Namamugi Incident (生麦事件)
Uit GeschiedenisJapan
Het Namamugi[1] incident (生麦事件) is ook bekend als het Kanagawa incident of als de Richardson affaire voor het Verenigd Koninkrijk. Op zondag 14 september 1862[2] werden in Japan vier Britten aangevallen door samurai. De aanval was het gevolg van hun onrespectabele houding tegenover een daimyō (大名). Dit incident gaf tevens de aanleiding voor het bombardement van Kagoshima. De oorlog tussen het Verenigd Koninkrijk en de Satsuma provincie werd ook de Anglo-Satsuma oorlog (薩英戦争) genoemd.
Inhoud |
Wat vooraf gebeurde
Driehonderd jaar van isolatie (sakoku 鎖国) werd beëindigd wanneer in 1853 de Verenigde Staten de opening van Japan eisten. Commodore Matthew Perry had hiervoor een officiële brief bij die rechtstreeks van President Fillmore afkomstig was. De Amerikanen kwamen in 1854 terug met dubbel zoveel schepen en verwachtten een positief antwoord van Japan. Op 31 maart 1854 werd vervolgens het verdrag van Kanagawa (神奈川条約) getekend. Japan stemde in met het verdrag om een bombardement van de Amerikaanse vloot uit te sluiten. De Britten en Russen kwamen nadien af met gelijkaardige verdragen. De buitenlanders kregen toegang tot de havens van Shimoda en Hakodate. Het openen van Japan was heel traumatisch omdat de Japanners zichzelf zagen als superieur ten opzichte van de rest van de wereld. Andere naties waren daarentegen blij met de opening van Japan, maar voelden zich niet zelfzeker genoeg om te onderhandelen zonder hun revolvers dicht bij de hand te houden.
Het Incident
Vier Britten (Charles Lennox Richardson, Mevrouw Borrodaile en twee mannen genaamd Clark en Marshall) waren per paard op weg naar de Kawasaki-Daishi tempel via de Tōkaidō weg[3] te Yokohama. Onderweg kwamen ze een processie van de machtigste daimyō van Satsuma, Shimazu Hisamitsu(島津久光), tegen. De daimyō (die de boodschapper van de keizer escorteerde) was op terugweg van de hoofdstad Edo naar het zuiden van Japan. De Britse toeristen bekeken de processie vanaf hun paard en stegen niet af wanneer dit gevraagd werd (of dit het gevolg was van miscommunicatie of door gewone arrogantie is nog steeds onduidelijk). Voor het niet tonen van het nodige respect voor Shimazu Hisamitsu werden de samurai woedend. Met in het achterhoofd de Sonnō jōi (尊王攘夷; Eer de keizer, Verdrijf de barbaren) kreet, namen de samurai hun zwaard en vielen de Britten aan. Hierbij werd Richardson vermoord[4] en de twee andere mannen zwaar verwond[5]. Het graf van Richardson ligt in het buitenlands algemeen kerkhof van Yokohama.
De gevolgen
Het incident had een grote invloed op het politieke en dagelijkse leven van die tijd. De buitenlandse bewoners van Japan werden kwaad wegens de toenemende aanvallen en vreesden tegelijkertijd voor hun eigen veiligheid. Hierdoor vroegen ze aan hun overheid actie te ondernemen. Zeven Britse oorlogsschepen (onder leiding van Viceadmiraal Kuper) drongen de baai van Kagoshima binnen.
Als antwoord op de Britse protesten betaalde het late Tokugawa Shogunaat[6] duizenden ponden, maar de Satsuma provincie zelf weigerde de boete van 25,000 pond te betalen. Ze weigerden ook de executie van de moordenaars en van een verontschuldiging was er geen sprake, met als gevolg het Britse bombardement van Kagoshima. De Japanse schepen droegen voor het eerste maal het Hinomaru[7] teken. De oorlog eiste 5 Japanse levens en 11 Britse levens[8] (waaronder de kapitein van de HMS Euryalus[9]). De materiële schade voor Kagoshima was gigantisch. Meer dan 500 huizen werden vernietigd. Beide partijen schreven de oorlog neer als een overwinning maar het incident veroorzaakte veel commotie in het Britse Hogerhuis.
Zie ook
Voetnoten
- ↑ De naam van het dorpje Namamugi staat echter voor verse boekweit. En het dorp bezit tegenwoordig een grote bierbrouwerij.
- ↑ Edo Periode
- ↑ tegenwoordig deel van de Tsurumi Ward
- ↑ Hedendaagse foto van de plaats waar Richardson werd vermoord.
- ↑ Mevrouw Borrodaile werd niet aangevallen door de samurai.
- ↑ Ook wel Bakumatsu(幕末) genoemd.
- ↑ De buitenlanders namen voor de eerste maal aan dat de Hinomaru de officiële vlag van Japan was, terwijl deze pas echter in het derde jaar van de Meiji periode erkend werd door Japan zelf.
- ↑ Een aantal van de Britse slachtoffers verloren het leven door slecht functionerende kanonnen en niet door de aanval van de Japanse vloot.
- ↑ Zowel de kapitein als de commandeur van de HMS Euryalus stierven door eenzelfde kanonskogel.
Bibliografie
Literatuur
- W.G. Beasley, The modern history of Japan, Eidenfeld and Nicolson, 1963.
- W.G. Beasley, The Meiji restoration, Stanford University Press, 1972.
- C. Tsuzuki, The pursuit of power in modern Japan 1825 – 1995, Oxford University Press, 2000.
- M. Paske-Smith, Western barbarians in Japan and Formosa, Paragon book reprint corp. New York, 1968.
- H. Cortazzi, British envoys in Japan 1859 – 1972, Global Oriental, 2004.
- T. Bennett, Japan and The Illustrated London News, Complete record of reported events 1853 – 1899, Global Oriental, 2006.
Cursussen
- W. Vande Walle, Van samurai tot soft power, Katholieke Universiteit Leuven, 2007.

