Late Tokugawa shogunate periode (幕末)
Uit GeschiedenisJapan
Inhoud |
De late Tokugawa shogunate periode (幕末)
De late Tokugawa shogunate periode[1] is de periode tussen 1853 en 1867 waarin Japan zijn Sakoku[2]. politiek stopzette en van een oude Shogunate overheid naar de nieuwe Meji overheid gingen. Het einde van de Edo periode en het begin van de Meji periode. De grote ideologische standpunten en politieke partijen waren tijdens die periode verdeeld in pro-imperialisten: Ishin Sheshi (nationale patriotten) en de Shogunaat troepen[3]. Deze 2 groepen waren de meest belangrijke partijen, maar er waren ook kleinere partijen die gebruik wilde maken van de chaos van de Bakumatsu om persoonlijk aan de macht te geraken, bijvoorbeeld de Shinsengumi[4].).
Buiten deze factoren waren er nog 2 belangrijke standpunten: de eerste was de groeiende verafschuwing van de Tozama Daimyo. En het tweede was het groeiende anti-westers gevoel dat aangewakkerd werd door de aankomst van commodore Matthew C. Perry.
Tokugawa shogunaat periode (1600-1868)
De late Tokugawa shogunaat periode duurde 13 jaar en maakt deel uit van de Tokugawa bakufu periode. Om uitleg te geven over het late Tokugawa shogunaat volgt er een korte inleiding over de Tokugawa bakufu periode.
The Tokugawa bakufu of ook Edo bakufu genoemd was een oud militair dictatoriale heerschappij van Japan groot gebracht door de Tokugawa Ieyasu en werd geregeerd door de shoguns van de Tokugawa familie. Deze periode is bekend als de Edo periode (1603-1868) de naam is afkomstig van de hoofdstad Edo nu beter bekend als Tokyo. De Tokugawa shogunate regeerde vanuit het Edo kasteel tot de Meiji-restauratie (1854-1868) bijna 3 eeuwen. Daarop volgde de Sengoku periode, De overheid is grotendeels hervormd door Oda Nobunaga en Toyotomi Hideyoshi tijdens de Azuchi-Momoyama periode. Na de slag van Sekigahara in 1600 viel de centrale autoriteit in de handen van Tokugawa Ieyasu. Hij kreeg de titel van Shogun in 1603. Om een Shogun te worden, moet men volgens de traditie afstammen van de Minamoto clan.
Hiërarchie tijdens de Tokugawa periode
De Tokugawa periode was gebaseerd op de strikte hiërarchie volgens klassen, die tot stand werd gebracht door Toyotomi Hideyoshi. Bovenaan stonden de Samurai gevolgd door de boeren en handelaars. Deze hiërarchische rangschikking was niet flexibel wat later leidde tot ongenoegen bij de lagere klassen. De belastingen die geheven werden de oogsten waren vaste prijzen die geen rekening hielden met de inflatie of andere monetaire veranderingen. Als resultaat hiervan waren er vele confrontaties tussen de boeren en de Samurai wanneer het geld zijn waarde begon te verliezen. Hierdoor ontstonden kleine schermutselingen tussen de Samurai en de boeren, maar er waren ook andere gevallen van grote rellen tussen de Samurai en de boeren. Toch waren de waarschuwingen niet groot genoeg om het hiërarchisch systeem aan te passen.
Ongeveer tegen het einde van de 19de eeuw, kon de alliantie tussen machtige Daimyo en de Keizer er toch in slagen om de Shogunaat te overwinnen na de De Boshin Oorlog de zich opstapelde in de Meiji Restauratie. De officele nederlaag van de Tokugawa Shogunate kwam in 1868 met het ontslag van de 15de Tokugawa Shogun, Tokugawa Yoshinobu en de "restauratie" (Ōssei fukko) van de keizerlijke wetten.
Het einde van het Sakoku politiek (1633-1853)
De Verenigde Staten van Amerika wilde zijn invloedsfeer uitbreiden en begon het beleid te vergroten door hun invloed te vergroten in het noordelijke deel van de Stille Oceaan. De eerste Amerikaanse kapitein die aanmeerde in de baai van Edo te Uraga was James Biddle[5] (in 1846) met zijn Oost-Indisch eskader. Hij wenste havenfaciliteiten voor de Amerikaanse handel met China en voor de walvisvaarders. Dit verzoek wezen de Japanners af omdat hun wetgeving alleen handel met China en Nederland toestond. Dit kwam niet goed over bij de Amerikanen en in 1851 werd besloten een nieuwe afgevaardigde naar Japan te sturen, ditmaal om formeel de opening van de grenzen af te dwingen. President Millard Fillmore formuleerde de volgende eisen.
- Amerikaanse schipbreukelingen in de Japanse wateren moesten geholpen worden.
- Er moest vrije handel komen tussen de Verenigde Staten en Japan.
- De lijnvaart van Californië naar China moest in Japan kunnen genieten van faciliteiten inzake ravitaillering en steenkool voorziening.
De rol van Matthew C. Perry in het ontsluiten van de grenzen
De persoon die deze expeditie zou voeren was Commodore Matthew Calbraith Perry (1794-1858). Op 3 Juni 1853 verscheen hij met 4 oorlogsboten te Uraga met als doel opnieuw contact te zoeken met de Japanse Overheid. Op dat gegeven moment was Abe Masahiro (In het Japans 阿部正弘) (1819-1857) aan de politieke macht van het Bakufu.
Hij werd door de Nederlandse resident-generaal te Batavia al een jaar op voorrand geïnformeerd over de komst en de bedoelingen van Matthew C. Perry maar ondanks deze waarschuwen had hij geen enkele maatregelen genomen. Eens Perry arriveerde was het duidelijk dat hij niet zou vertrekken zonder een duidelijk antwoord te hebben gekregen van de Shogunaat. Toda Ujiyoshi en Indo Hiromichi werden benoemd door het Bakufu om als onderhandelaar de boodschap van president Fillmore in ontvangst te nemen. Ze moesten beloven binnen één jaar een officieel antwoord van de shougnaat te hebben. Het vertrek van Perry had een duidelijke impact gehad niet alleen de regering maar ook de stad Edo was in rep en roer. De imposante schepen van Perry lieten geen goede indruk achter iedereen had schrik van de rofune zoals de schepen genoemd werden. Wat de situatie nog slechter maakte was dat de heersende shogun Ieyoshi overleed 4 dagen na de afvaart van Perry, dit leiden tot een crisis binnen het bakufu.Het Japans-Amerikaanse Vriendschapsverdrag
Zonder dat het bakufu een duidelijk antwoord had inzake de eisen van Perry, verscheen hij op 13 februari 1853 opnieuw te Uraga met 7 schepen. Het bakufu startte nieuwe onderhandelingen te Kanagawa, onder leiding van Hayashi Fukusai en Inoue Kiyonao. Alle eisen werden ingewillicht onder druk van Perry. Hij dreigde namelijk dat hij met honderd machtige oorlogsschepen zou komen als er geen verdrag werd ondertekend. Op 31 maart 1854 ontstond het verdrag van Kanagawa ook wel het Japans-Amerikaanse Vriendschapsverdrag [6] De inhoud was als volgt:
- De havens Shimoda (in het Japans下田) en Hakodote (in het Japans 函館) moesten werden opengesteld voor het voorzien van drinkwater voedsel en brandstof aan de Amerikaanse schepen
- In Shimoda zou een Amerikaans consul gestationeerd worden.
- De VS zouden door Japan als meest begunstigde natie (in het Japans Saikeikoku 最恵国) behandeld worden.
Economische verstoring in de Japanse markt
Chaos
Nu er een aantal havens open waren voor handel te drijven begon de buitenlandse handel in Japan op dreef te geraken. Japan had een eigen authentieke economische structuur door de jaren heen gecreëerd, en nu met de opkomst van de buitenlandse handel werd dit beetje bij beetje veranderd in een kapitalistische economie. Deze brachten veranderingen mee in een slechte zin. Er waren prijsstijgingen door import van bepaalde goederen dit leiden tot een stijging van de dagelijkse compsumtiegoederen prijzen. Het goud in het land nam aanzienlijk af omdat de goud zilverpariteit tussen Japan en de VS en Europa stonden niet op dezelfde peil wat het voordeligerder maakt om met zilver te betalen dan met goud. Het goud dat goedkoper was in Japan was zeer geliefd door de buitenlanders, want in hun thuisland was de waarde van het goud veel groter. Een grote verandering was dat de exporteurs direct naar de productieplaatsen konden gaan om rechtstreeks aan te kopen. Dit was nadelig voor de bakufu die grote handelaars bevoorrechte, deze verloren nu hun monopolie in de distributie kanalen. Dit zorgde voor een economische crisis maar er was ook een positieve kant, de kleine producten kan nu een zelfstandige carrière opbouwen ze niet meer afhankelijk waren van de grote producenten.
Armoede
Het bakufu stuurde veel delegaties naar de VS en naar Europa. Er kroop veel geld in deze te sponseren. Het bakufu verandere niet van tactiek en bleef maar door knibbelen op het inkomen van de samurai en het opleggen van zware lasten aan de landbouwer. Er begon een ongunst te komen in het nadeel van de bakufu, dat wel de handel toestond en de buitenlanders met grote winsten aan de haal liet gaan. Door de prijsstijgingen kwam er ontevredenheid en ontstonden er opstandige bewegingen die zelf op bepaalde plaatsen tot plunderingen leiden. In januari 1861 ontstonden er ook kleine rellen tussen Japanners en buitenlanders.[7]
De politieke strijd tussen Kôbu-gattai en Sonnô-jôi beweging
Sonnō-jōi
Sonnō-jōi-beweging[8] De Sonnō-jōi-tendenzen kwamen voor in alle lagen van de maatschappij: binnen de kringen van de keizer, binnen de kringen van de Bakufu, tussen de machtige Han onderling en onder de samurai onderling. De beweging werd gevormd door de lagere rangen van de samurai-stand, de grondeigenaars en de handelaars. Hun politiek bestond uit de idealisatie van het verleden, waarnaar zij verlangden terug te keren. Ook al waren hun acties radicaal en hardvochtig, de doelen die zij hadden waren eerder traditioneel dan revolutionair. Zij werden nu volledig buiten het besluitvormingsproces gehouden en actie was voor hen de enige oplossing. Zodus waren zij veel radicaler dan de Kobu-gattai-beweging (veel te verliezen had de Sonnō-jōi immers niet) en wilden zij resoluut komaf maken met de Bakufu. Aanvankelijk hadden zij anti-buitenlandse overtuigingen, maar door de wapenfeiten te Satsuma en Chôshû leken zij te beseffen dat ze de situatie op een andere manier zouden moeten aanpakken om hun acties een kans op slagen te geven. Zo evolueerde hun anti-buitenlandse beleid naar een heftig anti-Bakufu beleid. De Bakufu getuigde immers, naast een pro-buitenlandse houding, ook van geen respect voor de keizer toen zij zonder de keizerlijke toestemming de handelsverdragen met buitenlands mogendheden sloot. Sonnō-jōi wilde terugkeren naar de tijd waarin de keizer wel macht had.
Kôbu-gattai
De De Kōbu Gattai-beweging bestond uit hofaristocratie en daimyo die streefden naar een alliantie tussen de hofaristocratie en de militaire elite. De kobu-gattai-tendensen waren zowel binnen de Bakufu als binnen enkele machtige Han zoals Chôshû terug te vinden. Andô Nobumasa was de protagonist van deze beweging. Met een beleid van enerzijds modernisering van het leger en anderzijds economische aanpassingen trachtte hij de internationale markt onder controle te krijgen en zodoende de Bakufu wat meer aanzien te geven. Het gezag van de Bakufu was immers al fel getaand. Samen met Kuse probeerde hij de tegenstellingen tussen de Bakufu en de conservatievelingen (daimyô’s en aristocraten) te minimaliseren door aan te sturen op een alliantie van het hoogste niveau. Over het algemeen bleef de Kôbu-gattai-beweging eerder omzichting: de samurai-elite wilde immers geen radicale acties ondernemen, want zij hadden een positie die ze konden verliezen door te overhaaste beslissingen.
De val van het Edo-Bakufu
Keiki kwam aan de macht van het Tokugawa huis en werd shogun, dit kwam door een onverwachte dood van Tokugawa Iemochi[9].
Daarvoor in 1866 probeerde hij al de overheid te hervormen onder toezicht van de Keizer zonder dat het shogunaat het leiderschap verloor, dit systeem stond bekend als kōbu gattai. Men vreesde voor de toenemende macht van de Satsuma en de Chōshū daimyo, andere daimyo deden oproep om de politieke macht terug aan de Keizer te geven en aan de regering van de daimyo waar het voormalige shogunaat aan de macht was. Door de toenemende dreiging van Satsuma-Chōshū die militaire acties wou ondernemen, heeft Keiki een deel van zijn macht overgegeven.
Uitstel van executie
Hiermee had Keiki een aangroeiend conflict kunnen uitstellen, maar anti-shogunaat-troepen verspreidden geruchten in de straten van Edo. Met troepen van rōnin uit Satsuma en Chōshū probeerden ze druk uit te oefenen op het Keizerlijk gerechtshof om een beslissend verdict om de shogunate te ontmantelen. Het hof ging hier akkoord mee en er volgde een conferentie waarin de wet werd voorgesteld die de macht van de shoguns afnam. Hoewel de macht van het shogunaat verdwenen was rebelleerde de Satsuma, Chōshū, en andere han leiders en namen ze de controle over van het Keizerlijk paleis en verklaarden hun eigen restauratie op 3 januari 1868.
Keiki ging akkoord met het plan en ging met pensioen van het Keizerlijk hof in Osake en stapte ook af van zijn taak als shogun. Het bleef hier echter niet bij en er ontstond een oorlog tussen Shogunate en de geallieerde Satsuma, Tosa en Chōshū troepen, in Fushimi en in Toba. De geallieerden waren de oorlog aan het winnen en bij inzien van het feit dat het verloren moeite was gaf Keiki op in Osake, dit betekende het einde van de Tokugawa en de shogunaat, na een bewind van meer dan 250 jaar.
De laatste slag
De Boshin Oorlog (1868-1869) betekende het einde voor het bakufu en Keiki was gereduceerd tot een gewone daimyo. Er waren nog kleine groepen in het noorden die zich tijdens 1868 niet wouden overgeven het ging om de scheepsmacht van de bakufu onderleiding van Admiraal Enomoto Takeaki[10], deze troepen hebben het nog een extra 6 maanden volgehouden in Hokkaidō. Daar hadden ze het Republiek van Ezo opgericht maar deze was van zéér korte duur. Het verzet werd beïndigt bij de slag van Hakodate na een maand van oorlog.
Voetnoten
- ↑ In het Japans 幕末 Bakumatsu
- ↑ Sakoku (In het Japans 鎖国) was de buitenlandse politiek van Japan dat inhield dat geen enkele buitenlander Japan mocht binnentreden en geen enkele Japanner Japan mocht verlaten; op straffe van de dood
- ↑ In het Japans 新選組 of 新撰組
- ↑ Shinsengumi was een speciale politiemacht op het einde van het Tokugawa-shogunaat.
- ↑ http://en.wikipedia.org/wiki/James_Biddle
- ↑ (in het Japans Nichi-Bei Washin Jōyaku 日米和親条約) genoemd.
- ↑ Enkele voorbeelden zijn de moord op de Nederlander Henry Heuskens, de secretaris van Townsend Harris, die in de straten van Edo vermoord werd. En het in brand steken van de Britse ambassade.
- ↑ Jôi (“verdrijf de barbaren”) en Sonnô (“eer de monarchie”)
- ↑ Was de 14de shogun, hij regeerde van 1858 tot 1866. In zijn regeerperiode werd het verdrag tussen Japan en Amerika getekend.
- ↑ In het Japans 榎本 武揚 - Was een Japanse Zeevaart admiraal die trouw was aan de Tokugawa Shogunate. Hij vocht tegen de nieuwe Meiji overheid tot het einde van de Boshin oorlog, later was hij in dienst bij de overheid en een van de stichters van het keizerlijk Japanse zeemacht.
Bronnen
Literaire bronnen
Noma, Seiroku. The Arts of Japan: Late Medieval to Modern Vol.2
Vande Walle, Willy. Een geschiedenis van Japan: Van samurai tot soft power, Leuven
H. Varley, Paul. Japanese Culture
Gordon, Andrew. A Modern History of Japan: From Tokugawa Times to the Present
Jansen, Marius B. The Making of Modern Japan
Online bronnen
http://www.docoja.com/dico/histxtg37.html
http://www.fordham.edu/halsall/mod/1854Perry-japan1.html
http://www.experiencefestival.com/late_tokugawa_shogunate_-_international_relations


