Meirokusha (明六社)
Uit GeschiedenisJapan
Inhoud |
Inleiding
In de periode na de Meiji-restauratie staat het voor de Japanse regering vast dat een nieuw tijdperk is aangebroken. Als Japan een sterk en welvarend land wil worden, en op het zelfde niveau als de Westerse grootmachten wil geraken, zit er niets anders op dan de Japanse tradities overboord te gooien en op alle vlakken een diepgaande verwestering door te voeren. Een veelgebruikte term uit die periode is Bunmei Kaika (文明開化) wat niet meer als 'beschaving en verlichting' betekent. Dit werd doorgevoerd op alle mogelijke domeinen van de samenleving.
De regering kon deze Bunmei Kaika niet zonder enige hulp realiseren. Ze werd bijgestaan door een aantal geleerden die een grote kennis over het Westen hadden vergaard tijdens hun studies, en die zich op verschillende gebieden hadden gespecialiseerd. Tijdens hun studies hadden ze grote bewondering gekregen voor het Westen en waren ze er trouwe voorstanders van geworden. Op initiatief van Mori Arinori ontstond een club van geleerden zoals de literaire en wetenschappelijke clubs van het Westen. Deze club was de Meirokusha (明六社) of de ‘Meiji Six Society’ die ondanks haar korte bestaan veel betekent voor het Japan van vandaag.
De Meirokusha
Oprichting van de Meirokusha
De Meirokusha werd opgericht door het toedoen van de jonge Mori Arinori. Mori Arinori die als Japans eerste diplomatieke vertegenwoordiger in Washington, D.C., had gewerkt, keerde in de zomer van 1873, het zesde jaar van de Meiji-periode, terug naar Tokio. Hij keerde terug om een club van geleerden op te richten, zoals de literaire en wetenschappelijke clubs van het Westen. Mori kreeg assistentie van Nishimura Shigeki, een prestigieuze geleerde, en samen overtuigden ze 8 andere geleerden zich bij hen aan te sluiten om zo samen de 10 leden van de Meirokusha te vormen.
Het eerste nummer van hun Meirokuzasshi dat in februari 1874 verscheen opende met de tekst:
Wij metgezellen hebben recent vergaderd, soms om rede te bespreken en soms om buitenlands nieuws te bespreken. Langs de ene kant hebben wij onze kennis bijgeschaafd en langs de andere kant hebben wij onze geest opgefrist. De transcripties van deze discussies zijn een volume geworden dat we afdrukken en uitdelen aan heren van gelijke mening. Wij zullen gelukkig zijn als, ondanks zijn kleine grootte, het volume verlichting promoot onder onze landgenoten.
Uit deze tekst blijkt dat het belangrijkste doel van de Meirokusha 'verlichting brengen onder de landgenoten' was. Die verlichting moest bereikt worden om Japan op gelijke voet met het Westen te brengen.
De leden van de Meirokusha
De leden waren allen van de generatie Japanners die de zwakheid van Japan inzagen toen de Amerikaan Commodore Matthew Calbraith Perry plots met zijn vloot van zwarte schepen (Kurobune 黒舟) in de baai van Edo aankwam en de heropening van Japan eiste. Ze behoorden ook bij de eerste generatie Japanners die bij hun studies hun aandacht konden vestigen op de gehele Westerse civilisatie in plaats van de Rangaku (Dutch Studies 蘭学) die zich beperkte tot de Nederlandse taal en de beperkte informatie over Westerse geneeskunde, astronomie, etc. die men verkreeg via Nagasaki.
Iedereen behalve Mori Arinori had ervaring met Westerse studies opgedaan terwijl ze dienst deden in het Tokugawa Bakufu. Van de 10 leden waren er 7 lid waren van het 'Instituut voor Barbaarse Letterkunde' (Bansho Shirabesho 番書調所), de school voor Westerse studies die het Bakufu in 1856 had opgericht. De meesten waren geboren uit samoeraifamilies van redelijke stand en waren belangrijk geweest voor het Bakufu omwille van hun kennis over het Westen. Niettegenstaande de associatie met hun vorige vijand, zocht de Meiji-regering hun expertise na 1868. Het is algemeen geweten dat maar 2 van de 10 leden, Fukuzawa Yukichi en Nakamura Masanao, dienst bij de overheid weigerden.
Mori Arinori (1847-1889)
De jonge Mori Arinori (森有礼) was ongetwijfeld de meest onstuimige en enthousiaste van alle leden. Mori werd geboren als de zoon van een samoerai van de Kagoshima-clan. Na een korte tijd in het ‘Instituut voor Westerse Studies’ (Kaiseijo 開成所) in het Satsuma-domein te studeren, werd hij in 1865 met een groep studenten naar Engeland gestuurd om er kennis over het Westen te gaan vergaren. Hij had er vooral bewondering voor de Britse justitie, het sterker wordende Amerika, etc. Nadat zijn fonds werd ingekort, door de storingen van de naderende Meiji-restauratie, keerde hij terug naar Japan.
Na de Meiji-restauratie, in 1868, werkte hij eventjes als president van de Kôgisho (公儀所), een raad die over de parlementaire hervormingen vergaderde, en daarna werd hij als zakenverantwoordelijke naar Washington gestuurd, waar zijn energie vooral ging naar toezicht houden op Japanse studenten in Amerika, gedachten uitwisselen met Amerikaanse geleerden, etc. De artikels die hij gedurende zijn verblijf in Washington schreef zijn, allen in het Engels, een duidelijk teken van zijn ijver voor educatie. In tegenstelling daarvan staat dat hij grote onenigheid veroorzaakte toen hij meende dat Japans vervangen moest worden door Engels om zo gemakkelijker de verlichting te bereiken. Dit en een conflict met de regering zorgden ervoor dat hij uit Washington werd teruggeroepen. Terug in Tokio gooide hij zichzelf in verlichtende activiteiten zoals het oprichten van de Meirokusha en het oprichten van de openbare Shôhô Kôshûjo-school (商法講習所), dat later de Hitotsubashi Universiteit (一橋) werd.
Terwijl zijn politieke inzet gering was, was de heftigheid voor sociale verbetering duidelijk te merken in zijn artikels voor de Meirokuzasshi. Zijn grootste bijdrage tot de Meirokuzasshi zijn ongetwijfeld zijn essays over ‘Vrouwen en Concubines’ (Saishôron 妻妾論) waarin hij pleitte voor radicale veranderingen in de traditionele Japanse familie om zo de status van de Japanse vrouw op te krikken.
Fukuzawa Yukichi (1834-1901)
Fukuzawa Yukichi (福澤諭吉), de stichter van de Keiô Gijuku-school (慶應義塾), wordt duidelijk als de meest gevierde van alle leden beschouwd. Er bestond echter vanaf het begin een geprikkelde relatie tussen hem en de overige leden. Het feit dat Fukuzawa bij de oprichting van de Meirokusha de presidentszetel weigerde, en dat hij in zijn eigen Minkan Zasshi, die hij publiceerde met zijn Keiô-groep, geregeld naar de meer regeringsgezinde leden uithaalde, zorgde voor grote irritatie bij de overige leden.
Fukuzawa geloofde dat Japanse geleerden, die grote kennis hadden over het Westen, zich uit de regering moesten terugtrekken om in hun privé-leven de gewone mens naar de verlichting te gidsen. De gewone bevolking moest een geest van onafhankelijkheid ingedruppeld krijgen die groot genoeg was om de regering uit te dagen en te stimuleren. Het was dan ook meteen duidelijk dat Fukuzawa elke rol bij de regering weigerde en er zo onafhankelijk mogelijk van bleef werken.
Als Fukuzawa een essay publiceerde, gaf hij de voorkeur aan zijn eigen Minkan Zasshi (民間雑誌), wat maakt dat zijn bijdrage tot de Meirokuzasshi gering was. Dit neemt niet weg dat hij van grote betekenis was voor de Meirokusha. Zonder hem konden de Meirokusha Japan niet tot de verlichting brengen.
Nishi Amane (1829-1897) en Tsuda Mamichi (1829-1903)
De levens van Nishi Amane (西周) en Tsuda Mamichi (津田真道) waren zo dicht met elkaar verbonden dat het onmogelijk is de ene te bespreken zonder de andere te vermelden. Geboren, respectievelijk, in Tsuwano- en Tsuyamahan, in bescheiden samoeraifamilies in 1829, werden ze beiden in 1857 naar de Bansho Shirabesho gestuurd. In 1862 stuurt het Shogunaat 15 studenten naar Nederland, waaronder Nishi Amane en Tsuda Mamichi, om er van 1863 tot 1865 in Leiden onderricht in recht en economie te krijgen van Professor Simon Vissering. Tijdens hun verblijf in Nederland groeide hun interesse voor de filosofie van onder andere Comte en Kant. Na de Meiji-restauratie, in 1868, werden ze beiden door de regering aangetrokken, voor hun kennis over het Westen, en in verschillende departementen tewerkgesteld.
Nishi Amane wordt vooral herinnerd voor de introductie van Westerse filosofie in Japan en zijn bijdrage tot de Conscriptiewet van 1872. Zijn artikels ‘The Three Human Treasures’, die in de Meirokuzasshi verschenen, maken duidelijk dat zijn filosofische gedachte dicht bij het utilitarisme van John Stuart Mill lag. Hij beschouwde de staat dan ook vooral als een instrument om vooruitgang te promoten.
Tsuda Mamichi heeft nooit evenveel aandacht gekregen als de andere leden van de Meirokusha, hoewel zijn bijdrage tot de Meirokuzasshi groter was dan eender welk ander lid. Hij schreef meer dan 29 artikels die over een grote variëteit van onderwerpen handelden. Het belangrijkste werk van Tsuda voor de Meirokusha was een verfijnde vertaling van Simon Vissering’s lezingen over het recht, getiteld ‘Taisei Kokuhôron’ (泰西國法論). Buiten de regering en politiek was Tsuda zeer bezorgd over de waarde van de man en de mensenrechten.
Overige leden
Activiteiten van de Meirokusha
Meirokuzasshi
De voornaamste activiteit van de Merokusha was het publiceren van de Meirokuzasshi. Een tijdschrift dat als doel had de gewone Japanner tot de verlichting te brengen. Tijdens het 1e jaar van publicatie was er een circulatie van ongeveer 3000 stuks voor elk deel. Dit lijkt weinig in een land van 30 miljoen inwoners, maar de Meirokuzasshi richtte zich vooral tot de intellectuele elite van de hoofdstad. Na het 16e deel werd het ook in Ôsaka verkocht.
Het werd geprint bij de Hôchisha, de publicist van de Yûbin Hôchi Shinbun. Het tijdschrift was voor het eerst aangekondigd in maart 1874 en was bedoeld 2 keer per maand te verschijnen. Waarschijnlijk omdat de leden dachten dat het materiaal voorbereid voor hun 3 vergaderingen per maand net voldoende was voor 2 delen. In novermber 1874 verscheen het al 3 keer per maand. De variatie in het aantal volumes duidt duidelijk op de productiviteit van de leden. De productie kwam op een piek van 5 volumes in juni 1874, maar het verminderde tijdens de zomer- en wintermaanden.
Inhoud van de Meirokuzasshi
Een volume van de Meirokuzasshi bestond uit gemiddeld 20 pagina’s en mat 11,5cm op 17cm. Ze werden met houten blokken gedrukt op dubbele bladen die op de traditionele ‘butterfly’ stijl (wahon 和本) gebonden waren.
De medewerkers van de Meirokuzasshi streefden naar een prozastijl dat gemakkelijker verstaanbaar was dan de traditionele schrijfstijlen, maar nog steeds verfijnd genoeg was. Hun artikels werden geschreven in een mix van Chinese ideogrammen en katakanatekens dat overeenkomsten had met het gesproken Japans.
In hun tijdschrift uitten de schrijvers hun mening over een grote waaier van onderwerpen van hun tijd. De 'popularly elected assembly', de scheiding van kerk en staat, de status van de vrouw, economie, chemie, taalhervormingen en de aard van kennis waren onderwerpen die door de leden van de Meirokusha behandeld werden. Buiten deze onderwerpen werden er ook vertalingen van Westerse teksten in de Meirokuzasshi opgenomen.
Lezingen
Waarschijnlijk introduceerde Fukuzawa Yukichi als eerste openbare lezingen in zijn private school, Keiô Gijuku, in de zomer van 1874, maanden voordat de Meirokusha de techniek van lezingen aansprak als een voertuig voor verlichting. Volgens Fukuzawa, toen hij voorstelde dat de Meirokusha openbare lezingen zou organiseren, was er twijfel in de vereniging. Vooral Mori Arinori twijfelde of Japans wel geschikt was voor lezingen.
Mori had zijn landgenoten al eerder verbaasd toen hij zei dat Engels geschikter was dan Japans voor modern gebruik. Hoewel hij andere leden berispte voor hun faling om hun taal geschikt te maken voor speeches, verdween zijn twijfel dat Japans al dan niet geschikt was voor lezingen snel, toen de lezingen meer en meer volk aantrokken.
De lezingen van de Meirokusha werden zelfs zo populair dat Mori voorstelde om tickets te verkopen en om van de opbrengst van de Meirokuzasshi een zaal te bouwen waar de lezingen konden plaatsvinden. De zaal werd echter nooit gebouwd en de Meirokusha experimenteerde kort met het verkopen van tickets voor hun lezingen in februari en maart 1875. Vanaf dan werden niet-leden toegelaten bij de lezingen via introductie van leden.
Gezien de Meirokusha nooit meer als 30 leden telde en dat Mori voorstelde om een zaal te bouwen niet groter dan 80m² lijkt het dat de lezingen naar Westerse gewoonten niet groot waren. De leden vergaderden gewoonlijk in een restaurant met Westerse stijl. In de voormiddag bespraken ze de zakelijke kant van de vereniging, aten van 12u tot 1u en in de namiddag gingen ze over op speeches en discussies.
Het einde van de Meirokusha
Na een periode van repressie ten opzichte van Tokugawa-aanhangers, nam de Meiji-regering een liberale houding in tegen het ontwikkelen van een publieke pers. Dit deden ze waarschijnlijk omdat ze vermoedden dat kranten en tijdschriften attributen van verlichting waren. Met het uiteenvallen van de regering over Korea, met het Korea-dispuut (Seikan-ron) en de stijgende kritiek van aanhanger van mensenrechten en andere, vaardigde de overheid restricties uit zoals bijvoorbeeld de persregulaties van 1873 die publieke aanvallen op acties van de overheid en teksten die mensen in de war konden brengen verbood.
Mori Arinori waarschuwde de leden tijdens de eerste verjaardag van de Meirokusha dat ze moesten afzien van onproductieve discussies die schade zouden kunnen berokkenen bij de Meirokusha. Mori hoopte zo de restricties van de overheid te overleven door de discussies te beperken tot literaire, wetenschappelijke en filosofische onderwerpen. Op 28 Juni 1875 maakte de overheid nieuwe persrestricties bekend die de schrijvers verantwoordelijk maakte voor wat ze schreven. Vanaf toen kwam Mori’s naam op elk nummer van de Meirokuzasshi.
Mitsukuri Shûhei stelde tijdens hun bijeenkomst op 1 September 1875 voor om de publicatie van de Meirokuzasshi stop te zetten. Mori Arinori geloofde echter dat de Meirokusha aan de restricties van de overheid konden ontsnappen zolang ze maar politiek onderwerpen vermeed. Fukuzawa meende dat in het Japan van toen geen enkel onderwerp behandeld kon worden zonder de regering te raken. Japan was namelijk een land van de regering en niet één van het volk. Hij besloot dus dat de Meirokusha geen andere keuze hadden dan de publicatie te beëindigen. Hij hield vol dat vrijheid van meningsuiting niet kon bestaan onder de restricties van de overheid. Hij voegde nog toe dat de Meirokusha niet sterk genoeg was om als groep tegen de overheid in te gaan en kwam dus tot de conclusie de publicatie stop te zetten.
Er werd gestemd over het al dan niet verder publiceren van de Meirokuzasshi. De uitslag was ten voordele van Fukuzawa’s voorstel. Deze stemming betekende de dood voor de Meirokuzasshi. Na de stemming verschenen nog 3 volumes die artikels bevatten van diegene die hadden tegengestemd. Dit waren Mori Arinori, Tsuda Mamichi en Nishi Amane. De lezingen eindigden in februari 1876 maar de leden bleven elkaar ontmoeten voor een lunch en gesprek in de meer intiemere Meirokukai (明六会). Hun aantal bleef verminderen totdat er nog 4 leden overbleven in 1910.
Besluit
Ondanks het korte publieke bestaan, produceerden de Meirokusha, met hun Meirokuzasshi, een tijdschrift dat het toonbeeld is van de geest van de Japanse verlichting. Er zijn zeer weinig tijdschriften, van welke tijd dan ook, die de Meirokuzasshi overstijgt op welk vlak dan ook. Geen enkel tijdschrift bevat artikels van erkende geleerden over zo'n grote waaier van onderwerpen en problemen van hun tijd. Japan mag trots zijn op hun Meirokusha want zonder hun contributies zou het Japan van vandaag er misschien wel anders uitgezien hebben.
Bronnen
- Braisted, William R. "MeirokuZasshi Journal of the Japanese Enlightenment", Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts, 1976.
- Hall, Ivan Parker. "Mori Arinori", Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts, 1973.
- Vande Walle, Willy, en Hans Coppens. Geschiedenis van het Moderne Japan, cursus gedoceerd in kader van het vak ‘Geschiedenis van het Moderne Japan’, Katholieke Universiteit Leuven, Leuven, 2003

