Masanobu Tsuji

Uit GeschiedenisJapan

Masanobu Tsuji (11 oktober 1903 – 20 juli 1968) was een strateeg van het Japanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn buitensporigheden gaven hem een slechte reputatie en veroorzaakten enkele van Japans grootste blunders tijdens de oorlog. Hij werd bekend door zijn boeken over de oorlog en door zijn betrokkenheid bij verschillende brutaliteiten zoals de afslachting van Chinese burgers in Singapore. Hij werd nooit veroordeeld voor zijn oorlogsmisdaden.

Inhoud

Jeugd

Masanobu Tsuji werd geboren op 11 oktober 1903 in de Ishikawa prefectuur in Japan. Hij wilde eerst leerkracht worden, maar kreeg later een passie voor het leger. Nadat hij gefaald had om in de militaire school binnen te geraken ging hij in de leer bij een scheepvaart bedrijf in Osaka.
Toen hij zestien jaar was, ging hij naar een voorbereidende militaire school in Nagoya. Later studeerde hij aan de militaire academie van Ichigaya, Tokyo. In november 1924 studeerde hij af aan de militaire universiteit. Het is rond deze tijd dat een eerste beroemde foto van hem genomen werd. Hierin is hij te zien met zijn typische bril met ronde glazen, een beeld dat later nog in veel karikaturen van Amerikaanse propaganda zou verschijnen.

Hoofd van het Kwantung leger

In februari 1932, tijdens het eerste Shanghai-incident, kwam hij aan in China als commandant. Volgens verschillende officieren was Tsuji één van de meest opvallende personen in het Japanse leger. Hij had veel moed en dacht dat hij immuun was tegen vijandig vuur. Hij was brutaal en barbaars en hij gaf vaak bevelen in de naam van zijn oversten. Dit leidde tot verschillende misverstanden en maakten hem tot de meest gehate persoon in het leger, maar als het om vechten ging, had hij wel altijd gelijk.

Door zijn rank als majoor was hij een van de oudere officieren en commandant van het Kwantung leger. Hier beging Tsuji zijn eerste blunder. Hij had zijn oversten om de tuin geleid, waardoor zij hun aanvalsplannen hadden gestaakt, maar op 27 juni ging hijzelf door met vechten in Mantsjoerije.[1] De Sovjets bleken te sterk. De reputatie van het Kwantung leger ging eraan ten onder.

Het is ook rond deze tijd dat een verhaal over Tsuji opduikt. Hij zou een geishahuis[2] platgebrand hebben terwijl zijn officieren nog binnen waren, omdat ze corrupt waren.

Invasie van het Maleisisch schiereiland en dan naar Singapore

In 1939 toen Engeland de oorlog verklaarde tegen Duitsland, zond het Japanse leger een verkenner naar Hong Kong, Frans Indo-China en Singapore. Japan concludeerde dat de Filipino’s en Maleisiërs ermee akkoord zouden gaan als hun regering omver geworpen zou worden.

In december werd beslist dat drie divisies in China moesten voorbereiden op een tropische oorlog. In januari 1941 voegde Tsuji zich bij deze troepen. Hij werd uiteindelijk naar Taiwan gestuurd, omdat het Japanse leger de beste plannen wilde voor een mogelijke invasie van het Maleisisch schiereiland. Dit was de poort naar Engeland’s grootste zeebasis op het eiland Singapore. Tsuji werd al gauw de drijfveer van het departement. Zo kreeg hij zijn befaamde bijnaam: “God van de Strategie.” Generaal Yamashita en zijn 25ste leger werden toegewezen voor de invasie van het Maleisische schiereiland. Tsuji’s plannen werden de basis voor de invasie, maar tijdens het reizen bleek dat er veel meer bruggen aanwezig waren dan Tsuji had gedacht.

Op 4 december vertrokken de konvooien. Ze bereikten de kust van het schiereiland op 7 en 8 december. Tsuji had zwaar geblunderd. De landingen in Thailand waren zeer slecht verlopen, waardoor veel soldaten verdronken of neergeschoten werden door Thaise geweren. De Japanse soldaten trokken zo snel door het schiereiland dat ze niet genoeg tijd hadden om zich terug te bevoorraden. Hierdoor was hun missie niet zo succesvol als gepland. Alleen Tsuji hield hier rekening mee. Hij bevond zich steeds aan het front om adviezen te geven en nieuwe plannen te maken. Uiteindelijk slaagden de Japanners er vrij gemakkelijk in Singapore te veroveren.

In Singapore werden 5000 Chinezen vermoord door Tsuji, omdat zij steun leverden aan het Britse leger. Dit bracht het Japanse leger in slecht daglicht. Onder Tsuji’s bevel werden Chinese handelaars onmenselijk behandeld. Generaal Yamashita wilde Tsuji straffen en ontslaan. Maar dit was niet Tsuji’s enige controverse. Hij stond er ook op dat alle gevangenen geëxecuteerd zouden worden. Er waren verschillende officieren die Tsuji’s mondelinge bevelen uitvoerden ten koste van vele onschuldige levens. Deze bevelen zijn ‘mysterieus’ uit het officiële verslag verdwenen.

Tsuji verliet Singapore een paar dagen voordat het leger van generaal Jonathan Wainwright landde op het Bataanse schiereiland van de Filipijnen.

Slag om het Guadalcanal

Tijdens de zomer van 1942 keerde het tij voor Japan. In augustus waren de Amerikanen geland op het Guadalcanal en de Solomon-eilanden. Er zaten reeds 19.000 Amerikanen, terwijl het Japans leger aan het verhongeren was. Zo kreeg het Guadalcanal ook de bijnaam: ‘Verhonger-eiland.’

Wikimedia Commons

Tsuji overtuigde zijn oversten in Tokyo om naar Rabaul te gaan (ten Noorden van het eiland) als observator. Op 20 oktober kwam er eindelijk versterking. De troepen waren er zo slecht aan toe, dat Tsuji zijn plannen moest aanpassen. Zijn verrassingsaanval op het vliegveld Henderson field was een succes, maar dit werd teniet gedaan door de uitputtingsslag van de Japanse troepen. De derde dag waren de troepen zo verzwakt dat ze hun bevoorrading langs de weg achterlieten. Aanvallen liepen in het honderd door slechte communicatie. De afleidingsaanval, die gepland was op de nacht van 24 op 25 oktober, werd te vroeg uitgevoerd . Hierdoor verloor men 9 tanks en 600 soldaten. Zo geraakten de Amerikanen op de hoogte van een mogelijke aanval en werden uiteindelijk de eerste Japanse bataljons verwelkomd door Amerikaans vuur.

Doordat Japan nu ook zwaar leed onder de gevechten op de Stille oceaan kon het geen versterking bieden aan de troepen op het Guadalcanal. Alle troepen waren uitgehongerd en er stierven gemiddeld 100 soldaten per dag. Tsuji nam hiervoor de verantwoordelijkheid. Uiteindelijk waren ze niet meer in staat om te vechten en groeven ze zich in holen. Ze verdedigden zich tot de dood. Dezelfde soort zelfmoordverzet begon zich ook te vormen in Nieuw Guinea.

Tsuji was terug in Tokyo met het voorstel om een nieuw offensief op het Guadalcanal te beheren. Men bekeek de situatie, maar concludeerde dat er bijna geen transport naar het eiland meer mogelijk was. Op een onverwachte vergadering pleitte Tsuji voor een terugtrekking. Uiteindelijk besliste de keizer dat dit het beste was. De troepen begonnen terug te trekken op 23 januari. De 50.000 Amerikanen, die toen op het eiland zaten, gingen de Japanse soldaten niet achterna. Door de dunne lijn van verkenners die ze zagen, dachten ze dat het Japanse leger nog steeds aanwezig was. De eerste week van februari werden zo’n 13.000 troepen geëvacueerd. Maar bijna het dubbele, 25.000 troepen, waren overleden of liet men achter. Tsuji kreeg hiervoor de schuld.

De val van Birma

Na de catastrofe op het Guadalcanal, ging Tsuji terug naar China waar hij in het hoofdkwartier van de Japanse verkenningstroepen in Nanjing ging werken. In juni 1944 werd hij naar Birma gestuurd. Op 15 juli kwam Tsuji aan bij generaal Masaki Honda’s 33ste leger. Honda’s missie was om een offensief te starten aan de Birmaanse weg van Lungling tot de Salween rivier. De troepen waren tot aan de vallei geraakt, maar ze zijn sinds mei 1942 niet kunnen oversteken, en ze konden geen stand houden.
De missie heette: ‘Operatie Dan.’ Men was niet blij met Tsuji’s komst na zijn blunders op het Guadalcanal. Daarenboven, was generaal Honda ook niet blij. Hij vreesde dat als hij zou falen, hij de schuld zou krijgen. En als hij zou slagen, Tsuji met de eer zou kunnen gaan lopen. Honda’s aanval werd bedreigd door generaal Joseph Stillwell’s Chinese troepen. Ze dreigden het dorp Myitkyina te verliezen. Tsuji beval om de troepen niet terug te laten trekken. Het was de plicht van het 33ste leger om te staan en sterven.

Tsuji was er wel in geslaagd om het hoofdkwartier van het 33ste leger 80 mijl (zo’n 130 km) in China te verplaatsen naar Mangshih. Het is daar dat het fameuze schouwspel zich zou hebben afgespeeld waar Tsuji de lever at van een geëxecuteerde Britse of Amerikaanse piloot.

Tegen september was het hoofddoel van het Japanse leger om in het Zuiden van Birma stand te houden. Maar Tsuji’s oversten vreesden dat dit niet ging lukken. Op 16 oktober was Stillwell’s laatste offensief begonnen met Britse en Chinese divisies die het sterk verzwakte 33ste leger overmeesterde. Op 11 februari werden Honda en Tsuji naar een conferentie gestuurd door het Birmaanse leger. Hier kreeg Tsuji zijn medaille voor zijn dapperheid tijdens Operatie Dan. Tsuji was zwaar gewond geraakt tijdens de Birmaanse campagne.

Onderduiken in China

Op 25 augustus, 10 dagen na het einde van de oorlog, gaf generaal Honda zich over aan generaal Sir Montagu Stopford van het Britse leger. Het personeel van het hoofdkwartier werd in de Rangoon-gevangenis opgesloten. Er werd een onderzoek gestart naar het incident van kannibalisme in China. Dus vluchtte Tsuji, uit schrik om veroordeeld te worden voor moord, naar Thailand. Hij zou uit de gevangenis zijn ontsnapt. Tsuji zelf beweert dat hij naar Thailand was overgeplaatst in juni 1945.

Welk van de twee ook waar was, hij spendeerde 3 maanden in Bangkok. Op 15 september arriveerde een Britse groep in Bangkok op zoek naar hem. Hij besloot zich te verbergen in China. Uiteindelijk bereikte hij China in vermomming. Zijn naam werd Shih Kung-Yu. Hij sloeg erin werk te vinden bij het departement van propaganda in een militair controlebureau. Op 1 juli werd hij naar Nanjing gestuurd en later, op 4 augustus verhuisde hij naar het voormalige Japanse hoofdkwartier. Daar schreef hij verschillende handleidingen over oorlogvoering en vertaalde hij ook enkele werken over oorlog. In juli 1947 werd hem gevraagd terug te komen naar Japan maar hij weigerde, omdat de Britten nog altijd naar hem opzoek waren.

Terug in Japan

Op 16 mei ging hij met een schip eerst naar Taiwan om dan toch terug naar Japan te keren. Daar leefde hij bijna een ‘normaal’ leven. Hij werd geprezen voor zijn genialiteit als het ging over ‘goed’ oorlog voeren. Na de oorlog was er een grote groei van literatuur dat over de oorlog ging. Sommige werken waren non-fictie andere fictie. Sommige drama, andere nostalgie, patriottisch, en sommige anti-oorlogs getint. Tsuji werd beroemd door de vele boeken die hij schreef. Toch schreef hij niet over zijn verschuilen in China, noch over het personeel van het leger. Dit kwam vaak voor bij het leger, dit hielp om de echte verantwoordelijken voor de oorlog te verbergen.

Maar toch bleef hij een ietwat mysterieus leven leiden. Hij ging vaak op ‘geheime’ missies in andere landen. In april 1961 ging hij naar Vietnam.[3] Hij was daarna niet meer gezien en werd in 1968 dood verklaard. Men denkt dat hij zich misschien had aangesloten bij de Noord-Vietnamezen, omwille van sommige van hun briljante oorlogsacties die door hem leken te zijn gepland. Hoewel dit een betwistbaar punt is aangezien de Japanners en de Vietnamezen tijdens WOII niet geallieerd waren.

Zie ook

Colonel Tsuji of Malaya

voetnoten

  1. De gebeurtenissen in mantsjoerije rond de jaren 1930 staan bekend als het Mantsjoerije incident
  2. Een geisha, letterlijk 'kunstpersoon', is een term algemeen gebruikt voor een gezelshapsdame die opgeleid is in de Japanse dans, muziek, zang, etc.
  3. Vietnam zat toen verwikkeld in de 'Vietnam oorlog' die duurde van 1957 tot 1975

Bronvermelding

Top