Mantsjoerije incident

Uit GeschiedenisJapan

Het Mantsjoerije incident is een verzamelnaam voor alle gebeurtenissen die Japan in Mantsjoerije heeft teweeggebracht tussen 1909 en 1945.

Inhoud

Achtergrond

China

Zhang Zuolin, warlord van Mantsjoerije

Vanaf begin 1912 spreekt men van de republiek China[1]. De verschillende Chinese provincies riepen hun onafhankelijkheid uit en scheurden zich los van het centrale gezag.

Yuan Shikai werd president van de Republiek China. Hij overleed in 1916 en het tijdperk van de warlords brak aan. Deze krijgsheren regeerden (elk voor zich) over de verschillende Chinese grondgebieden. Zhang Zuolin[2] was diegene die over Mantsjoerije heerste. Er was nog steeds een nationale regering, maar deze beschikte slechts over nominaal gezag.

Japan

Japan was tijdens de Eerste Wereldoorlog niet blijven stilstaan en had haar achterstand op het inmiddels tot puin herleide Europa ingehaald. Deze verandering bracht echter nieuwe probleemsituaties met zich mee. Door een gebrek aan natuurlijke rijkdommen moesten de Japanners het grootste deel van de grondstoffen die nodig waren voor de industrie invoeren. Een ander probleem was dat de Japanse bevolking tussen 1918 en 1930 sterk was toegenomen, en door de hoge invoertarieven kon de regering niet voldoen aan de behoeften van de bevolking.

De meest voor de hand liggende optie was het aanmoedigen van emigratie naar de Verenigde Staten, maar dat was buiten de Amerikaanse bevolking gerekend. Die had immers angst om jobs te verliezen aan goedkopere buitenlands arbeidskrachten. Men moest dus op zoek naar alternatieven, en Mantsjoerije bood een uitweg. Dit gebied was immers rijk aan steenkool, een delfstof die gebruikt wordt om staal te vervaardigen en stoommachines te laten draaien.

Het historische belang van Mantsjoerije voor China

De geschiedenis van China wordt gekenmerkt door een immer weerkerend verschijnsel: indringers uit het noorden trekken de Chinese muur over en vestigen zich in China, na de heersende dynastie te hebben verjaagd. Tientallen jaren of eeuwen later keren de Chinezen terug om hun land op te eisen, trekken op hun beurt de Chinese muur over en verleggen de grenzen van het Chinese grondgebied noordwaarts, totdat ook zij weer door de volkeren van het noorden worden overrompeld. De gebieden die vlak ten noorden van de Grote Muur gelegen zijn, waaronder Mantsjoerije, spelen dan ook een belangrijke rol in de Chinese geschiedenis. Telkens de Chinezen de vreemde heersers verdreven, was dit zelden zonder de hulp van de stammen die in deze gebieden gevestigd waren.

Ondanks het feit dat ook andere volkeren –waaronder de Russen– Mantsjoerije al waren binnengevallen, er gebieden hadden geannexeerd en er zelfs spoorwegen hadden aangelegd, toch was iedereen het erover eens dat China het recht had om over Mantsjoerije te beschikken. Wilde men rechten in Mantsjoerije, dan kon men niet om China heen.

Het Mantsjoerije incident

Voorgeschiedenis

In 1904 bezet Rusland Mantsjoerije. Als reactie hierop verklaart Japan de oorlog aan Rusland. Dit is het begin van de Russisch-Japanse oorlog, een conflict dat uiteindelijk door Japan zou worden gewonnen. Het Verdrag van Portsmouth, dat na de oorlog werd afgesloten, gaf Japan het rechtsbezit op het Kantō pachtgebied[3], het enige deel van Mantsjoerije dat niet aan China toebehoorde.

Om toezicht te houden op Mantsjoerije, richtte Japan in 1909 het Kantō garnizoen op. In 1919 groeide dit garnizoen uit tot het Kantō-leger. Het was een leger dat bestond uit extremistische officieren, maar al te graag bereid om de plannen van hun oversten om het Japanse grondgebied met militair geweld uit te breiden, in Mantsjoerije in de praktijk om te zetten.

Mantsjoerije was aantrekkelijk voor de Japanners die met onvervulde ambities zaten. In hun ogen was het een stuk niemandsland, een nieuw land waar ze hun dromen konden verwezenlijken.

Japan was dus langzaam maar zeker haar positie in Mantsjoerije aan het versterken. Maar Zhang Zuolin begon steeds meer te geloven in de eenmaking van het Chinese rijk en hij zag geen heil in een verdere samenwerking met de Japanse militairen. Japan kon zich het verlies van Mantsjoerije niet veroorloven en op 4 juni 1928 pleegden enkele militairen een moordaanslag op Zhang Zuolin. Hij overleefde deze nog net, maar overleed enkele dagen later aan zijn verwondingen.

De vermoorde warlord werd opgevolgd door zijn zoon Zhang Xueliang[4]. Geen goed nieuws voor Japan, want hij deelde dezelfde anti-Japanse politieke gedachtegang. Ook hij streefde naar de eenmaking van China.

De Japanse militairen deden hun best om de Japanse politici ervan te overtuigen dat Mantsjoerije de enige oplossing was voor het gebrek aan grondstoffen en het nijpende overbevolkingsprobleem. De Japanse regering wou echter liever militaire conflicten uit de weg gaan, en ondernam geen actie. Tegen de wil van hun oversten in, waren enkele Kantō-legerofficieren druk bezig met het voorbereiden van de inname van Mantsjoerije. Luitenant Kolonel Ishiwara Kanji en Kolonel Itagaki Seishiro stonden aan het hoofd van deze beweging.

Het Mudken incident

Luitenant Kawamoto Suemori van het Tweede Bataljon van het Spoorweg Garnizoen liet in de nacht van 18 september 1931 een bom ontploffen op een spoorweg in Liutiaoku, een stad ten noorden van Mukden (het huidige Shenyang). De schuld werd in de voeten geschoven van Chinese militairen in Mukden, en eindelijk had men een reden om hen aan te vallen.

Een listig plan als dit bewijst nog maar eens het strategische vernuft van de Japanse militairen. Enkele dagen vóór de bomaanslag hadden ze al raketten op een Chinees vliegveld gericht, en zo het risico op luchtaanvallen vanwege de Chinezen tot nul herleid. De Chinese regering begreep dat de situatie uitzichtloos was, en beval het leger om niet in te grijpen. Mukden was veroverd en het startschot voor de inname van Mantsjoerije was gegeven.

Volledige annexatie

Het Japanse leger trad nog steeds op zonder toestemming van het centrale gezag. De troepen van het Kantō-leger werden nu ondersteund door 3 divisies van het keizerlijke Japanse leger uit Korea. In één week tijd veroverden ze 30 steden. Ze lokten steeds opnieuw kleine incidenten uit, die hen reden gaven om hun rooftocht voort te zetten. De Chinese overheid had intussen haar handen vol met het onderdrukken van de Chinese communistische beweging, en bood weinig tot geen weerstand aan de Japanse veroveraars. Ze diende echter wel klacht tegen Japan in bij de Volkenbond. Deze laatste eiste van Japan dat ze haar legereenheden zou terugtrekken. De Japanse regering beval haar troepen om de aanval te staken, maar dat bevel bleef dode letter.

In december 1931 kwam het Wakatsuki kabinet ten val en nam Inukai Tsuyoshi de macht over. Dat betekende goed nieuws voor het Kantō-leger, want de nieuwe regering was helemaal niet van plan om de expeditie in Mantsjoerije tegen te werken. Ook de Japanse bevolking was sterk onder de indruk van de militaire successen van het Kantō-leger. Het grootste deel van Mantsjoerije was intussen in Japanse handen gevallen.

Van een verdere tussenkomst van de Volkenbond was er ook al geen sprake. Door de economische depressie in eigen land konden de Verenigde Staten geen actie ondernemen. De Britten, van hun kant, wilden Japan te vriend houden met het oog op een bondgenootschap in een eventueel conflict met de Sovjet-Unie. De Sovjet-Unie zelf zat in een fase van economische heropbouw en kon een internationaal conflict wel missen.

Intussen was het Kantō-leger nog steeds in de weer met het uitdenken van listige strategieën om de verovering van Mantsjoerije compleet te maken. Zo bedacht Majoor Tanaka Ryūkichi een plan om de aandacht –zowel van de eigen als van de Chinese regering– van Mantsjoerije weg te lokken zodat het veroveringsplan ongestoord kon worden voltooid. Dit lukte, en het Kantō-leger schakelde over naar de ultieme fase van het plan: de oprichting van de staat Manshūkoku[5]. In 1932 had het Kantō-leger de volledige annexatie van Mantsjoerije voltooid.

Afloop

Op 18 februari 1932 werd de staat Manshūkoku opgericht. Hij omvatte de Chinese provincies Liaoning, Kirin en Heilungkaing. In 1933 kwam er de provincie Jehol nog bij. De bevolking bestond grotendeels uit Chinezen, gevolgd door Japanners, Koreanen en Mongoliërs. De Japanners verleenden het eigen ras echter privileges. Zo waren er aparte en betere scholen voor Japanners, en die voor Chinezen waren bedoeld om hen duidelijk te maken dat ze voortaan een ondergeschikt volk zouden zijn.

Omdat Manshūkoku een onafhankelijke Chinese staat was, moest het ook over een Chinese leider beschikken. De laatste keizer van China, Pu-Yi[6], werd uit Peking bevrijd en tot regent van Manshūkoku aangesteld, onder de naam Kangde. Hij was echter niet meer dan een stroman[7], want de echte beslissingen werden uiteraard door het Kantō-leger genomen. Na de moord op premier Inukai Tsuyoshi, die tegen de inname van Mantsjoerije was, werd Manshūkoku op 15 september 1932 door Japan als onafhankelijke staat erkend.

De Volkenbond was echter nog steeds gekant tegen de Japanse annexatie van Mantsjoerije, waarop Japan op 27 maart 1933 de beslissing nam om uit de Volkenbond te stappen.

Na bombardementen door de Verenigde staten in de zomer van 1944, en een aanval van de Sovjet-Unie in augustus 1945, werd Pu-Yi op 18 augustus 1945 door de Russen gevangen genomen. De Japanse overheersing van Mantsjoerije was daarmee definitief ten einde.

Voetnoten

  1. De Republiek China was tussen 1912 en 1949 de benaming van de staat die gezag over China uitoefende. Sinds 1949 is het gezag van de Republiek China beperkt tot het eiland Taiwan en enkele nabijgelegen eilandjes.
  2. http://nl.wikipedia.org/wiki/Zhang_Zuolin
  3. Een pachtgebied is een stuk grond dat in bruik wordt geleend aan een pachter, tegen een overeengekomen prijs.
  4. http://nl.wikipedia.org/wiki/Zhang_Xueliang
  5. Letterlijk: het land der Mantsjoes, een Toengoezisch volk dat zijn oorsprong had in Noord-Oost Azië, in een gebied dat later bekend zou worden als Mantsjoerije.
  6. http://nl.wikipedia.org/wiki/Pu-Yi
  7. In de politiek is een stroman een leider die slechts in name aan de macht is, terwijl de werkelijke macht bij iemand anders berust.

Literatuuropgave

Boeken

VAN DE WALLE, W., Een geschiedenis van Japan - Van samurai tot softpower, Acco, Leuven, 2007, 495 pagina's.

BURUMA, I., De uitvinding van Japan, De boekentuin, De bezige bij, Amsterdam, 2003, 199 pagina's.

PATIJN, C.L., De geschiedenis der Japansche penetratie in Mantsjoerije als volkenrechtelijk probleem, H.J. Paris, 1937, 222 pagina's.

ADRIAENSENS, E. en VANOVERBEKE, D., Op zoek naar het nieuwe Japan, Erasmus, Roularta Books NV(Globe), Roeselare, 2004, 324 pagina's.

Internet

Nederlandstalige Wikipedia, Mantsjoerije-incident, http://nl.wikipedia.org/wiki/Mantsjoerije-incident