Kurobune-zwarte schepen

Uit GeschiedenisJapan

Excursus - Studentenbijdrage

Kurobune (黒舟) is Japans voor zwart schip of zwarte schepen. Deze benaming werd gegeven aan de oorlogsvloot van de Amerikaanse gezagvoerder Perry wanneer die aankwam in 1853 in de Japanse havenstad Uraga. Het verschijnen van Perry luidde een kettingreactie van gebeurtenissen in die uiteindelijk op de uiteenstorting van het bakufu-bestuur uitmondden en Japan ertoe noopten zijn grenzen te openen.

Inhoud

Kort historisch overzicht : De aankomst van Perry in de haven van Uraga

Op 8 juli 1853 verscheen een vloot van vier buitenlandse oorlogsbodems aan de kusten van het Japanse Uraga, nu de Baai van Tōkyō. Het was de vloot van gezagvoerder Matthew Calbraith Perry (1794-1858), gestuurd door de Verenigde Staten van Amerika, in een poging om Japan te dwingen hun poorten open te zetten voor de buitenwereld.

Perry was echter niet de eerste geweest; in 1846 verscheen eerder de kapitein van het Amerikaanse Oost-Indisch eskader James Biddle met zijn vloot te Uraga. Het was niet Biddle's bedoeling geweest om toen de grenzen van Japan te ontsluiten, hij eistte wel havenfaciliteiten voor de Amerikaanse handel met China en voor de walvisvaarders. Maar deze verzoeken werden afgewezen omdat de Japanse wetgeving destijds enkel handel met China en Nederland toestond. In 1851 werd besloten een nieuwe afvaardiging naar Japan te sturen, nu wel om formeel de opening van de grenzen af te dwingen. Uiteindelijk werd Perry verkozen als gezagvoeder van de delegatie.

Perry leverde een brief af van de president van de Verenigde Staten aan de Tokugawa shogun, waarin het verzoek stond om commerciële en diplomatische relaties op te bouwen. De vorige shoguns waren zeer wantrouwig geweest tegenover de Westerse kooplui en missionarissen, ze beschouwden hen als indringers die verzet tegen het toenmalige militair regime in Japan aanspoorden. Slechts enkele buitenlanders mochten handel voeren, zij woonden op een artificiëel eilandje genaamd Dejima 出島 in de baai van Nagasaki. Alle niet-Japanse schepen werden zonder pardon weggestuurd. Perry had echter een ander plan. Na zes dagen van confrontatie en ronddobberen met zijn imposante schepen leverde hij zijn brief af, en voegde eraan toe dat hij een positief antwoord verwachtte binnen een jaar. Hij zou dan terugkomen met een grotere vloot.

De zwarte oorlogsschepen van Perry verwekten niet alleen opschudding bij de regering, maar zetten ook heel de stad Edo (het huidige Tōkyō) in rep en roer. Iedereen was bang voor de "rokende zeemonsters", en de samurai, die al meer dan twee eeuwen niet meer gevochten hadden, haalden hun wapens tevoorschijn om de "barbaren" te verdrijven.

De aankomst van Perry in Japan was een grote schok voor de Japanse samenleving, die gedurende bijna 250 jaar alle confrontaties met buitenlandse mogendheden had kunnen uit de weg gaan. Het verschijnen van Perry luidde een kettingreactie van gebeurtenissen in die uiteindelijk op de uiteenstorting van het bakufu-bestuur uitmondden en Japan ertoe noopten zijn grenzen te openen. De gebeurtenissen van 1853 en 1854 waren cruciaal in de tegenstelling tussen Oost en West. De confrontatie tussen Japanners en Amerikanen, mensen van totaal verschillende rassen, culturele en historische achtergrond was overweldigend en leerrijk voor beide kampen. Het was het begin van een culturele opening of het ontwaken van de Westerse kennis, en de intrede van een nieuw Westers gedachtengoed en van nieuwe technieken bracht voor Japan het besef met zich mee dat een totaal nieuwe tijd aangebroken was.

Zwarte Schepen

De reis van 1853 bestond uit twee door stoom aangedreven fregatten (de Mississippi en de Susquehanna, beide genoemd naar de bekende rivieren) en twee sloepen. Een fregat is een snelzeilend driemastoorlogschip, een sloep is een licht vaartuig zonder dek, dat diende om goederen en passagiers van en aan boord te brengen van de fregatten. Er waren ongeveer vijfenzestig kanonnen en iets minder dan duizend man aan boord. Het jaar daarop was de delegatie aangegroeid tot negen schepen, en de bemanning was bijna verdubbeld met meer dan honderd kanonnen aan boord.

De naam "zwarte schepen" vond waarschijnlijk zijn oorsprong in de zwarte kleur van de schoorstenen, maar misschien komt de benaming ook van de pikzwarte rookwolken die de schepen omgaven wanneer ze in de havens aankwamen.

De Mississippi was een enorm schip. Haar zware motoren werden omschreven als ijzeren aardbevingen. Tijdens de missie van 1854 verbrandde de Mississippi zo'n 2336 pond (1061.82 kilogram) per uur, en de Susquehanna en Powhatan respectievelijk 3310 en 3248 pond. Om brandstof te sparen, konden de schepen ook zeilen opzetten.

De Japanse scheepvaart daarentegen was veel minder ontwikkeld. Door het verbod op het bouwen van grote schepen, opgelegd door de shogun, waren hun bootjes bijna niet te vergelijken met de buitenlandse kolossen. Het was bijna pijnlijk om te zien hoe ver achterop Japan liep door jaren van zelfgekozen isolement.

Kunstenaars aan boord en aan land

De visuele vastelegging van Perry's missie werd toegewezen aan verschillende kunstenaars die ook meegereisd waren. De Powhatan, het fameuze vlagschip van de tweede reis, leeft tot op heden voort in foto's, talloze schaalmodellen, en het meest spectaculair in een afbeelding op de voorkaft van Charles Beebe's boek "Naval and Mail Steamers of the United States", uit 1853. Deze indrukwekkende, prachtige weergave ademd de geest van de Romantiek in, en laat het eerder statige oorlogsschip via de perfecte lichtinval en mystieke sfeer van de Turnerschool haast magisch tot leven komen.

De kunstenaars onder Perry's gezag maakten schetsen van de vloot zowel bij rustig als bij stormweer, maar de meest provocerende weergave van zwarte schepen op zee kwam van een kunstenaar in de Verenigde Staten, die aan het werk, grotendeels onsproten aan zijn eigen fantasie, een "Stars and Stripes" (Amerikaanse vlag) deed wapperen, om aan te tonen dat de missie wel degelijk goedgekeurd was door God.

Tegelijkertijd was het algemeen geweten dat Perry het Christendom wou herintroduceren in een land dat de voorbije twee eeuwen diezelfde godsdienst zo hard bestreden had. We zien in deze weergave de schepen een ruwe zee trotseren boven het motto "U.S. JAPAN FLEET. Com. PERRY carrying the 'GOSPEL OF GOD' to the HEATHEN, 1853", wat zoveel betekend als "Commandant Perry draagt het Evangelie van God naar de heidenen".

Ook de Japanse kunstenaars lieten hun fantasie en geloofsopvattingen vrij spel. Ze tekenden de zwarte oorlogsschepen af als de incarnering van het kwaad. In de meest bekende prent van dit soort zijn de schouwen van het schip pikzwart, dikke rookwolken wemelen op naar de hemel, een monsterlijke kop prijkt op de boeg, de patrijspoorten zijn als de ogen van een of andere verschijning, en geweergeschud zijn als de zoeklichten op wapens. Het geheel doet bombastisch en schrikwekkend aan. Alhoewel houtdrukkunst een populair genre was, niet te verwarren met meer verfijndere kunstvormen, onthullen de details van deze demonische voorstellingen vele estetische tintjes en karakteristieken van de traditionele Japanse vormgeving. We zien dit o.a. in de weergave van golven als krullende boogjes en met veel opspattend water en schuim, en in het lijnenspel op het scheprad van het schip.

Veel van deze en nog andere kenmerken zien we terug in een demonisch zusterschip, dat deel uitmaakte van een grotere geschilderde compositie. Hier is rook afkomstig van de motoren vermengd met gevorkte tongen van vuur. Misschien deden de donkere walmen de kunsternaar denken aan de vuren van de hel, of aan vuurzeeën die paleizen en tempels verteerden in vroeger tijden. Net zoals de blauwe oogbollen die Perry had in sommige afbeeldingen, waren de demonische schepen meer genuanceerd en ingewikkelder dan ze er op het eerste zicht uitzagen. (We kunnen een simpele en meer subtiele verklaring geven voor deze rare voorstelling van Westerse oogbollen. In feodaal Japan werden Westerlingen soms aangeduid als "blauw-ogige barbaren", en het is goed mogelijk dat sommige kunstenaars hierdoor in de war raakten en niet goed wisten welk deel van het oog nu eigelijk blauw moest zijn. Echter, in de populaire gekleurde houtsnedeblokken werden gevaarlijke en bedreigende figuren, zoals bv. monsters en voortvluchtigen gestigmatiseerd door dezelfde vreemde blauwe ogen).

In elke voorstelling is de achtersteven van het schip omgetoverd in het gezicht van een of ander monsterlijk wezen. De rede hiervoor is op het eerste zicht voordehandliggend: het weerspiegelt de aard van diegenen die met het schip meekwamen. Soms was het de gewoonte voor Aziatische zeevaarders om grote duivelachtige gezichten te plaatsen op het achterste gedeelte van hun vaartuigen, bedoeld om boze geesten af te schrikken en een veilige reis te garanderen. Aan de hand van Japanse verslagen van zulke reizen weten we dat o.a. de Koreanen zichzelf op deze manier trachtten te beschermen. Zou dit de Japanse kunstenaars kunnen hebben geïnspireerd?

De meeste voorstellingen van zwarte schepen waren echter in elk geval meer open, en zetten een goed voorbeeld hoe picturaal realisme afhangt van het gebruikte medium. Het charmante olieverfschilderij van de Powhatan in Charles Beebe's boek bijvoorbeeld was bijna het spiegelbeeld van een formele foto van het vaartuig, en tegelijkertijd ook een heel andere wereld als het op sfeer aankwam. Ook de Japanse kunstenaars beeldden de Powhatan en andere zwarte schepen zo realistisch mogelijk uit, en toch bereikten ook zij een heel andere impressie.

De strategie van Perry bestond uit zoveel mogelijk het Japanse volk te overweldigen en tegelijkertijd te intimideren, inclusief rondleidingen op zijn schepen. Dit maakte het mogelijk voor de Japanners om een aantal gedetailleerde schetsen te maken van zowel boven als onder het dek.

Bronnen

"Geschiedenis van het Moderne Japan, Versie 2.2 ,Syllabus" door Willy Vande Walle en Hans Coppens

"The Yamato Dynasty", Sterling & Peggy Seagrave, Corgi

Externe links

Black Ships and Samurai : Commodore Perry and the Opening of Japan [1]