Miyamoto Musashi (宮本武蔵) 1584-1645

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Miyamoto Musashi (宮本武蔵, 1584-1645) was een legendarische samurai (侍)[11]. Naast zijn leven als formidable zwaardvechter, heeft hij jarenlang het Zen-Boeddhisme[12] bestudeerd. Ook was hij een ervaren kunstenaar, beeldhouwer en kalligraaf; en volgens enkele bronnen zou hij ook architectonische vaardigheden gehad hebben. In zijn latere leven volgde hij de meer artistieke kant van Bushidō (武士道)[13]. Hij maakte verscheidene Zen schilderijen, deed aan kalligrafie, en beeldhouwde hout en metaal. In de Go Rin no Sho[14] benadrukt hij zelfs dat samurai ook andere beroepen moeten leren begrijpen om zichzelf meester te kunnen maken in de 'Weg van het Zwaard' en de verlichting te bereiken.

Inhoud

Korte schets over het leven van Musashi

Jeugdjaren van Takezō Shinmen

Takezō Shinmen was de naam die Musashi bij zijn geboorte droeg. Deze heeft hij dan later veranderd naar zijn huidige naam, Miyamoto Musashi[15]. Musashi`s vader, Shinmen Munisai (新免無二斎) was een groots zwaardvechter en de zoon van Hirata Shōgen (平田将監). Deze laatste was vazal van Shinmen Iga no Kami, de daimyō (大名)[16] van het Takeyama kasteel (高山城)[17] in het district Yoshino (吉野郡) in de provincie Mimasaka (美作国). Hirata was zeer vertrouwd met zijn heer en kreeg het recht om diens naam te gebruiken. De geboorteplaats van Takezō Shinmen kent men niet met zekerheid. Sommige bronnen zeggen dat het ergens in de provincie van Harima (播磨国) zou geweest zijn. Maar de geloofwaardigsten zeggen in het dorp Miyamoto in de provincie Mimasaka. Hieruit zou de inspiratie zijn voortgekomen voor zijn huidige naam Miyamoto Musashi.

Op het moment dat Takezō 7 jaar werd, werd hij opgevoed door zijn twee onkels Dorinbo[18] en Tasumi in de Boeddhistische Leer in de tempel Shoreian. Hierbij heeft hij ook leren lezen, schrijven en schilderen. Op 13-jarige leeftijd won hij zijn eerste duel tegen Arima Kihei. Op 15 à 16-jarige leeftijd vertrok hij op een doelloze tocht om het zwaardvechtersschap te bestuderen. Op 17-jarige leeftijd vocht hij mee in de Slag bij Sekigahara (Sekigahara no Tatakai, 関ヶ原の戦い)[19], aan de kant van de Toyotomi clan (豊臣氏)[20] tegen de Tokugawa clan(徳川氏)[21]. Hierna verdween hij enkele jaren van het toneel.

Musashi`s zwerftochten en diensten

De eerstvolgende keer dat Musashi weer op het toneel verscheen was in Kyōto (京都) op 20-jarige leeftijd. Hier daagde hij de beroemde Yoshioka school uit voor een duel, waarbij hij deze (meerdere duels) won. Hierna ging hij op reis door heel Japan en vocht vele duels. In 1607 trok hij van Nara (奈良)[22] naar Edo (江戸)[23]. Onderweg versloeg (en doodde) hij Shishido Baiken (宍戸梅軒)[24], die een 'Kusarigama' (sikkel en ketting 鎖鎌)[25] gebruikte, tijdens een duel. In Edo versloeg hij Musō Gonnosuke Katsuyoshi (夢想權之助勝吉)[26] die erna de Shintō Musō-Ryū (神道夢想流)[27] stichtte waarbij men met een 'jō'[1] (杖) vecht.

In 1611 begon hij intensief het Zen-Boeddhisme te bestuderen en Zazen te beoefenen in de Myōshin-ji (妙心寺)[28] waar hij Nagaoka Sado (長岡佐渡)[29] ontmoette. Deze laatste was een vazal van Hosokawa Tadaoki (細川忠興)[30] . Nagaoka Sado stelde een duel voor tussen Musashi en de beroemde Sasaki Kojirō, die Musashi`s grote rivaal (en Hosokawa's vazal) was.

In 1615 trad Musashi in dienst bij Ogasawara Tadazane (小笠原忠直)[31] op diens verzoek als "Constructie Opzichter" nadat hij hiervoor een zekere vaardigheid had ontwikkeld. Hij hielp bij het bouwen van het Kasteel Akashi (明石城)[32] en in 1621 met het organiseren van stad Himeji (姫路市). Gedurende zijn dienst gaf hij les in 'martial arts', gespecialiseerd in het werpen van 'shuriken'[2] (werpmessen, 手裏剣) en adopteerde een zoon, Miyamoto Mikinosuke (宮本三木之助)[33] genaamd .

In 1621 versloeg hij Miyake Gunbei[34] en 3 andere mannen in het bijzijn van de daimyō van Himeji. En in 1622 werd zijn zoon, Mikinosuke, een vazal van deze daimyō. In 1623 vertrok hij weer op reis waarbij hij in Edo terecht kwam en bevriend werd met de Neo-Confucianistische student Hayashi Razan (林羅山)[35], die een adviseur van de shōgun (将軍)[36] was. Musashi bood zijn diensten aan als leermeester van de Shōgun, maar werd geweigerd aangezien de Shōgun er al twee had (Mikogami Tenzen (神子上典膳)[37] en Yagyu Munenori (柳生宗矩)[38]). Musashi trok hierna weer verder in de richting van Ōshū (奥州), waarbij hij onderweg in het dorp Yamagata (山形村) een twééde zoon adopteerde, Miyamoto Iori (宮本伊織)[39]. Uiteindelijk stopte hun reis in Osaka.

In 1626 pleegde zijn eerste geadopteerde zoon, Mikinosuke 'seppuku' (切腹)[3] volgens het gebruik van 'junshi' (殉死)[4]. Datzelfde jaar trad Musashi`s zoon, Iori in dienst bij daimyō Osagawara. Musashi bood zijn diensten aan aan de daimyō van Owari (尾張国), maar werd weer geweigerd. In 1627 begon hij weer te reizen tot hij zich in 1633 met Iori vestigende in Kokura (小倉), en in dienst trad bij daimyō Osagawara.

Latere leven en dood van Musashi

In 1633 begon hij te verblijven in het huis van Hosokawa Tadatoshi (細川忠利)[40], daimyō van het Kumamoto kasteel (熊本城)[41]. In 1634 vocht hij nog een duel op aanvraag van daimyō Osagawara, met de lansspecialist Takeda Matabei[42] en versloeg hem. In 1638 werd Musashi officiëel in dienst genomen bij de Hosokawa clan[43] van Kumamoto (熊本). In 1643, op 59-jarige leeftijd trok hij zich terug in de grot Reigandō (霊巌洞) waar hij het leven als kluizenaar leidde. Hier werkte hij zijn 'Go Rin no Sho' af en schreef de 'Dokkōdō'. In 1664, enkele weken na dit laatste werk, stierf hij op 62-jarige leeftijd. Hij werd door de Hosokawa`s begraven op de berg Iwato.

In 1654 werd in Kokuro door Miyamoto Iori een monument opgericht voor zijn 'vader', genaamd Kokura Hibun. In 1776 werd de 'Nitten-Ki' (二天記), een biographie van Musashi geschreven door Toyota Kagehide, de kleinzoon van Toyota Masataka, die een leerling van Musashi geweest was. Tijdens zijn leven zou Musashi ongeveer een 60 duels hebben gevochten, waarbij er wordt gezegd dat hij geen enkel verloor.

Beroemdste duels in het leven van Musashi

Duels met de Yoshioka school

De 'Yoshioka-ryū'[44] werd gesticht door Yoshioka Kenpo en werd bekend vanaf dat hij was toegewezen als instructeur van de Ashikaga (足利氏) Shōgunaat in Kyōto. De 'Yoshioka-ryū' was vanaf dan een van de meest bekende 'kenjutsu-ryū' van Kyōto. De glorie van de school was echter maar van korte duur. Na de dood van Kenpo, die oneervol schijnt geweest te zijn, nam diens zoon, Yoshioka Seijūrō de school over. Onder zijn leiding moest de school al een deel van zijn reputatie inboeten. Door de verscheidene duels die de school tegen Musashi verloor, kwam er dan ook een definitief einde aan de 'Yoshioka-ryū'.

Musashi daagde Yoshioka Seijūrō, hoofd van de Yoshioka school, uit tot een duel. Seijūrō accepteerde het aanbod en ze kwamen overeen om het duel op 8 maart 1604 bij Rendaiji in Rakuhoku (in het noordelijke deel van Kyōto) te houden. Musashi kwam te laat op de afspraak, hetgeen Seijūrō sterk irriteerde. Tijdens hun confrontatie deed Musashi één slag, zoals dat volgens hun overeenkomst afgesproken was, waarmee hij Seijūrō`s schouder verlamde en het duel won. Seijūrō gaf het leiderschap door aan zijn jongere broer Yoshioka Denshichirō, die Musashi direct uitdaagde voor een 'rematch' uit wraak.

Het tweede duel tegen de Yoshioka school vond kort na de eerste plaats bij de Sanjūsangen-dō (lett. Driëndertig Ken (lengte) Hal, 三十三間堂) [45] in Kyōto. Denshichirō hanteerde een staf met stalen ringen aan één uiteinde, Musashi kwam weer te laat. Ook dit duel won Musashi met de dood van Denshichirō als gevolg. Deze tweede overwinning maakte het hele gevolg van de Yoshioka school in woede uitbarsten. Bij hun volgende ontmoeting moesten ze er zeker van zijn dat Musashi werd gedood of het zou afgelopen zijn met de school.

Voor de derde maal daagde de Yoshioka school Musashi uit voor een duel, buiten Kioto in de buurt van de (Hokkesan) Ichijō-ji tempel (法華山一乗寺)[46]. Dit keer werd de school vertegenwoordigd door de 12-jarige Matashichiro, en verzamelden ze een leger van boogschutter, musketiers[5] en zwaardvechters die in zijn plaats zouden vechten. Bij deze ontmoeting kwam Musashi echter enkele uren van tevoren en verstopte zich. Musashi deed een rechtstreekse aanval op Matashichiro, vermoorde hem en vluchtte. Tijdens zijn ontsnappingspoging werd hij aangevallen door tientallen aanhangers van de Yoshioka school maar wist toch te ontsnappen.

Het doden van de jongeman was de enige manier om het duel te winnen aangezien Matashichiro officieel de uitdager was. Had Musashi dit niet gedaan, zou hij het duel officieel verloren hebben. Er wordt ook gezegd dat Musashi tijdens zijn ontsnapping voor het eerst (onbewust) gebruik maakte van beide zwaarden tegen een overmacht.

Het duel met Sasaki Kojirō

Links boven: Musashi, Rechts onder: Kojirō

Sasaki Kojirō (佐々木小次郎, 1585-1612), ook gekend als Ganryū Kojirō, was een uitmuntende samurai en is meest herinnerd om zijn dood tijdens zijn duel tegen Miyamoto Musashi.

Er wordt gezegd dat Kojirō de 'Chūjō-ryū' ofwel onder Kanemaki Jisai (鐘巻自斎)[47], ofwel onder Toda Seigen (富田勢源)[48] heeft bestudeerd. Opvallend is wel dat Toda Seigen een meester is in het gebruik van de 'kodachi' (小太刀)[6], een kort zwaard, terwijl Kojirō een 'nōdachi'[7] of lang zwaard hanteerde. Nadat hij de jongere broer van zijn meester versloeg, verliet Kojirō de school en ontwikkelde zijn eigen stijl, de 'Ganryū' (lett. "Grote Rots stijl" 巌流). Hij werd zeer bedreven in het gebruik van een 'nōdachi' en hanteerde er een die hij 'Monohoshi Zao' (lett. "(Was-)Droog Paal" 物干し竿) noemde. Hij vond ook de 'Tsubame Gaeshi'[8] (lett. "Kerende Zwaluw Slag" 燕返し) uit.

Het bekende duel van Musashi en Kojirō vond plaats op 13 April 1612 op het eiland Funajima [49](船島, nu Ganryūjima: genoemd naar de stijl van Kojirō). Volgens de legende kwam Musashi drie uur te laat bij het duel. Er zijn verscheidene theoriën waarom hij dit deed; één ervan is dat hij tactisch te laat kwam om Kojirō nerveus en kwaad te maken. Een andere theorie is dat Musashi wachtte tot het tij keerde zodat, indien hij zou winnen, hij zou kunnen vluchten van Kojirō`s aanhangers. Een derde theorie is dat hij wachtte tot de zon juist stond om Kojirō te verblinden en met de fatale slag te counteren. Een combinatie van deze theoriën zou evenwel een mogelijkheid kunnen zijn.

Tijdens de rit naar het eiland sneed Musashi een lange 'bokken' (木剣)[9] uit een van de roeispanen van de boot. Hij maakte een 'bokken' die nóg langer was dan de 'nōdachi' van Kojirō. Toen Musashi arriveerde waren de getuigen verbaasd over de wilde verschijning van Musashi, ongekamde haren die opgebonden waren met een handdoek. Op het moment dat Musashi op Kojirō afstormde, trok Kojirō zijn zwaard en wierp zijn schede weg. "Die zal je niet meer nodig hebben!" antwoordde Musashi hierop. In een ogenblik werd Kojirō`s slag, mogelijk door verblinding van de zon, ontweken en gecounterd door Musashi, die zijn 'bokken' op het hoofd van Kojirō neersloeg. Musashi maakte een laatste buiging voor de gestorven Sasaki Kojirō en liep terug naar zijn boot.

Hyōhō Niten Ichi-ryū

Miyamoto Musashi, stichter van de Hyōhō Niten Ichi-ryū

Deze naam kan vrij vertaald worden als "School van de Strategie van Twee Hemels als Één". De 'Hyōhō Niten Ichi-ryū' (二天一流)[50] is vooral bekend om de twee-zwaard, 'katana' (刀)[51] en 'wakizashi'[10] (脇差), 'kenjutsu' (剣術) technieken die Musashi 'Niten Ichi' (二天一, "twee hemels als één") of 'Nitō Ichi' (二刀一, "twee zwaarden als één") noemde.

De stijl zou ergens tussen 1604 en 1640 ontstaan zijn. En rond 1640 wilde Musashi de kunst doorgeven aan drie opvolgers uit zijn duizend studenten; specifiek aan Terao Magonojo (寺尾孫之允)[52] , diens jongere broer Terao Kyumanosuke (寺尾 求馬助)[53] en aan Furuhashi Sōzaemon (古橋惣左衛門)[54]. Hij vond dat Magonojo uitblonk in techniek, maar gebrek had aan reflectie, terwijl Furuhashi het best was in reflectie, maar techniek miste. Magonojo ontving het beroemde traktaat, de 'Go Rin no Sho', op voorwaarde dat hij het zou lezen en vervolgens zou verbranden. Maar Furuhashi leende het voor een paar dagen en op orders van Hosokawa Mitsuhisa maakte hij er twee copieën van, een voor Hosokawa en een voor zichzelf, dat hij 'Ihon no Sho Go Rin' noemde. Magonojo droeg de rol van opvolger over aan zijn jongere broer Kyumanosuke, die de 'Hyōhō Sanjūgo Kajo' had ontvangen van Musashi.

Terao Kyumanosuke (beter bekend als Terao Motomenosuke) kreeg de volledige overdracht van de school van Musashi, met certificaat en Musashi`s twee zwaarden. Eerst weigerde hij en gaf hetgeen wat hij had ontvangen door aan Musashi`s geadopteerde zoon, Iori. Maar ook Iori weigerde de opvolging, omdat de eer niet aan hem geschonken was. Hierbij besloot Motomenosuke dan vervolgens toch op te treden als erfgenaam. Zowel zijn, als Iori`s acties waren manifestaties wegens hun respect voor Musashi.

De opvolging in de 'Hyōhō Niten Ichi-ryū' is niet erfelijk, maar wordt getuigd door het overdragen van twee artefacten: een rol met daarop de naam van de technieken en de manier waarop ze moeten worden overgedragen indien de school als echt (en origineel) wordt beschouwd; en een houten zwaard dat Musashi zelf gemaakt had, waarmee hij oefende en als wandelstok gebruikte in de laatste jaren van zijn leven. Beide artefacten zijn momenteel in het bezit van het shinto heiligdom in Usa.

Bibliografie

Hyōdokyō

De 'Hyōdokyō' ("De Spiegel van de Weg van Strategie") was het eerste werk dat Musashi heeft geschreven. Het werd geschreven tussen 1605 en 1608 wanneer hij tussen 21 en 24 jaar oud was. Als een tekst van 28 artikelen kan het worden beschouwd als een embryonale vorm van 'Go Rin no Sho'.

Hyōhō Sanjūgo Kajo en Hyōhō Shijūni Kajo

Het tweede werk van Musashi, 'Hyōhō Sanjūgo Kajo' ("De Vijfendertig Artikelen over de Kunst van het Zwaardvechten"), is de meer volwassen opstelling van Musashi`s ideeën over zwaardvechten, geschreven in February 1641, en eenvoudigweg geschreven als een set van vijfendertig korte artikelen op verzoek van zijn Heer, Hosokawa Tadatoshi.

Zijn derde werk, 'Hyōhō Shijūni Kajo' ("De tweeënveertig Artikelen over de Kunst van het Zwaardvechten"), is een uitbreiding van de 'Hyōhō Sanjūgo Kajo', ook geschreven in 1641, en doorgegeven aan Terao Motomenosuke, de jongere broer van zijn opvolger Terao Magonojo.

Deze samenstelling wordt beschouwd als het prototype van 'Go Rin no Sho'. Hoewel geschreven in een schijnbaar ongekunstelde stijl, is het moeilijk te begrijpen zonder kennis van het zwaardvechten. Paradoxaal genoeg is dus de schijnbare eenvoud die de enorme vaardigheid van Musashi weergeeft.

Go Rin no Sho (五輪書)

De 'Go Rin no Sho' ("Het Boek van Vijf Ringen")[55] is opgesplitst in vijf delen die worden voorgesteld als "de vijf boeken". Deze boeken of hoofdstukken zijn de leringen die Musashi aan zijn studenten predikte in zijn eigen dojo. Ondanks het feit dat hij sommige ideeën van anderen overnam, zijn de boeken niet gebaseerd op een andere school.

De "vijf boeken" verwijzen naar de idee dat er verschillende elementen van strijd zijn, net zoals er verschillende fysieke elementen in het leven zijn; zoals beschreven door het boeddhisme, shintoïsme en andere oosterse religies. De vijf boeken hieronder zijn Musashi`s beschrijvingen van de exacte methodes of technieken die worden beschreven door dergelijke elementen.

  • 'Het Boek van Aarde' dient als een introductie, en bespreekt figuurlijk 'martial arts', leiderschap en training zoals het bouwen van een huis.
  • 'Het boek van Water' beschrijft Musashi`s stijl, de 'Niten Ichi-ryū'. Het beschrijft een aantal fundamentele technieken en fundamentele beginselen.
  • 'Het Boek van Vuur' verwijst naar de hitte van de strijd, en bespreekt zaken zoals verschillende soorten van timing.
  • 'Het Boek van Wind' is een soort woordspeling, omdat het Japanse karakter kan zowel "wind" en "stijl" (bv. van de martial arts) kan betekenen. Het bespreekt wat Musashi beschouwt als tekortkomingen van diverse hedendaagse scholen van het zwaardvechten.
  • 'Het Boek van Leegte' is een korte epiloog; waarin hoogstwaarschijnlijk, in meer esoterische termen, Musashi`s Zen-beïnvloedde gedachten over het bewustzijn en de juiste mentaliteit worden beschreven.

Dokkōdō (独行道)

De 'Dokkōdō' ("Het Pad van Eenzaamheid" of "De Weg die Alleen moet Gevolgd worden")[56] is geschreven door Musashi, een week voordat hij stierf in 1645. Het was grotendeels samengesteld terwijl Musashi zijn bezittingen aan het weggeven was in voorbereiding op de dood, maar hij voltooide dit werk zonder enige angst of aarzeling; met een zuivere, heldere geest. Het was gewijd aan zijn favoriete leerling, Terao Magonojo (aan wie 'Go Rin no Sho' ook was gewijd), die het ter harte nam. Het drukt een strenge, eerlijke en ascetische kijk op het leven uit.

Het is een kort werk bestaande uit eenentwintig leefregels, gestructureerd in volgorde van superioriteit, en is eigenlijk een kortere versie van de 'Hyōhō Sanjūgo Kajo' en 'Go Rin no Sho'. Het bevat alle betekenissen van methode en filosofie van deze geschriften. De 'Dokkōdō' werd geschreven en nagelaten als een boodschap aan toekomstige volgelingen. De boodschap is afhankelijk van de individuele lezer`s eigen niveau van begrip.

De leefregels:

  1. Accepteer alles gewoon zoals het is.
  2. Streef niet naar tevredenheid om eigen bestwil.
  3. Wees niet, onder geen enkele omstandigheid, afhankelijk van een eenzijdig gevoel.
  4. Denk licht over jezelf en doordacht over de wereld.
  5. Sta los van verlangen je hele leven lang.
  6. Heb geen spijt van wat je hebt gedaan.
  7. Wees nooit jaloers.
  8. Laat je nooit verdrietig maken door een scheiding.
  9. Wrok en beklag zijn passend noch voor zichzelf noch voor anderen.
  10. Laat je niet leiden door het gevoel van lust of liefde.
  11. Heb geen voorkeur in alles.
  12. Wees onverschillig over waar je woont.
  13. Achtervolg de smaak van goed eten niet.
  14. Hou niet vast aan bezittingen die je niet meer nodig hebt.
  15. Handel niet volgens gewoonte.
  16. Verzamel geen wapens of oefen met wapens buiten wat nuttig is.
  17. Vrees niet voor de dood.
  18. Streef niet naar het bezit van goederen of leengoederen voor je oude leeftijd.
  19. Respect Boeddha en de goden zonder op hun hulp te rekenen.
  20. Je mag je eigen lichaam verlaten maar je moet je eer bewaren.
  21. Dwaal nooit af van de 'Weg'.

Musashi`s leven naast het zwaardvechtersschap

Musashi als Boeddhist

Zelfs op een latere leeftijd, scheidde Musashi zijn religie, met name het Zen-Boeddhisme, van zijn betrokkenheid met het zwaardvechten. Uittreksels zoals onderstaande, uit de 'Go Rin no Sho', getuigen van een filosofie die wordt verondersteld zijn hele leven bij hem geweest te zijn:

"Er zijn vele Wegen: het confucianisme, het boeddhisme, de Weg van elegantie, rijst-planten, of dans; deze dingen zijn niet terug te vinden in de Weg van de Krijger."

Een noemenswaardige figuur hier is Takuan Sōhō(沢庵宗彭)[57], hij was een beroemde Zen-monnik met een behoorlijke reputatie. Takuan was bevriend met vele mensen uit alle lagen van de bevolking, waaronder vele daimyō, de shōgun en de keizer van die tijd. Ondermeer werd Musashi ook door hem begeleid, vooral in levensbeschouwing[11] en de Boeddhistische Leer van Zen.

In zijn latere leven trok Musashi zich terug naar de grot Reigandō[58], waar hij leefde als een kluizenaar en de 'Go Rin no Sho' schreef, terwijl hij aan Zen-meditatie deed. Musashi`s boeddhistische naam was 'Niten Dōraku'.

Musashi als kunstenaar

Koboku Meigekizu, 枯木鳴鵙図

Vooral in zijn latere leven, ontwikkelde Musashi ook de meer artistieke kant van 'Bushido'. Hij maakte verscheidene Zen-penseelschilderijen, blonk uit in kalligrafie, en beeldhouwde hout en metaal.

In 'Go Rin no Sho' benadrukt Musashi dat krijgers veelzijdig moeten zijn en een begrip hebben van andere beroepen, alsook oorlogsvoering. Hij zei dat iemand de expertise gehaald uit een beroep, kan gebruiken bij uitvoering van werk op andere vlakken. Musashi beweerde in 'Go Rin no Sho':

"Wanneer ik het principe van strategie in de Wegen van de verschillende kunsten en ambachten toepas, heb ik geen behoefte meer aan een leraar, in elk domein."

Hij bewees dit door het creëren van meesterwerken in kalligrafie en klassieke inkt schilderingen. Zijn schilderijen worden gekenmerkt door het vakbekwame gebruik van inkt, was schilderen ('Sumi-e' 墨絵)[59] en van penseelstroken. Hij beheerste vooral de 'Gebroken Inkt School van Landschappen', die hij toepaste op andere onderwerpen, zoals zijn "Ijsvogel op een Dorre Tak" ('Koboku Meigekizu' 枯木鳴鵙図); een deel van een drieluik[12] waarvan de andere twee delen "Wandelende Hotei" en "Spreeuw op Bamboe" zijn.), zijn "Hotei Kijkend naar een Hanengevecht" en zijn "Wilde Ganzen Onder Riet"('Rozanzu' 魯山図)[60].

Voetnoten

  1. Een jō[1] is een ±1.276m lange houten staf, die in sommige Japanse krijgskunsten gebruikt wordt. De krijgskunst met de wordt Jōjutsu (杖術) of Jōdō (杖道) genoemd.
  2. 'Shuriken's'[2] (lett.: "Zwaard aan de binnenkant van de hand") zijn niet bedoeld als hoofdwapen, zoals in de Video Games wordt voorgesteld; maar werd gebruikt als afleidings- of tactisch wapen. De hoodfvarianten zijn de 'bo shuriken' ('darts') en de 'hira shuriken' (werpmessen met meerdere punten).
  3. Seppuku (切腹)[3] is een traditionele (en rituele) vorm van zelfmoord van samurai in Japan. Het geschiedt door opensnijden van de buik. 'Seppuku' had tot doel om schande en eerverlies te voorkomen. Het idee achter seppuku is, dat door het opensnijden van de buik het slachtoffer zich volledig bloot geeft.
  4. Junshi[4] is het volgen van de heer in de dood, soms vertaald als "Zelfmoord door Trouw", door het plegen van seppuku.
  5. Een musketier is een soldaat ('samurai') bewapend met een musket.
  6. Een 'kodachi' [5] (lett.: "kleine of korte 'tachi' (zwaard)", is een Japans zwaard dat te kort is om een 'katana' te zijn en te lang is om een 'tanto' (mes) te zijn. Dankzij zijn beperkte grootte kon het enorm snel getrokken en gezwaaid worden.
  7. Een 'nōdachi'(野太刀)[6] (lett.: "veld zwaard") is een groot twee-handig zwaard.
  8. 'Tsubame Gaeshi': Deze slag vertrekt van boven het hoofd, recht naar beneden. Eens op z`n laagste punt wordt het zwaard omgedraaid en snijd terug naar omhoog.
  9. Een 'bokken'[7] ('bok(u)', "hout" en 'ken', "zwaard") is de Japanse benaming voor een houten oefenzwaard. In Japan wordt vooral de naam 'bokutō' (木刀) gebruikt.
  10. Een 'wakizashi'[8] is een traditioneel Japans zwaard met een 'shoto' lemmet dat meestal tussen 30 en 60 cm lang is. De 'wakizashi' werd gewoonlijk samen met de 'katana' gedragen door samurai's. Het samen dragen van de twee zwaarden wordt 'daisho' (lett.: "lang en kort") genoemd.
  11. Levensbeschouwing[9] is een visie op het leven: wat het leven betekent, wat de waarde ervan is en hoe het geleefd moet worden. Een term die erop lijkt is filosofie[10] maar toch licht verschilt.
  12. Een triptiek of drieluik (van het Griekse 'triptychon' met 'tri' dat drie betekend en 'ptychē' dat vouw betekend) is een schilderij, dat in drie delen is verdeeld, verbonden met scharnieren, zodat deze geopend of gesloten kunnen worden. Het rechter en linker zijpaneel zijn even breed, samen zijn ze net zo breed als het middenpaneel.

Bronnen

Boeken

  • E. Yoshikawa, Moesasji, Amsterdam: Elsevier, 1981.
  • E.Yoshikawa, Musashi, Japan: Kodansha International, 1995.
  • W. Vande Walle, Een geschiedenis van Japan, Leuven: Acco, 2009.

Internet (Laatst geraadpleegd op 21 april 2012)