Kyūdō vroeger en nu

Uit GeschiedenisJapan

(Doorverwezen vanaf Kyudo vroeger en nu)
kyūdō(弓道) is de japanse kunst van het boogschieten. De oorspronkelijke term was kyūjutsu[1] maar tegenwoordig staat het bekend als kyūdō, letterlijk kan het vertaald worden als de weg van de boog. De boog zelf heeft een uiteenlopende rol in de japanse geschiedenis, hij werd gebruikt voor bijvoorbeeld de jacht, ceremonies aan het hof en wedstrijden. In kyūdō ligt de focus op meer dan alleen het raken van het doel, het is minstens even belangrijk om een evenwicht binnen in jezelf te vinden door middel van het boogschieten.


Inhoud

Geschiedenis

De vroegste sporen van het gebruik van de boog in Japan dateert van ± 7000 v.C. bij de eerste inwoners van de Japanse eilanden. Een stam genaamd de Jomon gebruikte de boog voor de jacht, stammenoorlogen en als ritueel instrument. Nadat het ijzer tijdperk arriveerde in Japan ± 250 v.C. begonnen de stammen te overleven op de visvangst en de landbouw.

Ook begonnen bepaalde sterke families in verscheidende stammen belastingen te eisen. Waardoor de andere stamleden meer op de zekere visvangst en landbouw begonnen te vertrouwen. Later werd een meer gecentraliseerd bestuurssysteem ingevoerd, waardoor de boog meer een statussymbool werd dan een gebruiksvoorwerp. De precieze datum kan niet vastgepind worden omdat dit in verschillende gebieden op verschillende momenten gebeurde.

kyudo wedstrijd

Vanaf de vierde tot de negende eeuw had de Chinese aristocratie een enorme invloed op de Japanse. Het is hieruit dat de japanners het ceremonieel boogschieten overnamen. Hieruit is de filosofie ontstaan dat gewapende conflicten beter beslecht kon worden door middel van een wedstrijd boogschieten. Wedstrijden die gebonden zijn door strikte codes en regels. Bijvoorbeeld het buigen van de deelnemers naar elkaar aan het begin van de wedstrijd. Bij afloop werd er verwacht dat de verliezer de winnaar feliciteert. Evenals zijn verlies met waardigheid accepteert.

Na de negende eeuw braken China en Japan hun vriendelijke relaties af, maar de invloed die de Chinese cultuur had op Japan liet zijn sporen na. Zo stierf bijvoorbeeld het ceremonieel boogschieten uit in China maar bleef het in Japan in gebruik. Waar het uiteindelijk de benaming kyūdō kreeg. Toen de overheersende families beseften dat ze de bevolking moesten beschermen werd de samurai klasse in leven geroepen. Dit bracht de oprichting van verschillende vechtkunst scholen met zich mee (ryu). Waaronder verscheidende scholen zich specialiseerde in het boogschieten. Na de Gempei oorlog werd de boog een enorm populair oorlogswapen. Mede door oorlogsverhalen die de ronde deden.

boogschutter te paard

Op het einde van de 12de eeuw liet shogun Yorimoto zijn soldaten een zwaardere training ondergaan. Waaronder het trainen in boogschieten te paard. Nochtans werd dit eerder gebruikt in een oorlog. Maar nu werden mensen voor het eerst hierin opgeleid. Door de vele burgeroorlogen die volgden werden de Japanse soldaten zeer bedreven in het boogschieten. Bijgevolg verbeterde dit de reputatie van het wapen. Een van de bekendere Japanse boogschutters is Heki Danjo. Over zijn complete geschiedenis zijn historici het niet eens maar wel dat hij de standaard zette voor schietstijlen. Heki Danjo leerde zijn stijl aan Yoshida Shigekata wiens nageslacht zich in 12 facties spreidde. Elke factie maakte lichte aanpassingen aan de Heki Danjo stijl. Alle stijlen inclusief de Heki Danjo worden tot de dag van vandaag nog aangeleerd in verscheidene dojo.

Het gebruik van de boog bereikte zijn piek in de 15de en 16de eeuw waarin de leermethoden verfijnd en gecodeerd werden. Eveneens werd het ontwerp van zowel de boog als de pijlen verfijnd. Tijdens deze periode had de boogschutter een heel hoge positie in de militaire hiërarchie. Dit veranderde allemaal wanneer op 25 augustus 1543 een chinees fregat met 3 met musket gewapende Portugezen aan boord een conflict veroorzaakte in zuid Kyushu. En niet lang daarna nam het Japanse leger met tegenzin deze buitenlandse wapens op in hun wapenarsenaal.

Vroeg in de 17de eeuw heeft shogun Tokugawa Leyasu de samurai facties verenigd en de natie kende een lange vrede. Ondanks deze vrede en de komst van vuurwapens behielden de samurai hun bogen. Ze vreesden wel dat de boog onnuttig zou worden, om dit te vermijden organiseerden ze regelmatig competities in Sanjusangendo tempel in Kyoto.

In het einde van de 17de eeuw werd kyūdō weer populair bij de algemene bevolking. Dit was ook de periode dat de term kyūdō voor het eerst gebruikt werd. Maar het duurt nog een 200 jaar vooraleer ze publiekelijk geaccepteerd werden. kyūdō werd wel vaker beoefend maar door het gebruik van vuurwapens zou de boog nooit meer gebruikt worden in de oorlog, daardoor schuift de focus van de sport meer op het spirituele en mentale.

In de Meji periode(1868-1912) toen alles europees populair was en de traditionele Japanse cultuur een duw achteruit kreeg. Moest kyūdō hier ook onder lijden en het dreigde weer uitgestorven te geraken.

Honda-Ryu stijl

Aan het begin van de 20ste eeuw combineerde Honda Yoshizane elementen van de militaire en de ceremoniële stijlen van kyūdō.Hij leerde deze nieuwe stijl aan zijn studenten aan. Hier was de traditionele school niet blij mee maar desondanks ging Honda voort, de stijl werd naar hem vernoemd Honda-Ryu. Hij werd over heel Japan verspreidt en werd een waardige concurrent voor de traditionele stijl.

Vroeg in de 1930’s werd om de voortgang van kyūdō te verzekeren gediscussieerd over het al dan niet invoeren van een algemene standaard. Dit akkoord werd pas bereikt na de 2de wereldoorlog in 1949 door de Dai Nippon Butoku Kai[2]. Aan deze standaard zijn de verscheidende dojo tot op de dag van vandaag verplicht zich aan te houden. Dit om een bepaalde kwaliteit aan lesgeven te garanderen. En de uitsterving van kyūdō te vermijden.

De geest achter kyūdō

In kyūdō is het resultaat van het schot niet altijd belangrijk. In tegenstelling tot europees boogschieten, is de geest waarmee het schot gebeurt belangrijker dan waar je het doel raakt. Sterke zelfcontrole en een emotioneel evenwicht is cruciaal om de geest van de kyūdōka[3] te ontwikkelen. Het doel in kyūdō is in mushin te geraken. Mushin is een staat van totale geestelijke rust, een moment waarin aan niets gedacht wordt. Dit is een enorme moeilijk staat om te bereiken, iets wat enkel na jaren lange regelmatige training bereikt kan worden. Een kyūdōka moet 3 kenmerken proberen te beheersen: waarheid, goedheid, schoonheid. Een schot gevuld met waarheid staat voor een perfect samenspel van 3 andere elementen in de kyūdōka zijn ingesteldheid, bewegingen en techniek. Goedheid staat voor bescheidenheid, medeleven, moraliteit en geen agressie tonen. Schoonheid wordt vertegenwoordigd in de andere 2 elementen maar staat ook nog eens voor de stijl en kunst van de kyūdōka.

Techniek van het schieten

In kyūdō wordt er in verscheidende stappen geschoten. De stappen zijn zeer essentieel om de sport te beoefenen. Zowel om het trainen te vergemakkelijken als om enthousiaste beginners een gestructureerde houding en techniek aan te leren. En ze zijn ook van groot spiritueel belang omdat ze allemaal essentieel zijn om de geest van de kyūdōka klaar te maken voor het schot.

Ashi Bumi

ashibumi
Is het positioneren van de voeten en het lichaam in verhouding tot het doelwit, waarbij er gelet moet worden op de afstand tussen de beide voeten. De hoek waarin de voeten staan tegenover mekaar en de richting waarin de boogschutter staat.

Dozukuri

dozukuri

Staat voor het verbeteren van de positie van de boog in relatie met het lichaam. Het belangrijkste aan deze houding is dat het intuïtief moet gebeuren. Enkel met een correcte dozukuri kan je de boog op een correcte manier hanteren en overgaan in Uchi Okoshi.

Yugamae

yugamae
Is het klaarzetten van het lichaam, het is een voorbereidende stage die zeer cruciaal is voor de volgende stappen. Ze berust op 3 kleine tussenstappen. Torikake is de eerste, hierin zet je de pijl en je linkerhand klaar. Teno Uchi is de boog correct vasthouden met je linkerhand zodat je pijl niet naar rechts zal afwijken. Monomi kijken naar het doel. Niet richten enkel kijken.

Uchi okoshi

ushi okoshi

De stage van het aanleggen. Vroeger was deze houding veel lager om verwondingen aan de linkerarm te vermijden. In de Meji periode veranderde Naooki Urakami deze houding opdat ze minder vermoeiend zou zijn en natuurlijker zou gebeuren.

San bun no ni

san bun no ni
In yugamae trekken we de pijl voor 1/3 aan, in san bun no ni voor 2/3 de stap is belangrijk om te vermijden dat de pees van de boog verstrikt in je helm geraakt. Dit was natuurlijk enkel van toepassing in oudere tijden, maar nu is de stap voornamelijk om je geest klaar te maken voor het schot. Hierbij is het belangrijk dat de beiden handen in balans zijn met elkaar en met het torso. Dan richt de kyūdō en steekt hij energie in zijn schot.

Tsume Ai

tsume ai

Om een perfecte 6de positie te bereiken moet de kyūdōka de pees voor de helft van zijn lengte aanspannen(Yatsuka), met zijn kaakbeen de pijl raken (Hozuke), met zijn borst de pees(Munazuru), correct richten(Nerai). Deze vier pijlers zijn de basis factoren om een correcte houding aan te nemen. Ze moeten tegelijkertijd aangenomen worden en zijn enkel perfect als ze ingeleidt worden door een perfecte San bun no ni

Hanare

hanare

Is het loslaten van de boog en de pijl overlaten aan de richting van de boog en de kracht van de pees. Het goed uitvoeren van deze vorm komt van de reflexen, spieren, kracht van de kyūdōka maar dit samenspel zou volledig automatisch moeten gebeuren iets wat enkel met voldoende oefenen kan gebeuren. Hanare mag nooit een beslissing zijn maar moet vanuit de geest gebeuren. Wanneer de linker en de rechterhand goed samenwerken, wil de kyūdōka automatisch de pees loslaten. Dit gevoel moet onderdrukt worden.

Zanshin zan

zanshin

Zan staat voor overgebleven shin voor lichaam of geest. Zo staat zanshin voor de staat na het loslaten van de pijl. Zanshin heeft twee stages. Ten eerste de fysieke zanshin hierin staat de boog 90° ten opzicht van het lichaam. Net zoals het merendeel van de stages, na het loslaten van de pijl wordt de kracht van het lichaam verdeeld in twee delen. De linkerhand wordt acht cm verlaagd, de rechterhand ontspant zich en de rechter elleboog gaat achteruit. Ten tweede de spirituele zanshin deze staat voor de perfecte balans tussen geest en natuur.

Manieren van schieten

Mato mae

De meest voorkomende manier. Hierbij staat de kyūdōka 28 meter van het doelwit, dit komt van de opstelling vroeger gebruikt in het leger. 2 samoerai stonden vooraan met speren, deze speer was 5.5 meter lang om ze effectief te gebruiken had de samoerai 11 meter afstand nodig. De boogschutters stonden een extra 3 meter verder om de samoerai voor hun zeker genoeg ruimte te geven. Daarom schiet de kyūdōka bij mato mae 28 meter ver.

Yabusame

yabusame

Bij yabusame is het doelwit 4 meter verwijderd van de kyūdōka. Dit is ter nabootsing van de boogschutter te paard. Ook worden er zadels die op en neer gaan gebruikt om het paardrijden te simuleren. Bij deze soort is er niet veel precisie vereist maar word er veel meer belang gehecht aan de techniek

Makiwara mae

doel

Het doelwit is een heel dunne strooien cilinder met een diameter van 40-60 cm, het is zo’n 70 cm lang en wordt geplaatst op een houten stand. De techniek en ceremonie achter het schieten is hierbij het belangrijkste. Er wordt geschoten op een afstand van twee meter. De pijl heeft geen veren en de punt heeft een kogelvorm.

Enteki

enteki

Waarbij er van 60 meter wordt geschoten op een standaard doelwit. Je kan hierbij op 2 manieren schieten. Ten eerste door het lichaam zijdelings te buigen na tsume ai. Ten tweede door middel van de sanbun no ni de rechterhand naar beneden te brengen. Ook wordt er op 120 meter geschoten waarbij lichtere pijlen worden gebruikt. Die vergelijkbaar zijn met de pijlen uit vroegere tijden die gebruikt werden om berichten te versturen.

Tekiyo mae

Dit is de methode die op het slagveld werd gebruikt door gepantserde boogschutters. Hierbij worden maar 3 stages gebruikt: yugamae, sanbunnoni, nobi ai.

Kazuya mae

Is het snel schieten, het doel is tien pijlen in 60 seconden. De stages zijn dezelfde als die voor de tekiyo mae, de rechterhand wordt niet gedraaid en de torikake wordt gemaakt met 4 vingers.

Toya mae

Ook bekend als okuriya hierbij wordt geprobeerd zo ver mogelijk te schieten. Dit wordt gedaan met heel lichte pijlen. Wanneer er verder dan 400 meter wordt geschoten snijden ze de veren van de pijlen af zodat hij verder vliegt.

San ju sangen do

Als laatste is er de san ju sangen do deze wordt enkel beoefend door meesters en ervaren kyūdōka van de Honda ryu school. Dit neemt plaats op een veranda met een laag dak waarin de schutters moeten knielen om te schieten. Het doelwit ligt 108m ver, het is niet zo belangrijk om het doel te raken. Aangezien er voor 24 uur geschoten wordt is het belangrijker niet moe te worden dus techniek is hier enorm belangrijk.

Uitrusting

ya

De pijlen (Ya): De bogen in kyūdō zijn groter dan westerse bogen de pijlen zijn bijgevolg ook langer. Oorspronkelijk waren de pijlen gemaakt van een bamboe soort (yadake). De veren waren gemaakt van grote roofvogels bv. de valk of arend. Deze pijlen zijn nog steeds in gebruik maar door bescherming van de roofvogels zijn ze hoog geprijsd en in beperkte mate te vinden. Daarom is men overgeschakeld naar aluminium pijlen. Deze gaan langer mee, en de veren zijn genomen van meer voorkomende vogels bv. eend, zwaan, kalkoen.

De japanners gebruiken veren van beide vleugels, bijgevolg zijn op de pijl met de klok mee of tegen gedraaid. Degene die met de klok mee zijn gedraaid worden otoya genoemd. Degene die tegen de klok zijn gedraaid worden haya genoemd. Traditioneel gebruikt men ze in paren, dus 1 van elk na elkaar. Buiten de veren zijn er een aantal verschillende types van pijlen die gebruikt worden. Boya het korte afstands type zonder veren, makiwaraya eveneens voor korte afstanden maar hierbij worden wel veren gebruikt. Kazuya lange afstands pijl met veren. Yotsuya een lange afstand set bestaande uit 4 identieke pijlen. De lengte van de pijlen word bepaald door de lengte waarin de kyūdōka zijn boog aantrekt (yazuka). Een goede manier om deze te bepalen is de arm uitstrekken en meten vanaf je keel tot je hand +7cm. Deze afstand veranderd naargelang de kyūdōka meer ervaren wordt.

De pijlen kunnen beschadigd worden door droge omstandigheden, dit kan vermeden worden door de pijlen in te smeren met walnoot olie. De veren kunnen terug in vorm worden gestoomd. De punt wordt met schuurpapier en regelmatig gebruik roestvrij gehouden.

yumi

Er bestaan 3 basis types van bogen (yumi) die tegenwoordig worden gebruikt. Een standaard bamboe boog is de meest gebruikte boog voor de laatste 500 jaar. Deze boog is niet fragiel maar is wel zeer gevoelig aan het klimaat. Een synthetische boog wordt veel gebruikt door beginners omdat ze heel stevig is. Ook omdat een bamboe boog zeer duur kan zijn en de kans op beschadiging door een beginner hoog ligt. De houten bogen zijn een goedkoper alternatief en zijn zo goed als onverwoestbaar bij normaal gebruik. De verniste bogen worden door maar een paar bogenmakers gemaakt en is daarom ook zeer duur. Ook worden ze enkel bij ceremonies en dan enkel door de meest ervaren schutters gebruikt.

De bogen zijn er in verschillende lengtes en krachten. Beginners gebruiken een boog van gemiddeld 10-12 kg trekkracht. Na ± een jaar gaan ze over naar een hogere categorie. Gemiddeld heeft een ervaren vrouwelijke kyūdōka een boog van 14-16 kg. Een ervaren mannelijke kyūdōka een boog van 18-20 kg. Een boog wordt verzorgd zoals een mens. Als hij nat is droog je hem af, als het droog is maak je hem nat , als het koud is warm je hem op, en als het warm is koel je hem af. Reparaties zijn in de meeste gevallen duurder dan een nieuwe boog. Verticale scheuren kan je laten repareren tegen een hoge kost, horizontale scheuren kunnen niet meer gerepareerd worden. Een boog lang stil laten liggen is ook niet aan te raden.

mitsugake

Tenslotte heb je de handschoenen (yugake) Deze wordt gebruikt ter bescherming van de boogpees die op de pols kan slagen. Hij wordt van leer gemaakt met een verharde duim, polsbescherming. Er zijn 3 verschillende types de mitsugake,yotsugake en de morogake. De mutsugake is een 3-vingerige handschoen en wordt vooral gebruikt door scholen die zich specialiseren in het schieten als soldaat. De yotsugake of 4-vingerige handschoen wordt voornamelijk gebruikt door beoefenaars van ceremonieel kyūdō, De morogake word enkel gebruikt door de scholen die de ogasawara ryu stijl beoefenen. De katoenen onderlaag (shitagake) zou op alle momenten aangedaan moeten worden. Na het oefenen moeten beide tijd krijgen om uit te drogen. De shitagake moet regelmatig afgewassen worden en als de shitagake te vuil wordt vervangen worden. De yugake kan proper gemaakt worden met een vochtige doek of een zachte gom. Als er krassen in zijn kan ze nog gerepareerd worden maar als de verharde duim of pols beschadigd worden kan ze best weggegooid worden.

uniform

Het uniform bij ceremonies is een traditionele kimono en hakama, tijdens het oefenen wordt een keiko-gi gebruikt. Het bestaat uit een op een kimono lijkende top (kyugo-gi), een rok (hakama[4], schoenen met een gespleten teen (tabi) en een stoffen riem (obi). Vrouwen dragen ook een leren borst bescherming (muneate). Zo zijn nog een paar subtiele verschillen tussen de uniformen van een man of een vrouw. Zo is bijvoorbeeld de achterkant van de mannelijke hakame verstijft. Bij beginners dragen de mannen een zwarte hakame en vrouwen mogen een blauwe of een zwarte dragen. Het is heel belangrijk om het uniform ten allen tijde proper en net te houden. Correct opvouwen na elk gebruik is verplicht om tekenen van slordigheid te vermijden. Ook moeten de hakame en de obi op een correcte manier gedragen worden, volgens de eeuwenoude tradities. (een organisatie vanuit kyoto die instaat voor het behoud van de traditionele Japanse vechtsporten

  1. Techniek van het boogschieten
  2. Organisatie die instaat voor het behoud van vechtsporten
  3. Een beoefenaar van kyūdō
  4. Kan door beiden seksen gebruikt worden,kan ook vervangen worden door een broek.


Bronvermelding

Internet bron

DeProspero Dan,DeProspero Jackie,'meishin kyudojo'kyudo.com,02/04/2012, 22/04/2012

Boek

Hideharu Onuma,Dan DeProspero,Jackie DeProspero,Kyudo: The Essence and Practice of Japanese Archery,Tokyo,Kodansha International,1993,160P,ISBN 4-7700-1734-0

Genzini Luigi,Kyudo-The way of the bow,1994,78p,ISBN 978-3-929588-15-6