' waren: Change classic, Documents classic, Poetry classic, Record of Rituals en Spring and Autumn annals.
4. Analecten XV.24.
5. Zhu Xi staat ook bekend onder de naam Chu Hsi.
6. In literaire kringen stond hij bekend onder de naam Yangming Xiansheng (Brilliante Meester Yangming).
7. Ōyōmei-gaku in het Japans.
8. De andere twee waren Toyotomi Hideyoshi en Oda Nobunaga.
9. Het oostelijk deel van de huidige Aichi prefectuur.
10. Hayashi Razan staat ook bekend onder de naam Doshun.
11. Eerste drie Shoguns waren Tokugawa Ieyasu, Tokugawa Hidetada en Tokugawa Iemitsu.
12. Samurai waren de heersende klasse op dat moment.
13. Kaibara Ekken staat ook bekend onder de naam Atsunobu 篤信.
14. Sansom, George. A history of Japan 1615-1867. Stanford: Standford University Press, 1963.
15. Ooms, Herman. Neo-Confucianism and the formation of early Tokugawa Ideology. Princeton University Press, 1984.
16. Ooms, Herman. Tokugawa Ideology: Early Constructs, 1570-1680. Chicago: Chicago University Press, 1985.
17. Geschriften, verhandelingen, bevelschriften en dergelijke.
18. Schoolgerelateerde verhandelingen, opvoedkundige schriften of populaire preken.
19. Dore, Ronald. Taking Japan Seriously: A Confucian Perspective on Leading Economic Issues. Stanford, CA: Stanford University Press, 1987.
20. Fujiwara, Mariko. Research Director, Hakuhodo Institute of Life and Living, Inc. Discussie met Keizai Koho Center Fellows, Tokyo, July 10, 2001.

Bronvermelding

Boeken

  • Evelyn Tucker, Mary. Moral and Spiritual Cultivation in Japanese Neo-Confucianism - The Life and Thoughts of Kaibara Ekken. New York: State University of New York Press, 1989.
  • Edited by Benjamin A. Elman, John B.Duncan and Herman Ooms. Rethinking Confucianism - Past and Present in China, Japan, Korea and Vietnam. Los Angeles: University of California, 2002.

Cursussen

  • Vande Walle, Willy en Hans Coppens. Geschiedenis van Japan tot 1868, cursus gedoceerd in kader van het vak ‘Geschiedenis van Japan tot 1868’, Katholieke Universiteit Leuven, Leuven, 2006.

Externe links