Matsuo Bashō (松尾芭蕉) 1644-1694

Uit GeschiedenisJapan

(Doorverwezen vanaf Matsuo Bashō (松尾芭蕉))

Matsuo Bashō (松尾芭蕉) (1644 – November 28, 1694), geboren in Ueno onder de naam Matsu Kinsaku (松尾 金作). Bashō is een van de bekendste poëten van Japan. Zijn poëzie is bekend over heel de wereld en hij word beschouwd als een van de grootste van alle haiku meesters.

Een portret van Bashō door Kinkoku Yokoi


Inhoud

Leven van Bashō

Jeugd

Bashō was geboren onder de naam Matsu Kinsaku rond het jaar 1694. Als de zoon van een samurai van een lage rang zou Bashō een onopmerkelijke carrière in het leger tegemoet gaan. Maar het leven van Bashō nam een andere wending en hij werd page van Tōdō Yoshitada (藤堂 良忠) die samen met Bashō een passie had voor haikai no renga. Haikai no renga was een vorm van poëzie waarbij verschillende poëten samenwerken. Het eerste gedeelte van het gedicht bestond uit een 5 – 7 – 5 mora formaat dit noemt men een hokku. Dit hokku werd gevolgd door een 7 – 7 mora door een andere poëet. Bashō en Yoshitada gaven zichzelf pseudoniemen. Die van Bashō was Sōbō (宗房). In 1662 werd het eerste gedicht van Bashō gepubliceerd; in 1664 werden 2 van Bashō’s hokku afgedrukt en in 1665 stelde Bashō, Yoshitada en sommige van hun kennissen een 100 strofen renku samen.

Het plotse overlijden van Tōdō Yoshitada in 1666 bracht een abrupt einde aan Bashō’s vreedzame leven als dienaar. In de lente van het jaar 1672 verhuisde Bashō naar Edo om zijn studies van de poëzie verder te zetten.

Roem

Bashō's poëzie werd al gouw erkend door de literaire kringen van Nihonbashi (日本橋) voor zijn natuurlijke, simpele stijl. In 1974 werd hij geïntroduceerd tot het professionele haiku milieu en kreeg hij les van Kitamura Kigin.

Hij gaf zichzelf het pseudoniem Tōsei en tegen het jaar 1680 had hij een vaste job als leraar van 20 leerlingen die het boek Tōsei-montei Dokugin-Nijukasen (桃青門弟独吟二十歌仙, de beste gedichten van Tosei’s 20 studenten.) publiceerden, gebruik makend van hun connectie met Tosei. De winter van datzelfde jaar verhuisde hij over de rivier naar Fukagawa om een meer privé leven te lijden. Zijn leerlingen bouwden voor hem een hut en planten er een bananen boom (芭蕉 bashō), waardoor Tosei het nieuwe pseudoniem Bashō aannam.

Ondanks zijn succes werd Bashō eenzaam en ontevreden, hij begon zen meditatie te beoefenen om te kalmeren maar het lijkte niet te werken. Zijn hut ging in 1682 in vlammen op en kort daarna, vroeg in het jaar 1683, stierf zijn moeder. In de winter van 1683 bouwden zijn leerlingen een nieuwe hut. In 1684 publiceerde zijn leerling Takarai Kikaku een bundeling van gedichten van Bashō en enkele andere poëten. Later in datzelfde jaar vertrok Bashō voor de eerste van zijn 4 grote reizen.

Tijdens zijn reis begon Bashō’s humeur te verbeteren. Hij ontmoete vele mensen en hield van het veranderende landschap en de veranderende seizoenen. Zijn gedichten werden minder introspectief en werden meer over het observeren van de wereld. Zijn reis nam hem van Edo naar de berg Fuji, Ueno en Kyoto. Tijdens zijn reis ontmoete hij vele poëten die zich zijn leerlingen noemden en hij gaf hen de raad om de Edo stijl en zelfs zijn eigen oude stijl op te geven omdat er te veel onbelangrijke verzen in zitten. In de zomer van 1685 keerde hij terug naar Edo. Wanneer Bashō terugkeerde naar Edo nam hij zijn taak als poëzie leraar terug op in zijn bashō hut. De gedichten van zijn reis werden gepubliceerd in het boek Nozarashi kikō (野ざらし紀行). In het voorjaar van 1686 componeerde Bashō zijn bekendste haiku.

furu ike ya De oude vijver. kawazu tobikomu Een kikker die erinspringt, mizu no oto geluid van water.

Ouderdom

Bashō's graf te Ōtsu

Op zijn terugkeer naar Edo na zijn voorlaatste reis leefde Bashō in zijn derde bashō hut. Deze keer leefde hij niet alleen maar met zijn neef en vriend, Jutei, beide waren aan het herstelen van ziekte. Ook had hij vele bezoekers. Hij leefde van zijn job als leraar poëzie en haiku voordrachten tot augustus 1693 waarop hij de deur van zijn bashō hut sluiten en niemand naar binnen liet voor een maand. Uiteindelijk vertrok Bashō voor een laatste reis in de zomer van 1694, hij reisde naar Ueno en Kyoto en eindigde zijn reis in Osaka waar hij ziek werd en stierf omringd door zijn leerlingen. Zijn laatste gedicht werd opgeschreven tijdens zijn ziekte en word beschouwd als zijn afscheidsgedicht.:

tabi ni yande Ziek op deze reis yume wa kareno wo over de dorre velden kake meguru blijven de dromen

Oku no Hosomichi

Bashō’s plannen voor nog een lange reis monde uit op 16 mei 1689 toen hij Edo verliet met zijn leerling Kawai Sora (河合 曾良) op een reis naar de noordelijke provincies van Honshu. Bashō en Sora bereikte Hiraizumi op 29 juni, vervolgen reisde ze naar de westkant van het eiland bezochten ze Kisakata op 30 juni. Tijdens de 150 dagen durende reis legde Bashō en Sora 2400 km af doorheen het noordoostelijke gedeelte van Honshu. Ze keerde terug naar Edo laat in het jaar 1691.

Waneer Bashō Ōgaki bereikte had hij zijn logboek van de reis af. Voor drie jaar lang bewerkte Bashō zijn verhaal tot hij in 1694 de definitieve versie schreef dat hij de naam Oku no Hosomichi (奥の細道) gaf. De eerste editie verscheen in 1702, 8 jaar na zijn dood. Het boek was een onmiddellijk succes en vele poëten volgden zijn reisweg. Oku no Hosomichi word door velen als Bashō’s beste prestatie beschouwd.

Lijst van werken van Bashō

• Kai Ōi (The Seashell Game) (1672)

• Minashiguri (A Shriveled Chestnut) (1683)

• Nozarashi Kikō (Record of a Weather-Exposed Skeleton) (1684) • Fuyu no Hi (Winter Days) (1684)

• Haru no Hi (Spring Days) (1686)

• Kashima Kikō (A Visit to Kashima Shrine) (1687)

• Oi no Kobumi, or Utatsu Kikō (Record of a Travel-Worn Satchel) (1688)

• Sarashina Kikō (A Visit to Sarashina Village) (1688)

• Arano (Wasteland) (1689)

• Hisago (The Gourd) (1689)

• Sarumino (The Monkey's Raincoat) (1689)

• Saga Nikki (Saga Diary) (1691)

• Bashō no Utsusu Kotoba (On Transplanting the Banana Tree) (1691)

• Heikan no Setsu (On Seclusion) (1692)

• Sumidawara (A Sack of Charcoal) (1694)

• Betsuzashiki (The Detached Room) (1694)

• Oku no Hosomichi (Narrow Road to the Interior) (1694)

• Zoku Sarumino (The Monkey's Raincoat, Continued) (1698

Bronnen

Boeken

Dr. Karel Hellemans. Inleiding tot de Japanse cultuur.

Internet bronnen

http://www.big.or.jp/~loupe/links/ehisto/ebasho.shtml

http://www.nederlands.nl/biografie.php?naam=Matsuo+Basho

http://www.haikupoetshut.com/basho1.html

http://www.uoregon.edu/~kohl/basho/life.html

“Matsuo Basho” Wikipedia. http://nl.wikipedia.org/wiki/Matsuo_Basho

“Matsuo Basho” Wikipedia. http://en.wikipedia.org/wiki/Matsuo_Bash%C5%8D

http://simplyhaiku.com/SHv4n3/features/Nobuyuki.html