Nakano Takeko en de Joushigun
Uit GeschiedenisJapan
Nakano Takeko (中野 竹子, 1847 - 1868) was een vrouwelijke strijder.
Inhoud |
Inleiding
Op het einde van de Edo-periode[1] werd volgens het confucianisme[2], feodalisme en voorouderverering de vrouw van al haar rechten beroofd. Dochters konden niet erven, vrouwen hadden geen recht op onderwijs, ze konden makkelijk verstoten worden zonder zelf scheiding te kunnen aanvragen, mochten geen land bezitten en werden in het algemeen op de achtergrond gehouden. Hun voornaamste rol lag in het bezorgen van een erfgenaam, namelijk een zoon. Desondanks conformeerden niet alle vrouwen zich aan de verwachtingen en beperkingen die hen werd opgelegd.
Tijdens de Edo periode was het niet ongewoon dat vrouwen binnen samurai-families bepaalde training kregen omtrent het gebruik van de naginata[3] of andere martial arts om hun eer en deze van hun familie te kunnen verdedigen tegen indringers terwijl hun ‘beschermers’ (man, vader,..) afwezig waren. Het Tokugawa-regime hechtte hier belang aan. Terwijl andere gebieden deze training van vrouwen als meer ritualistisch en spiritueel zagen eerder dan praktijkgericht, ondergingen Aizu-vrouwen, behorend tot de militaire kaste, intensieve training in martial arts en in het bijzonder in het gebruik van de naginata (op een zwaard gelijkend wapen vergelijkbaar met de Europese halberd).
Nakano Takeko
Nakano Takeko, geboren in 1847, was een vrouw die training kreeg van martial arts meester Akaoka Dainosuke, die de leider van Aizu, Matsudaira Katamori, diende. Dainosuke was zo onder de indruk van haar vaardigheden dat hij haar adopteerde in zijn familie. Takeko studeerde naginata gevechtstechnieken samen met zo’n 20-tal andere vrouwen in Dainosuke’s school gelegen in Aizu.
Aanval op Aizu en de vorming van Joushigun
Op 8 oktober 1868, ten tijde van de Meiji-restauratie[4], vielen keizerlijke troepen het Aizu domein (moderne Fukushima Prefectuur) binnen, een provincie gelegen in het Noord-Oosten van Honshu. De meeste samoerai families vluchtten naar Aizu Wakamatsu, de hoofdstad binnen het Aizu domein, en zochten veiligheid binnen de stedelijke muren. Een paar weken later echter kwam het hele gebied onder directe aanval. Ook al zegevierde de Aizu, tocj kwamen zo’n 460 mannelijke krijgers om het leven, vrouwen en kinderen achterlatend met vier opties: vluchten naar het platteland, zich terugtrekken in het zogenaamde ‘Crane’ kasteel (tsurugajou) , zelfmoord om ontering te voorkomen (vrouwelijke gevangenen werden verkracht of als seksslavinnen verkocht) of zich in een direct gevecht wagen. Er vonden massaal zelfmoorden plaats. Het grootste deel koos ervoor zich binnen het kasteel te barricaderen. De volwassen vrouwen die in het kasteel verbleven waren over het algemeen verantwoordelijk voor het aanmaken van munitie, het doven van vuren die gesticht waren door de vijand, het verzorgen van de gewonden en het koken. Een aantal vrouwen kozen ervoor op te komen tegen de keizerlijke troepen. Deze vrouwen waren voornamelijk ongetrouwd, hadden geen kinderen en ondergingen een militaire training. Zij namen deel aan de oppositie van de Meiji-restauratie en aan de verdediging van het Aizu domein. Zij vormden twee groepen. De Joushigun bestond uit 20 tot 30 externe vrouwelijke krijgers, waaronder Nakano Takeko, die buiten de poorten van het Crane kasteel vochten. Zij knipten hun haar kort en droegen dezelfde kledij als de mannelijke samurai. De Johei bestond uit de interne vrouwelijke krijgers die binnen het kasteel vertoefden.
Aanval op Crane kasteel
Toen het gebied aangevallen werd, vocht Nakano Takeko samen met haar moeder en zus en het leger mannen en vrouwen tegen de troepen. Ook al was haar moeder, Nakano Kouko, de officiele leider van de Joushigun, toch trad Takeko op als haar drijvende kracht. Tijdens het gevecht sloten verdedigers van het kasteel de ingang af waardoor de Aizu troepen aan de buitenkant vast kwamen te zitten. Onder leiding van Takeko vertrok de Joushigun om 11 km verder en drie uur later het station van Aizu-Bange te bereiken met de bedoeling vrouwe Teruhime, de geadopteerde jongere zus van Matsudaira Katamori, die hiernaartoe werd geëvacueerd, op te sporen en de beschermen. Zij trachtten die nacht toestemming te krijgen om lid te worden van de lokale brigade die daar toen verbleef. Hun aanvraag werd echter geweigerd door de commandant, Kayano Gonbei, met het argument dat als de vijand vrouwen zag meevechten, ze dit als teken van zwakheid zouden zien. Gonbei drong aan te wachten op Furuya Sakuzaemon om onder zijn leiding terug geëscorteerd te worden naar het Crane kasteel. Gezien het tegen dan al duidelijk was dat vrouwe Teruhime in feite niet in Bange was maar nog steeds in het kasteel aanvaardde Takeko het voorstel in name van de Joushigun.
De volgende ochtend (9 oktober) werd de Joushigun naar het Takaku poststation (de hedendaags stad Aizu-Wakamatsu) geleid. Gonbei was onder de indruk van de oprechte bereidheid van de vrouwen om mee te vechten. Desondanks stuurde hij hen, onder de bescherming van commandant Furuya Sakuzaemon en zijn troepen, terug naar het Crane kasteel. Echter, eens onder bevel van Furuya, verklaarde Furuya de Joushigun als aparte eenheid en gaf ze toestemming te vechten onder leiding van Nakano Takeko. Na deze beslissing besloten ze in Takaku te blijven, waar ze de nacht doorbrachten. Die nacht bespraken zij onderling hoe ze gevangenschap tijdens het gevecht konden voorkomen en wat ze omtrent de bescherming van Masako, de jongere zus van Takeko, moesten ondernemen. Zij liep door haar jonge leeftijd (16 jaar) het meeste gevaar. Door angst om wat de vijandige troepen met haar zouden doen als ze haar schuilplaats zouden achterhalen, indien ze bij een plattelandsgezin zou worden schuilgehouden, besloten de vrouwen uiteindelijk om haar bij de groep te houden. De dag erna (10 oktober) hadden de vijandige troepen zich al tussen de Aizu troepen en het kasteel voortbewogen. Om door te dringen tot het kasteel kozen de Aizu troepen evenals de Joushigun voor een directe aanval op de vijand. De vijand vocht met wapens, de vrouwen met naginata. Toen de keizerlijke troepen beseften dat zij tegen vrouwen vochten, werd het bevel gegeven ze levend gevangen te nemen. Om dit onmogelijk te maken vochten de vrouwen een harde strijd. Nakano Takeko versloeg nog een vijftal man met haar naginata voor ze in het hoofd en borst werd neergeschoten. Zoals zij met haar zus Masako eerder had besproken ontdeed deze Takeko van haar hoofd om de bemachtiging van haar lichaam door de vijand onmogelijk te maken. Hiervoor kreeg ze de hulp van Aizu soldaat Ueno Yoshisaburou. Haar hoofd evenals haar wapen werd door haar zus naar de Hokaji tempel gebracht waar de nodige begrafenisrituelen konden worden volbracht en ze op gepaste wijze kon geëerd worden. Nakano Takeko was 21 jaar toen ze om het leven kwam.
Terugkeer naar Crane kasteel
Op 13 oktober vergezelden de overlevenden van het Joushigun de Johei binnen het kasteel, dat sinds 8 oktober, de dag dat de vijandelijke troepen het gebied binnenvielen en de massale zelfmoorden begonnen, onder aanval stond. Zij kwamen eindelijk in contact met vrouwe Teruhime die zo’n 600 vrouwen in hun activiteiten begeleidde, en voor de zorg van kinderen en meer dan 500 gewonde soldaten instond. Pas na 30 dagen kon het keizerlijk leger de verdediging geleid door de samurai vrouwen verbreken.Op 30 oktober begon een bombardement van het kasteel die 72 uur duurde. Op 5 november beval Matsudaira Katamori de overgave van het Crane kasteel, maar het was pas twee dagen later dat de witte vlag van de overgave gehesen werd aan de poorten van het kasteel.
De afspraken die werden gemaakt omtrent de overgave stelden dat geen man boven de 60 jaar en jongen onder de 14 jaar aangevallen mocht worden, dat de vrouwen in hun woning mochten verblijven en veilig gesteld moesten worden van aanranding, en dat het aantal begeleiders voor Katamori en zijn erfgename Nobunori beperkt moest worden tot 25 mannen en 12 vrouwen met hun kinderen. Verder werden Katamori en Nobunori onder huisarrest geplaatst in Tokyo. Teruhume overleefde het gebeuren en mocht terugkeren naar haar familie in Tokyo. Kayano Gonbei, die de Joushigun het vechten verbood, pleegde zelfmoord nog voor hij ter dood veroordeeld kon worden.
Leden van de Joushigun
Hoe ze om het leven kwamen of wat er later van hen is geworden, is voor de meeste vrouwen van het Joushigun, onbekend. Ook al ging het om zo’n 30-tal vrouwen, toch zijn de namen van slechts tien vrouwen bekend.
Kouko, 40-44 jaar, vrouw van commandant Nakano Heinai en haar dochters: Nakano Takeko, 22 jaar Nakano Maseko, 16 jaar Hirata Kochou (Chouko), 18 jaar Jimbou Yukiko, 26 jaar Okamura Sukiko, 30 jaar, weduwe en verloor evenals haar kinderen Okada Rinko Suwa Kochiko Yoda Makiko, 35 jaar, weduwe van commandant Koike Genji Yoda Kikuko, 18 jaar, zus van Yoda Makiko
Voetnoten
- ↑ De Edo-periode (江戸時代) of Tokugawa-periode (徳川時代) is een gedeelte van de geschiedenis van Japan die loopt van 24 maart 1603 tot 3 mei 1868.
- ↑ Het confucianisme is een Chinees ethisch en filosofisch systeem, dat de leer van Confucius volgt.
- ↑ De naginata (薙刀) is een stafwapen dat van oorsprong in Japan door leden van de samoerai-klasse werd gebruikt.
- ↑ De Meiji-restauratie (明治維新) is de politieke omwenteling die in 1867 het eind van de heerschappij van de krijgsadel in Japan inluidde
Bronnen
http://asianhistory.about.com/od/imagegalleries/ss/samuraiwomen.htm
http://japanese-history.suite101.com/article.cfm/samurai_women_warriors
http://www.bellaonline.com/articles/art24550.asp
http://www.helium.com/items/1544046-the-history-of-japanese-women-warriors
http://en.wikipedia.org/wiki/Matsudaira_Katamori
Female Combatans and Japan’s Meiji Restoration : the case of Aizu (Diana E. Wright)


