Naruse Jinzō (成瀬仁蔵) en de Nihon Joshi Daigaku (日本女子大学)
Uit GeschiedenisJapan
Naruse Jinzō[1] was een pionier op het gebied van hoger onderwijs voor vrouwen tijdens de Meiji(明治)- en Taishō(大正)-periodes. Hij staat vooral bekend als de stichter van de Nihon Joshi Daigaku (日本女子大学, Japan Women's University of JWU). Hij heeft hierdoor actief meegeholpen aan de verbetering van het vrouwenonderwijs na de Meiji-restauratie (明治維新, 1868).
Inhoud |
Het leven van Naruse Jinzō (成瀬仁蔵)
Kindertijd en vroege studies
Naruse Jinzō werd geboren op 23 juni 1858 in Yoshishiki Ōgata (吉敷大形) in de Yamaguchi-prefectuur (山口県, vóór de Meiji-restauratie gekend als de han van Chōshū (長州藩)). Jinzō was de oudste zoon van een familie van samurai van lagere klasse. Zijn familienaam, oorspronkelijk Kawazaki (河崎), werd door Jinzō's vader Kozaemon (小左衛門) veranderd in Naruse. Zijn familie diende de Mōri-clan (毛利家) van Yoshishiki, een deel van de grotere Mōri-clan van Chōshū. Jinzō's moeder, Utako (歌子), behoorde tot de Hata (秦)- samuraifamilie, afkomstig uit het nabijgelegen dorp Ōtoshi (大歳).
Als kind liep hij school in de lokale school Kenshōkan (憲章館). In 1874, het zevende jaar van de Meiji-periode, werkte hij korte tijd als inwonend apotheker op het medisch departement van die school. In datzelfde jaar stierf zijn vader. Jinzō ging studeren voor leerkracht in Yamaguchi, op de Kyōinyōseisho (教員養成所). Zijn medestudenten en hij waren slechts de tweede jaargang studenten die daar studeerden. In 1876 studeerde hij af en hij werd leerkracht op een lagere school. Het daaropvolgende jaar verliet hij echter Yamaguchi.
Bekering tot het christendom
Dit was onder impuls van Sawayama Paul (沢山ポール), een man uit hetzelfde dorp, die in de Verenigde Staten een christelijk missionaris was geworden. Jinzō zou later over zijn leven een boek schrijven. In 1878 bekeerde Jinzō zich ook tot het christendom (protestantisme) in de Naniwa-kerk in Ōsaka (大阪), en begon hij te werken als hoofdleerkracht in de Baika School for Girls (Baika Jogakkō, 梅花女学校). Die was datzelfde jaar gesticht. Het volgende jaar (1879) trouwde hij met de dochter van een samurai van de (vroegere) Fukui-han (福井藩), die een leerlinge was geweest van de Baika School. Jinzō was zeer enthousiast over zijn werk als onderwijzer (zelfs tot op het punt dat hij zijn eigendommen verkocht om de school draaiende te houden), maar zijn drang om als missionaris te werken was sterker.
Missioneringswerk in Naniwa en Kōriyama
Daarom nam hij op het eind van het schooljaar van 1882, na het afstuderen van de leerlingen, ontslag als leraar. Hij begon te werken als priester, met de Naniwa-kerk van Sawayama als uitvalsbasis. In 1883 verlegde hij zijn activiteiten naar een missioneringspost in de stad Yamatokōriyama (大和郡山市) in de Nara-prefectuur (奈良県). Het volgend jaar stichtte hij daar ook de Kōriyama-kerk. Hij werkte er als priester en deed er tegelijk onderzoek naar onderwijs voor meisjes.
Missioneringswerk en bevordering van onderwijs in Niigata (新潟)
De missionering in Niigata (Niigata-prefectuur, 新潟県) verliep steeds moeizamer, omdat het christelijk geloof er niet aanvaard werd. Naruse werd door zijn superieuren gevraagd om daar het geloof te gaan verspreiden, maar in eerste instantie weigerde hij. Hij gaf slechts toe toen zijn zieke vriend Sawayama hem smeekte om naar Niigata te gaan. In 1886 stichtte hij er de eerste christelijke kerk (新潟教会). Hij merkte dat het meisjesonderwijs in Niigata te wensen overliet, en toen er een plan werd geopperd om een meisjesschool te stichten, werkte Jinzō mee. Een jaar later was de Niigata School for Girls (新潟女学校) een feit, met Jinzō als directeur. Hij hield zich ook bezig met de Hokuetsu Gakkan (北越学館), een middelbare school voor jongens in dezelfde regio. Hij kwam hierdoor echter in aanraking met Uchimura Kanzō (内村鑑三), die was uitgenodigd om les te geven op Hokuetsu Gakkan. Kanzō kreeg de steun van zijn leerlingen en probeerde de school onafhankelijker te maken. Jinzō had hier natuurlijk bezwaar tegen en liet Kanzō ontslaan. (Dit staat bekend als het Hokuetsu Gakkan-incident, 北越学館事件). Nadat Kanzō vertrokken was, nodigde Jinzō enkele oude vrienden uit om les te komen geven, onder wie Matsumura Kaiseki[2] (松村介石) en Asō Seizō (麻生正蔵).
Studie en onderzoek in Amerika
In 1890 vertrok Jinzō op studiereis naar Amerika. Hij studeerde er onder andere pedagogie, sociologie en theologie aan het Andover Theological Seminary en aan Clark University in Worcester, Massachusetts. Hij bestudeerde er ook allerlei openbare instituten en deed er onderzoek naar vrouwenonderwijs. In 1894 keerde hij terug naar Japan. Hij begon te werken als directeur van de Baika School for Girls, dezelfde school waar hij eerder als hoofdleerkracht had gewerkt. Hij begon ook de oprichting van een instituut voor hoger onderwijs voor vrouwen uit te werken. In 1901 was de Nihon Joshi Daigakkō (日本女子大学校, Japan Women's College School) een feit. Naruse Jinzō werd de eerste president van de pas opgerichte school en bleef in die positie ijveren voor de verbetering van vrouwenonderwijs tot aan zijn dood in 1919. Hij werd begraven op het Zoshigaya kerkhof[3] in Tōkyō.
Boeken van Naruse Jinzō
• 『女子教育』(Joshi Kyōiku): "On women's education" (1896)
• 『進歩と教育』(Shinpo to Kyōiku): "On progress and education"
• "A modern Paul in Japan" (1893): Over het leven en het werk van Eerwaarde Paul Sawayama.
Het onderwijs voor vrouwen in de Japanse geschiedenis
Vroege periode
In de weinige bronnen die handelen over de vroegste periode van de Japanse geschiedenis, kan men opmaken dat er in vroeger tijden weinig sprake was van onderscheid tussen mannen en vrouwen. In zoverre er dus al van onderwijs sprake was, ontvingen mannen en vrouwen het zonder onderscheid. Zo staat er in de Kojiki (古事記)[4] een passage over Jingū, een legendarische heerseres die niet alleen haar leger leidde in de strijd met Korea, maar ook werd geëerd om het feit dat ze het leven van haar volk verbeterde door hen te leren vissen met vislijn en aas. Acht monarchen uit de vroege periode van de Yamato-lijn[5] waren vrouwen. In deze periode was het voor vrouwen dus nog mogelijk om hoge machtsposities te bekleden, wat wijst op relatieve gelijkheid tussen de seksen.
Heian-periode (平安時代, 794-1185)
Het begin van de Heian- periode ging gepaard met de opkomst van een aristocratische elite, die grote waarde hechtte aan degelijk onderwijs en geletterdheid. Op dit moment bestond er in Japan al een eeuwenlange traditie van Chinese culturele oriëntatie. Aangezien de Chinese cultuur sinds lang ingedeeld was in strikt gescheiden mannelijke en vrouwelijke sferen, is het niet verwonderlijk dat aristocratische vrouwen wel een opleiding ontvingen, maar dat die niet identiek was aan die van de mannen. Sommige dingen werden wel door zowel mannen als vrouwen geleerd, onder andere kalligrafie, muziek en dichtkunst (die aan het hof een geliefd tijdverdrijf vormden), maar toch waren vele studiegebieden het exclusief domein van één van beide seksen. Zo was verven van stoffen en naaien bijvoorbeeld een strikt vrouwelijke bezigheid. Voor de mannen was de studie van het Chinees, op dat moment de officiële taal aan het hof en in de politiek, een must, maar vrouwen werden geacht enkel in het Japans te lezen en te schrijven. Vrouwen moesten delicate, elegante en zachtaardige wezentjes zijn en een vrouw die Chinees studeerde werd als zeer onelegant en dus onvrouwelijk beschouwd. Niet alle vrouwen lieten zich hier echter door tegenhouden, getuigen enkele pareltjes van Japanse middeleeuwse literatuur geschreven in het Chinees door vrouwelijke auteurs, onder andere Sei Shōnagon (清少納言) en Murasaki Shikibu (紫式部).[6]
Kamakura- en Muromachi-periode(鎌倉時代, 1185-1333 en 室町時代, 1333-1573)
De Kamakura-periode luidde het einde in van de aristocratische elite. De macht lag voortaan in handen van de bushi (武士) of samurai (侍), een nieuwe heersende klasse van krijgers. Door deze verandering van heerschappij werd de Japanse samenleving en cultuur steeds meer gedomineerd door mannen. Chinese confucianistische ideeën over de ondergeschiktheid van vrouwen waren wijdverbreid onder deze elite, vandaar dat zeer weinig vrouwen op een degelijke opleiding konden bogen. Zij kregen geen enkele publieke rol van belang. Niet alle mannen waren geletterd en bij de vrouwen was de situatie nog erger. Degenen die wel werden opgeleid, kregen thuisonderwijs. Van vrouwen werd immers een zeer strenge kuisheid geëist[7], en in extreme gevallen kon dit zelfs betekenen dat zij na hun tiende levensjaar niet meer naar buiten mochten. Het werd hen keer op keer ingeprent geen mannen binnen te laten in de binnenste vertrekken van het huis[8], zelfs niet als het om familieleden ging. De meeste boeken die gebruikt werden om meisjes te leren lezen en schrijven, waren confucianistisch van inslag en legden vooral de nadruk op de absolute gehoorzaamheid die een vrouw aan alle mannen van haar familie verschuldigd is. [9]
Edo-periode (江戸時代, 1603-1868)
Tijdens de Edo-periode werd het confucianisme de staatsideologie. Daardoor werd de al eerder bestaande ondergeschiktheid van vrouwen t.o.v. mannen nog meer regel. Zonen van families die behoorden tot de heersende klasse gingen naar de zogenaamde hanscholen of domeinscholen en bestudeerden de Chinese klassieken, meestal met confucianistische geleerden als leerkrachten. Meisjes daarentegen moesten thuisblijven en ontvingen slechts basisonderricht. Het belangrijkste wat meisjes moesten leren was naaien, weven en het besturen van een huishouden, in tegenstelling tot de literaire kennis die hun broers werd aangereikt. Er was echter een verschil naargelang klasse in de onderwijssituatie van jongens en meisjes. Mensen van lagere klassen, zoals kooplieden, ambachtslieden en boeren stuurden hun kinderen veelal naar de tempelschooltjes of terakoya (寺子屋)[10], waar ze (tot op zekere hoogte) leerden lezen, schrijven en rekenen.[11] Er waren vier keer zoveel jongens als meisjes in deze scholen, maar in de steden, waar van koopmansvrouwen werd verwacht dat ze meehielpen in de zaak, was de situatie iets beter. Vele leerkrachten in deze scholen waren daar ook vrouwen. Sommige meisjes werden ook voorbereid op indiensttreding bij een heer, of werden opgeleid om heren aangenaam te kunnen bezighouden. Zulke meisjes werden onderricht in o.a. kalligrafie, muziek, dans, poëzie, verhalen vertellen, etc.
In deze periode begon men ook voor het eerst serieus na te denken over vrouwenonderwijs. Dit resulteerde in boekwerken die tot in detail uitwerkten op welke manier en waarin meisjes precies moesten onderwezen worden, zodat ze zouden opgroeien tot vrouwen die de vier belangrijkste vrouwelijke karakteristieken[12] bezaten. Eén voorbeeld hiervan is Wazoku Dōjikun van Kaibara Ekken (貝原益軒, 1630-1714). Enkele van Kaibara’s bewonderaars vatten dit werk later beknopt samen en publiceerden het onder de titel Onna Daigaku (女大学).[13] Dit werk paste wonderwel in het sociale klimaat van die tijd[14] en werd dan ook snel een bron van autoriteit. De Onna Daigaku werd vele generaties lang gebruikt in de terakoya (als leesmateriaal en om kalligrafie te oefenen). Ook in de huishoudens van meer gegoede families werd het een standaardwerk voor het onderricht van dochters. Vele werken van dezelfde strekking volgden.[15]
Vernieuwingen tijdens de Meiji-periode
Na de Meiji-restauratie[16] in 1868 begon de overheid zich enthousiast alles wat modern was eigen te maken. Hiertoe werd de Iwakura-missie uitgestuurd naar de "moderne wereld" om daar o.a. de cultuur en instellingen te bestuderen. In het gezantschap bevonden zich ook 5 meisjes die in het buitenland (in de Verenigde Staten) mochten studeren. Drie van hen, waaronder de zeer bekende Tsuda Umeko (津田梅子), studeerden later af aan gerennommeerde Amerikaanse colleges.
In 1872 vaardigde de regering het Onderwijsdecreet (Gakusei, 学制) uit. Dit voerde o.a. de algemene leerplicht in (voor jongens én meisjes)[17] en plande een onderwijsnet gebaseerd op het Franse systeem waarin vele reeds bestaande scholen geïncorporeerd werden.[18] Door gebrek aan financiën werd het volledige plan nooit uitgevoerd. In 1879 werd er een nieuw decreet uitgevaardigd ("Decreet op de Opvoeding", Kyōiku Rei : 教育令) en daarmee werd het vorige decreet vervangen. Dit nieuwe decreet was geïnspireerd op het Amerikaanse systeem met regionale autonomie inzake onderwijs. Dit laatste werd echter reeds in 1880 teruggedraaid door het "Herziene Decreet op de Opvoeding" (Kaisei Kyōiku Rei : 改正教育令), waarin er weer werd geopteerd voor centralisatie. In 1890 kwam daar nog een "Imperial rescript on Education" bij, een document dat de hoeksteen van de Meiji-ideologie zou worden. [19] Het linkte confucianistische deugden (zoals ["filial piety" en "loyalty"[20]) aan nationalisme en absolute trouw aan de keizer.[21] Dit document werd met opmerkelijk respect, bijna ontzag, behandeld[22], een uiting van de eerbied voor de keizer die iedere Japanner van jongs af aan werd ingeprent.[23]
Het onderwijsbeleid tijdens de Meiji-periode was erop gericht om de kloof te dichten tussen de schoolgang van meisjes en jongens. Voor het lagere schoolniveau slaagde men daar redelijk snel in: tegen 1910 ging ongeveer 98% van alle meisjes en jongens van lagere schoolleeftijd naar school. Na het lagere schoolniveau waren de onderwijskansen voor vrouwen echter beduidend minder dan die van mannen. Vele scholen voor voortgezet onderwijs weigerden al gauw om vrouwen aan te nemen en de regering verbood in 1879 gemengd onderwijs na de lagere school.[24] Vrouwen moesten nog steeds opboksen tegen de culturele gedragspatronen die hen werden opgelegd. Van vrouwen werd immers verwacht dat zij "goede echtgenotes en wijze moeders" (ryōsai kenbo: 良妻賢母) zouden zijn, daarom vond men een voortgezette opleiding voor hen niet echt noodzakelijk. Hoger onderwijs was vooral voor mannen bedoeld, en middelbare meisjesscholen werden eerder opgevat als "finishing schools"[25]: Het curriculum was één jaar korter en de academische standaard lag lager. Vele van deze scholen boden echter wel een leerkrachtenopleiding aan. Deze opleidingen werden officieel aangemoedigd, omdat de regering graag vrouwelijke leerkrachten in de lagere scholen zag. De regering opende verder ook shihan gakkō (師範学校), normaalscholen voor de opleiding van leerkrachten, maar ook hier was het gros bestemd voor de opleiding van mannen.[26]
Omdat het publiek onderwijs vooral gericht was op mannen en relatief weinig inspanningen leverde op het vlak van vrouwenonderwijs, werd privé-onderwijs voor vrouwen zeer belangrijk.[27] Christelijke missionarissen speelden hier een grote rol in. Zowel middelbare scholen als scholen voor hoger onderwijs werden gesticht door privé-personen om aan de grote nood te voldoen. Enkele voorbeelden zijn :
- Tsuda Umeko (津田梅子, 1864-1929), de jongste van de 5 meisjes die meegingen op de Iwakura missie, stichtte in 1900 de Joshi Eigaku Juku (女子英学塾, vandaag gekend als Tsuda University). De studenten van deze school werden vooral onderwezen in de Engelse taal en literatuur, en bezaten na hun studies de kwalificatie om Engelse les te geven op middelbare scholen.
- In hetzelfde jaar stichtte Yoshioka Yayoi[28] (吉岡彌生, 1871-1959) de Tōkyō Women's Medical School (Tōkyō Joigakkō, 東京女医学校) met vier studenten. [29]
De Japan Women's University/Nihon Joshi Daigaku (日本女子大学)
Stichtingsprincipes
Op 20 april 1901 werd de Nihon Joshi Daigakkō (日本女子大学校, Japan Women's College School) opgericht. Naruse Jinzō, de stichter en eerste president van JWU baseerde zich voor zijn filosofie op drie onderwijsprincipes:
- Ware overtuiging : 「信念徹底」
- Creativiteit : 「自発創生」
- Medewerking en dienstbaarheid : 「共同奉仕」
Zijn motto was: Vrouwen onderwijzen als personen, als vrouwen en als burgers. Hij stapte echter niet af van het ryōsai kenbo-principe, hij gaf er enkel een nieuwe invulling aan: Om hun rol als echtgenoten en moeders terdege te kunnen vervullen, moeten vrouwen goed opgeleid zijn. Ze moeten immers ook hun land dienen en niet enkel hun echtgenoten. Wat ook opmerkelijk is, is dat Naruse zijn college qua opzet niet christelijk heeft gemaakt, ondanks het feit dat hij zelf een bekeerde christen was.
Kort overzicht van de evolutie van JWU
Bij aanvang bestond de Nihon Joshi Daigaku slechts uit drie departementen: Huishoudkunde, Japans en Engels.[30] Kort nadat de eerste lichting studenten afstudeerde in 1904, werd er een vereniging voor alumnae opgericht, genaamd Ofukai. In 1906 kwam er nog een departement bij, het departement voor onderwijs.[31] In 1919, bij de dood van de stichter, werd Shōzō Asō aangesteld als tweede president. In 1921 werd het departement voor sociaal werk opgericht[32], en tien jaar later, in 1931, werden de departementen gedeeltelijk gereorganiseerd.
In 1948, een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van JWU, verkreeg de school, die tot dan toe een college of gakkō (学校) was geweest, volwaardige universiteitsstatus (daigaku, 大学) als resultaat van een onderwijshervorming.[33] Het nieuwe systeem ging van start met twee faculteiten: Huishoudkunde en Letteren. In 1950 werd het departement onderwijs ondergebracht bij de Faculteit Letteren. In 1961 werd een "Graduate School"[34] gekoppeld aan de faculteit voor Huishoudkunde met verschillende keuzes voor de masteropleiding. In 1966 gebeurde hetzelfde voor de faculteit Letteren, met Japans en Engels als opties voor de master. In 1968 werd het computerlaboratorium opgericht. In 1975 en 1978 volgde, naast een uitbreiding van de opties voor de master in de faculteit Letteren én Huishoudkunde, de oprichting van doctoraatscursussen voor de faculteit Letteren. De mogelijkheden waren Japanse literatuur, Sociaal Welzijn, en Engelse literatuur. In 1990 werd de faculteit voor Sociale Wetenschappen opgericht. Twee jaar later volgde de faculteit Wetenschappen. Deze faculteiten werden ook snel uitgebreid met "graduate schools" en doctoraatscursussen. In 1995 werd het "Algemeen Onderzoeksinstituut" van de JWU geopend, alsook het "Life-Long Study Center".
In 2001 mocht de universiteit haar honderdjarig bestaan vieren.
Japan Women's University vandaag
Tegenwoordig bestaat de Nihon Joshi Daigaku uit vier faculteiten verspreid over twee campussen: de Mejiro-campus in de Bunkyō-wijk van Tōkyō (東京都文京区目白台), en de Nishi-Ikuta-campus in de Tama-wijk van de stad Kawasaki (川崎市多摩区西生田) (in de Kanagawa-prefectuur, 神奈川県). Daarnaast zijn er parallel met de universiteit, verbonden instellingen gegroeid: een hogere middelbare school (15-18 jaar), een lagere middelbare school (12-15 jaar), een lagere school (Hōmei Elementary School, 豊明小学校, 6-12 jaar) en een kleuterschool (Hōmei Kindergarten, 豊明幼稚園, 3-5 jaar). Op de kleuterschool na zijn al deze verbonden instellingen exclusief voorbehouden voor meisjes. De lagere school en de kleuterschool, beiden opgericht in 1906, zijn vernoemd naar de Morimura Hōmei Stichting (森村豊明会, een liefdadigheidsinstelling opgericht door Morimura Ichizaemon (森村市左衛門)) in erkentelijkheid voor de grote financiële hulp van deze stichting aan de universiteit. De hogere en lagere middelbare school waren oorspronkelijk één school en zijn samen met de universiteit opgericht in 1901. Ze zijn daarna in 1947 gesplitst als resultaat van een onderwijshervorming.[35] In de loop der jaren zijn er ook een heel aantal instituten en centra gesticht die allemaal iets met het universiteitsgebeuren te maken hebben. Dit alles maakt dat de JWU er tegenwoordig min of meer als volgt uitziet:
- Mejiro-campus
- * Faculteit Letteren
- * Faculteit Huishoudkunde
- * Faculteit Wetenschappen
- * Hōmei Elementary School
- * Hōmei Kindergarten
- * JWU Onderzoeksinstituut
- Nishi-Ikuta-campus
- * Faculteit Sociale Wetenschappen
- * Verbonden hogere middelbare school (15-18 jaar)
- * Verbonden lagere middelbare school (12-15 jaar)
- * Nishi-Ikuta Lifetime Learning center
Op beide campussen zijn er verder nog bibliotheken, computercentrums, slaapzalen, een medisch centrum voor studenten en studentenadviesdiensten. Bij de universiteit hoort ook een bezinningscentrum, Sansenryō (三泉寮), waar in de zomer seminaries worden gehouden. Het centrum ligt in het bergstadje Karuizawa (軽井沢) in de Nagano-prefectuur (長野県).
De stichter herdacht
Door de jaren heen zijn er ook een aantal gebouwen opgericht en activiteiten ondernomen om ervoor te zorgen dat de stichter van deze universiteit niet vergeten wordt.
- In 1934 werd Naruse's geboortehuis omgevormd tot Naruse Park door vrijwilligers uit Yamaguchi die afgestudeerd waren aan de JWU.
- In 1981 werd de Naruse Memorial Hall opgetrokken op de Mejiro-campus om het tachtigjarig bestaan van de universiteit te vieren. Het Romaanse gebouw bevat onder andere een herdenkingskamer, een meditatiekamer, een leeskamer, etc. Naruse's dagboeken, gedichten en zijn beroemde boek "Women's education" worden er tentoongesteld en zijn vroegere residentie is eraan verbonden. De tentoonstelling wordt vier keer per jaar verwisseld. De Memorial Hall is bedoeld als een museum en is daarom vrij toegankelijk voor het publiek.
- In 1996, bij de inwijding van het nieuwe Naruse Auditorium op de Nishi-Ikuta-campus, werd de Naruse Memorial Room (die zich in het Auditorium bevindt) geopend.
Beroemde vrouwen gevormd aan de Nihon Joshi Daigaku
- Hiratsuka Raichō (平塚雷鳥, 1886-1971): Schrijfster, politiek activiste en invloedrijke feministe.[36]
- Miyamoto Yuriko (宮本百合子, 1899-1951): Bekroond schrijfster.[37]
- Tamura Toshiko (田村俊子, 1884-1945): Feministische schrijfster.[38]
- Hiraiwa Yumie (平岩 弓枝, geboren in 1932): Bekroonde schrijfster.[39]
Weetjes
- In 2000 verscheen er een postzegel van 80 yen met de afbeelding van Naruse Jinzō, samen met Tsuda Umeko en Yoshioka Yayoi.
- Enkele populaire bijnamen/afkortingen voor de universiteit zijn "Ponjo" (本女) en "Nichijo" (日女). Oudere alumnae en personeelsleden noemen de universiteit ook weleens "Mejiro no joshidai" (目白の女子大, of "vrouwenuniversiteit in Mejiro" (afgekort)).
Voetnoten
- ↑ In overeenstemming met de Japanse schrijfwijze van namen wordt eerst de familienaam genoemd. De achternaam van deze man is dus Naruse, de voornaam is Jinzō. Alle Japanse namen in dit artikel zijn op gelijkaardige wijze weergegeven, indien mogelijk met de kanji's van hun naam.
- ↑ http://en.wikipedia.org/wiki/Matsumura_Kaiseki
- ↑ http://en.wikipedia.org/wiki/Z%C5%8Dshigaya_Cemetery
- ↑ De Kojiki ("Relaas over de zaken van het verleden"), de eerste officiële geschiedenis van Japan, werd samengesteld op bevel van de keizer, en voltooid in 712 na Chr.
- ↑ De keizerlijke familielijn.
- ↑ Het bekendste werk van deze laatste, de Genji Monogatari, werd zozeer bewonderd dat men zelfs heeft geprobeerd om een systeem voor vrouwenonderwijs te baseren op de idealen die worden uitgebeeld door de personages van de Monogatari. Vrouwen van hogere klasse beschouwden Murasaki Shikibu als het ideaal van vrouwelijkheid, en de maatschappij die beschreven wordt in de Monogatari als een modelsamenleving.
- ↑ Volgens de Teijodō-school, een aanpassing voor vrouwen van de Bushidō (武士道, de code van de samurai), moesten vrouwen bereid zijn om alles, zelfs hun leven, op te offeren voor hun eer.
- ↑ De binnenste kamers van het huis zijn traditioneel de vrouwenvertrekken.
- ↑ De zogenaamde drievoudige gehoorzaamheid (sanjū 三従) bepaalde dat een vrouw als kind aan haar ouders en aan haar broers, als echtgenote aan haar man, en als moeder aan haar kinderen (maar vooral aan de zonen) moest gehoorzamen.
- ↑ De origine van deze tempelschooltjes was Boeddhistisch, met monniken als leerkrachten, die lesgaven in hun tempels. Later mochten ook shintō-priesters, dokters, dorpsoudsten, samurai zonder meester, en "zelfs" vrouwen een terakoya openen, waardoor ze evolueerden naar seculiere scholen.
- ↑ Voor jongens en meisjes was schoonschrift het belangrijkste vak. Meisjes leerden kana te schrijven, naast lezen, rekenen, en naaien. Bij het schrijven was niet enkel het schrift zelf belangrijk. De boeken die gebruikt werden om zinnen uit over te schrijven, waren in feite basisleerboeken over verschillende onderwerpen, zoals moraal, geschiedenis, aardrijkskunde, etc. Meisjes die dat wensten, konden ook de theeceremonie of ikebana (生け花) leren.
- ↑ Vrouwelijke deugd, vrouwelijk taalgebruik, vrouwelijk gedrag en vrouwelijke dienstbaarheid (deze karakteristieken waren, net zoals de drievoudige gehoorzaamheid, afkomstig uit het confucianisme).
- ↑ De titel betekent "The Great Learning for Women". Deze titel is gekozen in overeenkomst met de "bijbel" van het neo-confucianisme. Deze heette namelijk "The Great Learning" of Daigaku (大学).
- ↑ Het boek weerspiegelt in vele opzichten de heersende (confucianistische) moraal van die tijd, bijv. in de vele gedragsregels die het vrouwen voorschrijft, in overeenstemming met de vier belangrijkste vrouwelijke karakteristieken, in de strenge scheiding tussen mannelijke en vrouwelijke plichten en gedrag, en in de ondergeschiktheid van vrouwen aan mannen: "The five worst maladies that afflict the female mind are: indocility, discontent, slander, jealousy and silliness. Without any doubt these five maladies infest seven or eight out of every ten women, and it is from these that arises the inferiority of women to men..." (Marius B. Jansen, The Making of Modern Japan, p. 198) Ook de gehoorzaamheid die een vrouw volgens confucianistische idealen steeds moest betrachten, werd benadrukt: "A woman has no particular lord. She must look to her husband as her lord and must serve him with all worship and reverence,... The great life-long duty of a woman is obedience." (Marius B. Jansen, The Making of Modern Japan, p. 197)
- ↑ Eén van deze werken, dat ook zeer populair werd, was Onna Shōgaku (女小学). Dit werk propageerde ongeveer hetzelfde gedachtengoed als de Onna Daigaku. Andere werken verschenen, maar deze waren over het algemeen weinig vernieuwend, en volgden steeds hetzelfde confucianistische gedachtengoed.
- ↑ Voor meer informatie over dit onderwerp, en over de verdere geschiedenis van het Japanse onderwijs na de Meiji-periode, klik hier
- ↑ Ouders moesten erop toezien dat "jongens en meisjes zonder onderscheid" naar de lagere school gingen. De ouders moesten wel schoolgeld betalen en daarom (ook door het verlies van arbeidskrachten in boerengezinnen) waren er in het begin hier en daar opstanden tegen de leerplicht. In 1900 werd het lager onderwijs gratis (én natuurlijk nog steeds verplicht) voor alle kinderen. In 1907 werd het verplicht lager onderwijs uitgebreid van vier naar zes jaar.
- ↑ De terakoya werden lagere schooltjes, vele hanschooltjes werden middelbare scholen.
- ↑ De overheid besefte dat onderwijs niet alleen voor een moderne staat zorgde, het maakte de onderdanen van de keizer ook kritisch. Doordat ze konden lezen, waren ze zich veel meer bewust van wat er om hen heen gebeurde en ook van hun macht om ertegen te protesteren als het hun niet zinde. Daarom koos het Ministerie van Onderwijs voor een curriculum waarin de staat en moraal centraal stonden. Het Imperial Rescript on Education werd de basistekst van deze verandering in onderwijsfilosofie. De belangrijkste verantwoordelijke voor het verlaten van de liberale en pragmatische onderwijsfilosofie die in de jaren 1870 regel was, was Mori Arinori (森有礼, minister van onderwijs tussen 1886 en 1889).
- ↑ http://en.wikipedia.org/wiki/Confucianism#Filial_piety
- ↑ "Ye, Our subjects, be filial to your parents, affectionate to your brothers and sister (sic); as husbands and wives be harmonious, as friends true;... always respect the Constistution and observe the laws; should emergency arise, offer yourselves courageously to the State; and thus guard and maintain the prosperity of Our Imperial Throne..." (Marius B. Jansen, The Making of Modern Japan, p. 411)
- ↑ In iedere school van het land werd een kopie van het document, samen met een foto van de keizer, bewaard in een schrijn. Er bestaan verhalen van heldhaftige schooldirecteurs die hun leven riskeerden, zelfs verloren, om het document of de foto uit een brandend gebouw te redden.
- ↑ Het Imperial rescript werd bij ceremoniële aangelegenheden plechtig voorgelezen aan de leerlingen. Het was opgesteld in een archaïsche taal, die voor studenten soms moeilijk te begrijpen was, maar de basisbetekenis was zeer duidelijk : "The imperial institution made Japan a special place and subjects should obey authorities ranging from parents all the way to the emperor." (Andrew Gordon, A modern History of Japan, p. 106)
- ↑ Pas in 1947 werden (onder de invloed van de hervormingsdrang van de Amerikaanse bezetter, zie voetnoot nr. 28) scholen en universiteiten toegankelijk gemaakt voor vrouwen én mannen zonder onderscheid.
- ↑ http://en.wikipedia.org/wiki/Finishing_school
- ↑ De eerste Shihan Gakkō werd gesticht in 1872, onder leiding van de Amerikaanse padagoog Marion Scott. Vele filialen werden opgericht in de verschillende prefecturen, maar tien jaar later waren slechts 11 van de 76 bestaande normaalscholen bestemd voor vrouwen.
- ↑ In 1899 bestonden er 28 middelbare scholen voor meisjes in Japan. Twintig daarvan waren privé-scholen. Tot 1945 bleef vrouwenonderwijs grotendeels een zaak van privé-scholen.
- ↑ http://en.wikipedia.org/wiki/Yoshioka_Yayoi
- ↑ Dr. Yoshioka had zelf haar diploma behaald voor de afschaffing van gemengd hoger onderwijs en was vastbesloten om andere vrouwen te helpen om hun diploma als dokter te halen.
- ↑ Een voorbereidende cursus Engelse literatuur werd ook aangeboden.
- ↑ In 1917 werd dit departement gesloten en ter vervanging werd het departement voor huishoudkunde voor leerkrachten opgericht.
- ↑ Dit werd echter reeds in 1933 weer gesloten.
- ↑ Na de nederlaag in 1945 kwam Japan onder VS-bezetting. De Amerikanen hadden het vaste voornemen om de Japanse maatschappij grondig te veranderen en democratischer te maken. Dit resulteerde in een hele resem wetten die o.a. het kiesstelsel, de landverdeling, de arbeidsvoorwaarden,... en ook het onderwijs veranderden. Wat betreft het onderwijs werden deze veranderingen (o.a. instituten voor hoger onderwijs promoveren naar universiteitsstatus, het onderwijs gemengd maken op alle niveaus (zie voetnoot nr. 20), hervorming van de onderwijsadministratie, etc.) vastegelegd in twee wetten: de Fundamentele Wet op het Onderwijs (Kyōiku Kihon Hō, 教育基本法) en de Fundamentele Wet op de Scholen (Gakkō Kihon Hō, 学校基本法), allebei uitgevaardigd in maart 1947.
- ↑ http://en.wikipedia.org/wiki/Graduate_school
- ↑ Zie voetnoot nr. 28.
- ↑ http://en.wikipedia.org/wiki/Raicho_Hiratsuka
- ↑ http://en.wikipedia.org/wiki/Yuriko_Miyamoto
- ↑ http://en.wikipedia.org/wiki/Tamura_Toshiko
- ↑ http://en.wikipedia.org/wiki/Yumie_Hiraiwa
Bronnen
(Omdat er weinig geschreven, niet-Japanstalig (uitvoerig) materiaal voorhanden was, heb ik mij vooral geconcentreerd op elektronische en (in mindere mate) Japanstalige bronnen.)
Boeken
- Gordon, Andrew. A modern history of Japan : From Tokugawa times to the present. New York: Oxford University Press, 2003.
- Itasaka, Gen, (red.). Kodansha encyclopedia of Japan. Tōkyō: Kodansha LTD., 1983.
- Jansen, Marius B. The making of modern Japan. Cambridge: The Belknap Press of Harvard University Press, 2000.
- Shigenobu, Ōkuma, (red.). Fifty years of new Japan (Kaikoku gojūnen shi), (vol. II). London: Smith, Elder, & CO., 1910.
- Vande Walle, Willy. Van samurai tot soft power : een geschiedenis van het moderne Japan. Leuven: Acco, 2007.
Internet
- "成瀬仁蔵" (Naruse Jinzō). ウィキペディア (Wikipedia). <http://ja.wikipedia.org/wiki/%E6%88%90%E7%80%AC%E4%BB%81%E8%94%B5>. (2-12-2007)
- "日本女子大学" (Nihon Joshi Daigaku). ウィキペディア (Wikipedia). <http://ja.wikipedia.org/wiki/%E6%97%A5%E6%9C%AC%E5%A5%B3%E5%AD%90%E5%A4%A7%E5%AD%A6>. (2-12-2007)
- "Japan Women's University". Wikipedia. <http://en.wikipedia.org/wiki/Japan_Women%27s_University>. (2-12-2007)
- "Jinzo Naruse". Find A Grave. <http://www.findagrave.com/cgi-bin/fg.cgi?page=gr&GRid=6134224>. (16-12-2007)
- "Kaibara Ekken". Wikipedia. <http://en.wikipedia.org/wiki/Kaibara_Ekken>. (22-12-2007)
- <n-abroad@atlas.jwu.ac.jp>. "Japan Women's University" (officiële site). <http://www.jwu.ac.jp/gn/>. (23-12-2007)
- "Naruse Memorial Hall". American Airlines. <http://americanairlines.wcities.com/en/record/284,97492/80/record.html>. (24-12-2007)
- Kawai, Michi. "Japanese Women Speak : A Message from the Christian Women of Japan to the Christian Women of America." Boston: Vermont printing Company, 1934. <http://digilib.bu.edu/dspace/bitstream/2144/600/1/japanesewomenspe032256mbp.txt>. (26-12-2007)
- "Raicho Hiratsuka". Wikipedia. <http://en.wikipedia.org/wiki/Raicho_Hiratsuka>. (22-12-2007)
- "Yoshioka Yayoi". Wikipedia. <http://en.wikipedia.org/wiki/Yoshioka_Yayoi>. (22-12-2007)
- "Tamura Toshiko". Wikipedia. <http://en.wikipedia.org/wiki/Tamura_Toshiko>. (22-12-2007)
- "Yumie Hiraiwa". Wikipedia. <http://en.wikipedia.org/wiki/Yumie_Hiraiwa>. (22-12-2007)
Links
- [1] : Een overzicht van de presidenten van JWU tot 2000.
- [2] : Een verhandeling door Kiguchi Junko (木口順子) over vrouwenrechten in de Meiji-periode.
- [3] : Een (Japanstalige) verhandeling over Naruse Jinzō's visie op kindertijd en kinderopvoeding door Mabashi Michiko (真橋美智子), voor het eerst verschenen in het Faculty of Integrated Arts and Social Sciences Journal van Japan Women's University (ISSN:09172076), Vol.17(2006), pg. 161-173
- [4] : Een (Japanstalige) verhandeling over Naruse Jinzō's familiehervormingsbeweging en de invloed ervan in Azië door Chen Hui (陳 暉)
- [5] : Een interview met Naruse Jinzō over de JWU, gepubliceerd in de New York Times op 10 november 1912.
- [6] : Een boodschap van de huidige (elfde) president van JWU, Shoko Goto.
- [7] : Een volledig overzicht van de structuur van de hedendaagse universiteit.

