Kenmu-restauratie

Uit GeschiedenisJapan

Blind voor de realiteit

Zodra het bakufu was gevallen, keerde de inmiddels uit zijn ballingsoord ontsnapte Go-Daigo naar Kyōto terug en installeerde er zijn eigen administratie, inclusief een staatsraad, Kirokujo 記録所 gedoopt. In de provinciën handhaafde hij het bestaande systeem van provinciale ambtenaren (kokushu 国守) en politiecommissarissen (shugo 守護), posten waarop hij zijn medestanders, zowel aristocraten als bushi, benoemde. In 1334 kondigde de keizer een nieuwe jaarperiode af die hij Kenmu 建武 doopte. Naar deze periode noemt men het herstel van de keizerlijke macht door Go-Daigo: de Kenmu-restauratie.

Voor de keizer was het weliswaar een kortstondig herstel, maar het was een van meet af aan tot mislukking gedoemde poging. Zij ging volledig in tegen de maatschappelijke tendens naar feodalisering. Niet alleen poogde de keizer de klok terug te draaien, maar bovendien was hij onhandig. Na de restauratie was hij zo kortzichtig de militairen die hem geholpen hadden niet te belonen. Integendeel, van sommigen confisqueerde hij zelfs hun gronden. Van de andere kant overstelpte hij de keizerlijke familie en de aristocratie met de hoogste ambten. De titel van shōgun schonk hij aan zijn zoon, prins Morinaga 護良. Op die wijze vervreemde hij de militairen van zich.

Nog geen jaar na de restauratie begon hij aan de bouw van een nieuw keizerlijk paleis en om het te financieren hief hij zware belastingen. Hij liet ook papieren geld drukken en verplichtte het gebruik ervan. Zo joeg hij ook het gewone volk tegen zich in het harnas.

Ashikaga Takauji 足利尊氏 neemt bezit van Kyōto

Deze toestand ontging Ashikaga Takauji niet. Hij was een machtig landheer die zijn machtsbasis in de provincie Shimotsuke 下野 had, politiecommissaris van twee provinciën en rentmeester van dertien andere was. Reeds toen de Hōjō hem belast hadden met het neerslaan van de royalistische opstand in het hoofdstedelijk gebied, had hij de ambitie opgevat de Hōjō op te volgen als feitelijke heerser over het land. Toen hij Kyōto bevrijdde en het Directoraat-Generaal van Rokuhara 六波羅 vernietigde, richtte hij onmiddellijk een militair bureau op, bugyōsho 奉行所 genaamd, dat dezelfde functies vervulde als het samurai-dokoro van het Kamakura-bakufu. Dit bureau ontpopte zich al heel snel tot een rivaal van het door de keizer opgerichte militair bureau musha-dokoro 武者所, dat geleid werd door Nitta Yoshisada 新田義貞, een trouw volgeling van Go-Daigo.

In 1335 trok Takauji met zijn leger naar het oosten om er Kamakura te ontzetten, dat in handen was gevallen van een groepje Hōjō-loyalisten. Vanuit Kamakura lanceerde hij dan een aanval om Kyōto te bevrijden van Nitta, Kusunoki en anderen. Hij zocht een onderkomen in Kyūshū, vormde er een nieuw leger met behulp van plaatselijke landheren en marcheerde andermaal op naar Kyōto. Ditmaal wist hij de keizerlijke troepen, die erg gedund waren door afvalligheid, beslissend te verslaan, en Kyōto te bezetten.

Takauji wordt shōgun

Dadelijk plaatste Takauji keizer Kōmyō 光明 (reg. 1336-1348) van de Jimyōin 持明院-tak op de troon. Naar het voorbeeld van de Jōei-code vaardigde hij de Kenmu-code (Kenmu-shikimoku 建武式目) in zeventien artikelen uit en richtte een militair bestuur, bakufu, op te Kyōto. Het hoogste ambt was dat van "assistent" (shitsuji 執事) en het werd bekleed door Takauji's vertrouweling Kō no Moronao 高師直 (?-1351).

Go-Daigo die zich had overgegeven, wist te ontsnappen en vluchtte naar Yoshino 吉野 in de provincie Yamato, waar hij een hof in ballingschap inrichtte. Dit is het begin van een halve eeuw van tweestrijd tussen de twee rivaliserende takken van het keizershuis. Het hof van Yoshino was de zetel van de zogenaamde Zuidelijke Dynastie, dat van Kyōto van de Noordelijke Dynastie. Deze periode wordt de periode van strijd tussen de Noordelijke en Zuidelijke dynastieën, ofwel Nanbokuchō no nairan, (南北朝の内乱) genoemd. De Zuidelijke Dynastie stelde echter weinig voor, want haar voornaamste pijlers, zoals Nitta Yoshisada en dergelijke, waren al allen gesneuveld tegen 1338. In dat jaar ook kreeg Takauji van de keizer van de Noordelijke Dynastie de felbegeerde titel van shōgun. Het jaar erop bezweek Go-Daigo aan een ziekte. In latere tijden is deze keizer fel geprezen geworden omwille van zijn ontembare strijdlust en onverdroten inzet voor zijn ideaal van keizerlijke restauratie, maar zijn strevingen waren tot falen gedoemd, omdat hij volledig tegen de stroom van de historische ontwikkeling in poogde te zwemmen.

Ook na Go-Daigo's dood ging de rivaliteit tussen de twee dynastieën verder. Het ging echter niet zozeer meer om het duel tussen keizerlijke (aristocratische) en militaire macht, dan wel om een onderlinge strijd binnen de klasse van machtige bushi, tussen gematigden en radicalen, waarbij de twee dynastieën gewoon als pionnen gebruikt werden, zo zeer zelfs dat Takauji bij wijlen een alliantie sloot met de Zuidelijke Dynastie, als hem dat goed uitkwam in het schaakspel om de macht. De Kenmu-restauratie was dus maar een papieren restauratie geweest.


Hoofdstukken Syllabus tot 1868
tot 645| 645-784| Heian| Kamakura| Muromachi| Eenmaking | Edo