Manzhouguo

Uit GeschiedenisJapan
Ga naar: navigatie, zoeken

"Mănzhōuguó", "Manshūkoku" in het Japans (wat letterlijk 'staat van Mantsjoerije' betekent)[1], was een door de Japanners gecontroleerde marionettenstaat die het levenslicht zag in 1932 en heeft stand gehouden tot de capitulatie van de Japanners in 1945. Deze zogenaamde 'puppet state' strekte zich over het Noord-Oostelijke Chinese Mantsjoerije en een gedeelte van Oost-Mongolië uit en werd door Japan voornamelijk gebruikt als een uitvalsbasis om China gedurende de oorlogen makkelijker te kunnen domineren.

De politieke geschiedenis van Mănzhōuguó

De vroege aanloop

Situering van Manzhouguo.

Reeds in 1858 verkreeg Rusland een deel van Mantsoerije dankzij het verdrag van Beijing, dat de Tweede Opiumoorlog[2] afsloot. Mantsjoerije raakte naar het einde van de eeuw toe steeds sterker onder Russische invloed door de aanleg van de spoorweg die de Chinese stad Harbin met het Russische Vladivostok verbond.

Het gebied bood een meerwaarde omdat het Rusland van ijsvrije havens kon voorzien. Maar ook de Japanse regering toonde grote interesse voor dit nog amper geëxploiteerde gebied dat barstte van de grondstoffen die de groeiende Japanse industrie broodnodig had. Omdat beide naties hun zinnen zowel op dit gebied als op Korea hadden gezet, kwamen ze in 1898 tot een akkoord met als gevolg dat Rusland de Japanse interesse in Korea erkende en Japan de Russische aanwezigheid in Mantsjoerije tolereerde. Uiteindelijk kwam het erop neer dat Rusland zowel in Mantsjoerije als in Korea aan macht won.

Nadat Japan in 1905 echter als overwinnaar uit de Russisch-Japanse Oorlog kwam, moest Rusland noodgedwongen de controle over Mantsjoerije uit handen geven en kon Japan beginnen met de aanleg van een spoorweg van Zuid-Mantsjoerije naar Port Arthur. In 1925 slaagde Rusland er weer in een gedeelte van Mantsjoerije terug te winnen en hoewel de Japanners pogingen ondernamen om deze randgebieden terug onder hun controle te brengen, moesten zij toch het onderspit delven.

Japanse opgang in Mănzhōuguó raakt in stroomversnelling

Gedurende de Chinese "warlord"-periode vestigde Zhang Zuolin[3] zich, met de steun van de Japanners, als heerser in Mantsjoerije. Maar in 1928 werd hij vermoord omdat hij volgens de Japanse regering te onafhankelijk begon te worden en teveel macht naar zich toe probeerde te trekken.

In 1931 viel de Japanse Kantō-legermacht uiteindelijk China binnen en riep Mantsjoerije uit tot een onafhankelijke staat, die uitsluitend onder Japans gezag viel. Ze doopten deze staat Mănzhōuguó, wat "staat van Mantsjoerije" betekent en legden de heerschappij terug in handen van Pu-yi, die de laatste Manchu keizer van de voormalige Qing-dynastie was geweest en tot ’31 in Beijing gevangen was gehouden. In 1932 werd Mănzhōuguó door de Japanse regering erkend als een onafhankelijke staat en maakte ze de stad Changchun tot hoofdstad van de nieuwe staat en hernoemden haar XinJing, wat Chinees is voor "nieuwe hoofdstad".

Terzelfdertijd begon men ook met het drukken van postzegels voor de nieuwe staat. 2 jaar later werd Pu-yi, die tot dan toe als regent fungeerde, uitgeroepen tot keizer van Mănzhōuguó en werd er een paleis voor hem opgericht. Dit maakte de staat tot een keizerrijk dat werd bestuurd door keizer Pu-yi en zijn ministers. Dit waren echter slechts formaliteiten want in realiteit waren zij niets meer dan marionetten van het Japanse leger, dat het reilen en zeilen van het keizerrijk regelde. Zheng Xiaoxiu werd tot eerste minister van de keizer aangesteld en werd in 1935 door Zhang Jinghui opgevolgd.

Protest tegen de gang van zaken

Het is vanzelfsprekend dat China alles behalve gelukkig was met deze ontwikkelingen maar zij stonden machteloos tegenover de enorme Japanse militaire macht die gedurende deze periode in topvorm was. Daarom deed China een beroep op de Volkenbond[4] die, gesteund door 57 naties, verklaarde dat Mănzhōuguó aan China toebehoorde. De enige grootmachten die Mănzhōuguó diplomatiek erkenden waren Japan, de Sovjet-Unie, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje. Het is interessant te vermelden dat ook het Vaticaan Mănzhōuguó erkende, wat in de daaropvolgende jaren tot conflicten leidde met christelijke China.

Als gevolg van deze afwijzing besloot Japan uit de Volkenbond te stappen. Dit was historisch gezien een belangrijke stap omdat het de drempel voor Italië en Duitsland heeft verlaagd om niet veel later hetzelfde te doen en zo de Volkenbond monddood te maken tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Ook de bevolking van Mănzhōuguó zelf, een etnische mengelmoes van Mongolen, Japanners, Koreanen, Han-Chinezen en nog enkele kleinere minderheden, waren het niet eens met het Japanse beleid en het heeft dan ook jaren geduurd voordat de onrust onder controle was en er enige vrede heerste in het keizerrijk.Hier bovenop kregen de Japanse overheersers ook nog eens te kampen met de Manchu-Mongoolse onafhankelijkheidsbeweging.

Diplomatieke betrekkingen met andere landen

Mănzhōuguó werd eerder niet internationaal geïsoleerd en er waren zelfs landen die diplomatieke betrekkingen met Mănzhōuguó aangingen. De landen die Mănzhōuguó erkenden, kunnen worden ingedeeld in drie types.

Ten eerste zijn er de asmogendheden in Europa en het grootste aantal erkende landen behoorden tot deze groep. Ten tweede zijn er de landen die onder de invloedssfeer van Japan waren gekomen door de Asia Pacific War. Ten derde zijn er de landen die geen relaties hadden met deze twee categorieën. De landen die werden erkend door Mănzhōuguó zijn in chronologische volgorde: Japan, El Salvador, de Romeinse Curie, Italië, Spanje en Duitsland.

Wat was Mănzhōuguó in realiteit en hoe verliep het leven er?

Een industriële supermachine

Niet alleen transporteerden de Japanners de kostbare grondstoffen die er in Mănzhōuguó te vinden waren naar het vaderland, zij waren ook vastbesloten om het rijk tot een ijzersterke economische macht te laten uitgroeien. Hiertoe stelden zij een streng 5-jarenplan op, investeerden miljarden in het gebied en stampten er in sneltempo fabrieken uit de grond om een staalnijverheid op gang te brengen. De bevolking werd gemobiliseerd om in de fabrieken en mijnen te gaan werken en de grote steden werden gemoderniseerd.

Als gevolg van dit alles groeide Mănzhōuguó heel snel uit tot een sterke economische natie met een beter uitgebouwd sociaal systeem en heel moderne fabrieken en infrastructuren. De staalnijverheid bloeide, banken werden opgericht en de staat bereikte in relatief korte tijd een hoog niveau van welvaart. Tegelijkertijd had de Japanse regering het plan opgevat om 5 miljoen Japanners naar marionettenstaat op het continent te laten emigreren om er de economie te helpen floreren. In totaal hebben zo’n 20 000 Japanse families zich in Mănzhōuguó gevestigd. De rest van het plan is in het water gevallen aangezien Japan tegen die tijd de controle over zowel de water –als luchtwegen had verloren.

Aan dit alles was er natuurlijk ook een schaduwkant. De bevolking van Mănzhōuguó werd voor het grootste deel als slaven gebruikt en heel slecht behandeld. De grond van de boeren werd hen afgenomen en allen leefden ze in erbarmelijke omstandigheden tot zij, uitgeput en ziek door de slechte werk– en leefomstandigheden, hun einde vonden in een van de massagraven.

Een militaire speelbal

Japanse troepen in Mantsjoerije.

In de eerste plaats was Mănzhōuguó een ideale uitvalsbasis van waaruit het Japanse leger gemakkelijke toegang had tot de rest van het Oost-Aziatische vasteland. In werkelijkheid bestuurde het leger het hele rijk en werden de keizer en minister telkens door de Japanners ingefluisterd wat zij moesten doen. Zo gaf Japan de bevolking wel het gevoel dat zij een eigen keizerrijk hadden, maar in feite waren ze niet meer dan speelballetje van de Japanse politiek en hun leger. Achter alle ministers en ambtenaren stond er telkens een Japanse militair, bureaucraat of adviseur om ervoor te zorgen dat alles naar hun zin verliep. Tegelijkertijd gebruikten de Japanners Mănzhōuguó ook voor niet-legitieme wetenschappelijke en medische experimenten, waarvoor zij de bevolking als proefkonijn lieten fungeren.

Een bekend voorbeeld van zo’n illegale praktijk is Eenheid 731[5]. Niet zo heel ver van Harbin in Mantsjoerije werd op een domein ter grootte van 610 hectare Eenheid 731 uitgebouwd. In Eenheid 731 waren er vele individuen gevangengenomen en opgesloten die als vijanden of dissidenten beschouwd werden.

Jarenlang werden op geheime plaatsen niet-goedgekeurde medicamenten getest en medische experimenten (vb. vivisectie op mensen die vaak niet eens onder narcose werden gebracht) in het geheim uitgevoerd om met de resultaten ervan het Japanse vaderland eventueel van dienst te kunnen zijn. Japanners die in Eenheid 731 werkten om biologische en bacteriologische wapens te ontwikkelen, boekten onderzoeksresultaten door het uitvoeren van experimenten op mensen. Japanse artsen gebruikten Mantsjoes als proefkonijn.

Na de oorlog werden het afdelingshoofd van Eenheid 731 Ishii Shirō [6] (1892-1959) en zijn medewerkers in verdenking gesteld door het Proces van Tōkyō, maar uiteindelijk werden ze niet veroordeeld. Vermoedelijk hebben zij zich weten "vrij te kopen" bij de Amerikanen in ruil voor de resultaten van hun experimenten. Opmerkelijk waren er na de oorlog veel onderzoekers betrokken bij Green Cross Corporation die hadden gewerkt in Eenheid 731.

Iedereen die een gevaar voor de staat kon betekenen werd hier naartoe gestuurd, opgesloten en aan experimenten onderworpen.

Hel of utopia?

Mănzhōuguó als het Aziatische ideaal

Volgens talloze bronnen was Mănzhōuguó nooit echt een marionettenstaat van Japan. Velen beschouwen de oprichting van deze nieuwe staat als een symbool van de verwerping van het Westerse imperialisme, geweld en individualisme. In Mănzhōuguó leefden immers talloze etnische groepen "vreedzaam" samen onder één en hetzelfde bestuur. Mănzhōuguó was een staat waarin de geest van de Meji-restauratie doorleefde en waarin verschillende etnische groepen samenwerkten aan de economische ontwikkeling.

Ook wordt heel vaak het argument aangehaald dat Mănzhōuguó heel sterk heeft bijgedragen tot de modernisering van Noordoost-China op vlak van economische en industriële ontwikkelingen alsook de instellingen van het onderwijs, geavanceerde communicatiesystemen en de administratieve structuren. Nog anderen beweren dat China nooit echt recht heeft gehad op Mantsoerije omdat de volkeren die er leefden nooit helemaal met de Chinese bevolking zijn geïntegreerd.

Mănzhōuguó als concentratiekamp

In tegenstelling tot de utopia-theorie zijn er eindeloos veel getuigenissen en geschriften gevonden die een onmenselijke behandeling van de bevolking beschrijven. Hoewel sommigen beweren dat de verschillende etnische variëteiten in Mănzhōuguó vreedzaam onder één en dezelfde keizer samenwerkten aan een economisch machtige staat, zijn er nog veel meer verwijzingen die in de tegengestelde richting wijzen en suggereren dat de bewoners van Mănzhōuguó zwaar gebukt gingen onder het Japanse regime.

De Japanners maakten onderscheid tussen de verschillende etnische groepen en behandelden hen hier ook naar. Het blijkt dat zij de Chinese bevolking op vele vlakken discrimineerden en het leven zuur probeerden te maken. De hoogste rang werd vanzelfsprekend gereserveerd voor de Japanners zelf, die de beste behandeling kregen. De tweede plaats ging naar de Koreanen en helemaal onderaan bungelden de Manchus en Chinezen die in erbarmelijke omstandigheden leefden. Deze laatste groepen werden op verschillende manieren gediscrimineerd door de Japanse bevelhebbers: hun salaris lag lager dan dat van de Japanners (en dat van de Chinezen en Manchus nog lager dan dat van de Koreanen) hoewel zij toch dezelfde arbeidspositie bekleedden, hun voeding werd aangepast naargelang hun "rang", etc…

Ook zijn er bevelschriften teruggevonden waarin duidelijk staat dat in een conflict tussen een Koreaan en een Chinees, de Koreaan zal gesteund worden ook al is hij evenzeer is fout als de Chinees. Zulke zaken wijzen duidelijk op etnische discriminatie, hetgeen eigenlijk niet verbazend is aangezien ongeveer op dat moment het fascisme en het sterke nationalistische gevoel zijn opgang maakte in Japan. Het etnocentrisme van de Japanners in Mănzhōuguó was groot. Zij hadden amper onderling contact met de andere etnische groepen en leefden zoveel mogelijk in aparte eenheden. Voor de Japanners stond "samenwerking" voor "hulp aan de Japanners" en "etnische eenheid" werd vertaald naar "hulp aan het Japanse volk bij de invasie van China".

Afgezien van deze discriminatie waren er nog heel wat andere wantoestanden. Zo werden de reeds arme boeren van hun gronden gejaagd en van al hun bezittingen beroofd om de gronden ten dienste van het nieuwe economische beleid te stellen, aan Japanse boeren te schenken of er "bloc-villages" van te maken. Op deze manier werden gronden die sinds tientallen jaren al door de Chinezen en Manchus werden bewerkt, gewoon door Japanse boeren overgenomen.

De dakloze massa werd dan ondergebracht in de zogenaamde "bloc villages". De mensen leefden er in erbarmelijke omstandigheden en moesten er bijna als slaven voor de japanners werken. Ze moesten fabrieken oprichten en helpen aan de uitbouw van communicatiefaciliteiten en wegen. Ook waren zij verplicht om zelfverdedigingscursussen te volgen evenals zware militaire training.

Het doel van deze "bloc-villages" was om te verhinderen dat de bevolking voedsel, informatie, munitie of wapens zou doorspelen naar de vijanden van de staat. De "bloc-villages" stonden onder permanente controle van wachttorens en de orde werd er gewaarborgd door minstens 10 politiemannen. Tien huishoudens samen vormden een zogenaamde "pai", verschillende pai’s samen vormden een "jia" en namen ongeveer de oppervlakte van een dorp in beslag. Meerdere jia’s vormden op hun beurt dan de grootste eenheid: een "bao". In deze pai’s werd een systeem van "wederzijdse verantwoordelijkheid" ingevoerd. Dit wil zeggen dat de hele pai wordt afgestraft of beloond wanneer slechts één of enkele inwoners het hebben verdiend. Op deze manier hielden de Japanners orde binnen de "bloc-villages".

Verschillende maatregelen werden door de staat genomen om de industriële groei te verzekeren en ervoor te zorgen dat iedere burger onvoorwaardelijk trouw zou blijven aan de staat. Behalve het 5-jarenplan voor de industriële ontwikkeling, lieten zij ook de "National Troop Law" gelden, die impliceerde dat de prestaties van de soldaten nóg moesten verbeteren en zij aan een bikkelharde training werden onderworpen. De "National Labor Service Law" verzekerde dan weer de dienst van iedere inwoner aan de staat.

Het doel van deze wet was om jongeren aan te zetten vrijwillig mee te werken aan de projecten ter verdediging van de staat en hen te motiveren om de staat op alle mogelijke manieren te laten floreren door haar trouw te dienen. Op basis van deze wet moest iedere inwoner vanaf 19-jarige leeftijd verplicht 12 maanden, gespreid over 3 jaren, arbeid verrichten in dienst van de staat. Het doel van dit alles wat het garanderen van onvoorwaardelijke trouw van zijn inwoners aan de staat. Om te voorkomen dat de mensen zouden deserteren, werden er populatieregisters opgesteld waarin de vingerafdruk van iedere inwoner boven de 15 jaar werd bewaard.

Nuancering

Het is natuurlijk belangrijk dat we beide van de hierboven besproken standpunten objectief proberen te benaderen en genoeg nuanceren. Voor beide visies is heel wat bronmateriaal teruggevonden en beiden hebben heel wat aanhangers en hebben vaak aanleiding gegeven tot conflict. Het idee van Mănzhōuguó als een ideale staat waarin verschillende etniciteiten vredig samenleven komt redelijk onrealistisch over omdat een vijandelijke bezetting vaak niet de ideale omstandigheden en sfeer schept voor zo'n ontwikkeling.

Langs de andere kant mogen we ons ook niet laten meeslepen door een visie waarin de Japanse bezetters als tirannen worden afgeschilderd. Al bij al zouden we kunnen stellen dat de droom van de ideale Aziatische staat waarschijnlijk wel onder de mensen leefde en misschien ook één van de oorspronkelijke doelstellingen van de Japanse bezetters was. De Japanners worden in de geschiedenis van Mănzhōuguó echter niet in een goed daglicht geplaatst vanwege hun strenge regime gedurende de bezetting en hun discriminerende gedrag tegenover de Chinezen.

De staat probeert aan te zetten tot nationalisme

Een uitgave van een Manzhouguo-postzegel.

Ondanks al deze maatregelen om de eenheid in het rijk en trouw aan de staat te bereiken, heeft men nooit kunnen spreken van "Mănzhōuguó-burgers". Nooit was er een nationaliteitswet of iets in die aard opgesteld, met als gevolg dat de natie nog steeds niets meer was dan mengelmoes van verschillende etnische groepen. Een bijkomend probleem was ook dat de Japanners in Mănzhōuguó moeilijkheden hadden om zichzelf los te denken van de Japanse nationaliteit.

De staat besloot enkele maatregelen te nemen. De motivatie om een éénheid te vormen ontbrak bij de inwoners van Mănzhōuguó met als gevolg dat de Japanse militairen er alles aan deden om de volkeren allemaal te integreren in één natie. Met hun keizer hadden de inwoners zich nooit kunnen identificeren want Pu-yi zelf had zich al bekeerd tot het Japanse geloof. Het Japanse leger wilde hierin verandering brengen en was vastbesloten maatregelen te nemen om zo een gevoel van éénheid in de natie te scheppen.

In 1937 werd een schoolsysteem ingevoerd waarin de nadruk lag op het leren van het Japans als nationale taal om zo de Japanners en de andere inwoners van Mănzhōuguó te verenigen. Men negeerde hier het feit dat amper 5% van de bevolking Japans was van origine.

Een tweede stap om tot een éénheid te komen was het invoeren van een nationale godsdienst. Zo werd de shinto-godsdienst verplicht aan alle etnische groepen en over het hele land werden shinto-schrijnen opgericht, die men in het voorbijlopen respect moest betuigen. Hetzelfde werd gedaan met de foto van de keizer, die in een paviljoen werd bewaard waar ieder hem kon komen vereren. Ook in de scholen en de trainingskampen moest men iedere dag de vlag hijsen en een gebed ter bescherming van het nationale leger (het Japanse leger dus) prevelen.

Impact van militarisering op het dagelijkse leven

Net als het socialisme en het communisme, werd het liberale en democratische gedachtegoed ook verboden. Het gevolg hiervan was de regulering van intellectuelen. Een van de bekendste voorbeelden is het ontslag van Yanaihara Tadao[7], die van 1951 tot 1957 rector van de Keizerlijke Universiteit van Tōkyō was. Toen hij als hoogleraar economie werkte in 1937, werd hij ontslagen omdat iemand vermeld had dat hij tegen de kolonisatie van Mantsjoerije en Korea was.

Modern onderwijsbeleid

De vele Mantsjoes hadden nooit officieel onderwijs gehad en daardoor was het analfabetisme tamelijk hoog. Er was een school zoals Kougakudō[8],maar de opleidingskwaliteit was niet goed genoeg om het onderwijsniveau van de bewoners te kunnen verbeteren.

In 1932 werd de onderwijssituatie in het hele land onderzocht en als gevolg hiervan werd het schoolsysteem van de Republiek China dat tot die periode was opgenomen in Mănzhōuguó in 1937 afgeschaft en werd bovendien het nieuwe schoolsysteem ingevoerd.Om de inwoners van Mănzhōuguó op te leiden moesten ze een gemeenschappelijke taal, cultuur, kennis aanleren zodat ze er bewust van zouden zijn dezelfde doelen te moeten hebben om samen te kunnen leven. Opvallend is dat zowel geschiedenis van Mantsjoerije als Japanse geschiedenis gegeven werd wegens de inhoudelijke wijziging van het nieuwe onderwijs.

In 1938 richtte de Mantsjoerije-regering de Kenkoku Universiteit op. Deze universiteit telde 75 Japanse studenten, 50 Mantsjoes en 25 Koreaanse en Mongolische studenten. Net na de oprichting werd de Kenkoku Universiteit heel populair. Het plan om deze universiteit op te richten was oorspronkelijk door Het Kantō-leger het bedacht.

Men streefde naar een inschrijvingspercentage van 70% tegen 1950, maar Mănzhōuguó was toen al onverwachts vergaan. Toch is het opmerkelijk dat ondanks de teneergang van Mănzhōuguó, het inschrijvingspercentage 22% was in 1936, steeg tot 45,5% in 1941, en dit in vergelijking met China die toen slechts een geletterdheid van 20% had. In tegenstelling tot het gewone onderwijssysteem bestond er eigenlijk nog een ander systeem dat gebaseerd was op het Japanse. De meeste Japanners gingen naar de Japanse scholen.

Het onderwijs dat onderricht werd in Mănzhōuguó liet kinderen alleen maar leren over Japan en de Japanse taal en diende blijkbaar enkel om mensen te produceren die ten tijde van oorlog zouden kunnen bijdragen.

Taal

Het was vanaf 1934 dat het Japans onderwezen werd op de basisschool waar behalve Japanners ook andere etnische groepen studeerden. Echter, wegens het gebrek aan Japanse taalleerkrachten, werd de taal niet erg verspreid.

Na de invoering van het nieuwe schoolsysteem in 1937, werden het Chinees, Mongools en Japans de officiële talen van Mantsjoerije en had het Japans bovendien de vereisten om als eerste taal te worden opgelegd. Vanaf 1943 werden bureaucraten verplicht om Japans te leren.

Gevolg van de weerstand van de leerlingen en het tekort aan leerkrachten, ondanks de taal werd bevorderd, is het moeilijk te zeggen dat het Japans onderwijs succes heeft gekend. Daarom werd "Mantsjoerije Kana" voorgesteld, waarmee Chinese karakters in Kana aangeduid werden en de typische Japanse nuances sneller zou kunnen uitdrukken. "Mantsjoerije Kana" werd in februari 1944 openbaar gemaakt, maar uiteindelijk was er te weinig tijd om deze taal te kunnen verspreiden.

Het einde van de marionettenstaat

Na de atoombom op het Japanse Hiroshima, verklaarde Rusland in overeenkomst met de Yalta-conferentie[9] de oorlog aan Japan. Vanuit Russisch Mongolië valt het Mănzhōuguó binnen en de Japanners zien zich genoodzaakt zich over te geven. De daaropvolgende jaren werd de staat door Rusland gebruikt als basis van het Bevrijdingsleger in de Chinese burgeroorlog tegen Guomindang.Ve le Japanners werden in Mănzhōuguó door de Russen gevangen genomen en talloze Japanse weesjes bleven achter en werden door Chinese families geadopteerd. Pas in de jaren ’80 begon Japan met een repatriëringprogramma voor deze mensen.

Dezer dagen kan men in ‘"the Museum of Illegitimate Manzhouguo Monarchy" in Changchun, "The Northeast China Martyrs Museum", of in "The museum of the Evidence of the Crimes of Unit 731of the Japanese Army of Agression in Harbin" foto’s en getuigenissen bekijken uit de periode van de Japanse overheersing in Mănzhōuguó.

Bronnen

Boeken

• Vande Walle, Willy, Een geschiedenis van Japan, België: Acco, 2007

• John Hunter, Boyle, China and Japan at War, 1937-1945: The politics of collaboration., Stanford(California): Stanford university press, 1972

• Shao, Dan, Remote homeland, recovered borderland : Manchus, Manchoukuo, and Manchuria, 1907-1985, Honolulu: University of Hawaii press, 2011

• Okabe, Masao, Mănzhōuguó, Tokio: Sanseido, 1978

• Onderzoeksgroep van de Tweede Wereldoorlog in Azië, Een boek dat duidelijk om te begrijpen over「Mănzhōuguó」 : begrijpen in 20 punten : Waarom werd Mănzhōuguó opgericht en hoe was deze natie? , Tokio: PHP Interface, 2004

• Tsukase, Susumu, Mănzhōuguó : Het reële beeld van etnische groepen binnen één eenheid , Tokio: Yoshikawa Koubunkan, 1998

• Koh, Bunyu, De waarheid van de Japanse kolonie : Taiwan, Korea, Mănzhōuguó, Tokio: Fusosha publishing Inc. , 2003


Tijdschriftartikels

• Liu Wenbing, "Manchukuo" on the Screen: Colonialists Eyes in the "Keimin" Movies, The Journal of Japanese Colonial Studies, 2013 nr.25, pp. 22-39


Elektronische bronnen


• Wikipedia. “Manchukuo” http://en.wikipedia.org/wiki/Manchukuo laatst gecontroleerd op 22 mei 2014

• Wikipedia. “Manzhouguo” http://fr.wikipedia.org/wiki/Manzhouguo laatst gecontroleerd op 22 mei 2014

• Shin'ichi Yamamuro, "University of Pennsylvania Press. Manchuria Under Japanese Dominion": Table of Contents http://www.upenn.edu/pennpress/book/toc/14203.html

• Huang Wenxiong, "Manzhouguo: The True Story of a Short-lived, Ideal State in Manchuria" http://studyofenglish.wordpress.com/2007/10/12/manzhouguo-the-true-story-of-a-short-lived-ideal-state-in-manchuria/

Voetnoten

  1. http://nl.wikipedia.org/wiki/Mantsjoekwo
  2. http://en.wikipedia.org/wiki/Second_Opium_War
  3. http://nl.wikipedia.org/wiki/Zhang_Zuolin
  4. De Volkenbond of Volkerenbond werd op 25 januari 1919 opgericht op basis van het Verdrag van Versailles en gevestigd in Genève, met de intentie om via een supranationale organisatie 'een einde aan alle oorlogen' te maken.
  5. Eenheid 731 (Japans: 731部隊) was een geheime divisie van het Japanse Keizerlijke Leger die vanaf 1932 tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog actief was in door Japan bezet Mantsjoerije. De divisie was vermomd als een houtzagerij, en deed onder meer onderzoek naar biologische wapens door middel van experimenten op mensen. http://nl.wikipedia.org/wiki/Eenheid_731
  6. Ishii Shirō (Japans: 石井 四郎) http://nl.wikipedia.org/wiki/Shiro_Ishii
  7. http://en.wikipedia.org/wiki/Tadao_Yanaihara
  8. Kougakudō (Japans: 公学堂)is een school van het onderwijs van Han-Chinezen, die door Japan werd opgericht na de Russisch-Japanse Oorlog.
  9. http://nl.wikipedia.org/wiki/Conferentie_van_Jalta