Kijūrō Shidehara

Uit GeschiedenisJapan

Kijūrō Shidehara

Kijūrō Shidehara (幣原 喜重郎, 1872-1951) was een vooraanstaande politicus en diplomaat. Hij zetelde in verscheidene ambassades, kreeg twee keer de post van minister van Buitenlandse Zaken toebedeeld en werd zelfs eerste minister van Japan. Zijn beleid werd gekenmerkt door pacifisme, rationaliteit en verzoening, en hij was een groot voorstander van goede internationale betrekkingen. Hij was een belangrijke vertegenwoordiger van de Taishō-democratie.

Inhoud

De weg naar succes tot 1927

Kijūrō Shidehara werd op 11 augustus 1872 geboren in een samoeraifamilie te Kodama, Osaka. Hij ging rechten studeren aan de Tokyo Imperial University, de meest prestigieuze universiteit toen. Wanneer hij afstudeerde, kreeg hij al vlug een job in het ministerie voor Buitenlandse Zaken.

Kijūrō Shidehara beklom zeer snel de ladder van succes. In 1896 ging hij voor het eerste op missie naar Chemulpo in Korea. In de jaren hierna bekleedde hij posities in de Japanse ambassade te Londen, Antwerpen, Washington D.C. en van 1914 tot 1915 werd hij zelfs ambassadeur van Japan in Nederland. In 1915 werd hij Japans vice-minister van Buitenlandse Zaken voor 5 opeenvolgende jaren. Kijūrō Shidehara werd in 1919 ambassadeur in de Verenigde Staten tot 1922.

Kijūrō Shidehara

Hij werd als Japans meest belangrijke vertegenwoordiger gestuurd naar het Washington Naval Conference, waar hij opviel door zijn verzoenende en inschikkelijke beleidsvoering. Dit was echter haaks tegenover de opvattingen van zijn thuislandse tegenstrever, generaal Tanaka Giichi. In 1920 kreeg hij de status van baron en werd in 1925 opgenomen in de het Japanse Hogerhuis, naar het model van de Britse House of Lords.

In 1924 werd Kijūrō Shidehara minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet van eerste minister Kato Takaaki en vervolgde zijn ambt onder eerste minister Wakatsuki Reijiro. Kijūrō Shidehara hanteerde een inschikkelijke diplomatie waarbij hij de banden tussen enerzijds Japan en de Verenigde en anderzijds Japan en China wou versterken. Hij wou de belangen van Japan zo rationeel mogelijk mogelijk verwezenlijken en coöpereerde zo goed mogelijk met de volkenbond. Zijn beleid was synchroon met de liberale ideologie van de Taishō-democratie.

De Shidehara-diplomatie is een term die het buitenlandse beleid van Japan in de jaren '20 beschrijft. Het omvatte het streven naar een evenwaardige internationale gemeenschap, het oplossen van de binnenlandse crisis en het pogen om vriendschappelijke betrekkingen tussen Japan en China te creëren.[1]

Mede door de ontevredenheid van het leger over het beleid van de minister van Buitenlandse Zaken Kijūrō Shidehara, viel het kabinet van eerste minister Wakatsuki Reijiro in 1927. Generaal Tanaka Giichi nam de macht in handen en zond legers naar Mantsjoerije, dat in 1931 zou leiden tot het Mantsjoerije incident.

Kijūrō Shidehara op de achtergrond

Toen generaal Tanaka Giichi aan de macht was, hield Shidehara zich op de achtergrond. Tanaka Giichi voerde een militair agressief beleid en interveniëerde in Mantsjoerije, als tegenreactie op het beleid van Chiang Kai-shek.[2] Op thuisgebied sloeg hij de communisten de kop in en maakte onverbiddelijk een einde aan de Taishō-democratie.

Op 4 juni 1928 werd de opperste krijgheer van Mantsjoerije, Zhang Zuolin, vermoord door een Japanse officier.[3] Dit was echter volledig buiten medeweten van Tanaka Giichi. Tesamen met de mislukte poging Mantsjoerije te veroveren, bracht dit Tanaka Giichi in een lastig parket. Hij vond geen steun meer rondom hem. Onder vermaningen van de regering en keizer Hirohito, trad hij af als eerste premier.

Opnieuw minister van Buitenlandse Zaken

In 1929 werd Shidehara weer minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet van eerste minister Hamaguchi Osachi. Hij wou onmiddellijk zijn pacifistische beleid verder zetten, in het bijzonder in China. Deze beleidsvoering was verouderd,gezien de toestand in Mantsjoerije. Toen in 1930 tijdens de Tweede London Naval Conference het Washington Naval Treaty werd opgesteld, kwam er een golf van verzet op in Japan. In dit verdrag werd de zeemacht van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Japan aan banden gelegd op een ratio van 5:5:3. Dit benadeelde Japan in grote mate[4] en deed weer een afbreuk aan het inschikkelijke beleid van Kijūrō Shidehara.

Toen eerste minister Hamaguchi Osachi in november 1930 gewond raakte bij een aanslag, werd Shidehara tussentijdse eerste minister tot maart 1931. In januari 1931 vond het Mantsjoerije-incident plaats doordat het Kwantung-leger zonder instemming van de regering naar Mantsjoerije opgerukt was. Het veroverde Mantsjoerije en daarmee kwam er ook een eind aan de pacifistische diplomatie van Shidehara. China wou geen contact meer houden met Japan en het volk van Japan was was in de ban van het leger en zijn militaire successen. Op 13 december 1931 viel de regering. Shidehara werkte nog wel bij de regering tot 1945, als lid van het Japanse Hogerhuis, maar hij hield zich wederom op de achtergrond.

Kijūrō Shidehara stond in 1931 op het voorblad van het Time-magazine en werd daar benoemd tot "Japan's man of peace and war".

Eerste minister, marionet en criticus

Toen alle bombardementen en veldslagen voorbij waren en Douglas MacArthur Japan in 1945 bezette, was Kijūrō Shidehara nog in leven. Hij werd door de opperbevelhebber van de Geallieerden in Japan gepromoveerd tot eerste minister, hoofdzakelijk door zijn vroegere positieve houding ten aanzien van de Verenigde Staten[5] Shidehara verzamelde een aantal collega's van hem uit de jaren '20 rond zich en samen met hen vormde hij de Progressieve Partij. Maar hoewel Shidehara het hoofd van de Japanse regering was, functioneerde hij eerder als een marionet van MacArthur.

Het kabinet van Shidehara vormde, op aandrang van MacArthur, een nieuwe grondwet, maar deze werd enige tijd later afgewezen. De nieuwe grondwet bleek te conservatief en dus maakte MacArthur zijn 'MacArthur Note', bestaande uit de volgende punten: de Japanse maatschappij moet democratiseerd worden, de Keizer mag geen enkele autoriteit meer hebben en de regering mag geen leger behouden om zijn wil op te leggen.

Een nieuwe grondwet werd door Amerikaanse juristen ontworpen en in 1946 kon Shidehara MacArthur overtuigen om een extra artikel in de nieuwe grondwet op te tekenen. Dat extra artikel bevatte het verbod op Japan om ooit nog offensieve oorlog te voeren.

In hetzelfde jaar dat de nieuwe grondwet geratificeerd werd, waren het verkiezingen. Shidehara’s conservatieve economische beleid en zijn verwantschap door zijn vrouw Iwasaki Yataro aan de Mitsubishi zaibatsu maakten hem niet populair bij de Japanse bevolking. Hij verloor de verkiezingen en de Liberale Partij van Shigeru Yoshida kwam aan de macht. Toen een jaar later de Socialistische Partij van Katayama Tetsu aan de macht kwam, stapte Shidehara in de Liberale Partij om weerwerk te bieden tegen deze Socialistische Partij. Hij werd verkozen tot president van het Japanse Lagerhuis en bleef de grootste criticus van Katayama Tetsu, tot hij stierf in 1951.

Voetnoten

  1. In oktober 1925 steunde hij, tot ieders verbazing, China, die vroeg naar een autonomie op de prijsmarkt. In maart 1927 was hij het niet eens met andere landen, die een ultimatum stelden aan de veroveringen van Chiang Kai-Shek. Hij probeerde dus meer dan eens om China te benaderen.
  2. Chiang Kai-shek was een Chinese nationalistische bevelhebber en rukte met zijn leger op naar Shandong. Tanaka stuurde onder het voorwendsel de Japanse burgers daar te beschermen een aantal troepen naar Shandong om Chiang Kai-shek op te houden.
  3. Japan was van plan om Mantsjoerije te scheiden van China en het tot een Japanse vazalstaat te maken. Het sloot een overeenkomst met Zhang Zuolin. Deze echter ontwikkelde zijn eigen ideeën over de toekomst van Mantsjoerije, wat in Japan niet in dank werd afgenomen. Enige tijd later werd hij in een hinderlaag gelokt en werd zijn trein opgeblazen.
  4. Ieders zeemacht werd gereduceerd op basis van concentratie in een zee of oceaan. Als er teveel schepen daarin gelegen waren, moesten zij zich verwijderen. En aangezien de Japanse zeemacht slechts in één oceaan zee gelegen was (terwijl de zeemacht van de Verenigde Staten en het Verenigde Koninkrijk in meerdere oceanen verspreid lagen), leek het in de ogen van de Japanners een onrechtvaardige maatregel.
  5. De Verenigde Staten hadden niet de intentie om Japan te diepgaand te hervormen. Dit zou mogelijk een ongenoegen doen ontstaan tussen het Japanse volk. Zij gaven de macht dan terug aan vooroorlogse en prowesterse leidersfiguren, zoals Shidehara Kijūrō.

Bronnen

Literaire bronnen

• W.Vande Walle, Een Geschiedenis van Japan: Van samurai tot softpower, Acco Leuven, 2007

• T. Tsuchiya, An economic history of Japan, Porcupine Press Philadelphia, 1977

Digitale bronnen

http://en.wikipedia.org/wiki/Kijuro_Shidehara

http://www.absoluteastronomy.com/topics/Kijuro_Shidehara

http://reference.allrefer.com/encyclopedia/S/Shidehar.html