Marco Polobrugincident

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken
Chinese troepen verdedigen de Marco Polo Brug

Het Marco Polobrugincident van 1937 markeerde het begin van de Tweede Sino-Japanse Oorlog die duurde tot 1945.

Voorgeschiedenis

Tijdens de Eerste Sino-Japanse Oorlog (1894-1895) werd China verslagen door Japan. In het Verdrag van Shimonoseki[1] werd het geforceerd Taiwan, de Pescadoren-eilanden en het Liáodōng-schiereiland[2] af te staan aan Japan en de onafhankelijkheid van Korea te erkennen. Ook moest China schadevergoeding betalen, bepaalde havens openstellen voor Japan en hier het recht van extraterritorialiteit[3] toekennen. De Qing-dynastie[4] stond op het punt om in te storten, terwijl Japan door zijn modernisatie als een nieuwe grootmacht uit te hoek kwam. De Xinhai-revolutie wierp de Qing-dynastie omver en in 1912 werd de Republiek China gesticht. Deze nieuwe Republiek was echter nog zwakker dan voorheen door de dominerende warlords[5].

In 1915 stelde werden de 21 eisen[6] die Japan had opgesteld voor China aanvaard. Op deze manier wilde Japan meer politieke en commerciële invloed proberen te krijgen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verkreeg Japan het Duitse invloedsgebied in Shandong. China onder de Beiyang regering bleef gefragmenteerd en had niet de macht om buitenlandse invallen te weerstaan tot de noordelijke campagne van 1926-28, gelanceerd door de Guómíndăng[7] gezeteld in Guangzhou. De noordelijke campagne ging door China tot het werd gestopt in Shandong, waar Beiyang warlord Zhang Zongchang, gesteund door de Japanners, het Guómíndăng leger probeerde te stoppen China te verenigen. Deze situatie brak uit tot het Jinan Incident van 1928 waarin het Guómíndăng leger en de Japanners betrokken waren in een kort conflict. In hetzelfde jaar werd de warlord van Mantsjoerije, Zhang Zuolin, vermoord toen hij niet meer goed wilde samenwerken met Japan. In 1928 slaagde de Guómíndăng onder leiding van Chiang Kai-shek er uiteindelijk in China te unificeren.

In 1931, direct na het Mukden Incident, viel Japan Mantsjoerije binnen. Na vijf maanden vechten werd de marionettenstaat Manshūkoku opgericht met als hoofd Puyi, de laatste keizer van China. Omdat China niet krachtig genoeg was om zichzelf te verdedigen tegen Japan, vroeg het de Volkenbond om hulp. Het onderzoek van de Volkenbond werd gepubliceerd als de Commissie-Lytton, waarin Japan werd gestraft voor zijn inval in Mantsjoerije. Dit leidde ertoe dat Japan zich terugtrok uit de Volkenbond. Geen enkel land echter voelde zich geroepen om actieve maatregelen te nemen. Hierdoor kon Japan Mantsjoerije blijven gebruiken voor grondstofvoorziening en als bufferstaat voor de Sovjet Unie.

Na het Mukden Incident waren er nog enkele andere incidenten op Chinees grondgebied. In 1932 was er het 28 Januari Incident. Dit resulteerde in de demilitarisatie van Shanghai, dat China verbood troepen in hun eigen stad te installeren. In Manshūkoku was er een lopende campagne om de anti-Japanse vrijwillige troepen te verslaan. In 1933 vielen de Japanners de regio rond de Grote Muur aan en de Tanggu-wapenstilstand werd getekend, waardoor Japan controle kreeg over de Rehe provincie en de gedemilitariseerde zone tussen de Grote Muur en de Beiping-Tianjin regio. Het doel van Japan was om ditmaal een bufferzone te creëren tussen Manshūkoku en Nanjing, de hoofdstad van de Chinese nationalistische regering.

Japan maakte goed gebruik van China's interne conflicten. De politieke macht van de Chinese nationalistische regering strekte niet veel verder dan de regio van de Yangtze-rivierdelta. Andere regio's waren in handen van plaatselijke machten. Door zich te verbinden met deze plaatselijke machten probeerde Japan de nationalistische regering ervan de weerhouden China te unificeren. De noordelijke provincies die zich op deze manier lieten beïnvloeden waren Chahar, Suiyuan, Hebei, Shanxi en Shandong.

In 1935 tekende China, onder druk van Japan, twee overeenkomsten[8] waardoor de Chinese centrale regering zijn macht verloor over Noord-China.

Het incident

Tijdens de nacht van 7 juli 1937 verliet een compagnie behorende tot het Ichiki Bataljon zijn thuisbasis in Fengt'ai, een voorstad van Peiping, voor het houden van een nachtoefening. Het ging op weg naar Lungwangmiao, ongeveer een kilometer ten noordwesten van de Marco Polobrug.

De Marco Polo Brug

Deze lange stenen brug dateert van de 12e eeuw and werd door Marco Polo beschreven als 'ongeëvenaard door enig andere in de wereld'. De balustrade was versierd met beelden van leeuwhonden, elk in een andere positie en met een unieke gezichtsuitdrukking. Aan het ene einde was er een steen gegraveerd met de karakters 'Lu guo xiao yue' ("Dawn moon on the Lugon bridge"), geschreven door de 18e keizer Qianlong. Het was het traditionele oversteekpunt van de Yongding-rivier tussen de Binnen-Mongoolse provincies en de Golf van Chilhi. Het strategisch belang van de brug was benadrukt door de spoorbrug parallel aan de brug voor de connectie tussen de belangrijke lijnen van de hoofdstad naar Hankow en Nanking. De Japanners hadden plannen om in dit gebied barakken en een vliegveld te bouwen, maar ondanks de goede boden weigerden de lokale landeigenaren hun land te verkopen. De Japanse reactie was om te proberen hen te intimideren door het regelmatig houden van manoeuvres in dit gebied.

De Chinese autoriteiten waren formeel ingelicht over deze laatste manoeuvre. Volgens het Bokserprotocol[9] van 1901 hadden Japan en een aantal andere landen hun troepen gevestigd in de nabijheid van de stad Peiping. De Japanse troepen hadden ook het recht oefeningen uit te voeren zonder de Chinese autoriteiten hierover in te lichten. De oefening was dus een recht van de Japanse compagnie en geen illegale actie, zoals China later zou beweren.

Na de voltooiing van de eerste fase van het manoeuvre, rond half 11 's avonds, werd er vuur gelost richting de Japanse compagnie vanaf de rivieroever. Shimizu riep zijn mannen direct bij elkaar voor een appel. Één soldaat werd vermist en er werd onmiddellijk een boodschapper op uit gestuurd om dit bij de bataljonscommandant te melden. Intussen werd de oefening stop gezet en de compagnie verplaatste zich richting het oosten om te wachten in Hsiwulitien.

De bataljonscommandant Itsuki Kiyonaho, een lid van de activistische Sakurakai (桜会)[10], vond het een zware zaak en beviel de rest van het bataljon naar het gebied te gaan. Op hetzelfde moment eiste hij van China de toestemming om in het nabije dorp Wanping een zoekactie te houden, ook al was de vermiste soldaat al teruggekeerd. Dit werd afgewezen, en tijdens de ochtend van 8 juli openden de Chinese troepen nogmaals het vuur op de Japanners, die nu rond de stad waren opgesteld. Het Ichiki Bataljon zette de tegenaanval onmiddellijk in en tegen de middag hadden de Chinezen zich teruggetrokken binnen de stadsmuur.

Deze veldslag kostte aan de Japanse zijde 11 doden en 36 gewonden, terwijl de doden en gewonden aan de Chinese zijde worden geschat op 100. Het Marco Polobrugincident was dus niets meer dan een klein gevecht veroorzaakt door een paar afgevuurde schoten in het donker van de nacht. Niemand in Tokyo of in het leger ter plaatse dacht dat dit de oorzaak zou worden voor een 8 jaar durende oorlog. Het is nog steeds onbekend wie diegenen waren die de eerste schoten hadden gelost. Verschillende theorieën doen hierover de ronde, maar nog geen enkel is bewezen.

Nawerking

Tokyo probeerde nog steeds een escalatie in China te vermijden en probeerde zich niet direct te mengen in Chinese aangelegenheden. Tegen 10 juli echter was de legerleiding tot de conclusie gekomen dat de Chinese autoriteiten het volk tegen de Japanners opzetten en een oorlog tegen de Japanse troepen in China aan het voorbereiden waren. Er werd dus besloten meer troepen naar China te zenden om de 12000 Japanse burgers daar te beschermen.

Op 11 juli diende Legerminister Sugiyama Hajime[11] succesvol het voorstel in om 5 divisies klaar te maken voor stationering in Noord-China. De gedachte was om China door middel van de vele Japanse troepen af te schrikken zodat het zich terug zou trekken, maar de komst van zo'n groot aantal troepen maakte de situatie alleen maar erger en verwikkelde het leger in een oorlog waaruit het zich niet meer kon terugtrekken. De Tweede Sino-Japanse Oorlog was begonnen.

Voetnoten

  1. 17 april 1895; onder internationale druk moest Liaodong echter teruggegeven worden aan China.
  2. Inclusief de haven van Port Arthur.
  3. De Japanners in China werden onder hun eigen wetten berecht en dus niet onder de Chinese wetten.
  4. De laatste van de keizerlijke dynastieën in China. Deze duurde van 1644 tot 1912.
  5. Dit zijn militaire leiders die elk een regio van China in hun macht hadden.
  6. Door tussenkomst van Amerika echter, liet Japan één van de eisen vallen. Namelijk de aanstelling van Japanse adviseurs in verschillende sectoren van het openbare leven (bestuur, politie en leger, economie). Later op de conferentie van Washington (1921-22) trok Japan nog enkele andere eisen in.
  7. De Chinese Nationalistische Partij. Opgericht door Sun Yat-sen en na diens overlijden geleid door Chiang Kai-shek.
  8. De He-Umezu Overeenkomst en de Ching-Doihara Overeenkomst.
  9. http://en.wikipedia.org/wiki/Boxer_protocol
  10. http://en.wikipedia.org/wiki/Sakurakai
  11. http://en.wikipedia.org/wiki/Sugiyama_Hajime

Bronnen